INHOUDSOPGAVE

  • 3 Verenigingsnieuws – Fellowship en Stiltekamer Airborne Museum
  • 4 White Ribbon Mile
  • 5 Interview – Roger Beets
  • 7 75 jaar Market Garden – 75 markante plekken
  • 14 Thema – Vierentwintig uur strijd in Lombok
  • 21 Pas uit – Hohenstaufen
  • 22 Ministory 131 – Landstorm Nederland in de slag om Arnhem
  • 27 Persoonlijk – Robbie Gunter, kind tussen de linies
  • 31 Historisch perspectief – Dood aan de Dreijenseweg
  • 35 Programma

AIRBORNE MAGAZINE 15, Uitgave van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum 75 jaar Market Garden, 05-08-19

Airborne Magazine is een uitgave van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek en verschijnt drie keer per jaar. Het doel van de VVAM is bekendheid geven aan het Airborne Museum, de activiteiten van de Vereniging Vrienden en aan de geschiedenis van de slag om Arnhem.

Redactie: Alexander Heusschen (magazine@vriendenairbornemuseum.nl), Jasper Oorthuys, Otto van Wiggen
Bijdragen van: Wybo Boersma, Bernhard Deeterink, Robert Gunter, Alexander Heusschen, Dirk Hoekendijk, Frank van Lunteren, Arno Maan, Paul Meiboom, Leo van Midden, Martijn Reinders, Berry de Reus, Robert Voskuil, Otto van Wiggen
Archivering & losse nummers: info@vriendenairbornemuseum.nl
Vormgeving: Sandra van der Laan-Elzinga, Studio 223, Elst
Druk: Grafi Advies, Zwolle
Contactgegevens VVAM: www.vriendenairbornemuseum.nl info@vriendenairbornemseum.nl (06) 510 824 03
Postadres: Wissenkerkepad 22 6845 BW Arnhem
Archivering & losse nummers: info@vriendenairbornemuseum.nl

Omslag: Eén van de meest iconische beelden uit de slag: een 3 inch-mortierteam van No. 23 Mortar (Handcarts) Platoon, Support Company, 1st Border in hun ‘mortar pit’ aan de Van Lennepweg in Oosterbeek. De datum is 21 september 1944. VLNR: Pte Norman Knight, Pte Ron Tierney en Cpl Jim McDowell

 

VERENIGINGSNIEUWS: SAMENWERKING FELLOWSHIP EN VVAM
In Airborne Magazine nr. 12 (september 2018) hebben we gezegd te gaan onderzoeken in hoeverre nauwer samengewerkt kan worden met The Arnhem 1944 Fellowship. Ik heb de Engelse VVAM-leden daarover geïnformeerd met een persoonlijke brief; onze vereniging en de Fellowship hebben immers grotendeels overeenkom-stige doelen en doelgroepen.
De Fellowship heeft ongeveer 600 leden: 60% woont verspreid over de wereld, 40% in Nederland. Tweederde van hen is lid voor het leven. Met een contributie van €11 per jaar voor tweehonderd betalende leden beschikt de Fellowship over een kleiner budget dan de VVAM. Van-wege het relatief grote Engelse bestand telt het bestuur zowel Engelse als Nederlandse leden.
Op 31 mei kregen de secretaris en ik, op uitnodiging van het Fellowship-bestuur, de gelegenheid mogelijke initiatieven toe te lichten. Namens de Fellowship wa-ren bij deze vergadering: Robert Voskuil, Hiltje van Eck, Luuk Buist, Martijn Cornelissen, Glenn Schoen, Niall Cherry, Graham Francis en David Locke aanwezig.
Om een mogelijk nauwere samenwerking aan te gaan, hebben wij het voorstel gedaan Fellowship-leden deel te laten nemen aan battlefield tours die door de VVAM worden georganiseerd, en zijn we bereid deze in het Engels te verzorgen. Daarnaast hebben we de suggestie gedaan elkaars publicaties uit te wisselen. De Fellowship ver-spreid zes tot zeven Engelstalige Newsletters per e-mail.
De VVAM informeert haar achterban met drie Airborne Magazines per jaar. Aangegeven is dat aan een eventuele uitgave van de drie tijdschriften in het Engels aanvullende kosten zijn verbonden. Het is goed te vermelden dat de kwaliteit van het huidige, vernieuwde magazine door de Nederlandse leden van het Fellowship-bestuur wordt ge-waardeerd. In dat kader zou een uitwisseling van elkaars publicaties de moeite waard zijn om te onderzoeken.
Op dit moment is nog onduidelijk of de Fellowship positief is over deze voorstellen en of ze bereid is tegemoet te willen komen in de kosten als we het tijdschrift naar de Engelse leden van The Arnhem 1944 Fellowship gaan sturen. We houden u uiteraard op de hoogte.


Wim Duyts (foto: Berry de Reus)

STILTEKAMER

Vermeldenswaard is ook de opening van de Stilte-kamer in het Airborne Museum op zondag 30 juni.
De kamer werd officieel geopend in het bijzijn van Anita Witzier, televisiepresentatrice en voorzitter van Monuta Helpt, en Agnes Schaap, burgemeester van Renkum. De Stiltekamer is een plek waar bezoekers in alle rust de slachtoffers van de slag om Arnhem kunnen herdenken. In deze ruimte worden de onderscheidingen van oorlogsveteranen en burgers gepresenteerd. Met name voor Wim Duyts vormde de opening een mijlpaal in zijn lange carrière, waarin hij diverse functies binnen het bestuur van het Airborne Museum bekleedde. De onderscheidingen die nu ge-presenteerd worden zijn in de loop der jaren persoonlijk aan hem overhandigd door buitenlandse en Nederlandse nabestaanden. Een ereschuld voor hem dus om deze onderscheidingen een nieuwe, treffende plaats in het museum te geven, waarmee de belofte dat ze te zien zullen zijn zolang het museum bestaat is bestendigd. De stiltekamer is op uiterst stijlvolle wijze ontworpen

Medailles in de Stiltekamer (foto: Berry de Reus)

WHITE RIBBON MILE

Dit jaar, bij de 75e herdenking, wordt speciaal aandacht geschonken aan operatie Berlin: de terugtrekking over de Rijn op 25-26 september 1944, waarin zo’n 2300 Airbornes een veilig heenkomen zochten. Ze werden daarbij geholpen door Canadese en Britse genie-troepen. Die nacht regende het hard en was het aardedonker. Vijandelijke beschietingen zorgden voor doorlopend gevaar. Om de militairen in de goede richting te leiden werden witte linten gespannen op de routes naar de rivier. Vandaar werden de militairen overge-zet in boten. Sommigen zwommen. Velen bereikten de overkant niet.

Op één van de oversteekplekken staat een klein monument dat normaal niet te bereiken is via een pad. Tijdens de herdenkingsperiode van 9 tot 27 september zal een met witte linten gemarkeerde route naar het monument aan de oever leiden.

ROUTE
De White Ribbon Mile is van 9 tot 27 september 2019 elke dag toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang (betreden op eigen risico). Starten kan bij de Oude Kerk aan de Benedendorpsweg 134 in Oosterbeek. De kerk is geopend van 1 mei tot 1 oktober op woensdag, donderdag en zondag van 14:00u tot 17:00u. Van 16 september t/m 26 september dagelijks tijdens deze uren. In de Oude Kerk is een film te zien over de route van de terugtrekking van toen en de betekenis van nu. De film duurt tien minuten.

Alle zondagen in september kan er ook gestart worden bij Event Theater Concertzaal Oosterbeek, Rozensteeg 3. In de herdenkingsweek dagelijks. Openingstijden zijn van 11:00u tot 17:00u.

