Ministory V – ‘Time and age have dimned my memories’
Het begon een ministory te worden door een simpele zinsnede in het verslag van het 3e bataljon (Lonsdale force). Een zinnetje dat op het eerste gezicht niet van veel belang leek te zijn, n.1. “enemy infantry suffered casualties from 3” mortarfire, directed by Sgt.Whittingham, Ist Batalion”. U kunt er van opaan dat als, de rivaliteit tussen de elite-bataljons in aanmerking nemend, het 3e bataljon het nodig acht een simpel mortier- groepje van het le in het officiële oorlogsdagboek te vermelden, er sprake is geweest van opmerkelijke gebeurtenissen!
In ieder geval was dit hetgeen nodig was, om de “legpuzzle” waarvan bijna alle stukjes aanwezig waren in aanmerking te laten komen voor een mini-story.
Beschrijvingen van de gebeurtenissen door drie onafhankelijke bronnen, fotomateriaal en verslagen van ooggetuigen werden nu ondersteund door officiële verslaggeving!
Als uitgangspunt beschikten we deze keer over een heel bijzondere bron, n.1. het dagboek van een, destijds, 15 jarig meisje. Bijzonder waardevol in onze ogen, omdat kinderen op deze leeftijd scherpe waarnemers zijn en bovendien niet geneigd zijn deze waarnemingen te interpreteren. Een “kwaal” waaraan volwassenen zich veelal bezondigen. Niet dat wij leuge¬naars zijn, maar wij willen steeds maar oorzakelijke verbanden leggen en dit lofwaardig streven, dat nu eenmaal een eigenschap van volwassenen is (en behoort te zijn) is bij dit werk soms oorzaak van vreemde vergissingen. Vandaar onze blijdschap dat we over “kinder¬ogen” mogen beschikken bij de start van deze verhalen. Het in elkaar passen laten we deze keer aan U over. In verband met plaatsruimte verzoeken wij U het schetskaartje van mini¬story II hierbij te gebruiken.

Donderdag 21 september:

Donderdagmorgen krijgen we van de Engelsen eten. Vlees met nog iets er door heen. Afge¬lopen nacht zouden ze in de kamer zowat verbrand zijn. Ze hadden een kaars op een glazen asbakje staan. Deze is echter opgebrand, maar het asbakje is zo heet geworden dat het ge¬knapt is. Het tafelkleed heeft toen vlam gevat en er is een gat in de tafel gebrand. Ge¬lukkig hebben ze het toen gemerkt en uitgemaakt.
De hele donderdagmorgen is het schieten. We mogen de kelder tenminste niet uit.’s Middags hebben we weer van de Engelsen eten gekregen. Het was erg lekker.
Donderdagmiddag beginnen de Duitsers ineens hevig te schieten. Er komen veel Engelsen in de kelder. Dan komt er één de trap af en zegt dat er een wagen met munitie, die naast ons huis staat, een voltreffer heeft gehad en dat hij in brand staat. Alles ontploft nu natuur¬lijk. Alle Engelsen, die in de andere kelder zitten komen bij ons, want de wagen staat daar net boven het keldergat en dan zitten ze daar niet veilig meer. Ze hebben allemaal beilen (!) bij zich.
Er vliegen grote stukken uit de muur, maar het brandt nog niet. We zitten allemaal op de hurken en stijf tegen elkaar aan, zodat er zoveel mogelijk Engelsen bij in kunnen. Ze zitten op de trap tot boven aan toe. We worden allemaal erg stijf van dat zitten. Er komen een paar soldaten de trap af met één in het midden. Ze zeggen dat hij gewond is. Ze leggen hem op de grond in een wollen deken. Ineens wordt ik erg raar in mijn benen. Ik kan haast «et meer staan. Ik ga op een stoel zitten. Ineens komen Len en Gerald naar beneden. Ik n erg blij dat ik een paar bekende gezichten zie. Ze hebben de Engelse soldaat onder-zocht maar hij is niet gewond. Maar er is een granaat bij hem ingeslagen en daarom is hij erg geschrokken (geschokt, zeggen de Engelsen). Hij is een beetje gekalmeerd. Ze hebben hem een beetje eau de cologne gegeven en nu slaapt hij een beetje….
Oom Jan, (zo noemen we de Engelse gewonde, omdat hij zo op de broer van Mammie lijkt, die Jan heet) heeft ook wat gegeten en gedronken. Hij is echter heel wezenloos, want hij kent me niet eens, als ik hem vraag hoe hij zich voelt. Ze hebben hem een natte handdoek op het hoofd gelegd. Er komen telkens Engelsen naar hem kijken. Zij zijn voor hun gewonden heel anders, dan toen de Duitsers die bij Klaassen waren……….

