MINISTORY No. 118
Zoektocht
Paul Meiboom
Bijlage bij Nieuwsbrief No. 132 van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek
December 2013

In 2003 werd op het internet plotseling de bijgaande foto te koop aangeboden. Op de achterkant staat in handschrift geschreven: ‘20.9.1944 Gefangener engl. Batl. Kommander’s’. Vanwege de duidelijke link met de Slag om Arnhem heeft mede-lid Peter Vrolijk destijds de foto gekocht. Een oproep ter identificatie van de gefotografeerde Airborne militair heeft tot nu toe nog niets opgeleverd. Wie is deze man, waar is de foto genomen en door wie? Al deze vragen kunnen nu na lang onderzoek, met verschillende maten van zekerheid, beantwoord worden. Deze ministory vertelt het verhaal van deze zoektocht en het resultaat.

De foto
Wat onmiddelijk opvalt aan de foto is het zonnige weer en de goede kwaliteit van de foto. Deze ademt in alle aspecten de sfeer van de bekende serie foto’s van Jacobsen en Wenzel, de twee Duitse PK-Berichter (fotoverslaggevers) van de Luftwaffe die op 19 en 20 september 1944 in Arnhem en Oosterbeek zo’n 6 kleinbeeldrolletjes hebben volgeschoten. Eerder heb ik geschreven over een aantal foto’s uit deze serie, zie ministory 104 en nieuwsbrief 123. Bekend is dat de serie negatieven van deze twee Berichter in het Bundesarchiv in Duitsland niet compleet is. Vanuit de nummering kunnen we opmaken dat er minstens 18 en mogelijk zelfs het dubbele aantal foto’s niet zijn gelukt of niet bewaard zijn gebleven. Daarnaast zijn er twee foto’s bekend uit Duitse kranten van destijds, die niet voorkomen in het Bundesarchiv, maar wel zonder twijfel tot de serie behoren. Dit roept dus ook de vraag op: zou dit één van de missende foto’s van Jacobsen of Wenzel kunnen zijn?

De Plek
Het zonnige weer doet vermoeden dat deze foto gemaakt is op 19 september en niet op de bewolkte 20e, zoals op de achterkant vermeld staat. De 19e was de beslissende dag van de mislukte doorbraak in West-Arnhem door 4 Britse Batallions op Onderlangs en Bovenover. Jacobsen en Wenzel arriveerden precies op het hoogtepunt van deze strijd aan het front en hebben vele foto’s gemaakt van Britse krijgsgevangenen, uiteraard een dankbaar propaganda-onderwerp. Als we aannemen dat dit een opname van één van hen is, dan kunnen we zoeken langs de route die de twee die dag hebben afgelegd en kijken of we een vergelijkbare achtergrond kunnen vinden als op de foto.
Maar eerst: wat zien we op de achtergrond? Ondanks dat deze wat vaag is, is er toch van alles te zien. Allereerst staan naast en achter onze Airborne militair drie Duitsers. De meest zichtbare boven zijn rechterschouder, daarnaast op de rand van de foto (links) een arm van een tweede

Figuur 1 Foto van Parachutist.

en boven de linkerschouder van de Brit is net een schouderepaulet van een derde Duitser te zien. Uit de onderscheidingstekens op kraagspiegel en mouw kan worden opgemaakt dat in ieder geval de eerste twee behoren tot een eenheid van de Waffen-SS.
Verder is op de gevelwand van het gebouw op de ach-tergrond het volgende te zien: rechtsboven delen van 2 ramen met markiezen (zonweringen) en vóór die ramen vaag een hekwerk van een Frans balkon (aanduiding 1). Daarbij lijkt een soort betonnen luifel uit de gevel te steken (2), met een onduidelijk voorwerp er bovenop. Daaronder in de gevel een ovaal donker vlak, mogelijk een raam (3). Geheel links op de foto een verticale lichte streep (4), met aan de rechterzijde daarvan afwisselend lichte en donkere vlakken, mogelijk de hoek van een gebouw. Dan zijn er nog moeilijk te plaatsen voorwerpen te zien, die zich tussen de Airborne militair en de gevelwand lijken te bevinden (5 en 6): mogelijk delen van voertuigen?
Het meest opvallende element lijkt de betonnen luifel; als er een gebouw in Arnhem was met zoiets, dan moet dat te vinden zijn. Het virtueel aflopen van de route van Jacobsen en Wenzel via het foto-materiaal van vooral de website van het Gelders archief leverde geen resultaat op. Eén gebouw aan de Bovenbergstraat dat er tegenwoordig niet meer is, verdiende nadere aandacht, omdat daar de ingang van het Instituut Schoevers zat1, mogelijk dat die zo’n luifel had. Lang zoeken leverde een foto op (figuur 2),
1 Schoevers zit er nog steeds in de buurt, tegenwoordig aan de Utrechtseweg.

