Ingrid Maan en Hans Timmerman
Bijlage bij Nieuwsbrief No. 117 van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek, februari 2010

I. Duitse veteranen aan het woord over “Arnheim”
Onder de hoede van de Projectgroep Gelderland 1940-1945, bestaande uit Geert Maassen en Peter Wouters van het Gelders Archief, Dick Schlüter van het Airborne Museum, Hans Timmerman van de Gelderland Bibliotheek, en, sinds kort, Edwin van Brakel van het Museum Vliegbasis Deelen, wordt onderzoek gedaan naar Duitse oorlogsveteranen. Het gaat om het vergaren van historische gegevens over personen die tijdens de Slag om Arnhem en kort daama tijdens het offensief in de Betuwe in oktober 1944 in de regio Arnhem gevochten hebben. De informatie wordt op professionele wijze vastgelegd, ook op beeld en geluid, en zodoende toegankelijk gemaakt voor onderzoek en museumeducatie. Daardoor zal belangrijke detailinformatie over het verloop van de gevechten aan de archieven toegevoegd worden. Het verkregen materiaal zal tevens in het museum gebruikt worden voor de vaste presentatie en voor wisselexposities.
In tegenstelling tot ooggetuigenverslagen van Britse en Poolse oorlogsveteranen en van Nederlandse burgers is in verhouding veel minder materiaal beschikbaar van Duitse oud-militairen. De belangrijkste oorzaak was jarenlang de emotionele beladenheid als het ging om Nazi-Duitsland, waardoor de blik meer gericht was op de geallieerde kant. Een andere reden is het feit dat in Duitsland decennialang een taboe lag op het Nazi-verleden. Men sprak er niet graag over. Aan het eind van hun leven willen oorlogsoog- getuigen alsnog hun verhaal kwijt.
In mei 2009 ben ik voor één dag in de week bij het museum aangesteld als projectleidster van de ‘Duitse ooggetuigen’, met de opdracht om zoveel mogelijk veteranen op te sporen. Van de SS-Pantserdivisies Frundsberg en Hohenstaufen was al meer materiaal verzameld, maar van de Wehrmacht, Luftwaffe en Kriegsmarine is te weinig bekend, waardoor het tot op heden niet mogelijk is geweest om een volledig beeld te krijgen.
Voor een subsidieaanvraag bij het VSB-fonds was een lijst met namen samengesteld van mogelijk te interviewen veteranen. Allereerst heb ik de adressen op internet ge-controleerd. Via gemeenten probeerde ik de personen te achterhalen van wie de informatie onduidelijk was. Dat leverde van verschillende mensen het gegeven op dat ze inmiddels gestorven waren. De zoon van een ‘Wein- gutbesitzer’ belde mij op om te vertellen dat zijn vader in 2005 overleden was, maar dat hij zeker meegewerkt zou hebben. Hij verwees mij naar instanties waarvan
ik voor mijn speurtocht gebruik zou kunnen maken. 65 jaar na dato blijkt wel dat we 20 jaar eerder met dit project hadden moeten beginnen, maar toen was de tijd daar nog niet rijp voor. Nadat ik allerlei instanties had aangeschreven, van ‘Reservistenverbande’,‘Kameradschaftsvereine’, ‘Bundeswehr’, enzovoort tot zoekopdrachten die ik uitgezet heb bij het Rode kruis, stadsarchieven, ‘Zeitzeugenbörsen’, media en noem maar op, begon ik mij af te vragen of er wel iets zinvols uit

Hans Kürten, 1944.
(privé-collectie Kürten)

zou komen. De meeste organisaties waren zeer behulpzaam, maar konden geen veteraan aanleveren.