White Ribbon Mile is een initiatief van: Stichting Dorpsplatform Oosterbeek Stichting Airborne-Region Gemeente Renkum Meer informatie: facebook: Whiteribbonmile https://whiteribbonmile.wordpress.com www.airborne-region.nl/activiteiten/de-white-ribbon-mile Ontwerp: SeventySix Graphic Design Oosterbeek Drukwerk: Coers & Roest

 

INTERVIEW DE VETERANEN ZIJN DE ÉCHTE VIP’S

DE KEUZES VAN ROGER BEETS
Roger Beets (1952) is voorzitter van de Stichting Airborne Herdenkingen, de coördinerende organisatie achter de herdenkingen van de slag om Arnhem in de gemeenten Arnhem, Renkum, Overbetuwe en Ede. Met zijn werk voor de stichting en voor de Airborne Wan-deltocht is hij na 25 jaar een ‘household name’ in de regio. Is de 75e herdenking de grote klapper voordat het licht definitief uitgaat? “Wat ze in Ieper kunnen, kunnen we hier ook”.

HERDENKEN OF BELEVEN?
”Beide. In navolging van de Airborne Region [het samen-werkingsverband van gemeenten dat het verhaal van de slag om Arnhem bekender wil maken in binnen- en bui-tenland, AH] zou ik daaraan nog willen toevoegen: her-denken, beséffen en beleven. De herdenkingen zullen in de huidige vorm blijven bestaan. Vooralsnog. Dat moet je ook niet zomaar afschrijven. Zeker in deze regio, waar de band met de Britten enorm diepgeworteld is. Neem de zondagochtend op de Airborne-begraafplaats: dat is de meest zuivere vorm van herdenken. Het karakter van die herdenking is de afgelopen 26 jaar, sinds onze stichting de boel runt, niet wezenlijk veranderd. Eigenlijk zelfs vanaf 1945 niet. Dat hoort ook zo. Ede gaat het meeste met de tijd mee. En een evenement als Bridge to Liberation is wéér heel anders. Wat ik maar zeggen wil: het één hoeft het ander niet in de weg te staan. In andere regio’s van operatie Market Garden is het, naar mijn mening dan, misschien wat teveel een ‘feestje’ geworden. Maar ook dat is verklaarbaar: daar wordt de bevrijding gevierd. Bevrij-dingsdag wordt niet gevierd in Arnhem. Simpelweg om-dat er niets te bevrijden viel. De stad was leeg. In Brabant is dat heel anders, daar is men daadwerkelijk bevrijd in september ‘44. Niet vreemd dus dat bijvoorbeeld ook de gymnastiekverengingen en de plaatselijke harmonieën in een optocht door Eindhoven lopen. Soms zie je ook hier, in Arnhem en omgeving, dat sommige initiatieven niet helemaal in de pas lopen met de rest van het program-ma. Daar proberen we als stichting op toe te zien. En dan nog, hoor… Dan meen je in een vergadering goede afspraken te hebben gemaakt, ‘nee, we hangen maar één vlag op’, loop je vervolgens naar buiten en is het alweer anders. Dat heb je nou eenmaal in een klein gebied met veel tegengestelde belangen en clubs die zich verbonden hebben aan een monument, museum of stichting: politie versus Defensie, gemeente versus middenstand, die wil niet samenwerken met die, VIP’s die graag vooraan willen zitten… Allemaal voor eigen gewin, zo lijkt het. Voor mij is er maar één ‘club’ die centraal staat en dat zijn de veteranen en hun families. De veteranen zijn de échte VIP’s.”

MARKET GARDEN OF AIRBORNE?
”Dat is een moeilijke. Airborne is een onderdeel van Mar-ket Garden. Het Market-deel van de operatie heeft zich toch ten noorden van de rivier afgespeeld. Of we ooit Market Garden samen zullen herdenken? Zie je Vitesse en NEC ooit samengaan? Nee, de belangen zijn daarvoor veel te verschillend. Komt ook weer door het hier herden-ken en daar bevrijden. Het museum in Groesbeek heeft veel aandacht voor het Duitse verhaal; die bedienen ook een groot Duits publiek. Dat zie ik hier in Oosterbeek niet snel gebeuren. Bij de herdenkingen in Arnhem is al jaren de Duitse ambassadeur aanwezig. Ook dat gaat in Oosterbeek op de begraafplaats echt niet gebeuren. De hamvraag die bij ieder herdenkingslustrum weer terug-komt is: wat doen we hierna?

VETERANEN OF JEUGD?
”Kennis krijgen en vasthouden, daar gaat het om. Dat is ook echt iets van deze tijd: de jeugd erbij betrekken, en ze het belang van geschiedenis laten zien. Je mag als tiener blij zijn dat je met je mobieltje aan de rand van het zwembad kunt rondlopen, maar besef wel dat een ander voor jou in een veel groter zwembad kopje onder is gegaan. Dat besef is soms ver te zoeken. Onderzoek, ik meen op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, wees nog niet zo lang geleden uit dat studenten op zich best geïnteresseerd zijn in geschiedenis, maar dan wel wil-len kunnen bepalen welke informatie ze ontvangen. ‘Ga ons niet op de huid zitten’, was zo’n beetje de strekking.
Er is dus nog veel ambassadeurswerk te verrichten voor de educatieve tak van de Airborne-gemeenschap. Groep 7 en 8 van de basisschool, dat zijn de leerlingen die het meest ontvankelijk zijn voor het verhaal van de slag. De bloemenkinderen van Oosterbeek hoef je niks te vertellen over de geschiedenis van hun dorp. Dat zouden goede ambassadeurs kunnen zijn. Maar dan moet er op scholen ook wat meer aandacht komen voor onze regionale ge-schiedenis. Er is zoveel onkunde, of beter onwetendheid, over de slag om Arnhem. Maar ja, vind je het gek als er in geschiedenislesboeken, bij wijze van spreken, maar drie regels worden gewijd aan Arnhem? Of neem het Airbor-ne Museum: je moet erg oppassen dat je straks niet een mooi landhuis hebt staan, waarin ook nog een hoekje is ingericht over de gebeurtenissen in 1944. Als museum heb je natuurlijk wél een functie.
Wat de veteranen betreft: we mogen blij zijn als we er dit jaar hopelijk tien of twaalf kunnen verwelkomen. Man-nen die ook echt hier gevochten hebben, bedoel ik: de échte Arnhem-veteranen dus. Maar die aparte, ook in Engeland niet altijd begrepen hechte band tussen Oos-terbeek en de veteranen, die blijft. En gaat steeds over op de volgende generatie. Het dorp mag dan niet zijn bevrijd tijdens de slag, de dankbaarheid voor het proberen, dat wordt nog steeds gewaardeerd.”

ARNHEM OF OOSTERBEEK?
”Dat is de eeuwige controverse. Ik heb ooit iemand bij de gemeente horen zeggen: ‘Jammer dat de brug in Arnhem ligt’. Oosterbeek kan niet zonder Arnhem en andersom idem dito. Het kantelpunt van de slag lag in de Arnhem-se wijk bij het Elisabeth Gasthuis, dat bepaalde wat hier vervolgens gebeurde in Oosterbeek.”

WANDELEN OF REGELEN?
”Regelen. Ik ben een echte regelneef. Ik ben goed in dingen neerzetten, dingen waarvan mensen zeggen: ‘Hé, dat zit goed in elkaar’. Maar ik vind wandelen op zich heel aardig, hoor. In mijn jeugd heb ik de Airborne Wandel-tocht twaalf keer gelopen, en daarna ook nog een paar keer. Trouwens, niet veel mensen hier beseffen dat de Airborne Wandeltocht een veel groter evenement is dan de herdenking in Oosterbeek. Dat besef was voorheen zeker bij de gemeente, en nu nog bij een aantal ondernemers in Oosterbeek, amper doorgedrongen.. Iedere wandelaar neemt gemiddeld minimaal één gast mee. Doe wat met die 60.000 (!) mensen die je in het dorp hebt, zeg ik dan.


