SPOREN  NAAR  DE  ONDERGANG  VAN  DE  1E  BRITSE  PARACHUTISTEN BRIGADE  OP 19  SEPTEMBER 1944  BIJ  ARNHEM  

Evert van de Weerd (2022)

Inleiding: De Duitsers reageerden snel en efficiënt op de eerste berichten van Britse landingen om 13.30 uur. De 9e SS Panzerdivision (sterkte 3000 man) kreeg 90 minuten later het bevel om Arnhem met het Britse doel, de Rijnbrug, af te sluiten met sperlinies. Achter het verkenningsscherm van de 9e Aufklärungs Abteilung (9e SS Pz.Div.) konden de alarmeenheden aangevoerd worden. In de loop van de middag waren de eerste SS-alarmeenheden al in actie om de ‘Spindler’sperlinie te formeren op de Dreijenseweg alsmede een provisorische sperlinie min of mee langs de spoorlijn Arnhem-Nijmegen tot bijna aan de Rijn.

Het enige Duitse onderdeel dat zich in de buurt van Wolfheze bevond tijdens de Britse landingen (met ruim 5500 man) op 17 september 1944 was de 2e Compagnie van het SS Bataljon 16 van Obersturmbannführer S. Krafft. Hij regelde snel de twee andere beschikbare compagnieën van zijn bataljon en formeerde een sperlinie met de 2e Compagnie vanaf de Utrechtseweg langs de Wolfhezerweg tot aan hotel Wolfheze en vandaar de 4e Compagnie verder tot voor Wolfheze en dan noordwaarts door de bossen en heide naar de spoorlijn (westelijk van tunnel) en naar de heide aan de andere zijde van de spoorbaan. Zijn derde compagnie, de 9e, was reserve langs de Bredelaan (ten oosten van de 2e Compagnie).

Met een uur vertraging  gingen om 15.30 uur 24 jeeps van het verkennings-squadron van start om vanaf het station Wolfheze via de zandweg naar Johannahoeve aan de noordzijde van de spoorlijn zo snel mogelijk de verkeersbrug in Arnhem te bezetten. Na enkele honderden meters rijden liep deze colonne in de haastig ingerichte verdediging van de 4e SS Compagnie. Daarna hebben 3 jeeps van dit squadron de brug over een andere route weten te bereiken N.B. met de commandant van de verkenningseenheid Maj. Cough.

1 PB Kanon

>> South Staffordshires op de Utrechtseweg bij Oosterbeek   (GAA/Smith)  

2e Para Bataljon

Van de negen bataljons bereikte het 2e Para Bataljon van Lt. Col. J. Frost als enige de Rijnbrug bij Arnhem. Om 15.00 uur liep Frost met zijn bataljon en 5 kanonnen de geplande ‘Lion’ route vanaf Heelsum zuidoostwaarts via de Koninginneweg  naar Heveadorp waarbij de A-Compagnie een schermutseling had met de vijand waarna de route vervolgde naar de Benedendorpsweg. Toen de spoorbrug in zicht kwam boog de C-Compagnie af om via deze brug met een omtrekkende beweging in Arnhem Zuid de ponton- en verkeersbrug veilig te stellen. De spoorbrug vloog in de lucht toen de compagnie dichtbij was. Deze compagnie zou in de nacht de Ortskommandantur  op het Nieuwe Plein bezetten maar werd bij de Utrechtseweg omsingeld en gevangen genomen. De A en B-Compagnie bereikte even later de spoorwegtunnel. Vanaf dat moment kreeg de A-Compagnie te maken met een Duits gepantserd verkenningsvoertuig maar kon na een schoten wisseling redelijk snel doormarcheren. Maar toen de B-Compagnie even later opdracht kreeg de flank te beveiligen ontstond er een urenlang gevecht met de SS Pz Pionier Btl 9 op het hooggelegen Den Brink. Ook werden flankpatrouilles uitgezet naar de Rijn en Utrechtseweg. Daar hadden de Britten op de hoek met de Diependalstraat (begin Lombokwijk) een tactisch verdedigingspunt in de z.g. Witte Villa. Deze B-Compagnie vertrok naar de schipbrughaven bij Onderlangs alwaar men ’s nachts bleef om  ’s morgenvroeg aan te sluiten bij het bataljon op de brug. Via de Klingelbeekseweg en Hulkensteinseweg kwam de A-Compagnie van Major ‘Digby’ Tatham Warter rond 19.00 uur aan bij de brug met de HQ-cie en enkele andere eenheden. Later volgde de HQ-cie van de 1e  Para Brigade en de volgende morgen 70 man van de B-compagnie evenals de 45 man van de C-compagnie van het 3e Bataljon, totaal zo’n 740 man. Na drie dagen was het bataljon volledig omsingeld, verstoken van munitie, en werd het bataljon buiten gevecht gesteld.

