MINISTORY No. 115
De geschiedenis van soldaat Frederick Hopwood
Neil Holmes
Bijlage bij Nieuwsbrief No. 129 van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek
Februari 2013

Veel lezers zullen ongetwijfeld de foto kennen van het veldgraf die, als eerste afbeelding bij dit artikel is afgedrukt. De foto verscheen in verschillende artikelen over de Slag om Arnhem. Tot voor kort was er weinig bekend over de parachutist die hier was begraven, behalve zijn naam, legernummer en de datum waarop hij sneuvelde. Dit artikel wil wat achtergrondinformatie geven over een van de dappere airborne soldaten, die deelnamen aan Operatie Market Garden.
Zelf raakte ik eigenlijk bij toeval betrokken bij dit verhaal. Ik woon op Wirral, een schiereiland bij Liverpool, Wales en Chester. Als een enthousiast hiker loop ik graag door de dorpen en steden in de buurt en op een van deze tochten kwam ik in het kleine dorpje Shotwick. Het ligt aan het estuarium van de Dee, ongeveer 14 kilometer van Chester en het heeft een prachtig oud kerkje. Daar vlakbij staat een oorlogsmonument met daarop zes namen. Een van deze namen viel op omdat de datum en de plaats van overlijden erbij stonden, hetgeen gewoonlijk niet het geval is op Britse monumenten.
Ik noteerde de gegevens – ‘Frederick Walter Hopwood, killed in action at Arnhem, 18th September 1944’ en besloot om na thuiskomst wat onderzoek te doen. Een snelle zoektocht op het internet leverde een foto op van Frederick’s veldgraf en wat gegevens over waar hij was gesneuveld. Vreemd genoeg week de datum op het oorlogsmonument in Shotwick af van die op de foto van het veldgraf. Daarop staat namelijk 17 september 1944. Hierdoor werd ik aangezet om mij verder in de geschiedenis van deze man te verdiepen.
Op het kaartje bij een van de kransen bij het oorlogs-monument stond geschreven: ‘Sons Fred, Reg and survi- ving/family members’. Dankzij de hulp van de koster van de kerk slaagde ik er in om in contact te komen met de familie van Frederick. Ik ontmoette zijn nicht en had een lang telefoongesprek met zijn jongste zoon.

Het veldgraf van Frederick Hopwood langs de Utrechtseweg in Oosterbeek, tegenover de afslag met de Wolfhezerweg. (Foto: SS Kriegsberichter Apfel)

Het oorlogsmonument op het kerkhof van Shotwick. (Foto: Neil Holmes)

Hun hulp en informatie was onmisbaar voor het samenstellen van dit artikel. Ook werd ik geholpen door een Nederlandse vriend, Tom Timmermans, die zelf ook onderzoek deed naar de lotgevallen van Frederick Hopwood.
Frederick werd geboren op 16 juli 1917, als de jongste van zes kinderen van James en Emily Hopwood. In de burgermaatschappij werkte hij als treinmachinist bij de plaatselijke staalfabriek, een enorm complex in de nabij gelegen stad Shotton. Dit bedrijf had duizenden arbeiders in dienst en had meer dan dertig stoomtreinen in gebruik. Verschillende leden van zijn familie werkten ook in de staalfabriek, evenals veel van zijn vrienden. De familie woonde op de Bank Farm in Shotwick en gingen naar de kerk van St Michael’s in het dorp.
Hij nam dienst in het leger in Catterick op 15 maart 1940 en tekende, zoals dat toen gewoonte was, voor de gehele duur van de oorlog. Met zijn 1 meter 65 was hij korter dan gemiddeld, maar hij had een stevig postuur en woog 67 kg. Hij was ook atletisch en hield van boksen.
In het begin diende hij bij een luchtafweer-eenheid, die op verschillende plaatsen werd ingezet, waaronder in Whitley Bay in het noordoosten van Engeland. In die periode ontmoette hij een meisje, Mabel, die daar in de buurt woonde en al spoedig trouwden zij.