Zorg dat ze op een later moment nog eens terugkomen.
Gelukkig gaat de Oosterbeekse Ondernemersvereniging zich dit jaar extra inzetten voor een prachtige Airbornebeleving gedurende heel september!”

ACHTER DE SCHERMEN OF ERVÓÓR?
”Ik vind het meestal wat plezieriger achter de schermen.
Zoals gezegd: ik ben een regelaar. Maar ik ben snob genoeg om er ook gerust vóór te staan als de situatie daarom vraagt. Het defilé en de intocht presenteren bij de Airborne Wandeltocht bijvoorbeeld, dat vind ik geweldig om te doen. Soms is het dus noodzakelijk om vóór het scherm te staan, bijvoorbeeld als ceremoniemeester bij de Airborneherdenking in Arnhem. Dan heb je ook een functie aan de voorkant.”

STROPDAS OF POLO?
”Vandaag een polo, zoals je ziet. Ik ben een beetje ouderwets opgevoed: bij officiële gelegenheden hoort een pak mét stropdas. Zeker in Engeland gaat men ervan uit dat je correct gekleed gaat bij herdenkingen. In Nederland komen mensen soms zo van het sportveld naar een begrafenis. Dat getuigt van erg weinig respect of gevoel voor decorum, vind ik. Wat overigens niet wegneemt dat er momenten zijn waarop een pak zonder stropdas best gepast is. Ook dát is van deze tijd.”

DE 50E OF DE 75E…?
”De 50e heb ik niet bewust meegemaakt. Het eerste waar ik aan denk bij deze vraag is de 60e herdenking. Om heel eerlijk te zijn: dat nooit meer! Echt. Om wat voorbeelden te geven: er was een evenement georganiseerd in
het GelreDome. Moet je je voorstellen: veteranen op de ereplaatsen, het stadion wordt donker en dan komt daar de 11e Luchtmobiele Brigade vanaf het dak geabseild. ‘Schietend’! Die Britten schrokken zich helemaal wezenloos. En dan Karin Bloemen die Het Dorp van Wim Sonneveld zingt. Nee, wat ze toen hadden bedacht, pakte helaas niet zo goed uit.
Wat me wel altijd zal bijblijven is de aanblik van twee veteranen die toen over de John Frostbrug naar het stadion werden gereden. Terwijl dat gebeurde gutsten de tranen over hun gezichten. ‘Waarom deze heftige emotie?’, vroeg ik ze later. Wat ze toen antwoorden had ik nooit verwacht: ‘We zijn voor het eerst over de brug gegaan’. Het was tot dan altijd een soort erecode geweest om nooit de brug te passeren, en al helemaal niet van noord naar zuid.
Wat destijds niet lukte, zouden we nu ook niet moeten doen, zo was de stilzwijgende afspraak.
De 75e herdenking zelf verschilt niet heel erg van bijvoorbeeld de 60e of 70e. De publieke belangstelling is vanzelfsprekend groot. Maar er zijn dit jaar bijzonder veel andere activiteiten gepland; het wordt echt een groots gebeuren met concerten, bijeenkomsten, lezingen en veel aandacht voor de jeugd. Bijzonder aan deze editie is wel dat dit jaar op de Rijndijk bij Driel ter afsluiting operatie Berlin wordt nagespeeld door Poolse reenactors en soldaten, samen met de 11e Luchtmobiele Brigade. Daarmee samenhangend is er ook speciale aandacht voor de White Ribbon Mile, de vluchtroute van de divisie.
Het grootste risico dit jaar? Het weer. Absoluut. Op de tweede plaats de toestroom van het publiek. Over de veiligheid maak ik me niet zo’n zorgen, daarvoor zijn al jaren geleden de nodige maatregelen genomen. Deze zijn steeds verder aangescherpt. Ik hoop vooral dat de herdenkingen opnieuw waardig en respectvol verlopen. En dat de veteranen en hun families daarna weer met een goed gevoel naar huis gaan. Dat is waar het mij om gaat.” – Alexander Heusschen

Zie voor het complete herdenkingsprogramma in september én daarna: www.airborneherdenkingen.nl. Het programma is er ook te downloaden.

GESTOLDE GESCHIEDENIS 75 MARKANTE PLEKKEN UIT OPERATIE MARKET GARDEN

Zij die erover kunnen vertellen zijn haast niet meer onder ons. Toch zijn de herinneringen aan de septemberdagen van 1944 nooit ver van ons verwijderd. Airborne Magazine verza-melde 75 locaties met een verhaal: klein, groot en voor even aan de vergetelheid ontrukt.
De kaarten op de achterzijde van het blad geven globaal de plek aan: zie de nummerver-wijzingen bij iedere locatie of scan de QR-code. Met de GPS-coördinaten op pagina 35 zijn de exacte plekken te vinden, vanuit de luie stoel (via https://vriendenairbornemuseum. nl/abm15_75digitaleplekken/ of Google Maps) of tijdens uw verkenningen ter plaatse.

1. Oranjewachtstraat, Arnhem. Gevechtsschade aan de originele jaren ‘30-trappen (westkant van de brug, onderaan links, staand op de trap).
2. Eusebiusbuitensingel 69, Arnhem. Locatie Huis Nijenburgh. Op zo’n 100 meter vanaf het kruispunt met de Westervoortsedijk stond het ruim bemeten huis van Freule Cornelia gravin van Limburg Stirum, evangeliste, voorvechter van christelijk meisjesonderwijs en weldoenster. De freule kwam om tijdens de slag.
3. Eusebiusbuitensingel 9, Arnhem. Vooruitgeschoven hoofdkwartier van SS-Sturmbannführer Hans-Georg Sonnenstuhl, die de gelijknamige Kampfgruppe leidde tegen de Britten bij de brug. Van hieruit werden de Duitse troepen die uit Velp en ArnhemNoord kwamen ingedeeld, vooral aan de westelijke kant van de brug.


4. Sint Walburgisplein 1, Arnhem. Op 19 september probeerde een laagvliegende Messerschmitt Bf 109 de Britten
bij de brug te bombarderen. In een poging het intense Britse mitrailleurvuur te ontwijken, raakte het jachtvliegtuig de zuidtoren van de Walburgiskerk. Dit veroorzaakte een brand die de hele kerk in de as legde. Het toestel crashte in de Lauwersgracht; de piloot kwam om.
5. Koningstraat 67, Arnhem. Van 18-22 september 1944 de commandopost van de 1. Kompanie van het 1e SS-PanzergrenadierBataillon, 21. SS-PanzergrenadierRegiment, Frundsberg-divisie. Het bataljon werd kort daarvoor aangevuld en weer op sterkte gebracht in Diepenveen.
6. Bakkerstraat 56, Arnhem. Een Schützenpanzerwagen van het 1/21. SS-PanzergrenadierBataillon (zie locatie 5) stond hier opgesteld volgens de verslagen van Sturmmann Wilhelm Balbach.
7. Da Costastraat 5, Arnhem. Paasbergkerk. Hier brachten Major Tony Hibbert, commandant van het brigadehoofdkwartier van 1st Parachute Brigade bij de brug in Arnhem, en leden van het 2nd Parachute Battalion, de nacht door op 21-22 september als gevangenen. Van hier werden ze naar Villa Bene Sita in Velp gebracht (Arnhemsestraatweg 33, Velp).