Er werden ook bestaande contacten opgefrist. Speciaal op de persoon toegesneden vragenlijsten werden door de veteranen ingevuld, zodat we konden beoordelen of we met hen verder wilden gaan. Een van hen is Hans Kürten uit Hitdorf bij Leverkusen. De standaardbrief werd opgestuurd, waarna hij mij spontaan thuis belde. Het eerste contact was gelegd. De vragenlijst werd door hem ingevuld en na vele telefoontjes heen en weer besloot Kürten zelf naar Nederland te komen. Hij wilde de plekken terugzien waar hij gevochten had en waar hij gewond raakte. Allereerst bezochten Hans Timmerman en ik hem, ter voorbereiding van het interview, in Leverkusen. We hadden besloten om tijdens deze eerste ontmoeting niet meteen te filmen. Wel was het jammer dat we geen geluidsopnamen hebben gemaakt, want Kürten vertelde veel en graag. Zo was daar het verhaal van de boerderij aan de Drielse kant van de spoorlijn Amhem-Nijmegen, waar hij begin oktober 1944 zat.
Voor het interview in Nederland werd een camerateam van XO-Media uit Nijmegen ingehuurd. Voordat Kürten zou komen, moest uitgezocht worden welke boerderij hij bedoelde. Er volgden vele telefoontjes. Peter Wouters ging met een camera op pad en fotografeerde de hoeve van boer Weijers aan de Drielse dijk. Deze had immers een grote poort waarover Kürten gesproken had. De foto’s werden per post opgestuurd, maar helaas, het was niet de boerderij. Toen ben ik met het pontje over gefietst. Het moest een klein daglonerboerderijtje zijn, vlak bij de spoordijk. Nummer 115 leek het te zijn, maar die had geen poort. De eigenaar vertelde echter dat die er wel was geweest. Ook het trappetje naar de dijk, waar Kürten gewond op was gekropen, paste helemaal in het verhaal. Maar de veteraan herkende de boerderij niet. Ik ben die week nog een paar keer de Rijn overgestoken. Ik heb alle agrarische bebouwing aan de dijk en aan de Achterstraat gefotografeerd en per mail naar Kürtens zoon gestuurd. De tijd drong; we hadden nog drie dagen tot aan het interview te gaan! Dit keer bleek nummer 115, het pand van boer Klein-Mentink aan de Drielse dijk, toch het bewuste daglonerboerderijtje te zijn. Ook aan de Achterstraat her-kende Kürten een hoeve, waar hij nog eens een kijkje wilde nemen. Maar van wie was dat pand? Boer Weijers mocht ik altijd op zijn 06 bellen en zo vertelde hij tussen het ‘koein melkn’ door dat Toon Koenders de eigenaar was. Via diens werk kreeg ik uiteindelijk zijn 06-nummer en kwam ik erachter dat er geen bezwaar was tegen het bezoek van een Duitse veteraan. Ook boer Klein-Mentink en diens vrouw stonden niet ambivalent tegenover ons bezoek, inclusief een filmteam. Voor Kürten was dat de belangrijkste vraag: Hoe reageren de mensen op mij?

Woensdag 12 augustus 2009 om 12.00 uur was het zover. Bij het Engineer Monument op de Drielse dijk ontmoetten we elkaar: Hans en ik, Kürten en zijn dochter. We reden allereerst naar de boerderij van Koenders aan de Achterstraat. Dit was niet in het filmdraaiboek opgenomen, maar we hadden nog wel wat extra tijd om aan deze wens van Kürten tegemoet te komen. De opwinding was groot toen de Duitser het laddertje in huis meende te herkennen waarmee hij destijds de bovenverdieping had bereikt. Als hij niet door dochterlief was tegengehouden, zou hij omhoog geklommen zijn, om door het luikje te kijken waarachter vandaan hij op de Britten schoot die in het huis ernaast zaten.
Na een pannenkoek bij de Steenen Camer, waar het film-team bij ons groepje aansloot, begaven we ons naar de boerderij van de familie Klein-Mentink. Uitgerekend die dag stroomde de regen uit de hemel. Maar Kürten liet zich niet van de wijs brengen: in Rusland had hij onder veel extremere omstandigheden zijn taak moeten volbrengen! In Driel wist hij zich kruipend met een gewonde voet uit de oorlog te redden. Gedurende 20 jaar bracht hij vanwege de gevolgen van een opgelopen ziekte tijdens de gevechten in Rusland, regelmatig tijd in ziekenhuizen door; met 49 jaar werd hij arbeidsongeschikt verklaard. ‘Der Krieg hat meine Jugend versaut’, en nu zou hij daarover vertellen. Als oud-voorzitter van de CDU-Leverkusen was hij gewend in het openbaar te spreken, en dat was te merken, want de woorden vloeiden zonder haperen uit zijn mond.
