VRIENDEN VAN HET AIRBORNE MUSEUM

Utrechtseweg 232
6862 AZ Oosterbeek
Tel. museum (026) 333 77 10
Tel. penningm. (026) 334 13 40
ISSN 1383-3413
Nieuwsbrief No. 80, november 2000
Redactie:
Drs. R.P.G.A. Voskuil
C. van Roekel
G.H. Maassen jr. (026) 334 01 42

De Herdenkingsdienst op de Airborne Begraafplaats te Oosterbeek was op zondag 17 september 2000, en daarbij waren drie geestelijken betrokken. De Britse Keverend R.A.W. Boyce, geflankeerd door twee Nederlandse vrouwelijke collega’s: dominee M.M. van Zoest (links) en pastor M.H.A. Wiendels-Neijenhuis.(foto Berry de Reus)

Website Scholenproject
Al ruim 15 jaar kunnen leerlingen van de bovenbouw van het basisonderwijs en van de onderhouw van het voortgezet onderwijs bij hun bezoek aan het Airborne Museum gebruik maken van een werkstuk, dat als doel heeft structuur te geven aan de indrukken die zij tijdens hun bezoek opdoen.
Honderden scholen, zowel Nederlandse als Britse, en vele duizenden leerlingen hebben in deze jaren gebruik gemaakt van dit Scholenproject, en volgend jaar kunnen we waarschijnlijk de 50.000ste deelnemer verwelkomen.
In de inrichting van het museum worden echter voortdurend wijzigingen aangebracht van lijdelijke of permanente aard. Zo wordt de collectie regelmatig verrijkt met aanwinsten, en worden jaarlijks grote en kleinere thema-ten toonstellingen georganiseerd. Hierdoor lopen de expositie en het Scholenproject vaak ‘uil de pas’. De gedrukte werkstukken in die gevallen aanpassen, is zeer arbeidsintensief en vooral erg kostbaar. Ook op didactisch en organisatorisch gebied is het nodig van tijd tot tijd het project aan te passen. Zo werden groepsopdrachten ingevoerd, waarbij werk-groepjes de opdracht krijgen bepaalde aspecten van de gebeurtenissen in september 1944 nader te bestuderen, om vervolgens met andere groepen tot een uitwisseling van informatie te komen. Een rijke variatie aan vragen en opdrachten daagt de deelnemer uit tot een extra inspanning. Tot nog toe werden de gedrukte Scholenprojecten via de post opgestuurd naar de scholen die te kennen gaven dat zij het Airborne Museum wilden bezoeken. Toen de voorraad van deze gedrukte projecten opraakte, is besloten een andere weg in te slaan. Gebruik werd gemaakt van de nieuwe communicatietechnieken die de afgelopen jaren hun intrede hebben gedaan, in dit geval het Internet. De nieuwste edities van zowel de Nederlandse als de Engelse versie van het Scholenproject zijn sinds kort in hun geheel op de website van het Airborne Museum ondergebracht. Daarmee kan iedere school, waar ook ter wereld, die toegang heeft tot Internet, het Scholenproject gratis ‘downloaden’. Dit is voor Nederland een unieke werkwijze, waarmee wij zelfs op Europees niveau een voortrekkersfunctie vervullen. De technische kant van hel project werd op een voortreffelijke wijze verwezenlijkt door de firma De Kleuver uit Veenendaal. Op vrijdag 15 september jl. was het zover. Na de decoratieplechtigheid van Wybo Boersma (zie hier-onder) heeft het bestuur van de Vereniging Vrienden het Scholenproject nieuwe stijl overgedragen aan de Stichting Airborne Museum. U kunt het vinden op www.airbornemuseum.com.

Wybo Boersma geridderd
Vrijdag 15 september 2000. Op een rommelige, geïmproviseerde, maar buitengewoon gezellige en ongedwongen bijeenkomst in Huize Hartenstein, kreeg Wybo Boersma, directeur van het Airborne Museum, en adviseur van de Vereniging Vrienden, door de burgemeester van de gemeente Renkum, drs. J.W.A.M. Verlinden, de versierselen opgespeld die behoren bij zijn benoeming tot Ridder in de Órde van Oranje Nassau. In zijn speech sprak de burgervader zijn waardering uit voor het vele werk dat Wybo deed en doet voor het museum. Sinds 1974 maakt hij deel uit van het Stichtingsbestuur, en na de beëindiging van zijn militaire loopbaan in 1991 heeft hij zich geheel aan de organisatie en opbouw van het museum gewijd. Wybo Boersma is verantwoordelijk voor het collectiebeheer, de educatieve initiatieven, de public relations, en de jaarlijkse tentoonstellingen en boekenmarkten. Verder houdt hij zich bezig met de organisatie van ‘battlefield tours’, en geeft hij lezingen. Vanaf 1986 fungeert hij, namens de Stichting, als adviseur voor de Vereniging Vrienden. Daarnaast is hij zeer actief in de Scoutinggroep Pieter Maritz, in het Verbindingsmuseum van de Koninklijke Landmacht in Ede, en als voorzitter van de Documentatiegroep ’40-’45. Het bestuur van de Vereniging Vrienden heeft gemeend dat zijn bijzondere verdiensten en onze waardering voor zijn werk voldoende aanleiding waren om hem voor te dragen voor een koninklijke onderscheiding, met, zoals blijkt, een prachtig resultaat. Nadat de burgemeester hem de versierselen had opgespeld, werd namens de Vereniging Vrienden het woord gevoerd door voorzitter Chris van Roekel. Hij onderstreepte zijn lovende en waarderende woorden door op het aanwezige videoscherm met een demonstratie van de website van het Scholenproject, een speciale pagina aan te klikken met daarop de tekst: ‘Wybo, van harte gefeliciteerd namens Mevrouw Nanna Boersma ontving een fraaie bos bloemen. Hierna verraste de heer Duyts, namens het stichtingsbestuur, de decorandus met de bij de onderscheiding behorende draagmedaille. Dat het een geslaagde, gezellige en ongedwongen bijeenkomst was, moge onderstreept worden door hel feit dat de klok al bijna twaalf wees voordat iedereen met een goed gevoel huiswaarts keerde.
Ridder Wybo I: proficiat; je hebt het verdiend!
(Chris van Roekel)

