MINISTORY XIV
DE GESCHIEDENIS VAN DRIE OUDE DAMES IN DE STRIJD OM DE RIJNBRUG
Samenstelling: C.van Roekel, met medewerking van de heer H.P.Veenhuijsen.
Enige malen werd mij verzocht eens een ministory te wijden aan de gebeurtenissen nabij de Arnhemse Rijnbrug in september 1944. Steeds heb ik geantwoord dat de verslagen over de gevechten aldaar van een zo uitstekend gehalte zijn dat ik niet zou weten wat aan de boeken van Frost, Fairley, Boeree, Urquhart en Mackay toe te voegen. Ook aan Duitse zijde is er weinig meer dat niet bekend is. De inbreng van Kampfgruppe Brinkmann (Panzeraufklarungsabteilung van de Frundsbergdivisie), het tragische lot van Grabner met een deel van de Panzeraufklarungsabteilung van de Hohenstaufendivisie, de inzet van de tien verouderde opleidingstanks onder bevel van kapitein Knaust en het feit dat de gevechtsgroep Hummel met slechts twee opleidingstanks van het type Tiger I de brug bereikte, mag aan de geregelde bezoeker van ons Museum bekend worden geacht. Mijn voornemen om voorlopig geen “oude brugkoeien” uit de sloot te halen werd echter doorkruist op het moment dat ik op de Duitse televisie nog eens de film “Een Brug Te Ver” zag. Daarin komt een scene voor waarin een oud dametje wordt neergeschoten, als zij zich, al roepend om een taxi, buitenshuis waagt. Ik herinnerde mij toen ineens een verhaal van wijlen It.kol.Boeree, waarin hij de belevenissen van een aantal Arn¬hemse burgers beschrijft, die in de heksenketel van de verwoede gevechten rondom de brug het slachtoffer werden van het nietsontziende oorlogsgeweld. Boeree schrijft daarbij ook over die oude dame, maar de plaats van het drama en de namen van de be¬trokkenen worden niet genoemd.
Enig speurwerk bracht mij op het spoor van de heer H.P.Veenhuijsen, de zoon van de man in wiens huis de dramatische gebeurtenissen plaatsvonden, en die zo vriendelijk was dit manuscript kritisch door te lezen en aldus te toetsen aan de werkelijke gebeurtenissen waarvan hij destijds ooggetuige was.
Het bewuste verhaal blijkt zich afgespeeld te hebben in het pension van de familie Veenhuijsen, Eusebiusplein 22, en de betreffende oude dame heette mevrouw Van Ommeren. Mevrouw Van Ommeren was echter niet zo oud als de verhalen suggereren. Zij was onge¬veer zestig jaar toen de slag om de Rijnbrug in Arnhem plaatsvond.
Terwijl ik mij in deze tragische geschiedenis verdiepte, werd de verwarring steeds groter want behalve mevrouw Van Ommeren bleken in die tijd ook nog de dames Van Wulfte Palthe bij de familie Veenhuijsen en pension te zijn. Ook zij kwamen om toen zij op woensdag 20 september door een granaat werden getroffen.
Juist omdat het verhaal ergens als een soort mysterie in de literatuur over de Slag om Arnhem rondzweeft leek het mij goed die geschiedenis eens precies uit te zoeken en op schrift te stellen. Daarbij bleek weer eens hoe onzorgvuldig bepaalde gebeur-tenissen in het verleden beschreven zijn en zelfs in een film werden weergegeven.
Op het Eusebiusplein no.22 in Arnhem was in 1944 het pension Veenhuijsen. Het gezin bestond uit vader, moeder, zoon en dochter. Het pension diende als rusthuis voor oude dames. Bij de strijd om de Rijnbrug zou het in de vuurlinie komen te liggen.
In september 1944 waren er drie dames en pension: mevrouw Van Ommeren en de twee zusters Van Wulfte Palthe. De twee zusters waren al in de tachtig en zij leefden slechts in het verleden.
Onder het huis was een souterrain en de eerste verdieping had aan de achterzijde een serre, die steunde op betonnen paaltjes, en van waaruit je met een trapje in de achtertuin kon komen. Het huis stond met de achtergevel naar het zuiden en een muur vormde de afscheiding met de tuinen van de huizen aan de Rijnkade.
De bewoners hadden tot dat moment slechts de bezwaren van de voedselschaarste onder-vonden, maar in de avond van 17 september 1944 knalden de eerste schoten om het huis. De bewoners waren genoodzaakt de kelder in te vluchten.
Om drie uur ‘s nachts braken de Engelsen de voordeur open en betraden het huis, dat zij echter na een tijdje weer verlieten. Om ongeveer zes uur in de ochtend stopte er een Jeep voor het huls en plotseling brak er een gevecht uit tussen een vijftiental parachutisten, onder bevel van een luitenant en de Duitsers. De parachutisten renden naar binnen en zeiden dat ze het huis moesten verdedigen. Ze barricadeerden de gang en zetten mitrailleurs voor de open vensters. Dichter bij de brug stond een Engels antitank-kanon, dat het gehele plein bestreek en tot het middaguur van 18 september bleef schieten. Alle ruiten in het huis braken aan scherven.