8. RijkswegWest 65, Arnhem. Zorgvilla Oosterveld Stepping Stones. Destijds Huize Oosterveld van de Congregatie van Onze Lieve Vrouwe van Amersfoort. Een deel van Viktor Gräbners kolonne overnachtte met hun pantserwagens tussen de fruitbomen in de tuin. De bewoners lieten hen niet binnen. Gräbner kwam in de ochtend van 18 september 1944 om het leven bij de aanval op de brug vanuit het zuiden.
9. Hoek Huissensestraat en Orchislaan, Arnhem. Destijds Hotel Zuid. Van 17-21 september 1944 in gebruik als Duits noodhospitaal. Huisarts Johan Drost verleende er zijn diensten; de biljarttafel werd gebruikt als operatietafel. Zij die erover kunnen vertellen zijn haast niet meer onder ons. Toch zijn de herinneringen aan de septemberdagen van 1944 nooit ver van ons verwijderd. Airborne Magazine verzamelde 75 locaties met een verhaal: klein, groot en voor even aan de vergetelheid ontrukt. De kaarten op de achterzijde van het blad geven globaal de plek aan: zie de nummerverwijzingen bij iedere locatie of scan de QR-code. Met de GPS-coördinaten op pagina 35 zijn de exacte plekken te vinden, vanuit de luie stoel (via https://vriendenairbornemuseum. nl/abm15_75digitaleplekken/ of Google Maps) of tijdens uw verkenningen ter plaatse.


10. Willemsplein 21, Arnhem. Destijds: Nieuwe Plein 37-39. Ortskommandantur, waar de Duitsers toezicht hielden op het Arnhemse gemeentebestuur en waar bijvoorbeeld ook de inkwartiering van Wehrmachtmilitairen werd geregeld. Het was een nevendoel voor C Company van het 2nd Parachute Battalion.
11. Utrechtsestraat 65 , Arnhem. Dit huis markeert het punt waar de opmars van C Company van het 2nd Battalion op zondagavond vastliep in Duits vuur. L/Cpl Loney en Pte Shipley vonden hier hun einde en waren jarenlang vermist. Op 13 september 2017 werd in een gepaste ceremonie op de begraafplaats in Oosterbeek een steen van een tot dusver onbekende Lance Corporal vervangen. Graf 20.B.7 is sinds die dag voorzien van een naam: L/Cpl William Loney. Helaas is Pte Shipley nog steeds vermist [met dank aan M. Anker].


12. Onderlangs 5d, Arnhem. Op de ochtend van 19 september 1944 werden hier, op zo’n 1400 meter van de verkeersbrug, de restanten gevangengenomen van de aanvallen van het 1e en 3e Battalion [met dank aan P. Vrolijk]
13. Direct westelijk van Utrechtsestraat 85, Arnhem. Het originele hek, scheef en verscholen in het groen, markeert het verste punt van de Britse aanval op 19 september 1944.


14. Utrechtseweg 87, Arnhem. Naast de ingang naar de tuin van het oude Museum Arnhem ligt een onopvallende doorzichtige tegel. Zichtbaar zijn de contouren van een gesneuvelde Duitse soldaat die daar volgens de overlevering in die positie is gevonden.
15. Utrechtseweg 87, Arnhem. Op een ornament aan een zijmuur van het gemeentemuseum is nog oorlogsschade zichtbaar. Of dit van de septemberdagen 1944 of latere periode stamt is (nog) niet te zeggen.
16. Tegenover de inrit van Bovenover, Arnhem. Arnhem bleef tot april 1945 frontgebied. Op last van de bezetter had de bevolking de stad, inmiddels Sperrgebiet, verlaten. In het verlaten gebied werkten dwangarbeiders aan een nieuwe verdedigingslinie. De Kochbunker stamt uit deze periode.
17. Braamweg 1, Arnhem. Langs de Apeldoornseweg in Arnhem lag sinds 1912 de imposante villa Heselbergh. In augustus 1943 werd de villa gevorderd voor de staf van Feldkommandantur (FK) 642 ‘Arnheim’. Tijdens de slag speelde de FK een leidende functie. Als plaatsvervanger van de omgekomen commandant Generalmajor Kussin bleven Major Schleifenbaum en zijn personeel er aanwezig tijdens de gevechten rond de verkeersbrug. De villa werd ook in gebruik genomen als stafkwartier van de 9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’. Anderhalve week lang kreeg het villaterrein dagelijks bezoek van Duitse bevelhebbers zoals Walter Model, Wilhelm Bittrich en Walter Harzer. Op de locatie vonden gedurende deze dagen onderhandelingen plaats tussen Duitsers en Britten, werden krijgsgevangen ondervraagd en Nederlandse burgers gefusilleerd. Met de geallieerde artilleriebeschietingen tijdens Operation ‘Anger’, de IJsseloversteek en zuivering van Arnhem, werd de villa verwoest.
Op dit moment wordt op het terrein nieuwbouw gepleegd. Het voorbereidende archeologische onderzoek heeft een groot aantal sporen en objecten opgeleverd m.b.t. de oorlogsgeschiedenis van de plek. Tijdens het congres Strijdigheden op 12 september 2019 in Rozet Arnhem, zal Greenhouse Advies hierover een presentatie geven. Aanmelden via:www.strijdigheden.com


18. Weg achter het Bos, Arnhem. Tijdelijke Duitse begraafplaats voor gesneuvelden op het terrein van de Saksen Weimarkazerne. De begraafplaats wordt In de bronnen ‘Heldenfriedhof SS-Unterführerschule Arnheim’ genoemd.
19. Wagnerlaan 55, Arnhem. Gemeenteziekenhuis / Kriegslazarett. Tijdens de slag werden hier Duitse gewonden ondergebracht. Aan de westkant van het ziekenhuis werd een begraafplaats aangelegd voor de slachtoffers. Aan de oostkant lagen enkele Britse graven.
20. Noordelijke Parallelweg 55, Arnhem. Deze voormalige kerkzaal was het hoofdkwartier van SS-Hauptsturmführer Hans Möller (zie locatie 21). Het pand heeft na de oorlog een gevel gekregen aan de straat. Nog zichtbaar is het dakpuntje van de kerkzaal.
21. Utrechtseweg 304, Arnhem. Villa Casa Blanca, het witte gebouw op dit terrein, werd op 19 september 1944 verdedigd door een peloton van T Company, 1st Parachute Battalion.
Volgens goed ingewijde bronnen is dit ook de villa waar Hans Möller van het SS-Panzer-Pionier-Bataillon 9, een compagniescommandant verloor op 17 september. Dezelfde avond trok Möller zijn bataljon van zo’n 60 man terug naar de omgeving van de Oranjebrug in Arnhem, na een vuurgevecht met een sectie van A Company, 2nd Parachute Battalion. Hierdoor kon John Frost passeren op de Utrechtseweg en het jaagpad langs de rivier.
22. Klingelbeekseweg 134, Arnhem. Ingetogen, klein herdenkingsschildje voor de vier South Staffords die hier gevangen werden genomen door de SS.
23. Direct westelijk van Schelmseweg 67, Arnhem. Arnhem. Locatie van Ehrenfriedhof Zijpendaal, de tijdelijke begraafplek van Duitse slachtoffers, voordat zij werden verplaatst richting Ysselsteyn (Limburg).
24. Koningsweg 13, Arnhem. De Diogenesbunker was het Duitse commandocentrum voor de luchtverdediging van Nederland, België (deels) en het Ruhrgebied. De Duitsers probeerden de al nagenoeg ontmantelde Kampfraum, het zenuwcentrum (kaartruimte) van het complex, alsnog te vernietigen na de Britse luchtlandingen op 17 september.
25. Amsterdamseweg 461, Arnhem. Locatie van villa Lichtenbeek, hoofdkwartier van SS-Hauptsturmführer Klaus von Allwörden, commandant van de SS-Panzerjäger-Abteilung 9, ten tijde van de slag.