’15 september 2000. In het Airborne Museum ‘Hartenstein’ ontvangt Wybo Boersma uit handen van de Renkumse burgemeester Vertinden de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
(foto Berry de Reus)

Herdenkingsenveloppe
Tijdens de afgelopen herdenking van de Slag om Arnhem heeft het Airborne Museum wederom een herdenkingsenveloppe uitgegeven. Het is de vijfde uit de serie, met als onderwerp ‘Monumenten van de Slag om Arnhem’. De envelop toont het monument voor de in september 1944 omgekomen Air Despatchers van het Royal Army Service Corps. Dit werd zes jaar geleden geplaatst ten noorden van de Airborne Begraafplaats, nabij een van de voormalige droppingsterreinen. De enveloppen zijn gefrankeerd met de 100 cent Rembrandt-zegel. De oplage bestaat uit 500 genummerde exemplaren. Ze zijn gestempeld op 17 september 2000 met het filatelistenstempel van het postkantoor in Oosterbeek. Evenals in voorgaande jaren is enveloppe No. 001 aangeboden aan de ‘Leaderof the Pilgrimage’, dit jaar brigade-generaal M.D.K. Dauncey, tijdens de Slag om Arnhem sectiecommandant van het G Squadron, The Glider Pilot Regiment. De enveloppen zijn te koop in het Airborne Museum, en kosten ƒ 7,-. Na de overmaking van ƒ 8,50 op giro 4184300 t.n.v. het Airborne Museum, Oosterbeek, onder vermelding van ‘Enveloppe 2000’, wordt deze toegestuurd.

Nogmaals de glider van Melksham
Naar aanleiding van het stuk van Niall Cherry in Nieuwsbrief No. 79 over de bij Melksham in Engeland neergekomen glider, ontvingen wij van Peter Clark uit Deurne, de man die samen met zijn echtgenote onze nieuwsbrief en ministory ten behoeve van de Engelse editie vertaalt, de volgende reactie. ‘Ik groeide op in Melksham, een klein stadje, ongeveer zeven of acht mijl van vliegveld Keevil. Ik wist niets van dat zweefvliegtuig totdat ik enige jaren geleden een artikel las in het ‘Melksham News’, een krant die ik regelmatig ontvang van vrienden uit Engeland. De in Nialls artikel genoemde politieman was een zekere Mr. Coleman. Na de oorlog had hij een kleine winkel, toevalligerwijs niet ver van de plaats waar de ‘Melksham glider’ was neergekomen. Ik weet niet of het toestel later is opgehaald. Wel herinner ik mij dat een boer gedurende een groot aantal jaren na de oorlog een vier of vijf meter lang deel van de romp van een Horsa gebruikte alskippenhok. Hel had een ingang zonder deur, en banken aan beide zijden van de romp. De perspex ramen waren nog intact. Deze romp stond in een deel van Melksham dat Lower Forest heet, waar ik toen woonde. Dit is dicht bij de plaats waar op 17 september 1944 de eerder genoemde Horsa neerkwam.’

Oproep
Al enige jaren ben ik bezig met het samenstellen van een lijst met namen van alle militairen van de 1st British Airbome Division die in september 1944 deelnamen aan de strijd bij Arnhem. Hieronder vallen ook de mannen van het Glider Pilot Regiment en de Polen.
Op het moment heb ik in totaal 11.000 namen en bijbehorende gegevens (rang, eenheid, etc.) verzameld. Graag zou ik willen weten of er leden zijn die belangstelling hebben voor deze lijst. Indien voldoende aanvragen binnenkomen, kan deze mogelijk worden gepubliceerd. Wanneer u geïnteresseerd bent in het namenoverzicht, stuurt u dan even een bericht naar Philip Reinders, Margrietstraat 4, 6991 XH Rheden, e-mail adres: abre.reinders@12move.nl. (Philip Reinders)

Informatie over foto gevraagd
Van ons lid Bert Hougardy ontvingen wij een foto die hij had gevonden op Internet.
Bij de afbeelding staat dat het gaat om mannen van het 2nd Parachute Battalion tijdens hun opmars door het dorp Heelsum. Omdat de betreffende website (21para.freeserve.co.uk/airborne.htm) niet meer toegankelijk bleek te zijn, kon geen verdere informatie over de foto worden verkregen. Daarom doen wij een beroep op onze lezers. Is deze foto, die wij hierbij afdrukken, werkelijk in Heelsum gemaakt op 17 september 1944? Indien dat zo is, waar is dan de exacte locatie? Wie is de fotograaf, en wie heeft de originele afdruk? Mensen die hierover inlichtingen kunnen verschaffen, wordt verzocht contact op te nemen met Geert Maassen, gemeentearchivaris van Renkum, Generaal Urquhartlaan 4, 6861 GG Oosterbeek, telefoon 026 3348303.

