MINISTORY XII
OVER “VLIEGENDE PAARDJES” EN “RODE DUIVELS”
door: C.van Roekel
In het voorjaar van 1945, toen wij na een lange evacuatie-periode weer mochten terug-keren naar onze huizen, of beter gezegd naar hetgeen er nog van over was, was er een schrijnend tekort aan kleding. Overhemden, broeken, sokken, jurken en schoenen waren waardevolle artikelen. In die tijd was het heel gewoon dat vader, als hij naar een belangrijke bijeenkomst moest, eerst het kostuum van de buurman leende ! De dames hadden het gemakkelijker omdat de parachutes, die in grote aantallen voorhanden waren, voldoende textiel voor jurken en blouses leverden. Wij, opgeschoten jongens, stroopten de omgeving af en dosten ons op “z’n Airborns” uit. Overhemden, sokken broeken, battledresses en smocks waren niet zo moeilijk te vinden en wat te groot voor ons was werd meegenomen als werkkleding voor de groten.
Een van de belangrijkste leveranciers van bovengenoemde manufacturen was het park Hartenstein. Op de sintelbaan en de tennisvelden en verder op de gazons viel heel wat te beleven en op te rapen. We hadden onze vaste “stekkies” voor bepaalde benodigdheden. Zo ook voor de “vliegende paardjes”, zoals wij de Pegasus-emblemen gewoonlijk noemden. Ongeveer 25 meter ten zuiden van de huidige ingang van ons museum lag een mand met duizenden distinctieven. Het waren bijna allemaal Pegasus-emblemen, hele “broden”.
Een hedendaagse verzamelaar zou zich de vingers aflikken, maar wij, op jacht naar kle¬ding, dekens en voedsel namen slechts zo af en toe eens een “broodje Pegasus” mee en deelden dit in stapeltjes van “pak weg” 25 emblemen uit aan wie er om vroeg.
De symboliek van het “vliegende paardje” drong niet tot ons door en de waarde die er nu aan wordt toegekend zou toen waarschijnlijk aanleiding tot vrolijkheid hebben gege¬ven. We droegen in die tijd complete battle-dresses voorzien van mouw-emblemen, rang- onderscheidingstekens, batons, enz. Extra emblemen vonden we helemaal niet nodig, te¬meer daar we ze er dan ook nog zouden moeten opnaaien.
Toch hebben we het vliegende paardje tot symbool gemaakt van onze wandelclub. In 1947 werd de eerste Airborne Wandelmars georganiseerd en onze jongensclub deed mee onder de naam “De Rijnkanters”. Als clubembleem droegen we, hoe kan het ook anders, een Pegasus!

Wandelclub “De Rijnkanters” met het Pegasus-embleem op de shirts tijdens de 3e Airborne Wandeltocht in 1949.