Vervolgens werd het interview voortgezet in het Gelders Archief in Arnhem. Toen we uiteindelijk om 17.30 uur het archief verlieten, begaven we ons voor een afsluitend etentje naar Hotel Dreyeroord in Oosterbeek, waar we in de Airbornekamer ontvangen werden met een borrel. En ik weet niet wie die borrel harder nodig had… Drie weken later, vele telefoontjes, een korte film en prachtige foto’s verder, vertelt Kürten dat hij weer aan dingen gedacht heeft die hij totaal vergeten was. Hij had die nacht niet meer kunnen slapen.
Ondertussen ging de zoektocht verder. In totaal zijn ruim 80 instanties en personen per brief en mail benaderd, werden promotiemogelijkheden aangegrepen (bijvoorbeeld tijdens deVolkstrauertag in Ysselsteyn, waar Duitse soldaten van onder andere de Slag om Arnhem begraven liggen), en werden zoekopdrachten geplaatst in tijdschriften van onder meer soldatenbonden. Een museumcollega bleek ook zijn contacten voor ons te hebben, en een reeds geïnterviewde veteraan zet zich in om hem bekende oud-militairen te benaderen. Het was gelukt om hooggeplaatste personen bij ons project te betrekken, zoals de Duitse ambassadeur, die het bij de Verteidigungsattaché onder de aandacht heeft gebracht, en een Generalmajor b.d., die zijn contacten heeft nagetrokken. Dit alles heeft ertoe geleid dat nog twee filmpjes gemaakt werden, en dat met twee andere veteranen uitvoerig gesprekken gevoerd werden per telefoon, brief en tijdens bezoek thuis. Deze mannen bleken echter slechts zijdelings, of bij nader inzien geheel niet, bij de Slag betrokken te zijn geweest, waardoor we van verdere stappen afzagen.
Dit blijkt een veelvoorkomend probleem. De veteranen waren in 1944 in Nederland, en denken daarom aan de Slag om Arnhem meegedaan te hebben, of ze weten zich slechts flarden te herinneren, waarbij die gekleurd zijn door filmbeelden en literatuur. De informatie blijkt dan te gebrekkig om daar historisch waarde aan te kunnen hechten. Op dit moment lopen contacten met negen ve-teranen, van wie we de komende tijd moeten vaststellen of ze interessant voor ons project zijn.

II. Het verhaal van Hans Kürten
Van 17 tot 26 september 1944 werden in het kader van operatie Market-Garden door Britse en Duitse militaire eenheden in Arnhem en Oosterbeek en omgeving zware gevechten geleverd die later onder de naam Slag om Arnhem bekend zouden worden. Aan geallieerde zijde vocht de lst British Airborne Division, aangevuld met de Ist Polish Independent Parachute Brigade Group. Deze eenheden zagen zich geplaatst tegenover de gedecimeerde 9.SS- Panzerdivision “Hohenstaufen” en de lO.SS-Panzerdivision Frundsberg , en de zogenaamde Westgruppe, die bestond uit diverse eenheden van Wehrmacht, Kriegsmarine, Waffen- SS en Lujtwaffe. Gedurende de strijd werden deze Duitse formaties voortdurend aangevuld met materieel en manschappen.
Tijdens de gevechten bij Arnhem en Oosterbeek waren de geallieerde grondtroepen doorgedrongen in de Betuwe en hadden onder meer het dorp Eist veroverd. Het doorstoten richting Arnhem werd door het Duitse opperbevel als een groot gevaar gezien. Daarom viel al tijdens de Slag om Am em het besluit het Il.SS-Panzerkorps, samen met de

Op 12 augustus 2009 wordt Hans Kürten voor de camera geïnterviewd in Driel. (Foto Hans Timmerman)

9. Panzerdivison en de 116. Panzerdivision, die uit het front bij Aken werden aangevoerd, in een nieuw offensief in de Betuwe in te zetten. Een van de mannen die begin oktober 1944 in actie kwamen, was Obergefreiter Hans Kürten.