3e Para Bataljon

Het bataljon van Lt.Col. J. Fitch vertrok als eerste op 17 september om 15.00 uur van de dropzone bij Wolfheze en begaven de 580 man zich met 20 jeeps, 2 brencarriers en 3 kanonnen vanaf Heelsum over de Utrechtseweg naar Oosterbeek. Vooraan liep de B-Compagnie van  Major P. Waddy met daarachter de A en C-Compagnie en ondersteuningscompagnie (ostcie). Bij de afslag naar Wolfheze beschoot het spitspeloton een gecamoufleerde Citroën personenauto en de vier inzittenden, waaronder de Feldkommandant van Arnhem General-Major Kussin, werden dodelijk getroffen. Omstreeks 17.00 uur ontstond nabij de restaurant De Koude Herberg een kort  vuurgevecht van de B-Compagnie met twee gepantserde verkenningsvoertuigen en infanterie van de 9e (reserve) Compagnie van het SS bataljon 16, dat uit de Bredelaan kwam en verdreven werd.

De  C-Compagnie kreeg toen de opdracht om via de Valkenburglaan en langs de spoorlijn en het centrum van Arnhem de brug te bereiken wat ook 45 man gelukte. De B-Compagnie stopte de opmars in de omgeving van Hartenstein alwaar een nachtpauze  werd ingelast. De A-Compagnie  (achterhoede) werd bij het passeren van de afslag naar Wolfheze onder vuur genomen door de 2e SS Compagnie en mortiervuur van de 9e Compagnie vanaf de Zonneheuvel. Er ontbrandde een lang vuurgevecht van bijna twee uren waarbij 18 parachutisten sneuvelden. Twee pelotons van de A-Cie attaqueerden daarbij de 2e SS-Cie en maakten 20 krijgsgevangenen. Daarna sloot deze A-Compagnie weer aan bij de B-Compagnie.

Om 04.30 in de volgende morgen vertrok het bataljon met twee compagnieën richting Arnhem waarbij de B-Compagnie in Oosterbeek bij de Molenweg afboog naar de Benedendorpsweg. Via de Klingenbeekseweg en Hulkensteinseweg  bereikte deze compagnie met alleen de HQ-cie omstreeks 11.00 uur de wijk Lombok bij het Rijnpaviljoen en wachtte daar op de A-Compagnie. De A-Compagnie alsmede de ostcie verloren in Oosterbeek het contact met de B-Compagnie en liepen verder over de Utrechtseweg richting spoorwegviaduct. Al snel beschoot de vijand deze colonne. Nog voor Mariënburg zwenkte de A-Compagnie en volgende eenheden af over meerdere wegen naar de spoorwegtunnel bij de Benedendorpsweg waarbij de Duitsers een artilleriebarrage op hen afvuurden. Hierna voegde het 1e Bataljon zich bij hen aan en trokken de     A-cie en ostcie (3e Bat.)mee met het 1e Bataljon van Lt. Col. Dobie naar de wijk Lombok. Al snel moesten de T-Compagnie (1e Bataljon) en later ook de A-Compagnie de Duitse verdediging opruimen op de Klingenbeekseweg  om verder te kunnen oprukken en arriveerden circa 16.00 uur in  Lombok.    Fitch (3e Bat.) had geen tot weinig contact met het 1e Bataljon en de rest van zijn  bataljon. In de avond besloot hij om alvast de aanval om 02.30 uur in te zetten met zijn gedecimeerde B-Compagnie. In de nacht kwam hij tot bij het haventje van de pontonbrug maar moest terugtrekken voor de Duitse overmacht.