CDs over ‘Arnhem’ en ‘ Varsity’
Op initiatief van Lt.Col. D.A. Armitage, conservator van het Museum of Army Flying in Middle Wallop, is onlangs een groot aantal originele archiefstukken uit de collectie van het museum op CD-Rom gezet. Twee daarvan bevatten documenten over de Slag om Arnhem.
Op ‘Operation Market Garden, Arnhem, Volume I staan iets meer dan 550 bladzijden, waaronder Intelligence Reports, en Operational Instructions voor HQ 9th Troop Carrier Command, 52nd Troop Carrier Wing, Glider Pilots, 4″’ Parachute Brigade en lst Airlanding Brigade. Verder Operation Reports en War Diaries van lst Airborne Division, lst Airlanding Brigade, lst Parachute Brigade, 7 KOSB en het Recce Squadron. Ook is de Engelse vertaling van het rapport van de Duitse SS-Sturmbannführer S. Krafft in zijn geheel opgenomen.

Dankzij hel Internet kwam deze afbeelding tevoorschijn. Wie weel waar en wanneer de foto werd gemaakt?
(foto via Bert Hougardy)

Volume II bevat o.a. rapporten van de South Staffords, 9’h Field Company Royal Engineers en REME, en een aantal verslagen van militairen die na de slag wisten te ontsnappen. Een groot deel van de schijf is gevuld met grond- en luchtfoto’s, zonder onderschriften.
De CD over Operation Varsity is gebaseerd op het boek ‘Battlefield Tour Operation Varsity’, uitgegeven door de ‘British Army on the Rhine’ in 1947. Deze Battlefield Tours werden kort na de oorlog samengesteld voor officieren die de voormalige slagvelden gingen bezoeken. Ze zijn slechts in een zeer beperkte oplage gedrukt, en daardoor uiterst zeldzaam. De inhoud van het hele deel ‘Operation Varsity’, dat bestaat uit meer dan 100 bladzijden plus kaarten en foto’s, is op de CD-Rom gezet. Voor eenieder die zich interesseert in de Rhine Crossing operaties in maart 1945 is het een onmisbare bron van informatie. Een kleine kanttekening: op de CDs staat dat het copyright van de documenten en beelden berust bij het Museum of Army Flying. Een deel van de originele papieren en foto’s is echter oorspronkelijk afkomstig uit het Public Record Office en het Imperial War Museum. De drie CD-Roms werden in de serie ‘Archive Britain Campaign’ geproduceerd door Realvision Imaging Solutions Ltd, Suite 407 Victoria House, Somers Road North, Portsmouth, Hampshire, PO1 1PJ England. Telefoon (vanuit Engeland) 023 9275 6275. E-mail: request@archivebritain.com. De prijs per CD bedraagt£ 9.95. (Robert Voskuil)

Identificatie gesneuvelde Duitse militair
Door zijn onderzoek naar Duitse militairen die in Oosterbeek en omgeving zijn gesneuveld, is ons lid Hans Timmerman erin geslaagd een belangrijke bijdrage te leveren aan de positieve identificatie van een soldaat. De man in kwestie stond tot voor kort als vermist geregistreerd, maar bleek onder een afwijkende naam op de Duitse Militaire Begraafplaats te Ysselsteyn (Limburg) te liggen. Het gaat hierbij om Bootsmann Alfred Steckhan, die, ingedeeld bij het Marine Auffanglager Zwolle, op 20 september 1944 om het leven kwam. Dit Auffanglager werd kort na de geallieerde landingen in Normandië in juni 1944 opgericht om terugtrekkende marine- troepen uit Frankrijk en België op te vangen. Na het begin van Operatie Market Garden werd in het Auffanglager een gevechtseenheid onder de naam Marine Schützen Bataillon 250 gevormd. Dit onderdeel, ook wel Kampfgruppe 642 genoemd, werd vanaf 19 september 1944 in Oosterbeek en omgeving tegen de Britse luchtlandingstroepen ingezet. Waarschijnlijk was Alfred Steckhan bij deze eenheid ingedeeld. Na de gevechten keerde het bataljon naar Zwolle terug om als mogelijke personeelsreserve te dienen. In 1945, na de bevrijding, trof men Alfreds veldgraf langs de Valkenburglaan in Oosterbeek aan, maar hij werd geregistreerd onder de achternaam Sterkhan. Zijn stoffelijke overschot werd overgebracht naar de Duitse militaire begraafplaats ‘Ehrenfriedhof Zypendaal’ in Arnhem. Ondanks een brief die zijn vrouw in 1947 aan de gemeente Arnhem stuurde in de hoop de laatste rustplaats van haar man te vinden, slaagde men er destijds blijkbaar niet in de combinatie te leggen tussen de naam van de vermiste, en de ‘Alfred Sterkhan’ die op de lijst stond van opgegraven Duitse militairen in de gemeente Renkum. In 1948 werd ‘Sterkhan’ overgebracht naar de Duitse Militaire Begraafplaats in Ysselsteyn, waar men begin jaren ’60 alsnog geprobeerd heeft zijn ware identiteit vast te stellen. Men twijfelde dus zelf blijkbaar aan de juistheid van de naam. Aangezien dat ook toen niet lukte, lag hij tot voor kort enkel onder de naam Alfred Sterkhan zonder verdere persoonsgegevens begraven. Doordat Hans Timmerman in 1999 de bovengenoemde brief in het gemeentearchief in Arnhem aantrof, kon 52 jaar na dato de desbetreffende informatie toch nog worden gecombineerd met de onjuiste naam op de lijst van de gemeente Renkum. Een goede samenwerking tussen verschillende Duitse instanties had de positieve identificatie tot gevolg, en men is er ook in geslaagd de dochter van Alfred Steckhan op te sporen. Alfreds graf is te vinden op de begraafplaats te Ysselsteyn in blok BM, rij 12, grafnummer 283. In de loop van dit jaar wordt zijn grafsteen voorzien van de juiste gegevens. (Hans Timmerman/Geert Maassen)