Hans Kürten, destijds woonachtig in Hitdorf bij Leverkusen, moest op 6 januari 1943 opkomen voor de Reichsarbeitsdienst in Strahlen bij Venlo, waarvoor hij vijf maanden op Fliegerhorst Venlo werd gestationeerd. Vanwege zijn technische achtergrond werd hij belast met het onder-houd van vliegtuigmotoren. In juni 1943 kreeg hij zijn oproep voor militaire dienst en werd in Rheine bij het Grenadier Regiment (motorisiert) 60 ingedeeld, een onder-deel van de 16. Panzer Grenadier Division.
In november 1943 werd hij naar het Oostfront verplaatst. De reis per trein duurde 12 tot 14 dagen, waarna de eenheid ’s nachts aankwam in Ingulets (Oekraïne). Dat ze bij het front waren gearriveerd, werd snel duidelijk, want al na een half uur vlogen de eerste granaten over de mannen heen. Bij Ingulets betrokken zij stellingen in een dorp aan de gelijknamige rivier. Kürten was ordonnans, en verzorgde te voet het berichtenverkeer tussen de commandopost van zijn eigen compagnie en het bataljon waartoe zijn afdeling behoorde. Het regiment werd onder andere ingezet bij Dnjepropetrowsk, “Südabschnitt” van het Oostfront.
Op 6 maart 1944 werd Kürten getroffen door granaatscher-ven, en per trein naar het Lazarett in Odessa gebracht, waar hij geopereerd werd. Hij was zijn identiteitsplaatje kwijt, waarschijnlijk doordat dit was geraakt door een scherf. Vervolgens vroeg hij een nieuw plaatje aan, maar vond zijn oude later terug onder in zijn schoen. Kürten heeft het plaatje, met de deuk van een granaatscherf erin, tot op de dag van vandaag in zijn bezit. Uiteindelijk werd hij per trein vervoerd naar een Lazarett bij Bad Ischl, ten oosten van Salzburg in Oostenrijk.
Terwijl Kürten herstelde van zijn verwondingen werd de 16. Panzer Grenadier Division verplaatst naar noord-Frank- rijk. De divisie had zware verliezen geleden bij Uman. Uit de resten werd de 116. Panzer Division opgericht. Kürtens eenheid kreeg de nieuwe naam Panzer Grenadier Regiment 60. Zijn compagnie werd onder meer bij Dieppe ingezet voor de bewaking van de divisiestaf.
Nadat Kürten enkele weken Genesungsurlaub had gekre-gen, keerde hij terug naar zijn eenheid. Op 6 juni 1944 vonden de geallieerde landingen in Normandië plaats. De 116. Panzer Divison werd in eerste instantie in reserve gehouden maar later in de maand juli naar het front ge-stuurd. Daarna was Kürtens regiment voortdurend op de terugtocht.
Eind augustus, begin september 1944 werd het Panzer Grenadier Regiment 60 verplaatst naar Aken, waarbij Kürtens compagnie in de omgeving van het treinstation Rothe Erde tegen Amerikaanse troepen werd ingezet. Later werden zij verplaatst naar het Aachener Stadtivald, waar hij samen met een kameraad een Maschinengetuehr-42 bemande.
Eind september 1944 kwam het bevel om naar Arnhem te gaan. Kürten was 19 jaar en had ondertussen de rang van Obergefreiter. Zijn compagnie werd vanaf een verza-melpunt met vier vrachtwagens, in etappes, naar Arnhem vervoerd. De reis liep onder andere via Düsseldorf, Bocholt, waar men een korte stop maakte, Emmerich en Elten, en vond zowel overdag als ’s nachts plaats. Het transport verliep voorspoedig. De colonne werd onderweg niet aangevallen door geallieerde jachtvliegtuigen.