Zoektocht

Figuur 2 Noord-Oostelijke hoek kruising Stationsplein-(Boven)bergstraat-Utrechtsestraat in 1939, met links op Bovenbergstraat 7 de ingang van Schoevers. (Bron:’Flatgebouw en Instituut Schoevers te Arnhem’, door W. Gerretsen; in Bouwkundig weekblad Architectura, 1939, p.411, bibliotheek TU-Delft).
Het vierkant geeft aan wat vermoedelijk de achtergrond is van figuur 1.

weliswaar zonder luifel maar met een hoop andere details die wél overeenkomen. Zo zijn daar de ramen met de markiezen, het Franse balkon, het ronde raam daaronder en het overhangende gebladerte van de boom links. Als de twee opnamen digitaal over elkaar heen worden gelegd, blijken bovendien de verhoudingen te kloppen: de ruimte tussen de twee ramen komt exact overeen en het pand van Schoevers loopt precies tot waar op de foto met de parachutist de verticale lijn te zien is.
Dit alles betekent niet dat we met zekerheid kunnen zeggen dat dit de juiste plek is, maar een goede aanname is het wel. Ook als we daarbij in ogenschouw nemen dat juist op dit stuk van hun route bij Jacobsen en Wenzel ‘gaten’ zitten in de bewaarde serie negatieven (zie later bij ‘De Fotograaf). Daarmee zijn we dus onbedoeld aangekomen op exact dezelfde kruising waar ook de eerder onderzochte foto’s uit ministory 104 en nieuwsbrief 123 zijn gemaakt, met daarop onder andere drie gevangen genomen officieren van het Ist Battalion The Parachute Regiment.
De betonnen luifel blijkt dus een verkeerde interpretatie en inmiddels gaan we er van uit dat het voorwerp deel uitmaakt van een voertuig dat in de Bovenbergstraat tussen de groep militairen en de gevelwand staat opgesteld.
Over wat voor voertuig dat dan is verschillen de meningen; to dusverre geopperd zijn de voorkant van een SdKfz 222 (meer precies het kijkgat en luik van de bestuurder) bij aanduiding 6 op figuur 1 en het opklapbare raam van een SdKfz 10 bij aanduiding 5, waarbij de ‘betonnen luifel’ de achterste beugel van de huif zou kunnen zijn.