26. Klingelbeekseweg 69, Oosterbeek. Station OosterbeekLaag. De muren aan de westkant vertonen nog oorlogsschade. Het station lag aan de Britse opmarsroute en maakte tot april 1945 deel uit van de frontlijn.


27. Mariëndaal 8, Oosterbeek. HuisMariëndaal. In de nacht van 17 september was dit het hoofdkwartier van de commandant van SS-Panzer-Artillerie-Regiment 9, SS-Sturmbannführer.
28. Benededorpsweg / Klingelbeeksweg, Oosterbeek. Het spoortunneltje is weleens de Menenpoort (naar de poort in Ieper, België) van de slag om Arnhem genoemd: zo’n beetje alle Britse troepen die in ArnhemWest hebben gevechten hebben deze plek gepasseerd. De goed zichtbare gevechtsschade aan de zuidoostkant is waarschijnlijk veroorzaakt door Duits geweer en mitrailleurvuur.


29. Matzer van Blooisplantsoen, Oosterbeek. Locatie van wasserij Van Hofwegen: een strategische plek in het oostelijke gedeelte van de perimeter, vanwege de solitaire, hogere ligging ten opzichte van de Britse stellingen bij de kerk en het vrije schootsveld naar het oosten. Major Robert Cain won er zijn Victoria Cross. Jeremy Clarkson, de bekende Engelse tv-presentator, vertelt over Cain, zijn schoonvader, in ‘The Victoria Cross: for valour’, te zien op YouTube.
30. Benedendorpsweg 141, Oosterbeek. Duidelijk zichtbare gevechtsschade aan de gevel, vooral bij laat strijklicht.
31. Weverstraat 177, Oosterbeek. Kogelinslagen in het onderste gedeelte van het muurtje, op kniehoogte. De aangrenzende huizen figureren in Theirs is the Glory, de Britse verfilming van de slag uit 1946.
32. Weverstraat 181, Oosterbeek. Gevechtsschade aan tuinhek. De plek is gemakkelijk te missen, ware het niet dat de geregeld stoppende tourbussen en fotograferende slagveldtoeristen de boel nogal eens weggeven.


33. Kneppelhoutweg 14-A, Oosterbeek. Locatie van de ULOschool, beroemd om de geënsceneerde foto van de glider pilots, Sgts Whawell en Turl (rechts), op zoek naar sluipschutters volgens de bronnen. Turl kwam om het leven op 25 september.
34. Kneppelhoutweg 14, Oosterbeek. Locatie van pension ‘t Hemeldal. Eén van de andere locaties waar de overgestoken Polen (zie ook locatie 35) werden ingezet. Nu een bosperceel.
35. Hoek Benedendorpsweg en Hemelseberg. Rond Villa Transvalia betrok een deel van de Polen die in de nacht van 22-23 september de Rijn overstaken hun stellingen (zie ook locatie 46). De villa overleefde de oorlog niet.
36. Achter Benedendorpsweg 194, Oosterbeek. Fundering van de gashouder: als markant punt in OosterbeekLaag in 1944 komt deze plek vaker terug in gevechts en ooggetuigenverslagen. De ernaast gelegen gasfabriek, nu een architectenbureau, vertoont nog gevechtsschade, te zien vanaf het pad langs de uiterwaarden.


37. Benedendorpsweg 210, Oosterbeek. Huis SchoonZicht: ontmoetingsplaats voor het Arnhemse en Oosterbeekse verzet, onder leiding van Antoon van Daalen. Tijdens de slag gebruikt door het Border Regiment.
38. Pad langs Benedendorpsweg 168, Oosterbeek. Eén van de twee vluchtroutes die zijn gebruikt tijdens operatie Berlin, de terugtrekking van de 1st Airborne Division uit de perimeter.
39. Nederrijnoever, Oosterbeek direct zuidelijk van de Oude Kerk. In 2003 onthulde Sergeant M.J. Potter op de noordelijke oever dit robuust uitgevoerd monument, dat door zijn locatie moeilijk bereikbaar is. Het staat op één van de twee oversteeklocaties: (zie ook locatie 38).
40. Van Borsselenweg 37, Oosterbeek. Hoofdkwartier en verbandpost van D Company, 1st Battalion The Border Regiment. Op wat nu een fietspad is, net naast het toegangshek van het Glocklandgoed, schakelden de Britten een vijandelijke Char B1tank uit.
41. Utrechtseweg 232, Oosterbeek. Destijds Hotel Hartenstein. Vanaf 14 september 1944 zat hier het operationele deel  van het hoofdkwartier van Heeresgruppe B, onder bevel van Generalfeldmarschall Walter Model. De kwartiermakers van zijn staf zaten in Kasteel Wisch in Terborg. Het werd op 17 september tijdens de lunch, rond 13:30u, ontruimd na de melding “Fallschirmjäger in der nähe”. Model en General der Infanterie Hans Krebs vertrokken meteen naar Doetinchem, via de Ortskammandantur van Arnhem (zie ook locatie 10) en Feldkommandantur 642 (zie locatie 17) en Doetinchem, waar de commandant van het II. SS Panzerkorps, SS-Obergruppenführer Bittrich, in kasteel Slan-genburg resideerde. Eenmaal in kasteel Wisch bij Terborg aangekomen was het hoofdkwartier van Heeresgruppe B om circa 17:00u weer operationeel.
Vanaf de namiddag van 18 september tot 26 september deed Hartenstein dienst als hoofdkwartier van 1st Air-borne Division.
42. Hoofdlaan 1, Oosterbeek. Regimental aid post van het Border Battalion. In het naastliggende pand aan de Van Lennepweg was het hoofdkwartier gevestigd. Vanuit het plantsoen tegenover het hoofdkwartier werd vuursteun gegeven aan de Bordercompagnieën die ingegraven lagen langs de westelijke perimeter tussen de Utrechtseweg en de Rijn.
43. Utrechtseweg 269, Oosterbeek. Het huis waarin de commandant van de 1st Airborne Division, Major General Roy Urquhart, en de commandant van de 1st Parachute Brigade, Brigadier Lathbury, overnachtten op 17-18 september.
44. Kruispunt Utrechtseweg-Wolfhezerweg, Oosterbeek. De beroemde kruising waar Kussin (zie locatie 17) zijn dood tegemoet reed, is aangepast waardoor de zuilen van het landgoed Hoog Oorsprong zijn verplaatst. Op de zuilen is nog gevechtsschade te zien.


45. Pietersbergseweg 34, Oosterbeek. De twee zolderraampje onder de dakkap werden gebruikt door sluipschutters Sgt Tony Crane en zijn compagnon. Hun score, “killed or wounded”, hielden ze bij op het behang, dat nu in het Airborne Museum wordt geëxposeerd.
46. Paul Krugerstraat 21. Officieuze plaquette op de voormalige bakkerij voor A en D Troop van het Reconnaissance Squadron dat in deze hoek van de perimeter vocht. Het RECCE Squadron is goed vertegenwoordigd in de vele monumenten op het voormalige slagveld.
47. Steijnweg 40, Oosterbeek. Latere positie van het antitankgeschut van Sgt George Barton van de King’s Own Scottish Borderers, na eerst te hebben gevochten bij The White House (Hotel Dreyeroord). John Crosson, een paar jaar geleden nog voorvechter van het behoud van het hotel, was er ook actief als sluipschutter.
48. Johannahoeve 4, Oosterbeek. Missiehuis Vrijland. Op deze plek stond Huis Waldfriede, dat in 1944 verloren ging. Hoofdkwartier van SS-Sturmbannführer Sepp Krafft, commandant van het SS-Panzergrenadier-Ausbildungs- und ErsatzBataillon 16 bij het begin van de Britse luchtlandingen.