De eenheid kwam rond 1 oktober, in de nacht, bij Arnhem aan, en nam posities in bij Elden, bij een boerderij in de buurt van de spoorlijn Amhem-Nijmegen. De mannen groeven schutterputjes om zichzelf te beschermen, en werden de eerste dagen diverse keren aangevallen door jachtbommenwerpers, waarbij geen verliezen werden geleden. Op de late avond van 3 oktober kregen ze bevel de volgende ochtend stellingen in de richting van Driel aan te vallen, en de vijand te vernietigen. De mannen maakten zich bij de boerderij aan de spoordijk klaar voor de aanval. De iets meer naar het oosten gelegen hoeve Elderhof was ingericht als commandopost. De 14. Schiffsstammabteilung van de Kriegsmarine, die ten westen en zuidwesten van Elderhof werd ingezet, werd onder bevel van het Panzer Grenadier Regiment 60 geplaatst.
In de vroege morgen van 4 oktober werd, na een artillerie- barrage van drie minuten, de aanval ingezet. Deze vuur- steun was afkomstig van tanks van het Panzer Regiment 116, die op de noordoever van de Rijn stonden. Doordat het vuur te gering was, te kort werd ingezet en daarbij niet goed gericht was, kon dat niet voldoende ondersteuning bieden bij de aanval. Enkele soldaten rondom Kürten sneuvelden al in het begin, op de spoordijk. De Obergefreiter zelf wierp zich plat op de grond tussen de spoorrails, waar hij enige tijd bleef liggen. Kruipend probeerde hij de veilige kant van de dijk te bereiken, waarbij hij trachtte een getroffen kameraad, Gefreiter Johann Findeis, mee te slepen, wat niet lukte. Uiteindelijk bereikte hij de Eldense kant van de spoordijk. De aanval op Driel liep door zware tegenstand vast, waarna Kürtens eenheid zich terugtrok richting dijk en spoorbrug. Tegen de avond waren de spoordijk en het gebied er direct westelijk van in Duitse handen.
Johann Findeis’ veldgraf werd na de oorlog bij de spoordijk aangetroffen.
Die nacht kregen Kürten en zijn kameraden de opdracht om evenwijdig aan de Rijn, via de Rijndijk in westelijke richting op te rukken en een omtrekkende beweging te maken, om zo in rug van de tegenstander te komen. Dit lukte zonder dat de vijand het in de gaten had. Ze trokken op naar twee huizen aan de Achterstraat, met de huisnummers 3 en 5, en namen daar met ongeveer twintig man posities in. Kürten en zijn kameraad Brühl plaatsen hun machinegeweer achter een boom aan de achterzijde van nummer 5.
In de ochtend had de tegenstander snel in de gaten dat Kürten en de zijnen in hun rug stelling hadden genomen, waarna deze zich eerst terugtrok en vervolgens het huis Achterstraat 3 bezette. De strijdende partijen beschoten elkaar, maar geen van beiden had de durf te proberen het huis van de ander in te nemen. Door gebrek aan hand-granaten en andere infanteriewapens moesten Kürtens mannen terugtrekken. Langs de achterkant van het huis gingen zij via boomgaarden en sloten in de richting van de Drielse Rijndijk, naar de boerderij met huisnummer 113. De actie duurde uren.
Terwijl de mannen op weg waren, werden zij enkele tientallen meters voor de woning door zeer goed gericht artillerievuur overvallen. Ze zochten dekking, en Kürten plaatste zijn kisten met machinegeweermunitie aan beide zijden van zijn hoofd om zich te beschermen. De granaten sloegen zeer dichtbij in, en Kürten werd door scherven in zijn voet getroffen. Een kameraad, Obergefreiter Rudolf Pümpel, die vlak achter hem lag, kwam hierbij om het leven. Pümpel kreeg later, samen met zes andere Duitse gesneuvelden, een veldgraf in de berm van de Molenstraat.