Een vroege foto van Frederick in uniform, die waarschijnlijk werd genomen kort nadat hij dienst had genomen in het Britse leger. (Foto: collectie familie Hopwood)

Nadat hij naar Cheshire was teruggekeerd, verhuisde de familie naar een huis in het nabij gelegen Mollington. Op 14 mei 1943 werd hun eerste zoon Frederick geboren.
Exacte gegevens over waar en wanneer hij diende, voordat hij deel nam aan Operatie Market, zijn niet voorhanden. Wel kan enige informatie worden gehaald uit bewaard gebleven brieven en andere papieren, die nog in het bezit zijn van de familie. De meeste hiervan zaten in een portefeuille, die een Britse aalmoezenier uit zijn zak haalde, kort nadat hij bij Oosterbeek was gesneuveld. Later meer hierover.
Een boekje over de strijd in Noord-Afrika dat werd uitge-geven door het Britse Leger en een Algerijns bankbiljet van 5 Franc, bevestigen dat hij deel nam aan de strijd in Tunesië, na de geallieerde landingen van ‘Operatie Torch’. Ook bezat hij verschillende Italiaanse bankbiljetten, waarvan minstens één die gedrukt was door de geallieerden. Dit geeft aan dat hij ook gediend heeft in Sicilië of Italië, of in beide gebieden.
De vondst van deze bankbiljetten en het feit dat hij in Arnhem diende bij het 3rd Parachute Battalion, maakt het aannemelijk dat hij waarschijnlijk al sinds 1942 bij dit bataljon diende, omdat deze eenheid op al die plaatsen werd ingezet, voordat het bataljon in december 1943 werd teruggehaald naar het Verenigd Koninkrijk.

Een foto van Frederick, die later in de oorlog werd genomen, mogelijk in Afrika of in Italië. Op zijn rechterschouder is nog net de wing zichtbaar die hem herkenbaar maakt als militair van het Parachute Regiment.
(Foto: collectie familie Hopwood)

Frederick s rode baret, zijn naamplaatje en de speld van zijn
vakbond. (Foto: Neil Holmes)

Helaas werd zijn beste vriend, Reg Madeley, gedood in Tunesië. Frederick’s tweede zoon, die twee maanden na de Slag om Arnhem werd geboren, zou de naam Reg krijgen, als herinnering aan die gesneuvelde vriend.
Samen met de rest van de divisie bereidde Frederick’s bataljon zich gedurende de volgende negen maanden voor op deelname aan operaties in Noord-West Europa. Bij ‘Market Garden’ sprong het 3rd Parachute Battalion op 17 september 1944 om ca. 14.00 uur af op droppings- zone ‘X’, westelijk van Wolfheze. Na een kort oponthoud, waarbij het bataljon zich gereed maakte voor de opmars, gingen de militairen via de geplande route op weg naar Arnhem. Deze route, met de codenaam ‘Tïger’, zou hen via de Utrechtseweg door Oosterbeek moeten leiden. Helaas zou deze route hen in direct contact brengen met de Duitse eenheid onder bevel van SS Sturmbannführer Sepp Kraft, die de Britse opmars trachtte te verhinderen. Toen de troepen de plaats bereikten waar de Wolfhezerweg uit komt op de Utrechtseweg, werden ze onder vuur genomen, eerst door een stuk Duits gemotoriseerd lucht-afweergeschut en vervolgens door mortieren en mitrailleurs. Wat er precies met Frederick Hopwood gebeurde, zal waarschijnlijk nooit bekend worden, maar het is vrijwel zeker dat hij sneuvelde bij dit vuurgevecht. De beschadiging van zijn portefeuille (zie foto) en de papieren die daarin zaten, maakt het aannemelijk dat hij waarschijnlijk niet door een kogel werd gedood, maar door een granaatscherf. Een Britse aalmoezenier ontfermde zich over zijn eigendommen en bewaarde die gedurende de slag, in de hoop dat hij ze later zou kunnen overhandigen aan de naaste familie.
Hopwood werd begraven op de plaats waar hij was ge-sneuveld en zijn Lee Enfield geweer werd in de grond gestoken om het veldgraf te markeren. In de volgende dagen werden de Britse luchtlandingstroepen ingesloten in Oosterbeek en uiteindelijk moest het restant van de divisie zich terugtrekken over de Rijn.