Boolsniaini Alfred Steckhan.
(foto via mw. Annelicse Bauer)

Heinz Harmel overleden
Wij ontvingen het bericht dat op 2 september jl. Op 94-jarige leeftijd in Duitsland is overleden Heinz Harmel. SS-Brigadefuhrer und Generalmajor der Waffen-SS. Harmel was tijdens de Slag om Arnhem commandant van de 10.SS-Panzerdivision ‘Frundsberg’. Deze tank divisie opereerde in september 1944 hoofdzakelijk bij de Rijnbrug in de Gelderse hoofdstad, en in de Betuwe, waar ze de doorbraak van het 30e Britse Legerkorps naar Arnhem trachtte te verhinderen. Harmel was onder meer Trager des Eichenlaubes mit Schwertern zum Ritterkreuz des eisernen Kreuzes. Met zijn verscheiden is de laatste generaal van de Slag om Arnhem gestorven.

For No Apparent Reason’
Het boek for no apparent reason, The Shooting of Captain Brian Brownscombe GM, R.A.M.C.’ zou nooit geschreven zijn als ons lid Bob Gerritsen geen nieuwsgierig mens was geweest. Na de lezing van de publicaties ‘Verscheurde Horizon’ van Chris van Roekel en ‘Red Berets and Red Crosses’ van Niall Cherry, bleef hij zitten met de vraag onder welke omstandigheden Captain Brownscombe om het leven was gebracht. Nauwgezet onderzoek leverde een boek op over een klein feil in de grote Slag om Arnhem, maar wel met een van de weinige oorlogsmisdaden die tijdens de septemberdagen van 1944 zijn gepleegd.
Bobs boek heb ik met interesse en bewondering gelezen. Het vertelt in korte hoofdstukken de levensgeschiedenis van Brownscombe. Zijn medische studie en zijn toetreden tot het Royal Army Medical Corps leiden er toe dat we Brownscombe eerst met het 2nd Battalion The South Slaffordshire Regiment in Sicilië, en later als Regimental Medical Officer in Arnhem terugzien. Hij wordt krijgsgevangen gemaakt, en in het Gemeenteziekenhuis in Arnhem te werk gesteld voor de behandeling van Duitse en Britse gewonden.
Bij de ingang van het ziekenhuis pratend met een Deense Waffen-SSer, wordt hij door een SS-sergeant doodgeschoten. De beide Duitsers behoren tot een peloton van de SS-Kriegsberichter-Abteilung 5, de eenheid die mogelijk de propaganda met een luidsprekerwagen verzorgde in de omgeving van Hotel Hartenstein. Het boek gaat in op de levensgeschiedenis van de Deen Helwig-Larsen en van moordenaar Lerche, en eindigt – via een aantal getuigenissen van Britse officieren met het strafproces tegen de laatstgenoemde. Waarom Lerche Brownscombe doodschoot, wordt ook in het proces niet helemaal duidelijk. Was hij alleen maar dronken, kreeg hij een opdracht, of dacht hij dat Brownscombe een vluchtpoging ondernam?
Ondanks helaas enkele oneffenheidjes in de tekst, is het toch een zeer leesbaar en aan te raden boek. Het telt 32 bladzijden, is uitgegeven door ons lid Robert Sigmond, en kost ƒ 15,-. De publicatie is verkrijgbaar bij het Airborne Museum en de lokale boekhandel. (Okko Luursema)

De schrijver van het boekje ‘For No Apparent Reason’, ons lid Bob Gerritsen, bij het graf van dokter Brownscombe op het Airborne Kerkhof in Oosterbeek. (foto: Robert Sigmond)