“Oom Jan” heette in werkelijkheid Nobby Clarke, maar wat was er met hem gebeurd? Hiervoor citeren we “Een Brug te ver, blz 424 Ned. uitgave:

De “Tiger” bleek in werkelijkheid een gemotoriseerd kanon te zijn, een z.g. Stug III G. Op het schetskaartje is de situatie terug te vinden op “Ploegseweg”.(foto coll. Airb.Mus.)

Korporaal Sydney Nunn en een andere parachutist, soldaat Nobby Clarke, hadden vriendschap, gesloten met een zweefvlieger in een aangrenzende loopgraaf. Tijdens een pauze in de mor- tierbeschieting riep de piloot tegen Nunn: “Ik weet niet of je het weet, ouwe jongen, maar rechts van ons staat een knaap van een tank. Eentje van de “Tigerfamilie”. Clarke keek Nunn aan. “Wat moeten we doen?” vroeg hij. “Er een stelletje gaten in boren?” Nunn gluur¬de behoedzaam over de rand van de loopgraaf. Het was inderdaad een “knaap van een tank . Verborgen in de struiken vlak bij hen stond een anti-tankkanon, maar de bemanning ervan was gesneuveld en niemand van Nunns groep wist hoe het wapen geladen of afgevuurd moest worden. Nunn en de piloot besloten er naar toe te kruipen. Toen de mannen uit hun dekking klauterden,werden ze opgemerkt en het kanon van de tank begon te vuren. “We kropen zo dicht over de grond, dat we er met onze neuzen voren in trokken”, vertelde Nunn. “Onze bosjes begonnen er uit te zien als een houthakkerskamp, toen overal om ons heen bomen neer¬kwamen”. De twee mannen bereikten het kanon juist toen de “Tiger” ons persoonlijk attentie begon te bewijzen met zijn mitrailleur. De zweefvlieger keek langs de loop van het kanon en slaakte een vreugdekreet. “Ons kanon was regelrecht op de tank gericht. Als we geweten hadden hoe we het hadden moeten doen, hadden we niet beter kunnen richten”. De piloot keek Nunn aan en zei: “Ik hoop dat het ding werkt”. Hij haalde de trekker over. Door de hevige ontploffing die volgde, werden beide mannen op hun rug gesmeten. “Toen onze oren niet meer suisden, hoorde ik hoe de anderen om ons heen begonnen te lachen en te juichen”, zei Nunt^ Toen hij met ongelovige ogen in de richting van de tank keek, zag hij dat de “Tiger” in lichtelaaie stond en de munitie ontplofte. De zweefvlieger draaide zich om naar Nunn, gaf hem plechtig de hand en zei: “Zo, die zat”.

Wat Nobby Clarke betreft, dit gevecht was voor hem wel een beetje teveel van het goede, want door een toeval scheen hij steeds zijdelings betrokken te zijn bij wanhopige tankgevechten. De dinsdag daarvoor, waren hij en de overgebleven soldaten van de 3”mortier- sectie onder bevel van Sergeant Harold (Dick) Whittingham getuigen geweest van de actie van Baskeyfield V.C. onderaan de Accacialaan. Overigens was deze taaie mijnwerker uit Wales op vrijdag 22 september weer in staat zijn taak te verrichten als verbindingsman in de mortiersectie.
We geven hiervoor het woord aan Dick Whittingham:

Mijn orders in de Lonsdalegroep waren op donderdag 21 september de tuinen (nu Zuiderbeek- weg en Ploegseweg) en het stuk daarachter, het z.g. kerkeland en Bato’swijk, in de gaten te houden. Het stuk lag aan de Arnhemse kant van de wasserij van de firma Van Hofwegen. Een deel van de tuinen behoorde tot het huis en de smederij van de Heer Evert Breman (De huisnummers zijn nu Benedendorpsweg 117 en 119). Enkele van onze geweerschutters had¬den putten gegraven in dit deel van de tuinen, welke tegenover dit open stuk grond lagen. Hier liet ik Nobby Clarke achter om een waarnemingspost te maken aangezien de grond in de tuin te zanderig was om een diepe loopgraaf te graven. Op mijn tocht kwam ik bij een klein achterplaatsje van ongeveer 3 bij 9 meter terecht. Er was een ingang van ongeveer anderhalve meter breed en de plaats werd omgeven door de zijkant van een groot huis, een hoge stenen muur en een paar schuren. De hoogte van de gebouwen bedroegen wel zes meter; Ik had hier dus een prachtige “kuil” van wel 6 meter diep voor onze mortier.
In het huis woonden de heer en mevrouw Breman, hun beide dochters van 15 en 11 en nog twee oudere dames. De heer Breman was zeer hulpvaardig. Hij stemde er mee in dat onze mortier opgesteld zou worden op één meter afstand van zijn achterdeur en dat mijn mannen gebruik mochten maken van zijn huis en zijn twee kelders. Op één van de zolderkamers lag hun wintervoorraad fruit, groenten en tabak opgeslagen. In één van de schuren hield hij kippen. We hadden dagen geen warme maaltijd gehad, maar mevrouw Breman kookte voor ons, maar ook zou de familie in de komende dagen al hun voedsel met ons delen, totdat alles op was. Toen konden we nog niet vermoeden hoe hevig het gevecht, dat zou leiden tot de vol¬ledige verwoesting van dit deel van het dorp, zou worden.(Zie het schetskaartje van mini- story II). Toen we onze eerste salvo afvuurden vertelden mijn amnnen mij dat Breman tegen hen gezegd had dat het hem als muziek in de oren klonk!
In de dagen tussen donderdag 21 september en zondag de 24e, gingen mijn collega, sergeant Norman Geekie en zijn mannen er iedere dag en nacht op uit om granaten voor ons mortier te zoeken en eten op te scharrelen. Dankzij hun inspanning zijn wij nooit zonder munitie geweest. We vuurden iedere dag, met vele tussenpozen, granaten af op de bossen tussen de wasserij en het Gemeentehuis in Bato’swijk. Dit vuur moet heel wat slachtoffers gemaakt hebben bij de vijand. Deze beantwoordde ons vuur met een 6-loops mortier. We kregen het hard te verduren, maar er kwam toch slechts één granaat in onze stelling terecht en dat was volgens Frank Mc Cormick bovendien nog een blindganger! Hierbij moet echter wel wor¬den vermeld dat de andere granaten treffers waren op de daken van de gebouwen om ons heen!

De plaats van de mortieropstelling in 1946. Beide zusjes Breman, destijds 11 en 15 jaar, staan bij de achterdeur.

Op het schetskaartje boven de g. van Benedendorpsweg.
Het zal op zaterdag de 23e zijn geweest dat de Duitsers het open veld bereikten ongeveer 80 meter van onze waarnemingspost. Deze afstand is te gering voor een normale 3” granaat Ik liet de lading terugbrengen tot twee, daarna tot één en nog altijd vlogen de granaten over de vijand heen. In mijn wanhoop gaf ik order slechts de ontstekingslading te gebrui¬ken. Onze infantrie, Nobby en ik zagen de granaat opstijgen. Hij ging nauwelijks vooruit en ik dacht dat hij op onze waarnemingspost terecht zou komen! Toen draaide hij langzaam om in de lucht en landde precies op het doel. Er volgden nog twee granaten en toen kwam het tegenvuur tussen ons in, tot grote schade voor onze infantristen in hun schutters- putten.
Op zondag, de 24e, vond Nobby me gewond in de tuin en met behulp van de heer Breman, die van twee bezems krukken voor mij maakte, kregen ze me het huis en de kelder in.