1e Para Bataljon

Dit bataljon vertrok om 15.30 uur van de dropzone en zou dezelfde route nemen als de jeeps van het verkenningssquadron. Vanwege het fatale ontmoetingsgevecht op deze zandweg marcheerde het bataljon over de Wolfhezerweg naar de weg Ede–Arnhem (N224). Binnen drie kilometer ontstond er een schermutseling een Luftwaffe alarmeenheid uit Deelen.  Daarna bereikte deze compagnie bijna de Amsterdamseweg (N224) maar daar stonden gepantserde verkenningsvoertuigen van de 9. SS Pz Aufklärungs Abt.  hen op te wachten met een Kampfgruppe (100 man) van de Luftwaffe Hauptmann W. Weber. Hierna volgde een urenlang gevecht. Lt. Col D. Dobie besloot met de twee andere compagnieën eerder rechts af te slaan en langs de bossen op te rukken.  De R-Compagnie moest ruim 50% aan gevechtskracht inboeten en kon zich niet losmaken uit het gevecht. De  S en T- Cie (=B & C-Cie) en HQ-cie met ostcie baanden zich, zonder R-Cie,  een weg in de nacht langs Johannahoeve door de bossen maar nu in zuidwestelijke richting naar Oosterbeek. Dit moest geruisloos plaatsvinden waardoor alle voertuigen en toegevoegde kanonnen getrokken werden. Ten westen van station Oosterbeek-Hoog, maar ook over de spoorbrug, stak men de spoorlijn over. Via de Parallelweg langs de spoorlijn en Noorderweg bereikte de  S-Compagnie  de Utrechtseweg terwijl de  T-Compagnie en HQ-cie via de Stationsweg en Utrechtseweg verder richting Arnhem marcheerde totdat nog voor het treinviaduct gevechten plaats vonden tussen de S-Compagnie en Duitse artillerie-eenheden van de 9e SS Panzerdivision. Bij de S-Compagnie sneuvelden 7 man. Het gevecht werd afgebroken en zwenkte het bataljon naar het zuiden af naar de Benedendorpsweg. Bij de spoortunnel  kwam contact tot stand met de achterhoede van het 3e Bataljon en kwam het 1e Bataljon met deze achterhoede na zware gevechten aan Lombok nabij het Rijnpaviljoen.

Inmiddels was de sperlinie uitgebreid richting centrum van de stad. Op dinsdag 19 september startte om 04.30 uur de laatste gezamenlijke aanval plaats op deze Duitse sperlinie, gesitueerd op ‘Bovenover en Onderlangs’, door de restanten van de drie bataljons onder commando van Lt.Col. Dobie. Twee uren daarvoor had Fitch met restanten van zijn B-Compagnie al een aanval ingezet; zie slot verslag 3e Para Compagnie.

Het 1e Bataljon en de restanten van het 3e Para Bataljon trokken samen op in het ‘Onderlangs’ gebied waarbij ze de terugtrekkende groepjes van de B-Compagnie (3e Bataljon) meetrokken. Door de sterke Duitse overmacht verloren de para bataljons de strijd in de loop van de morgen en was de ondergang een feit. Het derde bataljon: zie verslag South Staffords Bataljon.

Bij deze gevechten werden Lt. Col. Dobie en 50 man gevangen genomen. De gewonde Dobie slaagde erin om in het  St. Elizabethgasthuis te ontsnappen en speelde een belangrijke rol bij operatie Pegasus 1.

1 PB Jeep

>>‘Beute’jeep met twee Britse PW’s bij de Steenstraat in Arnhem (Bundesarchiv/Seeger)

Ook twee andere bataljons, het 2e South Staffordshire Bataljon en het 11e Parachutisten Bataljon, bevochten de vijand nabij Lombok in Arnhem West en gingen daar ten onder.