‘Tugs and gliders to Arnhem’
Het boek ‘Tugs and gliders to Arnhem’, geschreven en in eigen beheer uitgegeven door ons lid Arie-Jan van Hees, heeft als ondertitel: ‘A detailed survey of the British glider towing operations during operation Market Garden 17, 18 and 19 September 1944’. Hiermee wordt direct de opzet van de publicatie aangegeven: een naslagwerk voor eenieder die geïnteresseerd is in _de rol die zweefvliegtuigen gespeeld hebben bij de landingen rond Arnhem, en bij het Britse deel van de acties bij Groesbeek. No. 38 en No. 46 Group RAF trokken deze gliders.
Uitgesplitst per Group en per vliegveld worden per dag de vluchten beschreven. Het boek geeft tevens uitgebreide informatie over de zweefvliegtuigen die Arnhem niet bereikten, en ergens onderweg een noodlanding moesten maken of verongelukten. Geen droge opsomming, maar gegevens, aangevuld met verslagen van ooggetuigen. Waar mogelijk worden de namen van de piloten vermeld. In het laatste hoofdstuk (19) worden de verschillende ladingen beschreven, verduidelijkt met foto’s. Zo krijgt men een idee hoe een en ander vervoerd werd. Tevens is een overzicht opgenomen van het materiaal dat uiteindelijk in Arnhem aangekomen is.
Hoewel het boek niet bedoeld is om de verdere lotgevallen na de landing van bemanning en lading te beschrijven, wordt dat speciaal bij de minder bekende eenheden, zoals de US Air Support Signal Teams en de RAF Light Warning Units, wel gedaan. De lezer die wat meer in deze materie thuis is, zal verschillende verhalen herkennen omdat ze deels eerder gepubliceerd zijn of uit bekende documenten komen, maar voor het geheel van het boek is dat geen bezwaar. De veelheid van informatie is zo groot dat moeilijk te controleren is of alle gegevens juist zijn. Bij een werk van deze omvang zal het onvermijdelijk zijn dat er hier en daar iets doorslipt. Zo wordt de rang van de Nederlandse sergeant commando Luitwieler op pagina 212 als luitenant gegeven. Het boek is goed geïllustreerd met veel, deels onbekende, foto’s. De bronvermelding bij die afbeeldingen is helaas wat rommelig. Zo zijn veel foto’s die onmiskenbaar afkomstig zijn uit de collectie van het Imperial War Museum, of tenminste ‘Crown Copyright’ zijn, vermeld als afkomstig uit andere archieven of van particulieren. Bij de 1WM foto’s was het juister geweest als ook het archiefnummer vermeld was, zoals het museum vraagt als het toestemming tot publicatie geeft.
Een misser is het dat het boek, dat pretendeert een naslagwerk te zijn, geen index heeft. Overigens is het wel de bedoeling dat deze alsnog los wordt uitgegeven. Dat de uitgave in het Engels geschreven is, zal voor de meeste Nederlanders geen bezwaar zijn.
Al met al is het boek een ‘must’ voor alle geïnteresseerden in de Slag om Arnhem. Een werkstuk waar de auteur trots op kan zijn, en dat voor de koper een aanwinst is voor zijn Arnhem bibliotheek. ‘Tugs and gliders to Arnhem’ telt 288 bladzijden, en is geïllustreerd met veel foto’s en kaarten. Het kan worden besteld bij de schrijver, door overmaking van ƒ 79,95 (ƒ 69,95 plus ƒ 10,- voor porto- en verpakkings- kosten) op gironummer 4594667 t.n.v. AJ. van Hees, Courtpendu 7, 6245 PE Eijsden. Het boek heeft geen ISBN nummer. (Wybo Boersma)

‘From Pacifist to Glider Pilot’
Onder de intrigerende titel ‘From Pacifist to Glider Pilot’ verscheen een boek dat werd geschreven door Alec Waldron. De auteur, die in 1920 werd geboren, beschrijft hierin de eerste 26 jaar van zijn leven, met de nadruk op de periode 1937 tot 1946.
Alec Waldron groeit op in een zeer godsdienstige gemeenschap met strenge regels. Een daarvan is een verbod om in militaire dienst te gaan. Na een moeizaam proces maakt hij zich definitief los uit dit dogmatische, religieuze milieu, wanneer hij in november 1940 dienst neemt bij het Royal Corps of Signals. In januari 1942 gaat hij over naar het Glider Pilot Regiment. Na zijn training op Horsa gliders succesvol te hebben volbracht, wordt hij ingedeeld bij de Sectie Inlichtingen van het hoofdkwartier van No. 1 Battalion, The Glider Pilot Regiment. Hij neemt in juli 1943 deel aan de landing op Sicilië, waar hij met zijn zweefvliegtuig in zee terechtkomt. In januari 1944 keert hij terug naar Engeland. No. 1 Battalion GPR is dan inmiddels omgevormd in No. 2 Wing GPR.
Op 17 september 1944 landt Waldron met zijn Horsa op de bouwlanden bij Wolfheze, en de volgende dagen neemt hij deel aan de gevechten in Oosterbeek. Hij opereert vanuit het hoofdkwartier van No. 2 Wing, dat is gevestigd in een huis aan de Hartensteinlaan. Aan het eind van de strijd weet hij met het restant van de divisie over de Rijn te ontsnappen. Na de Slag om Arnhem blijft hij bij het Glider Pilot Regiment, tot zijn demobilisatie in 1946.
De hoofdstukken over Sicilië en Arnhem vormen eigenlijk maar een bescheiden deel van het boek. Veel meer aandacht wordt besteed aan de opleidingen, de vliegtrainingen, en aan het leven in het regiment; dit alles vlot en met humor beschreven.
Er zijn niet zoveel persoonlijke verhalen van zweefvliegtuigpiloten gepubliceerd, en mede daarom is de uitgave een aanwinst voor de lijst met publicaties over de Britse luchtlandingstroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het boek telt 194 bladzijden, en is geïllustreerd met tientallen foto’s, waaronder drie grote, uitvouwbare, achterin. Een daarvan toont een prachtig mozaïek van Amerikaanse luchtfoto’s, genomen op 18 september 1944, met daarop de honderden op de landingszones ‘S’ en ‘Z’ neergekomen gliders. ‘From Pacifist to Glider Pilot’ (ISBN 1-873203-53-5) verscheen bij Woodfield Publishing, Bognor Regis, West Sussex, England, en kost £ 9.95. (Robert Voskuil)