Tot slot keren wij weer terug naar het dagboek en wel op zaterdag 23 september:
De Engelsen krijgen gebrek aan eten. Er zijn gisteren wel parachutes uitgegooid, maar er zijn er teveel buiten de Engelse linies gevallen, dus in Duitse handen. Ook zijn er in de wei gevallen, maar de Engelsen durven ze niet te halen, omdat er zo hevig gevuurd wordt. We hebben boven staan kijken, toen de parachutes naar beneden kwamen. Er komen er ook in onze tuin en achter op de plaats. We gaan weer naar beneden want de Duitsers beginnen weer te schieten. Ik heb Gerald gevraagd naar Len, maar hij praat er over heen.
‘s Middags komt Frank de hele tijd naar beneden. Hij komt uit Ierland (Dublin), dus hij is ook vrijwilliger. Het is een aardige jongen met dikke zwarte krullen (Frank Mc Cormick was op dit tijdstip 18 jaar en diende onder een andere naam sinds zijn 16e jaar!) Hij is stapelgek op Koelie, die hij blondine noemt. Zij heeft hem ook Hollands geleerd zoals: “Hou je mond. Je bent een wurm. Wee. Ja. Je bent een kip zonder kop. Je bent een kat . Hij is er erg trots op dat hij dat allemaal kan zeggen. Als hij beneden komt repeteren ze het hele geval.

Maandag 25 september
Maandagmorgen is het nog tamelijk rustig. Ik ben met Gerald boven geweest. We stonden bij Tante Jo in de gang toen er een gewonde de keldertrap opliep (n.b. Het huis heeft twee kelders). Hij had de arm in de doek en het gezicht in verband. Dan wordt er een gewonde door een zestal soldaten de keldertrap opgedragen. Het is de Haviksneus.(Harold -Dick- Whittingham) Eén van de goede bekenden. Hij heeft het linkerbeen in het verband. Ik vind het erg zielig voor hem, dat hij nu zo hulpbehoevend is. Ik ga weer naar onze kelder, want het begint onrustig te worden. We zitten een poosje beneden als Frank de trap af komt^ Hij staat achter de mortier en moet om de vijf of tien minuten schieten. Maar in de vrije^ tijd komt hij bij ons in de kelder….
Hoe kwam deze episode over bij “Haviksneus” de gewonde Dick Whittingham?

Wij citeren: Dinsdag 26 september! In het vroege ochtendlicht was er boven mij een enorme ruzie. Weer was het onze gastheer Breman. Hij zorgde voor onze gewonden en was in een hoogloopende ruzie verwikkeld met SS-ers die voornemens waren handgranaten in de kelders te gooien. Maar hierin waren op dat tijdstip slechts vrouwen en gewonden!
Hoe dan ook, onze strijd in Oosterbeek liep teneinde. We verloren elkaar en het gezin Breman uit het oog. Gelukkig niet voor goed, want 15 jaar later ontmoette ik Frank weder¬om in Oosterbeek bij de Airborne-herdenking. Na het kerkhof en het oude Kerkje bezocht te hebben gingen we op speurtocht. We vonden de tuin met de waterpomp, “hier is het”, zei Frank en klopte aan op de achterdeur van nr 11?. En wie deed de deur open? Niemand anders dan mevrouw Breman. Het deed ons goed te horen dat het gezin en onze sectie het er levend hadden afgebracht en dat het meisje dat in die bewogen dagen voor ons piano speelde, in¬middels getrouwd met Chris van Roekel, op nr 119 woonde.
En ik? Als beloning voor het feit dat ik er verantwoordelijk voor was dat hun huis in puin werd geschoten, krijg ik iedere keer als ik hen opzoek, in plaats van een slaapplaats in de kelder zoals in 1944, de eer van de LOGEERKAMER.

V.l.n.r.: “Dick” Whittingham, Nobby Clarke en Frank Mc Cormick

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.