 Zondag 17 september landde de 1e Luchtlandingsbrigade met drie bataljons in zweefvliegtuigen. De eerste opdracht was het beveiligen van de drop- en landingszones bij Wolfheze en Ede. Het South Staffordshire Bataljon was die zondag met twee compagnieën en 50% van de ondersteuningscompagnie geland en de volgende dag volgden de twee andere compagnieën en de rest van de ostcie om bij Wolfheze de drop/landingszones aan de oostzijde te beveiligen. De twee andere bataljons, het Kings Own Scottish Borderers Bataljon en  het Border Bataljon moesten respectievelijk de Ginkelse heide en drop/landingszones bij Wolfheze aan de westzijde beveiligen. Nadat bleek dat alle drie parabataljons zware gevechten moesten leveren tegen de overmachtige Duitse 9e Panzerdivision werd al gauw het South Staffordshire Bataljon aangewezen, om het 1e en 3e Bataljon bij het Rijnpaviljoen te versterken en dan door te breken naar de Rijnbrug.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 De twee op zondag gelande compagnieën (en 50% ostcie), te samen 420 man, vertrokken de volgende dag om 10.30 uur via Wolfheze richting Oosterbeek en kregen aldaar ter hoogte van de Julianaweg contact met de laatste 40 man van de R-Compagnie (1e Para Bat.) . Bij de verdere opmars over de Utrechtseweg ontstonden er heftige schermutselingen bij Mariëndaal. Gedekt door de  D-Compagnie trokken de Staffords met de 40 man van de R-Cie, zuidwaarts afzwenkend, via Oosterbeekse straten naar de spoortunnel en verder over de Klingendaalseweg naar gebouwen bij het Rijnpaviljoen  alwaar ze tegen 20.00 uur aankwamen. Op maandag 18 september landden de twee andere South Staffordshire compagnieën (en 50% ostcie) die om 17.30  uur afmarcheerden naar Arnhem via de Wolfhezerweg. Ook zij ondervonden tegenstand bij Mariëndaal en onder dekking van de  C-Compagnie wisten zij via de spoortunnel rond middernacht het Rijnpaviljoen te bereiken.

Op maandagmiddag 18 september landde het 11e Parachutisten Bataljon op de Ginkelse heide bij Ede en vertrok als eerste om 16.30 uur van deze heide mede door het feit dat dit bataljon direct na de landing onder bevel was gesteld bij de 1e Para Brigade ter ondersteuning. Dit bataljon (571 man) liep, met medeneming van SS krijgsgevangenen, langs de spoorlijn tot  Wolfheze om aldaar bij de LZ ‘X’ jeeps en de zware wapens in te delen. Vervolgens marcheerde het bataljon door Wolfheze naar de Utrechtseweg tot Hartenstein* waar een twee uur durende oponthoud ingelast werd. Daarna  boog men in Oosterbeek rechts af om via de zuidelijke ‘Lion’ route door de spoorwegtunnel verder te marcheren en kwam om 23.00 uur aan bij het Rijnpaviljoen.

Het South Staffordshire Bataljon, min of meer gevolgd door het 11e Para Bataljon, streed op dinsdag de laatste offensieve actie om en nabij de Utrechtseweg ‘Bovenover’. De South Staffords gingen bijna gelijktijdig met het 1e en 3e Para Bataljon in de aanval. De gevechten van de South Staffords  met drie compagnieën verliepen dramatisch en zij kwamen niet verder dan het museum. Zij moesten wel terug naar de wijk Lombok waar het 11 Para Bataljon (de onrealistische) order kreeg om een uitval te plegen over spoorlijn naar het noorden om contact te maken met de 4e Para Brigade maar de Duitsers waren sneller met een aanval op Lombok vanuit het noorden. Zowel de aanval via ‘Bovenover’ alsmede via ‘Onderlangs’ kregen van vier zijden een regen van afweervuur te verwerken: van de stadszijde (sperlinie), van de Duitsers  ‘bovenover’ naar ‘onderlangs’, vanaf de overzijde van de spoorwegvallei en vanuit de overkant van de Rijn. Wel werd bij de splitsing bij de Utrechtseweg/Hulkensteinseweg een antitankscherm  opgezet met vier AT kanonnen en werd de Utrechtseweg opnieuw vanuit de Witte Villa  verdedigd. De versperring werd door munitie gebrek opgeheven en de Britten (peloton 1e Para Bat.) in de Witte Villa gevangen genomen door de SS Panzer Pionier Abteilung 9.