‘Arnhem, The Fight To Sustain’
Bij de beschrijvingen van de Slag om Arnhem gaat de meeste aandacht uit naar de gevechtseenheden. Zoals alle strijdmachten beschikte ook de Britse Airborne Divisie over een aantal onderdelen die dergelijke troepen in staat stelden het gevecht te voeren. Van veel van deze eenheden is de geschiedenis bij Arnhem reeds beschreven. Zo kennen we onder andere de verbindingstroepen uit ‘Echo’s from Arnhem’ door Lewis Golden, de geneeskundige onderdelen uit ‘Red Berets and Red Crosses’ van de hand van Niall Cherry, de technische eenheden uit ‘With Spanners Descending’ door Joe Roberts, en de militaire politie uit ‘The Pegasus Patrol’ (auteurs J. Turnbull en J. Hamblet). Over andere, vooral kleine onderdelen, was tot voor kort nog weinig bekend.
Met het boek ‘Arnhem, The Fight To Sustain’ door Brigadier Frank Steer, dat in september jl. is uitgekomen, wordt de geschiedenis van de ondersteuningseenheden, die tegenwoordig in het Royal Logistic Corps bijeengebracht zijn, uitvoerig beschreven. Het gaat hierbij om het toenmalige Royal Army Service Corps, het Royal Army Ordnance Corps, het Army Catering Corps, het Pioneer Corps, en de Royal Postal Section. Door deze onderdelen zijn na de slag zelden verslagen gemaakt. De beschikbare gegevens zijn incompleet. Zelfs is niet precies bekend welke militairen bij Arnhem zijn geweest. Met als bronnen de in Engeland en Nederland aanwezige, beperkte hoeveelheid gegevens en interviews van veteranen, heeft Frank Steer uiteindelijk een goed samenhangend boek geschreven; voorwaar geen sinecure.
Zeer systematisch worden eerst de opbouw en de taak van deze eenheden binnen de organisatie van de Airborne Divisie beschreven. Daarna volgen de planning, de overtocht, de landing, en de strijd; per eenheid. Dit geplaatst in het kader van het totale verloop van de slag. Doordat de operatie uiteindelijk niet volgens plan verliep, kwam van de eigenlijke taak van de logistieke eenheden niet zoveel terecht. Verschillende militairen van deze onderdelen kregen soms een heel andere opdracht. Uiteindelijk werden de meeste ingezet als infanterist, maar ook dat maakte deel uit van hun opleiding. Frank Sfeer toont aan dat et concept van de logistieke organisatie voor een luchtlandingsdivisie wel goed was, en als zodanig nog steeds gevolgd wordt.
Het aandeel van het ‘Seaborne’ deel van de divisie, dat Arnhem – over de grond – nooit heeft bereikt, blijft m dit boek niet onvermeld. Ook beschrijft de auteur de Airborne Forward Delivery Airfield Group (Al-DAG), die op 26 september 1944 bij Grave landde. Het geheel wordt afgewisseld met korte ooggetuigenverslagen, een afwisseling die de leesbaarheid ten goede komt. Een droge opsomming van onderdelen en feiten wordt zo vermeden.
Op verschillend plaatsen vermeldt de auteur waar het niet mogelijk was alle gegevens boven water te krijgen. Met voetnoten aan het einde van elk hoofdstuk worden de bronnen vermeld of wordt aangegeven dat afwijkende gegevens bestaan.
Van de ondersteuningseenheden zijn weinig foto’s tijdens de slag bekend. Maar de auteur heeft dit ondervangen door de plaatsing van veel niet eerder gepubliceerde beelden van de voorbereidingen in Engeland, en van veel portretfoto’s van militairen. Wel is het jammer dat de vormgever het merendeel van deze afbeeldingen op de rand van de pagina’s heeft geplaatst, waardoor vooral de foto’s aan de binnenkant van de bladzijden de lezer noodzaken het boek erg ver open te vouwen.
Helaas blijkt ook hier weer dat het vermelden van de juiste Nederlandse namen voor Britse schrijvers soms moeilijk is. Wat bijvoorbeeld te denken van een ‘resupply dropping’ aan de ‘Van Lehnehopweg’? Bij de beschrijving van het Air Despatch monument, niet in Arnhem zoals vermeld maar in Oosterbeek, wordt wel het 47 Air Despatch Squadron, The Royal Logistic Corps genoemd, die het in Engeland gemaakte monument in Oosterbeek opgebouwd zou hebben. Maar de leden van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum die belangeloos hel meeste werk gedaan hebben, blijven onvermeld.
Dit zijn echter kleine onvolkomenheden, en het boek is door mij dan ook in één adem uitgelezen. Een ‘must’ voor iedereen die de Slag om Arnhem serieus bestudeert! Ondanks de forse prijs van £ 25 (= ƒ 90,-) zal het zijn weg zeker vinden onder de leden van onze vereniging.
Overigens heeft de auteur besloten dat alle winst die op het boek wordt gemaakt, naar het RLC Benevolent Fund en het Airborne Museum gaat.
‘Arnhem, The Fight To Sustain – The Untold Story of the Airborne Logisticians’, door Frank Steer, uitgegeven door Leo Cooper, onderdeel van Pen & Sword Books Ltd, Barnsley, South Yorkshire, Great Britain, September 2000, ISBN 0 85052 770 8, 176 pagina’s, geïllustreerd. Engelse tekst. In Nederland is het te koop in het Airborne Museum ‘Hartenstein’. Het boek is in Engeland verkrijgbaar bij de Corps Adjudant RLC, RHQ The RLC, Dettingen House, Deepcut, Camberley Surrey, telefoon 01252 340864. Het is ook te bestellen bij Amazon, via het Internet, hetgeen misschien gemakkelijker is voor mensen die niet in het Verenigd Koninkrijk of Nederland wonen. (Wybo Boersma).