49. Nabij Zonneheuvelweg 18, Oosterbeek. De enige nog bestaande watertoren van Oosterbeek, uit 1938. Door 2. Kompanie van SS-Panzergrenadier-Ausbildungs und ErsatzBataillon 16 in gevecht met 3rd Parachute Battalion gebruikt als observatiepost voor hun mortieren, die 3rd Parachute Battalion op de Utrechtseweg beschoten. Hierbij werd onder andere de jeep van Urquhart uitgeschakeld.
50. Wolfhezerweg 17, Wolfheze. Hotel-Restaurant Wolfheze. Hoofdkwartier van Sepp Krafft (zie locatie 48) ná aanvang van de Britse luchtlandingen, tot circa 21:00u op 17 september 1944.


51. Doorwerthse Hoek 1, Driel. Ruïnes van de steenfabriek Korevaar. De resten van de schoorsteen bevatten sporen van de verwoede strijd om dit Duitse bruggenhoofd. Deze zijn zelfs goed zichtbaar vanaf de Drielse dijk. Op 1 oktober staken Duitse troepen de rivier over en hielden de steenfabrieken Terwindt en Koorevaar in handen tot 11 oktober. SS-Obersturmbannführer Heinrich Oelkers, aanvoerder van de Duitse troepen, had zijn commandopost op de plek van de verwoeste schoorsteen.
52. Veerweg, Renkum. Gevechtsschade op de westmuur van één van de ovens van de steenfabriek: stille getuigen van de ochtend van 18 september 1944, toen de 4. Kompanie van de 10. Schiffsstammabteilung de mannen van B Company van het Border Regiment uit de steenfabriek verdreef.


53. Hoek Eikenlaan en Klinkenbergerweg, Ede. Bescheiden gedenkplek (bankje) voor twee dames uit Ede die op de hoek met de Artillerielaan onder vuur werden genomen door een Duitse patrouille, terwijl ze schuilden achter een bosje (18 september 1944). Ze woonden met hun gezinnen in het huis achter de bank. De patrouille werd uitgezonden om het afpakken van een Duits geweer, op een heel andere plek in Ede, te vergelden.
54. Oude Lunterseweg 28, Ede. Ontmoetingsplek voor de Binnenlandse Strijdkrachten en onderduikplek van Tony Hibbert (in de kast onder de zoldertrap). In dit huis werd een groot deel van Pegasus 1 voorbereid, de operatie om ondergedoken Airbornes terug te brengen naar geallieerd gebied.
55. Zuidoosthoek Hunnerpark, Nijmegen. Onder de deksteen met opschrift is in 1974 een stalen tijdscapsule ingegraven die documenten en voorwerpen bevat uit operatie Market Garden. De capsule zal worden geopend op de honderdste verjaardag van de slag, in 2044. Nog even geduld dus.
56. Valkhof, Nijmegen. Valkhofbunker. Bijna 70 jaar lang lag een Duitse bunker uit 1943 verborgen onder het Valkhof. De bunkers, versterkte huizen, loopgraven, tankgrachten en prikkeldraadversperringen kwamen de Duitse verdedigers onder SS-Hauptsturmführer Karl-Heinz Euling goed van pas bij de verdediging van de Waalbrug. De bunker is geregeld toegankelijk.


57. Prins Hendrikstraat 6, Nijmegen. Duidelijk zichtbare, grote herstelde granaatinslag bovenaan de zijgevel. Kenmerkend is de ‘spatvorm’. De schade is waarschijnlijk het gevolg van Duitse artilleriebeschietingen vanuit de Betuwe op 20 of 22 september 1944. Op 10 november werd dit deel van Nijmegen opnieuw onder vuur genomen.
58. Lentse Warande, Lent. In 2013 werden bij werkzaamheden in het kader van Ruimte voor de Waal grote betonnen blokken in het talud van de verkeersbrug gevonden. Het bleken de Duitse versperringen uit 1943 te zijn waar de Shermans van Robinsons Troop, de spits van de grondtroepen, tussendoor moesten manoeuvreren om het bruggenhoofd te kunnen verdedigen. Dit gebeurde in de avond van 20 september 1944.
59. Oosterhoutsedijk, Lent. In 2013 werd een nieuwe brug over de Waal in gebruik genomen. De brug kreeg de naam ‘De Oversteek’. Bij de opening waren twee veteranen aanwezig, samen met nabestaanden van de bij de actie gesneuvelde 48 militairen. Als eerbetoon aan deze mannen is de brug uitgerust met 48 paren lichtmasten die na het aanschakelen van de stadsverlichting paar na paar van zuid (Nijmegen) naar noord (Lent) aan gaan, in het tempo van een trage mars. Het monument heeft naast de brug een plaats gekregen.
60. Waaldijk, even westelijk van de Dorpstraat, Oosterhout. Pvt John Towle (19) van de 82nd Airborne Division nam het hier op 21 september 1944 eigenhandig op tegen twee Panzer IV-tanks en een halfrupsvoertuig. Met een bazooka dwong hij de voertuigen terug naar de Peperstraat, maar kwam daarbij zelf om het leven. Het leverde hem de Medal of Honor op, één van de drie die de 82nd verdiende in WO2.
61. Direct noordelijk van Valburgsestraat 7, SlijkEwijk. Toch echt in Slijk-Ewijk en niet in Valburg, maar wél de plek van de ‘Valburg Conference’, waar de Poolse MajGen Sosabowski een schrobbering kreeg van de commandanten van de 43rd Wessex Infantry Division en XXX Corps. Het negeren van Sosabowski’s militaire analyse van de ernstige situatie in Oosterbeek en de daar aan hem gegeven orders luidden het einde in van Market Garden. De conferentie legde de kiem voor de decennialange Britse beschuldiging dat de Poolse brigade schuldig was aan het mislukken van de operatie.
62. Groesbeekseweg 152, Nijmegen. Na de slag werden de geëvacueerde Airbornes ondergebracht in het Bisschop Hamerhuis (‘the Pagoda’), in 1944 een missiehuis en seminarie. Dit is één van de twee andere grotere locaties: scholen van de Filles de la Sagesse.


