Bijlage bij Nieuwsbrief no.12 Copyright V.V.v.h.A.M.

Velen onder ons zullen zich herinneren dat er, toen wij in het voorjaar van 1945 terugkeerden naar Oosterbeek, een zwaar beschadigde trein stond op de spoordijk tussen station Oosterbeek-Laag en de spoorbrug over de Rijn. Die trein stond daar al op zondag 17 september 1944-.
Volgens de eerste inlichtingen die bij ons binnenkwamen, was de trein op zondag 17 september 1944 uit de richting Nijmegen gekomen. Na het passeren van de spoor-brug zou de trein op de spoordijk tot stilstand zijn gekomen tijdens een lucht-aanval van Geallieerde jachtvliegtuigen. In enkele getuige-verslagen werd zelfs gesproken over mensen die men tijdens de aanval uit de trein had zien vluchten. Bij nader onderzoek bleken deze feiten niet juist te zijn.
Gegevens van de Nederlandse Spoorwegen wezen op een geheel ander verloop van de gebeurtenissen.
De trein, die de Oosterbekers op zondag 17 september 1944 op de spoordijk hadden zien staan, was al één of meer dagen daarvoor vanuit Arnhem daarnaartoe gereden en neergezet op het oostelijke spoor. De reden van deze maatregel was dat zulke “burger”-treinstellen veiliger stonden buiten het rangeer-emplacement bij het Arnhemse station. Bij dit station was, vanwege het drukke Duitse militaire trein-verkeer, de kans op beschadiging door luchtaanvallen veel groter. Het treinstel, waarvan hier sprake is, was al eerder beschadigd.
Reeds vanaf mei 1940 was de spoorbrug bij Oosterbeek enkelsporig; slechts het westelijke spoor was beschikbaar voor doorgaande treinen. Een deel van het oostelijke spoor, even ten noorden van de brug, was doodlopend en werd gebruikt als parkeer-spoor. Hierop was de trein neergezet.
Oorspronkelijk was het een zgn. diesel-elektrische trein. De dieselmotoren waren echter verwijderd en door de N.S. veilig opgeslagen voor “betere tijden”. Bovendien was de dieselolie in die tijd toch schaars. Deze dieselmotor-loze trein-stellen, die vreemd genoeg bij de N.S. “zweefvliegtuigen” werden genoemd, werden getrokken door korte elektrische treinstellen. Deze fungeerden dus als locomotief.


De trein op de spoordijk bij Oosterbeek, gefotografeerd op 24 september 1945. Duidelijk is te zien dat de trein is samengesteld uit twee korte (elektrische) treinstellen en twee lange (diesel) treinstellen.( foto: Ir.J.Voskuil ).

Als ouverture van de Slag om Arnhem vielen op zondag 17 september 1944 Geallieerde jachtvliegtuigen de bij de brug opgestelde stukken luchtdoe1-geschut aan. In welke mate de trein daarbij ook werd getroffen, is niet bekend.
Merkwaardig is dat de trein in geen enkel gevechtsrapport wordt vermeld. Bij de poging van de C-compagnie, onder bevel van majoor Victor Dover, om zondagmiddag de spoorbrug intakt in handen te krijgen, is de trein vrijwel zeker een doelwit geweest voor de parachutisten.
Tijdens de duels tussen de 3e Batterij van de Royal Artillery bij de Oude Kerk en het 37e Duitse Zware Mitrailleur-bataljon, dat tijdens de Slag bij Arnhem van achter de spoordijk de uiterwaarden bij Oosterbeek bestreek,stond de trein opnieuw in het schootsveld.

Gedurende de winter van 1944- op 1945, toen de Veluwezoom voortdurend vanuit het zuiden door Geallieerde kanonnen werd beschoten, zal de trein ongetwijfeld ook de nodige voltreffers hebben moeten incasseren.
De foto’s die kort na de Bevrijding, maar voor 13 september 1945 zijn genomen, laten zien dat een deel van de trein is verbrand en dat ook de rest van de trein zware schade heeft opgelopen.
De geschiedenis van de trein heeft echter nog een merkwaardig vervolg gehad, dat tot 19 februari 1951 de gemoederen heeft bezig gehouden. Op die datum werd door bemiddeling van een speciale rechter, de heer Brett Cloutman, in Londen overeen-komst bereikt over de betaling van een schadevergoeding aan de Nederlandse Spoorwegen. De aanleiding van het proces, dat werd gevoerd tussen de film-maatschappij die de film “Theirs is the Glory” had gemaakt en de N.S., was het op 13 september 19^5 in brand steken van het nog bruikbare deel van de trein voor de opnamen van de film. De heer J.ter Horst, destijds waarnemend burgemeester van de Gemeente Renkum schreef hierover: “In september 19^5 werd de film “Theirs is the Glory” opgenomen, waarin 300 Airbornes onder commando van majoor Maquire ter beschikking stonden van het RANK- concern. In overleg met het Gemeentebestuur hebben zij enkele malen beschadigde, maar nog overeind staande huizen, die toch gesloopt moesten worden, in brand gestoken voor deze film. Zonder overleg is dit ook toegepast op het treinstel op de spoordijk. Johan Wesselink, de plaatsvervangend gemeentesecretaris, die het treinstel vanuit zijn woning kon zien staan, kwam onthutst over deze vernieling op het tijdelijke Gemeentehuis “De Bilderberg”. Toen de Spoorwegen aan het Gemeentebestuur getuigen vroegen voor een proces tegen het RANK-concern kon ik Wesselink opgeven. Hij is toen naar Londen geweest in het najaar van ±9J’+5 om te getuigen en de Spoorwegen hebben inderdaad de schade vergoed gekregen”.
De heer T.W.Maassen, zoon van een destijds in funktie zijnde politie-ambtenaar en (oog)getuige van de gebeurtenissen, gaf ons inzage in een brief welke zijn vader op 19 februari 1952 ontving van de N.S. De tekst luidde als volgt: “Daar U medegewerkt hebt voor het vergaren van bewijsmateriaal in de zaak van ons proces tegen de Engelse filmmaatschappij om schadevergoeding te krijgen wegens het in brand geraken van onze dieseltreinstellen te Oosterbeek op 13 september 1945, heb ik het genoegen U te be¬richten dat deze zaak door een redelijke schikking tot ons genoegen geëindigd is”. U begrijpt nu ook waarom de scene “Brand in de trein” zorgvuldig buiten de film is gehouden. Het was dus in dubbel opzicht een zinloze vernieling!


Detail van de vernielde trein. ( foto: N.S. ).

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.