Militairen van hel Royal Army Service Corps laden een mand mei voorraden in een Dakota. Op de voorgrond zijn op de vloer de rollerbanen zichtbaar waarover de manden konden worden geschoven. Dit vergemakkelijkte en versnelde het laden en het uitworpen door de Air Despatchers. De foto staat ook in Frank Stoers boek ‘Arnhem, The Fight To Sustain’. (Courtesey Imperial War Museum, Londen; CH 12945)

Engelse editie van ‘Over & Over’
Van hel boekje ‘Over & Over – Ooggetuigenverslagen van de Slag om Arnhem’, dat werd samengesteld door Peter-Alexander van Teeseling uit Oosterbeek, en waarvan wij in een vorige Nieuwsbrief melding maakten, is nu een Engelse uitgave verschenen. Deze is getiteld ‘Over & Over – Eyewitness Accounts of The Battje of Arnhem’. De vertaling, die 96 pagina’s telt en is geïllustreerd met 120 foto’s, werd verzorgd door Kilty Brongers. Tevens is een gewijzigde herdruk van de Nederlandse uitgave verschenen. ‘Over & Over’ werd uitgegeven bij ‘Kontrast’ in Oosterbeek. De prijs bedraagt ƒ 25,-.

‘Blik Omhoog 1940-1945’ is af
Over het vierde en laatste boek in de serie ‘Blik Omhoog 1940-1945’ (ondertitel ‘Wolfheze en de Zuid- Veluwe in oorlogstijd’) berichtten wij kort in de Nieuwsbrief van oktober 1999, maar omdat het de afsluiting van een memorabele reeks betrof, komen we er hieronder uitgebreider op terug. Met de in deze Band S opgenomen index van zo’n 3100 persoonsnamen en ruim 900 plaatsnamen is het karakter van de boekenreeks wel aangetoond: namen noemen bij gedetailleerd beschreven oorlogsepisodes. Het is de streek tussen Arnhem en Wageningen/Ede die zo ruimschoots de aandacht krijgt; bezien vanuit het middenpunt van het gebied, Wolfheze, het geboortedorp van de auteur, ons lid Cor Janse. Naast registers geeft deze publikatie aanvullingen en toelichtingen op de eerder verschenen delen. Want hoewel deze keer ‘slechts’ 144 pagina’s tellend, bevat dit boek toch veel interessante onderwerpen. De achtergronden van de 48 bevrijden uit het Arnhemse Huis van Bewaring (na een overval door de KnokPloegen op 11 juni 1944) zijn stuk voor stuk achterhaald en beschreven in 25 pagina’s. Vijftien bladzijden zijn gevuld met de luchtoorlog, V-wapens en oorlogsslachtoffers in de streek. Het supplement- gedeelte (40 pagina’s) omvat naast aanvullende informatie over alle boekdelen, hoofdstukken met nieuwe feiten: over de razzia op de Buunderkamp, een vervolg op het hoofdstuk ‘Joodse Lotgevallen’, de in de omgeving verblijvende ‘Mata Hari’ Bintje Vos, de geschiedenis van ‘t Wijde Veld op de Ginkel, en over de Nederlandse SS-ers tijdens de Slag om Arnhem.
Het boek is verkrijgbaar bij de regionale boekhandelaren van de Zuidveluwezoom, en in het Airborne Museum. Het kost ƒ 25,-.
Ruim tien jaar is de auteur bezig geweest historisch materiaal te verzamelen over het verloop van de oorlogsperiode 1940-1945 in de gemeente Renkum, met name in Wolfheze en omgeving. Hij zocht en vond honderden (voormalige) bewoners en andere betrokkenen, die hij interviewde of met wie hij correspondeerde, en hij raadpleegde archieven, bibliotheken en documentatiecollecties in binnen- en buitenland. De auteur bouwde aldus zo’n schat aan gegevens op die het waard zijn te worden vastgelegd, dat het noodzakelijk is gebleken de beoogde publikatie in vier banden uit te geven. Het werden uiteindelijk 1388 geïllustreerde pagina’s in een degelijke uitgave op het formaat 19,5 x 26,5 cm. Band I van het boek werd vijf jaar geleden gepresenteerd. Het behandelt de periode van 1939 tot 17 september 1944. De publikatie is niet meer op voorraad bij de uitgever en is nog slechts hier en daar verkrijgbaar. De tweede loot aan de Blik-Omhoog- stam, over de Slag om Arnhem, zag in 1997 het levenslicht. Boek III verscheen vorig jaar, en dit deel bevat uitsluitend teksten en illustraties die betrekking hebben op de periode na de Slag om Arnhem. Het werkstuk behandelt onder andere uitgebreid de evacuatie van de bevolking, de Rotterdamse schanswerkers, de bevrijding, de terugkeer, de vergelding, en de wederopbouw. Deze beide publikaties zijn nog gewoon in de handel.
