Bijlage bij Nieuwsbrief no.13 Copyright V.V.A.M.
MINI-STORY IV, De artilleriesteun van het 2e Leger aan de 1e Britse Airborne Divisie tijdens de Slag om Arnhem.
door: Mr. J. Terhorst, Oosterbeek.

Veel is bekend geworden over de volstrekt onvoldoende radioverbindingen, zowel tussen de Airborne Divisie en de buitenwereld, als onderling binnen de divisie. Daarom immers trachtte generaal Urquhart maandag 18 september per jeep de brug te bereiken.
Het Engelse idee dat de in de Noordafrikaanse woestijn gebruikte “desert-sets” het ook in het vlakke Nederland goed zouden doen is in onze bossen en heuvels een grote misrekening geworden.
Daarom meen ik de aandacht te mogen vestigen op de twee enige goed-werkende verbindingen, beide te danken aan artilleristen, wat mij als batterij-commandant uit onze eigen oorlog in mei 1940 nog extra goed heeft gedaan.
De eerste “radio-link” was die tussen Oosterbeek en Arnhem gedurende de eerste vier dagen van de slag, toen regelmatig contact bestond tussen de Airborne-artillerie bij de Oude Kerk in Oosterbeek-laag en de mannen van Lt.Col.Frost bij de Rijnbrug, met name met de daar aanwezige artillerie-waarnemer majoor Mumford. De houwitser- batterijen bij de Oude Kerk konden de Duitse belegeraars van de ruim 500 Airbornes bij de brug exact onder vuur houden, ook al moesten deze houwitsers op maximum afstand vuren. Directe waarneming vanaf de kerktoren in Oosterbeek kwam de radio-verbinding te hulp. Daarom juist had deze artillerie stelling genomen in de velden bij de Beneden- dorpsweg, met de Concertzaal als regiments-commandopost. Langs deze radioverbinding heeft Frost kunnen melden hoe het hem bij de brug verging; alleen het laatste bericht van de overgave is niet doorgekomen naar Oosterbeek en pas later bekend geworden. Ook het radiocontact vanuit Oosterbeek met het uit het zuiden oprukkende legerkorps van generaal Horrocks was aan artillerie-apparatuur te danken. Ditmaal niet van de Airborne-guns, maar van de “Forward Observation Unit”. Hiertoe behoorde Captain McMillan met zijn rechterhand Sergeant Norman Patton. Pas later is mij duidelijk geworden, als verklaring voor hun afwachtende houding de eerste dagen bij ons huis, dat zij niet bij de Airborne-artillerie behoorden. Zij waren wel met hen door de lucht vervoerd, maar zij fungeerden uitsluitend als waarnemers voor de zware leger- korps-artillerie, zodat zij geen taak hadden zolang deze niet in Nijmegen was aange¬komen en opgesteld.

Sergeant Patton en de schoorsteen van Wasserij van Hofwegen, waarlangs hij op donderdag 21 september 1944 met zijn radioapparatuur omhoog klom.
( Foto’s : Mr.Patton en Wasserij Van Hofwegen ).