De persoon
De duidelijkste aanwijzing is de tekst op de achterkant van de foto, maar tegelijkertijd is die niet volledig betrouwbaar. Deze kan berusten op verkeerde interpretatie, of er net zo goed pas 10 jaar geleden zijn opgeschreven. Duidelijk is dat het niet om één van de bij Arnhem gevangen Britse Bataljonscommandanten gaat: dat waren er drie van het Parachute Regiment (Frost, Dobie en Lea) en geen van hen heeft met deze persoon enige gelijkenis. Wat valt er dan aan aan de persoon zelf te zien qua details? Allereerst is het duidelijk dat het om een parachutist gaat gezien zijn Parachute Regiment baret-embleem en dus niet om een militair van een van de Airlanding- bataljons of andere ondersteunende eenheden. Hierbij geldt datje bij dit soort onderzoek uitgaat van het meest waarschijnlijke, maar ook rekening moet houden met het onlogische. Het kan best zo zijn dat deze persoon de baret van iemand anders op heeft; niet logisch, maar het kan wel. En dan geldt voor deze foto ook nog dat de enige echte aanwijzing die er is dat het om Arnhem gaat, de tekst op de achterkant is.
Maar er zijn meer details die ons helpen: de para draagt een zogenaamde lanyard. Gelukkig voor ons heeft hij zijn Airborne-smock (camouflage overjas) niet meer aan, anders waren deze en andere details niet zichtbaar geweest. De lanyard is het koord dat van zijn linkerborstzak naar zijn schouder loopt. Deze werden gebruikt als onderscheidend vermogen tussen de verschillende battalions van het Parachute Regiment en werden alleen gedragen door de mannen van de Ist Parachute Brigade, waarbij de kleuren verschillend waren. Respectievelijk was dit groen, geel, rood en zwart voor het le, 2e, 3e en 4e Battalion2. Dat het hier gaat om iemand van de eerste drie is dus aannemelijk, maar om welke is moeilijk vast te stellen omdat het een zwart-wit foto is. Het 2e Bataljon lijkt minder waarschijnlijk omdat een gele lanyard lichter zou afsteken tegen de achtergrond.
Een ander detail dat opviel was dat er op de linkerschouder mogelijk net iets te zien is van een Pip (zie figuur 3). Pips zijn de sterren die deel uitmaken van de rangonderscheidingstekens van officieren, waarbij twee stuks bij een 1ste luitenant horen en drie bij een kapitein. Gezien de korte afstand van de pip tot de knoop van de epaulet is het waarschijnlijker dat daarop 3 pips zitten dan twee en daarmee lijkt het hier dan te gaan om een kapitein. Dan vallen ook de ribbons op, dat zijn de stukjes gekleurde stof boven de linker borstzak die horen bij onderscheidingen voor deelname aan bepaalde campagnes en voor getoonde moed en/of leiderschap. Vooral de ontdekking dat het er in dit geval twee waren en niet één leidde uiteindelijk tot een goede kandidaat voor de afgebeelde parachutist. Voor de kijkers is rechts de ribbon te zien die bij de Africa Star hoorde, hier met een zogenaamde 8th Army Clasp. Dat betekent dat onze para heeft gediend bij een eenheid die deel uitmaakte van het 8th Army in Afrika tussen october 1942 en mei 1943. Dat is bijzonder omdat Ist Parachute Brigade tijdens de operaties in Afrika onder het bevel van het Ist Army viel en veteranen van die veldtocht recht hadden op het dragen van een Ist Army clasp bij hun Africa Star (sommigen droegen deze niet). De op onze foto zichtbare 8th Army clasp sluit dus een heleboel mogelijke kandidaten uit.
De (voor de kijkers) linker ribbon lijkt in eerste instantie op niets uit de Tweede Wereldoorlog.

2 Het 4th Battalion maakte in 1942 korte tijd deel uit van de Ist Parachute Brigade voor het de kern werd van de nieuwe 2nd Parachute Brigade.

Figuur 3 Detail van linkerschouder en WW2 pip.

Maar toch is dit stukje stof van exact dezelfde lengte naast de Africa Star-ribbon dan vreemd. Bij verder zoeken kwam plotseling de ribbon horende bij de General Service Medal in beeld. Deze werd uitgereikt voor diverse campagnes tussen de beide wereldoorlogen in. Omdat onze para gezien zijn uiterlijk vermoedelijk niet veel ouder zal zijn dan een jaar of dertig, komt eigenlijk slechts één van deze campagnes in aanmerking en dat is Palestine 1936-19393. Zoals op figuur 4 te zien is, zijn de kleuren van deze ribbon moelijk te onderscheiden en kan men zich voorstellen dat op een zwart-wit foto, afhankelijk van het licht, de verschillen wegvallen. Bij sterk uitvergroten van de foto zijn er inderdaad verticaal gescheiden licht-donker kleurverschillen waar te nemen.