Kürten sprong op en probeerde te lopen, maar dat bleek niet mogelijk. Daama sleepte hij zich zwaar gewond in de richting van de naastgelegen woning (115), waar andere mannen van zijn eenheid waren. Daar werd hij provisorisch verbonden. Vlakbij was op de schuine helling van de dijk een trap. Een kameraad probeerde Kürten te helpen, door hem op de rug te nemen en via de trap over de Rijndijk richting de uiterwaarden te dragen. Ze werden beschoten. De kameraad liet Kürten vallen en vluchtte het huis in. De Obergefreiter werd door een kogel in de duim geraakt. Toch wist hij, hevig bloedend aan zijn voet, via de trap over de Rijndijk te kruipen.
Aan de andere kant van de dijk stond een Panzerspahwagen klaar, een voertuig bedoeld voor gewondentransport, waarmee hij uit het frontgebied werd afgevoerd. Tijdens de rit raakte hij af en toe het bewustzijn kwijt. Kürten werd vervoerd naar een Lazarett, gevestigd in een non-nenklooster in Almelo, waar ook Britten verzorgd werden.
Vanuit Almelo werd hij vervoerd naar een ziekenhuis in een klooster in Gronau in Westfalen. Zijn wond genas niet goed, en het was de vraag of zijn voet geamputeerd moest worden. Een chirurg uit Keulen wist dit te voorkomen. Om de pijn te verlichten kreeg Kürten morfine toegediend. Vanuit Gronau werd hij vervoerd naar een militair hospitaal in Senftenberg, bij Dresden. Omdat het Russische leger vanuit het oosten steeds dichterbij kwam, werd hij vervolgens met een Lazarettzug, een gewondentrein, vervoerd naar Osnabrück (Liebisch) en daama naar Diepholz bij Bremen, waar hij in een school werd ondergebracht. Daar kreeg hij de mededeling dat hij naar huis mocht, maar door zijn verwonding was hij daartoe niet in staat. Tenslotte werd hij naar een Lazarett in Jesteburg bij de Lüneburger Heide gebracht.
Uiteindelijk werd hij daar op 19 april 1945 door Britse troepen gevangen genomen, en later overgebracht naar het krijgsgevangenenkamp “Münsterlager” in het Münsterland, waar de soldaten in barakken werden gehuisvest. Het was een voormalig opleidingskamp van de Duitse Wehrmacht. De verzorging was minimaal. Vier biscuitjes, een klein stukje boter, een eetlepel droge groente en een lepeltje suiker waren het dagrantsoen. Door het gebrek aan voeding was Kürten steeds duizelig. Ondertussen herstelde zijn wond langzaam, en kon hij met behulp van krukken lopen. In juli kregen de krijgsgevangenen die in de landbouw konden werken, de kans om naar huis te gaan. Ondanks het feit dat Kürten alleen op krukken kon lopen, lukte het hem op deze manier te worden ontslagen. Hij gaf aan in staat te zijn een tractor te besturen. Andere gevangenen werden naar Engeland verscheept. Na een reis van vier dagen in een vrachtwagen bereikte de Obergefreiter zijn woonplaats.
In februari 1946 kreeg Kürten werk bij de Bundesbahn, de Duitse spoorwegen, waar hij zich bezighield met het repareren van kapotte motoren van locomotieven.
Hans Timmerman
Bronnen
– Einsatz der 116. Pz.Div. im Raum Amheim in der Zeit vom 27.9-9.10.44 (MS#P-171)
– Fragebogen Hans Kürten
– Interview met Hans Kürten, Driel/Amhem, 12 augustus 2009
– Tessin, Georg; Verbande und Truppen der deutschen Wehrmacht und Waffen-SS im Zweiten Weltkrieg 1939-1945 (17 Bd.), Osnabrück – Bissendorf, 1979-2002.
– Verslag van een gesprek met Hans Kürten, Hitdorf, Duitsland, 6 juli 2009
– www.volksbund.de/Grabersuche
– www.googlemaps.nl
– www.watwaswaar.nl
– www.lexikonderwehrmacht.de

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.