De achtertuin van pension Veenhuijsen in 1942. Duidelijk is de schuilplaats onder de serre te zien. De fotograaf stond tegen de tuinmuur, die de afschei-ding vormde met de tuinen van de huizen aan de Rijnkade. Let op de knoestige kastanjeboom links, (foto: H.P.Veenhuijsen)

Die middag vertelde de luitenant dat de toestand slecht was en dat de versterkingen hen niet konden bereiken. Rechts en links van het huis stonden huizen die in gebruik waren bij de politie. De Britten in het pension klommen over de tuinmuren en haalden daar meel, kool, aardappelen en een stuk vlees. Het westelijk deel van het huizen¬blok was toen alweer in Duitse handen, evenals de huizen aan de overkant. Duitse sluipschutters hadden zich overal verschanst.
Vlak voor het huis was een brengun in stelling gebracht, die in de richting van de Markt vuurde. Om vijf uur ’s middags openden de Duitsers het granaatvuur. Een pro-jectiel ontplofte op de zolder. Dakpannen en een deel van de dakgoot stortten omlaag. Een van de huizen in de buurt, die door de Dienst Gemeentewerken werd gebruikt voor opslag van teer en andere brandbare stoffen, raakte in brand, maar het vuur kon in eerste instantie door de Engelsen die het huis bezet hielden, worden geblust.
Voor het huis stond een vernielde tramwagen en in de nacht van maandag 18 op dins-dag 19 september vochten Engelsen en Duitsers om het bezit van dit voertuig. Dinsdagmorgen werden de bewoners gewekt door een vuurgevecht in het naastgelegen huis. De zoon ging kijken. In de gang lag een zwaar gewonde man. De brengun voor het huis was weg. Op de rand van het trottoir zat een soldaat tegen een boom. Hij bleek al enige tijd dood te zijn.
In de middag leefde het mortiervuur weer op. In de bovenverdieping en in de tuin ontploften een paar projectielen. In de keuken stond een parachutist intussen rustig het eten voor zijn kameraden klaar te maken. Hij zei geruststellend dat er niets aan de hand was.
Blijkbaar kon mevrouw Van Ommeren al dit rumoer niet langer verdragen. Voordat iemand het kon verhinderen sloop zij de achterdeur uit en bereikte via het gangetje naast het huis de straat. Van links naderde vurend een Duitse tank en van rechts zag men de rode lichtspoormunitie van een mitrailleur.Voordat ze de straat kon oversteken werd ze door het vuur van de tank gedood. Zij viel neer aan de voeten van de dode Britse soldaat bij de boom. Zijn dode ogen staarden haar aan. Het was alsof zijn hersens zich pijnigden met de gedachte: “Wat heeft dit te betekenen ?” De familie Veenhuijsen en de overgebleven twee pensiongasten aten mee van het maal dat de parachutistenkok had bereid. Om negen uur in de avond verlieten de Britten het huis. Zij trokken zich terug naar de onmiddellijke omgeving van de brug.
Die avond verkenden vader en zoon het huis. De hele omgeving stond in brand en daar het in de kelder gevaarlijk zou kunnen worden, schuilden ze onder de serre. Plotseling brak er brand uit op de zolder; daarna volgde de bovenverdieping. Kachel en bad kwamen door de brandende vloer omlaag. Onder de vloer van de serre werd het steeds warmer. Een van de dames Van Wulfte Palthe, die zonder enige belangstelling alles had gevolgd, zei plotseling: “Kunt U niet een einde maken aan dit lawaai?” Toen mevrouw Veenhuijsen haar de toestand probeerde uit te leggen werd zij boos en zei: “Bestel een taxi voor mij!” Men probeerde haar gerust te stellen. De heer Veen¬huijsen had een paar emmers water klaar gezet en daarmee verkoelde men haar gloeiende hoofd en handen.
Toen het onder de serre te heet werd probeerden de familie en de twee dames zich terug te trekken naar de tuinmuur aan het einde van de tuin, maar toen zij zich be-wogen schoten de Duitsers op hen vanuit één van de huizen aan de Rijnkade. De para-chutisten in een nabijgelegen huis brachten met een brengun dit vuur tot zwijgen en de familie en de twee dames snelden naar de beschuttende stenen muur. Het was de hoogste tijd want het hele huis stond nu in brand en die nacht stortte het in een vuurzee ineen. Gelukkig bleek de tuin net lang genoeg om niet onder het puin terecht te komen. Dit gebeurde in de nacht van dinsdag 19 op woensdag 20 september.
Allen waren koud en hongerig. Ze leefden van appels die door de hitte van het vuur gebraden onder de boom lagen. Duitse sluipschutters klommen in de bomen voor het huis en schoten op alles wat bewoog.
In de middag van 20 september ontplofte een granaat in de tuin. Beide zusters Van Wulfte Palthe werden daarbij gedood. De familie Veenhuijsen kon niets anders doen dan afwachten tot de ruïne van hun huis afgekoeld was om dan weer terug te kruipen, teneinde meer beschutting te hebben tegen het granaatvuur.