63. Meijhorst 6010 en Lankforst 5101, Nijmegen. Na dagen van proberen wist Sgt Norman Patten van No. 1 Forward Observation Unit van de Royal Artillery op 21 september radiocontact te leggen met het 64th Medium Regiment van de artillerie op deze locatie in Nijmegen. Patten meldde zich op het net met “People you are trying to meet”. Nadat dit contact uitvoerig was geverifieerd, werden vanuit het Nijmeegse Duckenburg/Hatertsche Broek rond 11:30u de eerste granaten richting het bos tussen Heveadorp en de Westerbouwing afgevuurd, aan de westkant van de Oosterbeekse perimeter. De Duitse troepenconcentraties daar vormden op dat moment de grootste bedreiging voor 1st Airborne. Omdat het bereik van de kanonnen slechts reikte tot aan de Utrechtseweg, werden deze verplaatst naar de oever van de Waal, zo’n beetje waar nu de Oversteekbrug ligt. Van daaruit kon vuursteun worden verleend aan alle bedreigde posities rond de ingesloten divisie.
64. direct ten noorden van de bocht in de Panovenlaan, Nijmegen. Tijdelijk vliegveldje voor de Piper Grasshopper-verkenningstoestellen van de 456 Para Field Artillery Battalion, 82nd Airborne Division. Het werd in gebruik genomen op 26 september 1944. Nog steeds zichtbaar, aan de zuidkant van de voormalige ‘air strip’, is het stuk waar enkele bomen werden gerooid voor een betere landing: de aanplant van na de oorlog verspringt er ten opzichte van de oudere bomen.
65. Tussen Vosseneindseweg 11a en 11b, Heumen. ‘Air Strip’ van XXX Corps, waarschijnlijk in bedrijf genomen vanaf 19 september 1944.
66. Hoogenhofseweg, Molenhoek. In de tuin van Landgoed Bergzicht, tussen de gebouwen en de Hoogenhofseweg, lag vanaf 20 september 1944 een tijdelijke Amerikaanse begraafplaats voor 836 slachtoffers van de 82nd Airborne Division. Het monument op de hoek van deze weg en de Molenstraat staat op de verkeerde plek.
67. Versperring spoorwegovergang Biesseltsebaan Groesbeek/Malden. De eerste Duitse vluchttrein kon nog ontsnappen op 17 september. Daarna waren de Amerikanen van de 82nd Airborne in de bossen bij Groesbeek wat alerter. Ze wierpen een versperring op. Een tweede trein botste hier op de blokkade, en rolde helemaal terug naar de Panovenlaan in Nijmegen.
68. Bospad, Groesbeek. De eerste Jedburghactie van Arie Bestebreurtje vond plaats op 17 september 1944 in de omgeving van Groesbeek. Bestebreurtje was teamleider van het Jedburghteam met de codenaam CLARENCE dat als liaison fungeerde voor de 82nd Airborne Division.
Bestebreurtje zat in hetzelfde vliegtuig (het eerste) als divisiecommandant Brigadier General James Gavin, en diens Division HQ Group. Het tweetal landde rond 13:15u op dropzone ‘N’. Al snel na de drop raakten Gavin en hij verwikkeld in een vuurgevecht, waarbij Bestebreurtje een Duitse machinegeweerschutter door het hoofd schoot. Hij redde daarmee het leven van Gavin. Bestebreurtje rekruteerde later die week de 22-jarige verzetsstrijder Jan van Hoof.


69. Mooksebaan 10, Groesbeek. Duidelijk zichtbare gevechtsschade aan de linkerkant van de voorgevel.
70. Molenbosweg 17, Berg en Dal. Hotel Erica, hoofdkwartier van het Seaborne Echelon van de 1st Airborne Division. De kelders van dit hotel fungeerden als schuilplek voor burgers uit Nijmegen tijdens de hevige gevechten om Nijmegen, de landingsgebieden ten zuidoosten van de stad en het bos rond het hotel.
71. Thornsestraat 20, Persingen. Van de 15e eeuw tot 1944 bevond zich hier een buurtschap met molen. Tijdens Market Garden werd rond deze plek strijd geleverd tussen Fallschirmjäger en G Company, 508th Regiment, 82nd Airborne Division die het gehucht als objectief had. Brandbommen vlakten het buurtschap op 25 september uit. De molen is herbouwd in 2015-2016.
72. Heuvelsestraat 5, Bemmel. Op een kleine verhoging in het Betuwese landschap ligt Den Heuvel. Op en om Den Heuvel werd in september en oktober hard gevochten tussen Duitse en Britse infanterie en tankeenheden. In 1946 werd ter nagedachtenis aan alle gesneuvelden een veldkapel gebouwd. Het is misschien de enige plek in de verre omtrek waar ook de gevallen Duitse soldaten van het II. SS Panzer Korps een plaats hebben: een lijstje namen herdenkt hen.
73. Boveneindsestraat 20, Kesteren. Naar deze boerderij bracht het lokale verzet een aantal van de vroegtijdig gesprongen parachutisten van B Company van het 10th Battalion, op weg naar de Ginkelse Heide. De Dakota waarin ze zaten, crashte voorbij Dodewaard. De para’s konden uiteindelijk ontsnappen naar geallieerd gebied.
74. Talud achter Waalstraat 2, Tiel. Gedenksteen voor de executie op 20 september 1944 van veertien burgers uit Wamel door “den onredelijken waanzinnigen Duitscher”. Dit als vergelding voor het beschieten van het veerpont in de euforie rond de ‘naderende bevrijding’ die Market Garden zou brengen.
75. De Montignylaan 18, Willige Langerak. Graf van Pte Clarence Ash. Het meest westelijk gelegen graf in Nederland van de slag om Arnhem, 80 kilometer stroomafwaarts van Oosterbeek. Pte Clarance Ash van het 2nd Battalion The South Staffordshire Regiment, verdronk op 25-26 september 1944 tijdens operatie Berlin. Zijn lichaam werd pas op 18 november gevonden.

THEMA VIERENTWINTIG UUR STRIJD IN LOMBOK
DE KRITIEKE GEVECHTEN IN ARNHEM-WEST OP 18 EN 19 SEPTEMBER 1944

In de nacht van 18 op 19 september 1944 weten de Britten, ondanks de sterker wordende Duitse tegenstand, vier bataljons te concentreren in ArnhemWest. Vandaar is het nog maar zo’n 2500 meter tot de verkeersbrug. In het donker zouden ze nog steeds een kans hebben de Duitse stellingen te doorbreken en het 2nd Parachute Battalion bij de brug te bereiken. De leiding die nodig is om deze acties te coördineren ontbreekt echter; de divisie en brigadecommandant zijn afgesneden van hun troepen. Misverstanden, orders, tegenordes en het verlies van enkele kostbare uren zijn het gevolg. Hierdoor kunnen de Duitsers hun verdediging versterken; een keerpunt in de strijd is ontstaan. Deze plotwending vormt het thema van de battlefield tour in de wijk Lombok op 7 september.

De situatie In Arnhem-West aan het einde van maandagmiddag 18 september is onoverzichtelijk. 1st en 3rd Parachute Battalion zijn na een moeizame opmars vanuit Oosterbeek in de buurt van het Rijnhotel aangekomen. Ze bevinden zich weliswaar in hetzelfde gebied, maar hebben geen duidelijk beeld van elkaarslocatie. De commandant van 3rd Battalion, Lt. Col. Fitch, heeft rond 16:00u uur al besloten niet langer statisch te blijven. Met de eenheden die hij ter beschikking heeft, gaat hij op zoek naar een mogelijkheid om door de kleine straatjes tussen de spoorlijn en de Utrechtseweg ten westen van het Elisabeths Gasthuis verder in oostelijke richting door te stoten. De Duitsers beheersen de diverse straten echter met vuur waardoor hij niet verder komt. Maj. Gen. Urquhart en Brig. Lathbury zijn ook nog steeds bij het bataljon.
Bij het oversteken van de Frederik Hendrikstraat worden zij beschoten, waarbij Lathbury wordt getroffen.
Met hulp van de anderen wordt hij in Alexanderstraat 135 in veiligheid gebracht. Als uiteindelijk nog meer Duitse militairen en een pantservoertuig in de straat verschijnen, kunnen zij geen kant meer op. Op de zolder van de woning Zwarteweg 14 moet de divisiecommandant zich gedwongen schuilhouden. Op dat moment zijn nog twee andere bataljons op weg naar de brug. Brigadier Hicks heeft bij afwezigheid van de divisiecommandant eerder die maandag besloten 1st Parachute Brigade te versterken met het 2nd Battalion The South Staffordshire Regiment en het 11th Parachute Battalion. De commandant van de Staffords, Lt. Col. McCardie, arriveert om 17:30u in Arnhem-West met 420 man van zijn B en D Company. Zijn A en C Company, net als een deel van de Support Company, arriveren met de tweede air lift, en zijn pas in de loop van de avond in Arnhem-West. Dat geldt ook voor 11th Battalion, dat direct na de landing op de Ginkelse Heide te horen krijgt dat de eenheid onder bevel zal worden gesteld van de 1st Parachute Brigade, waarop de manschappen naar de brug worden gestuurd. Om 23:30u bereikt dit bataljon het gebied rond Lombok.