Heet van de naald kunnen we u melden dat besloten is dat Boek I wordt herdrukt. Er is gelukkig nog steeds vraag naar, en door de nieuwe oplaag blijft de serie voorlopig als geheel verkrijgbaar. Naar verwachting is deze band op het moment dat u dit leest weer te koop in de regionale boekhandel en bij het Airborne Museum ‘Hartenstein’. Nadere informatie over de serie ‘Blik Omhoog’ is verkrijgbaar bij de auteur, tevens uitgever: Cor Janse te Rheden (026 4951033). (Geert Maassen)

‘Overal waar het lot en de roem ons brengen’
‘Quo fas et gloria ducunt’ is het motto in het wapen van de Royal Artillery, dat gedurende het afgelopen verenigingsjaar de enveloppen sierde waarin onze nieuwsbrieven werden verstuurd. De envelop waarin dit nummer bij u in de bus viel, is de laatste met dit wapen. Volgend jaar zal het embleem van de Royal Engineers worden gebruikt, omdat die dan 150 jaar bestaan. Op verzoek van leden die de enveloppen bewaren en die zo langzamerhand een aardige collectie regimentswapens hebben opgebouwd, zullen we vanaf nu wat informatie over de betreffende eenheden geven. Het ‘Royal Regiment of Artillery’, zoals het officieel heet, is een van de oudste Britse regimenten. Ofschoon toen nog niet ‘Royal’, was tijdens de regering van Hendrik VIII (1509-1547) al sprake van een artillerie-eenheid van 13 man, die was gelegerd in de Tower van Londen. Gedurende de binnenlandse oorlogen tussen de aanhangers van de Stuarts en van Hannover, met als inzet de Britse Kroon, bleek het nodig deze kleine eenheid uit te breiden tot de sterkte van twee compagnieën. De naam ‘Royal Artillery’ dateert uit 1722.
Toen de strijd om de macht in Europa ontbrandde in een reeks van oorlogen, waarvan de negenjarige (1739-1748) en de zevenjarige (1756-1763) het meest bekend werden, en de overzeese gebieden (het latere Gemenebest) werden bevochten op de Fransen en de Spanjaarden, speelden de artillerie-eenheden een grote rol. Bij het beleg van San Sebaslian in 1813 tijdens de oorlog met Frankrijk was voor het eerst sprake van tactische artillerie-ondersleuning voor infanterie- onderdelen. Deze tactieken werden verder ontwikkeld gedurende de Krim Oorlog, en de inzet van de Royal Artillery werd hier gewaardeerd met maar liefst negen Victoria Kruizen.
Gedurende de Boerenoorlog in Zuid-Afrika nam de belangrijkheid van artillerie-eenheden nog verder toe. Maar het was vooral gedurende de Eerste Wereldoorlog dat zowel de vuurkracht als de mobiliteit zich enorm ontwikkelde, en dat de samenwerking tussen de artillerie en de infanterie een hoogtepunt bereikte.
In de Tweede Wereldoorlog werden de trekpaarden vervangen door motortractie, en namen zowel de vuurkracht als de nauwkeurigheid toe. Dit laatste ook door het gebruik van radar en door de artillerie- observatie met vliegtuigen. Op een zeker moment kon gezegd worden dat ongeveer 40% van het Britse leger uit ‘gunners’ bestond. Er was geen oorlogsgebied waar de Royal Artillery niet werd ingezet, en het opschrift ‘Ubique’ (‘overal’, ‘waar dan ook’) siert met recht het wapen. Hare Majesteit Koningin Elizabeth II is ‘Colonel in Chief’ van de eenheid. (Chris van Roekel)

Download

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.