1945 – Gezicht vanaf de Rijnbrug op het Eusebiusplein en omgeving. Het enige dat nog aan het Eusebiusplein herinnert is de knoestige kastanje aan de linkerkant, (foto: Gemeentearchief Arnhem)

XIV – 4

Die nacht werden de Britten bij de brug onder de voet gelopen en donderdagmorgen 21 september om drie uur stonden de Duitsers op de puinhopen en schreeuwden: “Heraus, Hande hoch!” Het gezin Veenhuijsen wenste niets liever. Zij werden naar het stadhuis gebracht. Na daar nog een nacht te hebben doorgebracht, mochten zij vrij heengaan. Zij waren verbaasd dat zij het leven er afgebracht hadden, maar de drie oude dames waren dood en hun eigendommen waren in vlammen opgegegaan.

Naschrift.
Uit militair oogpunt voegt bovenstaand verhaal weinig toe aan de geschiedenis van de Slag om Arnhem. Maar als we een militaire operatie bestuderen dan wordt meestal de nadruk gelegd op de partijen die elkaar bestreden en het risico is groot dat we zoals Boeree opmerkte:”De ongelukkige burgers vergeten, die met hun hoofd tussen hamer en aambeeld zaten en die de slagen van beide zijden moesten opvangen”.
Deze slag werd niet uitgevochten in de woestijn van Noord-Afrika, maar in een dicht¬bevolkte stad met bijna honderdduizend inwoners.

Kaart van de omgeving van de noordelijke oprit van de Rijnbrug in Arnhem in september 1944. De Britten hadden zich verschanst in de huizen aan weerszijden van de oprit. Van hun posities zijn op de kaart alleen het Brigade Hoofdkwartier (1 BDE HQ) en het hoofdkwartier van het 2e Para Bataljon (2 BN HQ) aangegeven. Bij “A” pension Veenhuijsen.
(Deze kaart werd overgenomen uit het boek “Remember Arnhem” door John Fairley, die de perceelsgrenzen overnam uit het boek “Arnhems Stadsplan” uit 1953).

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.