Gedurende de afgelopen veertig jaar zijn Pegasus en Bellerophon eigenlijk het “tweede wapen” van de Gemeente Renkum geworden, maar ik vraag mij af of de geschiedenis en de betekenis ervan wel in ruime kringen bekend is. Vanwege het feit dat gedurende veertig jaar onze Politie Sport Vereniging de Airborne Wandeltocht organiseert en daarmee het Airborne-embleem internationale bekendheid heeft gegeven, lijkt het een goede gelegen¬heid de herkomst van het mouw-embleem en die van de bekende rode baret met gesp eens uit de doeken te doen.
Na de oprichting van Airborne Forces ontstond de behoefte aan een bijbehorend distinc-tief. Generaal Gale schrijft in zijn autobiografie “Call to Arms” dat Generaal Browning, Brigadier Hopkinson en hijzelf het initiatief hebben genomen, waarna Majoor Edward Seago, Camouflage Officer of Southern Command, de opdracht tot een ontwerp kreeg. Het resultaat was het bekende embleem dat in mei 1942 werd ingevoerd.
Majoor Seago heeft zich laten inspireren door verhalen uit de Griekse mythologie waarin de ruiter Bellerophon en het paard Pegasus een rol spelen. Het ros verrees uit het bloed van het veelkoppig wezen Medusa, toen dit door Perseus werd verdelgd. Bellerophon wist, met behulp van een Griekse godin, Pegasus te temmen om zijn opdracht, het doden van een vliegend en vuurspuwend monster, de Chimaera, te kunnen uitvoeren. Overmoedig geworden door zijn overwinning trachtte hij daarna de hemel, het woongebied van de góden, te bereiken. Dit ging de góden te ver en zij deden hem ter aarde storten. Volgens deze versie van de overlevering zou Bellerophon kennelijk zelf geen vleugels hebben gehad. Het paard Pegasus veranderde daarop in een sterrebeeld.
Het is duidelijk dat Majoor Seago bij zijn ontwerp de symboliek heeft willen beperken tot die van de gevleugelde bestrijding van het kwade en dat hem het latere droeve lot van de Ist Airborne Division niet voor ogen heeft gestaan.
De eerste parachutisteneenheden waren samengesteld uit militairen afkomstig van vele regimenten die elk hun eigen pet, kepi of baret kenden. Teneinde uniformiteit in hoofd¬deksel te verkrijgen werd een baret ingevoerd van een kleur die de luchtlandingstroepen duidelijk zou onderscheiden van andere legeronderdelen. Prototypes van verschillende soorten groen, blauw en rood werden geproduceerd en op vrij willekeurige gronden werd tenslotte door de Chef Staf van de Engelse strijdkrachten, Sir Alan Brooke, in eigen persoon gekozen voor de wijnrode uitvoering. Te zelfder tijd werd het baretembleem, een parachute met kroon en vleugels, ingevoerd. Aldus getooid werd het regiment voor het eerst in november 1942 in Noord-Afrika ingezet. Het verhaal gaat dat de Duitse tegenstanders onder de indruk raakten van het optreden van de Engelse troepen, die hun baret prefereerden boven een helm en hen daarom de bijnaam Rode Duivels verleenden.
Aanvulling op Ministory No.XI.
Bij Ministory No.XI, “De geschiedenis van de Poolse Gliderlift tijdens Operatie Market- Garden” door John R.Grodzinski, was een tabel opgenomen met een beschrijving van de lading van ieder glider. In deze lijst staan drie gliders genoemd van de geneeskundige dienst, waarvan de Inhoud niet bekend was. Onlangs heeft onze voorzitter, de heer J.Smits, dankzij de hulp van de heren J.J.Lorijs en Dr.S.J.Sosabowski, gegevens over de lading van deze drie gliders verkregen uit het Sikorski Instituut in Londen.
In de eerste glider bevonden zich een lege jeep en een jeep geladen met o.a. brancards, voedsel, steriel verbandgaas en een uitkookpan. In de tweede glider zaten eveneens twee jeeps: één onbeladen, de ander geladen met o.a. transfusie-materiaal, steriel verband¬gaas, brancards, brancard-schragen en dekens. De inhoud van de derde glider bestond uit een jeep geladen met transfusie-materiaal, steriel verbandgaas, een set voor water- onderzoek en water-sterilisatie en dekens. Tevens bevonden zich in dit zweefvliegtuig twee trailers met o.a. tenten, lampen, primussen, brancards + schragen, dekens, suiker, verbandmiddelen, rekverbandpleister, medicamenten, transfusie benodigdheden, plasma alsmede gedroogd plasma en water.
Uit de aantekeningen van Dr.Mozdierz, commandant van de geneeskundige compagnie, ge-maakt bij de verlieslijst in het najaar van 1944, kan worden opgemaakt dat de Polen uit laatstgenoemde glider, sldt.I.Chrusciel en sldt.Abramczyk, erin slaagden een jeep uit te laden en weg te komen van de landingszone. Uit dezelfde lijst moet de conclusie worden getrokken dat de Polen uit de tweede glider, Sgt.Szpetnar en sldt.Marszalek, het erbij de landing eveneens levend afbrachten, doch daarna vermist werden.

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.