Perimeter Oosterbeek

De perimeter rondom Hartenstein werd  aan de westzijde verdedigd door de vier compagnieën van het Border Bataljon. Dit bataljon was het enige bataljon dat tot de rijncrossing op 26 september min of meer de bataljonsorganisatie kon vasthouden. Van de overige bataljons waren alleen kleine gevechtsgroepen aanwezig, behalve bij de KOSB Bataljon met twee compagnieën die bij de spoorlijn het z.g. White House (hotel Dreijeroord) verdedigden. Aan de westzijde bevonden zich ook eenheden van het verkenningssquadron. Bij de verdediging van de oostzijde waren ten noorden van de Utrechtseweg restanten  van het 10e en 156e Bataljon in actie en ten zuiden van deze weg  de z.g. Lonsdale Force met restanten van vier bataljons, totaal zo’n 500 man:      150 van het 3e en 130 van het 1e Bataljon en 60 man van de South Staffords alsmede 150 van het 11e Para Bataljon. De strijd om de bruggen over de Rijn duurde 9 dagen. Van de bijna 12.000 man konden er zo’n 2600 over de Rijn  geëvacueerd worden. Er waren 1485 gesneuvelden en ongeveer7500 man raakte krijgsgevangen, waarvan er nog eens 2000 gewond waren. Ruim 300 man ontsnapten en doken onder op de Veluwe. Met behulp van het Verzet en Amerikaanse parachutisten (101e US AB Div.) ontkwamen met operatie Pegasus 140 man veilig over de Rijn.                                                                                                                            .

                                                                                                                                                  

Nieuw PB1

Explicatie letters & cijfers op de kaart                                                                                                                

A   Amsterdamseweg  B  Benedendorpsweg  D  Dreijenseweg  H  Hulkesteinseweg K  Klingelbeekseweg  U  Utrechtseweg  V  Valkenburglaan  W  Wolfhezerweg  PM  Perimeter  SL  Spindlersperrlinie  KG  Kampfgruppe

1  LZ  jeeps  2  ontmoetingsgevecht jeepcolonne (recce) met 4 Cie Krafft SS  3  DZ  1 Para Bat 4  Luftwaffe alarmeenheid  5  gevecht R-Cie (1 Bat) met Luftwaffe KG en pantserwagens 9 SS Div.  6  nightstop 1 Para Bat  7  Johannahoeve  8  opmars 2 & 3 Para Bataljon vanuit DZ  9  opmarsroute       2 Para bat  10  C-Cie naar spoorbrug  11  B-Cie gevecht op De Brink 12  Rijnbrug 2 Para Bataljon  13  opmarsroute 3 Para Bat  14  schermutseling spitspeloton B-Cie  15  gevecht A-Cie met 2 SS-Cie Krafft   16  C-Cie neemt (nacht) route via de  Valkenburglaan en NS emplacement naar de brug 17  Van het 1 Para Bat loopt R-Cie verder over de Stationsweg en de S-Cie over de Parallelweg en Noorderweg naar de Utrechtseweg  18  Bij Mariëndaal  Duitse stelling (Spindlersperrlinie); 1e Para Bat &  A-Cie 3e Para Bat & Staffords worden hierdoor gestopt  19  Duitse aanval bij Lombok (19/9)   20  sterke Duitse Spindlersperrlinie op Bovenover en Onderlangs    21  Doodlopende Britse aanvallen bij het museum (Staffords) Bovenover en (1 & 3 Para Bat) Onderlangs  22  alternatieve routes van      1,  3  en 11 Para Bataljons en Staffords naar de spoorwegtunnel bij de Benedendorpsweg en Klingenbeekseweg en vervolgens de Hulkesteinseweg  naar het Rijnpaviljoen  23* ‘Witte Villa’ (Diependalstraat)    24  route 11 Para bat (Ginkelse hei) en South Staffordshire Bataljon van LZ ‘S’

 

* In hotel Hartenstein was het Britse Divisie HQ gevestigd en daarachter op de tennisbanen was een verzamelplaats voor de bijna 200 Duitse krijgsgevangenen en de enige (Duitse) vrouwelijke krijgsgevangene van de slag om Arnhem: Luftwaffe-Nachrichtenhelferin Irene Reimann van Fliegerhorst Deelen. Later werden zij bevrijd  in een keldercomplex nabij de Rijn door Krafft’s SS Bataljon.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.