Het totstandkomen van hun eerste radiocontact met het 64e Regiment Middelzware Artil-lerie bij Nijmegen op donderdag 21 september wordt boeiend beschreven door Christopher Hibbert in zijn boek “Arnhem 17 – 26 september 1944”, waaruit ik hier blz. 172 – 173 laat volgen in de voortreffelijke vertaling van P.R.A.van Iddekinge uit 19Ó2;
– Het contact met het 64e Regiment was even na negenen tot stand gebracht door kapitein McMillan van de 1 Forward Observation Unit. Overste Thompson had generaal Urquhart ver¬gezeld op diens inspectietocht door de sector van zijn regiment. Het laatste punt dat bezocht moest worden, was de commandopost van de le Lichte Afdeling, die zich achter een wasserij bevond. “Toen ik vlak achter de divisiecommandant binnenkwam”, vertelt overste Thompson, “zag ik kapitein McMillan met de commandant van de artillerie (. overste Loder Symonds ) praten en hem zijn koptelefoon en microfoon overhandigen. Uit de gespannen houding van de commandant kon ik opmaken dat er iets belangrijks aan de hand was. Verscheiden malen riep hij in het apparaat, zeggende dat hij “Sunray” was ( dat was de code-aanduiding voor een commandant ) en toen : “ja, en mijn voornaam is Robert”. Vervolgens:”Wacht even!” Even stond hij geamuseerd te kijken en toen riep hij opgewonden: “Ja, Armitage, Charles Armitage”. Hij wendde zich om naar de divisiecomman¬dant en deelde mede dat we radiocontact hadden met het 64e Regiment Middelzware Artil¬lerie. De spanning in de commandopost was gebroken en ging over in een gevoel van op¬getogenheid. Dit was groot nieuws.. Het schijnbaar niet ter zake doende radiogesprek was het resultaat van de pogingen van het 64e Regiment om zekerheid te verkrijgen om¬trent de identiteit van onze zender. –
Wat niet vermeld wordt en waai’ het mij nu juist om gaat, als een aspect dat elders ook niet vermeld wordt, is dat dit radiocontact op donderdag 21 september door sergeant Patton tot stand werd gebracht. Toen McMillan en hij maar geen contact konden krijgen met de legerkorps-artillerie is Patton tenslotte met zijn apparatuur langs de schoor¬steen van Wasserij van Hofwegen omhoog geklommen, daarbij gebruik makend van handvaten en treden voor schoonmaak en reparaties. Waar het uitzicht op Nijmegen vrij was en geen bossen of huizen het radiocontact belemmerden, heeft hij zijn apparatuur aange¬bracht en contact gekregen met de artillerie in Nijmegen. Toen dit was gelukt heeft hij direct zijn chef McMillan gewaarschuwd, die met generaal Urquhart, Lt.Col.Loder Symonds en Lt.Col.Thompson bij de Wasserij arriveerde, al overtuigd van het grote belang om nu de situatie in Oosterbeek aan Nijmegen te kunnen melden. In “plain language”, d.w.z. zonder codering hoorde Patton generaal Urquhart zeggen ( vertaald ): -“Zware vijandelijke aanvallen op de verkeersbrug. Toestand kritiek voor de kleine strijdmacht. Ook vijandelijke aanvallen op de positie van de divisie ten oosten van de streek rond Heelsum en ten westen van Arnhem. Toestand ernstig, maar ben bezig met het restant van de divisie een hechte verdediging rond Hartenstein op te bouwen; zo snel mogelijk ontzet voor beide sectoren een gebiedende eis. Beheers nog steeds het veer Heveadorp.”-
In opdracht van generaal Urquhart is dit goed werkende radioapparaat toen overgebracht naar de omgeving van Hartenstein, n.1. de heuvel in het park de “Hemelse Berg” bij het monument voor Mevrouw Kneppelhout-van Braam, opgericht door “Het dankbare.Oosterbeek” op haar 70ste verjaardag, gevierd op ( let wel! ) 17 september 1895- Vanaf donderdag 21 september is het gebruikt voor het inschieten van de artillerie in Nijmegen. Aanvankelijk met één kanon, dat thans is opgesteld in het Londense Artil¬lerie Museum. Later met een volledige batterij van dit zware geschut. De beschietingen werden beurtelings geleid door Loder Symonds en McMillan, die zich met Patton bij het monument hadden ingegraven. Het leiden van de vuursteun was een preciese taak omdat de kanonnen op een afstand van 18 kilometer vlak voor de linies van de Airborne troepen moesten vuren. De volgende dagen is deze artilleriesteun van grote betekenis geweest. Tenslotte heeft McMillan in de nacht van de terugtocht dermate nauwkeurige aanwijzin-gen aan de legerkorpsartillerie kunnen geven, dat de Duitsers een aanval vanuit de Betuwe over de Rijn veronderstelden, hetgeen omgekeerd juist de terugtocht mogelijk heeft gemaakt. Nog steeds diende hierbij Patton’s radioapparatuur.
Het totstandbrengen van dit radiocontact met Nijmegen heeft Patton een prijzende brief opgeleverd, getekend door Veldmaarschalk Montgomery:
“Hij slaagde erin op 21 september contact te maken met een onbekend station, dat zoals hij zich spoedig realiseerde een artillerie-regiment van het Tweede Leger was. Door zijn initiatief was hij in staat dit station van zijn goede trouw te overtuigen en hij onderscheidde zich als de eerste verbindingsman van de le Airborne Divisie, die contact maakte met het Tweede Leger. Daardoor bracht hij ten bate van zijn in het nauw gebrachte formatie de artilleriesteun, waaraan zij zo’n grote behoefte hadden”.

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.