Figuur 4 Ribbons van de General Service Medal en de Africa Star met 8th Army Clasp.

Dus: een parachutist, waarschijnlijk een kapitein, gezien de net zichtbare pip, van het Ist of 3rd Battalion, gezien de lanyard, dienst gedaan in Palestina tussen 1936-1939 en in Afrika met het 8e leger: dat moet op te lossen zijn! De site ‘World War 2 Unit histories and officers’ leverde al snel een goede kandidaat op: Captain J.C. O’Sullivan van het Ist Battalion. Volgens de gegevens op die site heeft hij de GSM voor Palestina en daarnaast gediend in het Midden Oosten ergens voor 1944, dus mogelijk ook aansluitend met het 8e leger in Afrika. O’Sullivan is in 1988 overleden, maar Peter Vrolijk beschikte over een adres van hem op Jersey. De link van O’Sullivan met Jersey leverde snel resultaat op, bij het eerste telefoontje werd contact gelegd met zijn zoon Charles O’Sullivan, die uiteraard zeer verrast was gebeld te worden over zijn vader. Nog verraster was hij een half uur later na het opsturen van de foto: het blijkt inderdaad zijn vader te zijn die hier is afgebeeld!
John Charles O’Sullivan
John werd geboren op 19 juli 1914 in Aldershot uit Ierse ouders, als oudste en enige zoon in een gezin met

3 De Arabische opstand tegen de Britse koloniale over-heersing en Joodse immigratie in deze jaren was eigenlijk een soort eerste intifada. De enige andere campagne waarvoor de GSM in de jaren dertig is uitgereikt was voor Noord-Kurdistan in 1932.
4 kinderen4. Hij overleed in 1988 en zijn zoon en 3 dochters zijn allen nog in leven. John was al ruim voor de 2e wereldoorlog beroepsmilitair en werd in 1935 op zijn twintigste 2e luitenant bij The King’s Own Royal Regiment (Lancaster). Bij het uitbreken van de oorlog was hij le lui-tenant en diende met het 2e Battalion van The King’s Oum in het toenmalige Palestina. In July 1940 werd het battalion overgeplaatst naar Cairo en daar maakte hij de overstap naar een functie van staf-officier met de rang van Kapitein bij de Middle East Training School in Kabrit. Kabrit was een militair vliegveld aan de kanaalzone in Egypte en werd later ook de thuisbasis van het in 1941 opgerichte 1st SAS Regiment en nog later in 1943 de oprichtingsbasis van de 4th Parachute Brigade. Deze overstap was de eerste van een aantal overplaatsingen die John een zeer gevarieerde staat van dienst bezorgden bij eenheden die deelnamen aan een aantal van de meest spectaculaire operaties tijdens de 2e wereldoorlog. Zijn verdere staat van dienst was als volgt:
• Apr ’41-Oct ’42: Air Intelligente Liaison Officer, eenheid onbekend.
• Oct ’42-Apr ’43: Ist Regiment SAS, B-squadron.
In oktober 1942 na de beslissende 2e slag bij el Alamein kreeg het B-Squadron zijn vuurdoop en werd bijna volledig vernietigd bij acties achter de linies in Lybië tijdens de terugtocht van de As-mogendheden op Tunesië. John sloot deze actie af met een lange tocht te voet door de woestijn terug naar de eigen linies, nadat de benzine van zijn jeep op was.
• Apr ’43-Sep ’43: Staf-officier bij No. 33 Beach Brick. Dit was een zogenaamde combined operations eenheid van landmacht-, marine- en luchtmacht personeel, die de logistiek en verdediging organiseerde op inva- siestanden, direct nadat de aanvalstroepen geland waren. John heeft met deze eenheid in ieder geval aan de invasie van Sicilië deelgenomen.
• Vanaf 26 sep ’43: Ist Battalion The Parachute Regiment. John kwam tijdens de campagne in Italië bij het Ist Battalion, gezien zijn achtergrond als ervaren officier bij speciale eenheden lijkt hij een welkome aanvulling te zijn geweest. In december 1943 werd de Ist Airborne Division overgeplaatst naar Engeland, voor John een weerzien met zijn geboorteland na geruime tijd. Tijdens ‘Arnhem’ was hij Second-in-Command van S-company onder majoor Ronny Stark. In de vroege morgen van 19 september werd hij aan het oostelijke einde van Onderlangs gevangen genomen.
Voor één van zijn acties in het Midden-Oosten heeft John een Mention In Despatches verdiend, maar waarvoor hij deze onderscheiding kreeg is bij de familie niet bekend. Ook van zijn belevenissen tijdens de Slag om Arnhem is weinig overgeleverd. Zijn bataljonscommandant Dobie vermeldt in zijn persoonlijke verslag5 dat hij hem als
4 Eén van zijn zussen is de filmster Maureen O’Sullivan.
Zij is bekend geworden als de ‘Jane’ in de Tarzanfilms naast Johnny Weissmuller.
5 Dobie heeft dit verslag nog tijdens de slag op 20 septem-ber 1944 geschreven toen hij na zijn ontsnapping onder-gedoken was in een huis vlakbij het Gemeenteziekenhuis.