Samen met veel anderen besloot de Britse aalmoezenier bij de gewonden achter te blijven, maar hij droeg de persoonlijke bezittingen van Frederick Hopwood over aan een piloot, die enige dagen daarvoor boven het gevechtsgebied was neergeschoten. Deze piloot behoorde tot de gelukkigen die er in slaagden om over de rivier te komen en de geallieerde linies te bereiken. Daardoor was hij in staat om de persoonlijke bezittingen van Frederick over te dragen aan iemand van het 3rd Parachute Battalion.
Naast zijn portefeuille was ook Frederick’s rode baret bewaard gebleven. Deze baret was het symbool van de elitetroepen, waartoe Frederick als parachutist behoorde. 1\vee kleinere voorwerpen waren zijn identiteitsplaatje, met zijn naam en legemummer en een ongebruikelijke speld. Omdat die speld was voorzien van twee gestileerde vleugels, leek het op een soort baretspeld, maar in het Britse leger was niets terug te vinden wat daar op leek. Na een intensieve speurtocht op internet, waarbij vooral werd gezocht naar de betekenis van de drie letters ‘GT W’ op de speld, bleek het te gaan om een lidmaatschapsspeld van de Transport and General Werkers Union (een vakbondsorganisatie), waar Frederick vermoedelijk lid van werd toen hij bij de staalfabriek werkte.
De familie wist aanvankelijk niets over zijn lot, hetgeen toen niet ongewoon was, omdat het moeilijk was om aan nauwkeurige verlieslijsten te komen. Zoals veel andere families ontving ook de familie Hopwood eerst het bericht van het Britse Ministerie van Oorlog, dat hij bij militaire operaties was vermist. In het geval van Frederick arriveerde dat bericht medio oktober 1944.

Frederick’s grafsteen op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek. (Foto: Robert Voskuil)

Zo ziet de plaats waar Frederick op 17 september 1944 werd begraven er nu uit. Het veldgraf bevond zich naast de stenen pilaar op de achtergrond. Die pilaar markeert de toegang tot het landgoed ‘Hoog Oorsprong’. (Foto: Robert Voskuil)

Twee maanden later ontving de familie zijn bezittingen met de post, hetgeen een eerste duidelijk teken was van wat er met hem was gebeurd. Het pakje arriveerde op dezelfde dag dat zijn tweede zoon werd gedoopt.
Pas in juni 1945 stuurde het Britse Ministerie van Oorlog de officiële kennisgeving van zijn overlijden naar zijn familie. Waarschijnlijk gebeurde dit pas nadat het veldgraf van Hopwood was gelokaliseerd.
De hierboven genoemde foto van zijn veldgraf was ge-nomen door de Duitse SS Kriegsberichter Apfel en werd in november 1944 gepubliceerd in the Berliner Illustrierte Zeitung. Mogelijk was de fotograaf op die plek om te kijken waar de Duitse generaal Kussin in een hinderlaag was gereden en daarbij was omgekomen. Frederick’s graf lag daar vlakbij.
Om de een of andere reden gaf het Ministerie van Oorlog aan dat de datum van zijn overlijden 18 september 1944 was. Dat is zeer onwaarschijnlijk omdat zijn bataljon op die dag al verder in oostelijke richting was getrokken. Toch werd die datum van 18 september 1944 als zijn officiële sterfdatum aangehouden en wordt die gebruikt in documenten, op zijn grafsteen in Oosterbeek en op het oorlogsmonument op het kerkhof van Shotwick.
Het is moeilijk om voor te stellen wat een schok het moet zijn geweest voor zijn familie en speciaal voor zijn jonge echtgenote, om te horen dat hij gesneuveld was. Een aan-wijzing voor zijn populariteit kan worden afgeleid van het feit dat zijn vroegere collega’s op de staalfabriek een bedrag van £12.50 bijeen brachten voor Mabel en de kinderen. In die tijd was dat een groot bedrag.
Zoals de meeste andere gesneuvelden van de 1ste Britse Airborne Divisie werd hij uiteindelijk begraven op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek. Zijn laatste rust-plaats is Plot 22, Row B, Grave 12.
Mabel hertrouwde in 1966, maar kwam kort daarna op tragische wijze bij een brand om het leven. De beide zoons leven nog en bezoeken in september regelmatig de her-denking van de Slag om Arnhem. Beiden zijn zeer onder de indruk van de manier waarop de bevolking de veteranen en hun families ontvangt en met hoeveel zorg en respect wordt omgegaan met de oorlogsgraven.
De familie is dankbaar dat door dit onderzoek het verhaal van Frederick Hopwood bekend is geworden en dat daardoor een groter publiek kennis kan nemen van het offer dat hij gebracht heeft.
(Vertaling: Robert Voskuil)

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.