Onlangs verscheen het persoonlijke verhaal van Cees van der Sluis (1920 – 2007), inwoner van Schaarsbergen in de oorlogsjaren 1940-1945. Schaarbergen werd vanaf september 1944, na de Slag om Arnhem en de evacuatie van de Gelderse hoofdstad, een frontstad. In de jaren ’80 van de vorige eeuw noteerde Cees in negen schriften zijn oorlogsherinneringen. In 2021 werd dit indrukwekkende verhaal uitgegeven door de familie Van der Sluis. Het verhaal van Cees en zijn familie is het bijzondere relaas van een aantal gewone burgers uit Schaarsbergen die na de evacuatie van Arnhem, en de omringende dorpen en gemeenten, mochten blijven van de Duitsers (vrijwillige brandweer, paardenbezitters en leden van de technische nooddienst). Zij kozen ervoor het ‘normale’ leven zoveel mogelijk door te laten gaan, door van dag tot dag te bekijken wat mogelijk en onmogelijk was.

De familie Van der Sluis, bestaande uit vader Steven, moeder Maria en kinderen Ab, Cees, Truus, Inge en Miep, woonde aan de Strolaan. Cees was in deze tijd lid van de luchtbeschermingsdienst. In veertien korte hoofdstukken wordt beschreven hoe een aantal gezinnen na de Slag om Arnhem en de evacuatie in Schaarsbergen achterbleven en hoe met paard en wagen voor het Rode Kruis werd gereden. Bij gebrek aan lokale autoriteiten organiseerden het Rode Kruis en de gemeentelijke brandweer nog iets van hulpverlening aan zieken, bejaarden en evacuees. Cees (en Ab) meldden zich ook aan en reden met paard en wagen naar de verlaten stad, telkens vergezeld door een meisje. Deze jonge vrouwen moesten altijd mee om op te schrijven wat uit de stad werd weggehaald, zodat deze zaken (van schoenen tot kachelpijpen) later teruggegeven konden worden of een vergoeding kon worden betaald. De door deze meisjes bijgehouden administratie bleek na de bevrijding ineens verdwenen…. Ook werd Cees gevraagd mee te werken met het begraven van burgerslachtoffers, waaronder twee uit de Arnhemse koepelgevangenis vrijgelaten, in gevangeniskleding omgekomen burgers. Eén hiervan kon vele jaren later, inmiddels herbegraven op de Oosterbeekse Begraafplaats Zuid, alsnog worden geïdentificeerd als de Amsterdammer Joseph van Vijnck. In de maanden november tot en met december 1944 volgden nog vele ritten naar de stad en in 1945 ging Cees ook voor de Duitsers rijden (cokes van de gasfabriek naar de Westervoortsedijk voor een aggregaat, zand voor barricades of munitie naar het front), terwijl ook particulieren Cees om hulp vroegen om zaken uit de stad op te halen.

De familie maakte in hun eigen Schaarsbergen de bevrijding door de Canadezen mee, waarna Cees ging werken voor Cordon F.

Deze oorlogsherinneringen zijn bedoeld als ode aan hen die in moeilijke tijden achtergebleven zijn, die ondanks de zeer zware omstandigheden nog iets van Arnhem hebben proberen te bewaren en die hun best deden om anderen te helpen. Maar ook als weerwoord tegen de verdachtmakingen, van de na mei 1945 terugkerende, tot voor kort ondergedoken ‘gegoede burgerij’ en ambtenaren, die acht maanden hun taken niet vervulden, maar na de oorlog wel hun achterstallige salarissen en meer kwamen opeisen. Omdat dit verhaal geschreven is door een 24-jarige jongeman, die de gebeurtenissen van heel dichtbij en persoonlijk heeft meegemaakt, is het een zeer waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving van de gebeurtenissen in en rondom de geëvacueerde stad Arnhem, in de periode vlak voor de bevrijding in 1945.

Inlichtingen over het boek zijn te verkrijgen via henksluis@hotmail.com. Binnenkort zal een tweede aangepaste druk verschijnen.

Cees van der Sluis, In het vuur – Schaarbergen ’44-’45 (74 pp., Vianen 2021, ISBN 978-94-930-4946-8)


Dit aspect van de oorlogsperiode is na de oorlog weinig onderzocht en er is nauwelijks over geschreven. Een van de weinige verslagleggingen is de publicatie Wat gebeurde er in Arnhem tijdens de evacuatie van de stad? – De waarheid over de Technische Nooddienst te Arnhem (1946): een feitelijk verslag over de dienst, geschreven door G.J. Veenstra, dat de acht maanden na de mislukte Slag om Arnhem en de rooftochten van de Duitsers behandelt. Voor zover na te gaan is er in de jaren direct na de oorlog geen gedetailleerd onderzoek uitgevoerd naar de rol van alle betrokkenen. Wellicht waren andere problemen groter en wilde men ‘gewoon’ verder met het leven en de wederopbouw van huis, dorp, stad of land.

In 2017 schreef Martijn Zweerink de scriptie Voor het behoud van een verlaten stad. De Technische Nooddienst in Arnhem, september 1944 – april 1945 voor zijn master Geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Deze scriptie is digitaal te verkrijgen via de onderwijsrepository van de Radboud Universiteit (https://theses.ubn.ru.nl/handle/123456789/5123).

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.