Zoektocht
krijgsgevangene afgemarcheerd ziet worden op het moment dat hijzelf behandeld wordt aan zijn wonden. De locatie daarvan is ‘een apotheek op de hoek’ van de straat waar hij gevangen werd genomen. Omdat we weten dat dat in een huis aan de Utrechtsestraat heeft plaatsgevonden, is deze apotheek mogelijk het huis van tandarts De Cocq Roaan op de hoek van de Utrechtsestraat en de Bovenbergstraat. Dit is hetzelfde huis als waaruit de 3 Britse officieren worden weggeleid op de eerder vermelde foto uit ministory 104. De stoep voor dat huis is de hierboven beschreven vermoedelijke plek van de foto van O’Sullivan, dat brengt dan de beschrijving van Dobie en de foto samen in plaats en tijd!
Verder vermeld Haupsturmführer Möller van de Genie- afdeling van de Hohenstaufen divisie in zijn gevechts- rapport een lang gesprek dat hij op de 19e op zijn gevechtspost heeft met een net gevangen genomen Ierse Kapitein. De ‘oprechte en dappere’ Ier was dankbaar voor een kop koffie en een pakje sigaretten en verzocht om goede behandeling van zijn mannen. Ze sluiten het gesprek af met een handdruk. Möller was onder de indruk van dit gesprek en schrijft dat het hem altijd levendig is bij gebleven. Het is dus heel goed mogelijk dat Möller dat kopje koffie met O’Sullivan heeft gedronken. Een eerder vermoeden was dat het ging om kapitein Buchanan, de padre van de South Staffords, maar Möller vermeld niet dat het een geestelijke was met wie hij heeft gesproken en dat lijkt toch een relevant en niet te missen detail.
O’Sullivan heeft tijdens zijn krijgsgevangenschap een dag-boek bijgehouden, de eerste dagen daarvan zijn als volgt:
19/9 Arrest am. Nofood. A truck ride to ZUTPHEN. (Holland) 20/9 Sleepless night. Cold stone floor no bedding. A little bread, potatoes & straw. Dick Bingley & Britnev my neighbours. A merchant Navy aviator arrivés. About 400 of us here in one shed.
21/9 A little bread & no sanitation.
22/9 Entrain pm with 32 to a truck.
23/9 Leave Holland in daylight. Hot & thirsty. Smoke a few cigarette ends. Flatulence & hunger.
24/9 Frankfort. Padre holds impromptu service. Pass through Cologne (in ruins). Get 1/32 of a loaf to eat.
25/9 Arrivé at Stalag 12A. Shower, searched & deloused.
10 kilo walk to Hadamar (12B). Arrivé pm very weak & tired. Super meal of cabbage, potato & beetroot.
Zoals zovelen die bij Arnhem hebben gevochten, vooral van het Ist Battalion, heeft John na de oorlog weinig ge-sproken over zijn oorlogservaringen. Gevoelens van mis-lukking en schaamte enerzijds en de instelling na de oorlog om vooral vooruit te kijken anderzijds lijken hieraan ten grondslag te liggen. Zijn zoon herinnert zich dat hij na een hartaanval en onder medicatie hem iedere avond hetzelfde verhaal uit zijn tijd in Afrika vertelde: ‘about driving down a line of German tents at the side of an airfield during a raid when a soldier with a machine gun stepped out of one of the tents just as the jeep passed and my father shot hint at point blank range as they sped off into the dark. He used to say that if only that German soldier hadn’t stepped out with his machine gun when he did, he may well have survived the war. One of the very few detailed stories that I heard.’
Na de oorlog diende hij nog in een aantal staffuncties en verliet het leger eind 1946, opvallend genoeg net na het succesvol doorlopen van Staff College (een school voor officieren ter voorbereiding op de hogere rangen, vergelijkbaar met de Nederlandse Hogere Krijgsschool). Hij had toen de rang van majoor en diende nog wel in het Territoria! Army (vgl Nederland: Nationale Reserve) bij het HQ van de 16th Airborne Division. John is daarna teruggekeerd naar Ierland, waar hij als directeur is gaan werken voor Roches Stores, een warenhuis-keten, die werd opgericht door de vader van zijn vrouw.

Tot slot: de fotograaf
Met de vaststelling dat de foto op 19 september werd ge-nomen, is het zeer aannemelijk dat de fotograaf inderdaad Jacobsen of Wenzel is. Er zijn geen foto’s van Duitse herkomst van die dinsdag bekend van anderen dan deze twee en de kwaliteit van de foto duidt op een professionele fotograaf. Speculatiever wordt het om een keuze tussen de twee te maken. Wenzel lijkt meer oog gehad the hebben voor het menselijk aspect tijdens de slag, terwijl Jacobsen vooral actie-scenes vastlegde. Zo is de eerstgenoemde bij-voorbeeld de enige die foto’s heeft gemaakt van burgers tijdens de slag en zijn ook de enige twee echte portretfoto’s van militairen uit de serie van hem. Zoals al eerder opge-merkt missen er negatieven uit de reeks in het Bundesarchiv en één daarvan is een serie van zes van Wenzel tussen het Willemsplein en de Utrechtsestraat (film 1011-497-3526, negatieven 14A-19A). Onze afdruk past heel goed in dit gat; de eerste opname erna (3526-20A) is de bekende foto van de tien opgestelde Sturmgeschütze in de Utrechtsestraat, genomen op zo’n 15 meter afstand van de vermoedelijke plek van de foto van O’Sullivan.
Maar belangrijker dan wie van de twee de foto heeft ge-maakt, is het feit dat het er één van hen is. Want als na 60 jaar zo’n foto in gave staat boven water komt, is het goed mogelijk dat er nog meer bewaard zijn gebleven en dat niet alle missende opnamen zijn mislukt. Als dat zo is, wat zouden die dan laten zien? De gevangen genomen Britse Bataljonscommandant David Dobie misschien? Het is eigenlijk opvallend dat met twee Duitse fotografen aanwezig zo’n waardevolle propagandagelegenheid niet is benut. Of zou zo’n foto later wellicht verdwenen zijn, omdat het wel gênant is dat Dobie dezelfde dag nog is ontsnapt? Speculaties, maar wellicht duikt er nog weer eens iets op!
Met dank aan
Peter Vrolijk, Geert Maassen, Marcel Zwarts, David van Buggenum, Jim Grove, Charles O’Sullivan and Mrs. D. Hunter.
Belangrijkste overige bronnen
• Margry, K.: Operation Market Garden then and nota, After the Battle 2002.
• Van Roekel, C.: Who Was Who during the battle of Arnhem, WAM 1996.
• website ‘Airborne Assault-Paradata’
• website ‘The battle of Arnhem archiue’
Reacties: meibooml3@zonnet.nl

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.