Mannen van 2nd Battalion The South Staffordshire Regiment onderweg naar Arnhem. De foto is genomen op de Utrechtseweg, tussen De Oude Herbergh en Hartenstein.

ORDERS TEGENORDERS
Om 18:00u uur treffen McCardie en Dobie elkaar in de garage net vóór de kruising van de Oranjestraat en de Utrechtseweg. Zij vermoeden dat ook 3rd Battalion in de omgeving is, maar kunnen de bataljonscommandant niet vinden. Zij spreken onderling af dat Dobie de leiding overneemt, aangezien niemand van de staf van de 1st Parachute Brigade beschikbaar is. Samen maken zij een plan voor een aanval met hun bataljons. De South Staffords vallen aan over de hoger gelegen Utrechtseweg, in de richting van het museum. 1st Battalion gaat voorwaarts over het lager gelegen Onderlangs. De startlijn is de lijn tussen het Rijnpaviljoen en het Elisabeths Gasthuis. Het aanvangstijdstip voor de aanval wordt bepaald op 21:00u.
Dobie en McCardie zijn zich op dat moment niet bewust van het feit dat 3rd Battalion, nadat de duisternis is ingevallen, nog een poging heeft ondernomen om door te stoten naar de verkeersbrug. Via Onderlangs, dicht langs de Rijn, kunnen de mannen van Fitch onder bescherming van de duisternis aanvankelijk 800 meter oprukken. Daar stoten ze op hevig vuur, waarbij veel slachtoffers vallen. Fitch wordt daardoor gedwongen de aanval af te breken.

De Brigadier Philip Hicks

Terwijl Dobie en McCardie hun aanval voorbereiden, komt het bericht van het brigadehoofdkwartier dat de opstellingen van 2nd Parachute Battalion bij de brug zijn gevallen. Als reactie daarop besluiten Dobie en McCardie hun plan af te lasten. Het bericht blijkt om 23:00u echter onjuist, wanneer 1st Battalion een radiobericht opvangt waarin de mannen van Lt. Col. Frost op de brug een vuuraanvraag doen. Dobie besluit niet direct door te gaan zonder duidelijke opdracht en stuurt een koerier naar het divisie-hoofdkwartier om het bericht te verifiëren. Als reactie daarop krijgt Dobie opdracht van Brig. Hicks, op dat moment de waarnemend divisiecommandant, met de gehele Britse strijdmacht in Arnhem-West terug te keren naar Oosterbeek.
Rond 01:00u treffen de commandanten van 1st, 11th en het 2nd Battalion The South Staffords elkaar op de hoek van de Utrechtseweg en de Oranjestraat. Het blijft een aantal uren onduidelijk wat de opdracht wordt van het divisiehoofdkwartier. Pas om 02:30u komt alsnog de opdracht de aanval uit te voeren. Dobie, McCardie en Lea, commandant van het 11th Parachute Battalion, besluiten het simpel te houden: ze gebruiken het initiële plan van 21:00u, waarbij het 11th Battalion de South Staffords als reserve zal volgen. Zij zijn overigens niet op de hoogte dat de kleine strijdmacht van 3rd Battalion eerder in de nacht de aanval al heeft ingezet via de weg langs de Nederrijn.

SS-Sturmbannführer Ludwig Spindler

De Duitse leiding heeft inmiddels niet stilgezeten. Sperrlinie Spindler is verdeeld over drie Kampfgruppes. KG Von Allwörden treedt op in het westelijk deel, ten noorden van Oosterbeek. Vanaf Oosterbeek verdedigt KG Möller het gebied ten noorden van de spoorlijn tot aan het Roermondsplein in Arnhem. KG Harder, een eenheid van zo’n 300 man en bestaande uit tankbemanningen van het 9. Panzer Regiment, nemen als infanteristen het laatste deel van de Sperrlinie tot aan de Rijn voor rekening. Rond middernacht op maandag arriveren via het spoor tien Sturmgeschütze van de Sturmgeschütz-Brigade 280 in Bocholt, 48 km van Arnhem. Via de weg verplaatsten zij in de nacht naar Arnhem, om daar op dinsdagmorgen aan te komen. Deze eenheid is afkomstig van de Wehrmacht en was op zondag met de trein onderweg van Oksbøl in Denemarken naar Hamburg voordat zij naar het front bij Arnhem werden gedirigeerd.

CHARGE OF THE AIRBORNE BRIGADE
Al vrij snel na het inzetten van de aanval om 04:00u maakt 1st Battalion contact met de terugtrekkende elementen van 3rd Battalion, die eerder in het open terrein zijn vastgelopen. Fitch besluit met de laatste 50 man van zijn bataljon de aanval van 1st Battalion zo veel mogelijk te ondersteunen. In het eerste deel van de aanval kan T Company van Major Perrin-Brown over de met gras begroeide helling, links van de weg, en S Company van Major Stark langs de kade oprukken. Beide compagnieën hebben overigens nog maar de sterkte van een peloton. Als ze bij het aanbreken van de dag, het is dan rond 06:30u, door de Duitsers in de hoger gelegen opstellingen in de omgeving van het Museum worden waargenomen is er geen doorkomen meer aan. Van de 140 man die de aanval begonnen zijn er negen gesneuveld en kan slechts een aantal ontkomen. Het gros wordt al dan niet gewond krijgsgevangen gemaakt. Onder hen is Lt. Col. Dobie. De commandant van 3rd Battalion, Lt. Col. Fitch, sneuvelt bij een mortierbeschieting.
Vanaf de Oranjestraat leidt D Company de aanval langs de Utrechtseweg. Eén van de pelotons die de straten ten westen van het Elisabeths Gasthuis zuivert, bevrijdt rond 06:00u Maj. Gen. Urquhart uit zijn gedwongen verblijfplaats op de Zwarteweg, waar hij veertien uur heeft gezeten. Hij laat zich onmiddellijk met een jeep naar het divisiehoofdkwartier in Hotel Hartenstein brengen. Ondanks zware verliezen slaagt D Company erin rond 06:40u het Gemeentemuseum en de huizen ten westen daarvan in te nemen. Daar-opvolgend weet A Company de huizen tegenover het museum in te nemen en van Duitsers te zuiveren. Nu het daglicht begint te worden verdwijnt de voorwaartse beweging uit de aanval. Het bataljon bevindt zich in een kwetsbare positie ten opzichte van de hoger gelegen huizen aan de noordzijde van het spoor van waaruit ze met zware wapens worden beschoten. Vanaf de zuidelijke oever van de Rijn bestoken de Duitsers de South Staffords met 20mm en 37mmluchtdoelgeschut.

NIEUWE OPDRACHT
Rond 08:00u voeren de Duitsers de eerste tegenaanvallen uit. Die komen in eerste instantie vanuit zuidoostelijke richting, vanaf Onderlangs. Duitse infanterie slaagt erin het lager gelegen huis ten zuiden van het museum te heroveren. Het gevechtscontact speelt zich af op korte afstand. Met een tegenaanval waarbij gebruik wordt gemaakt van handgranaten, verjagen de South Staffords de Duitsers weer. Na enige tijd verschijnen de eerste Sturmgeschütze. Enkele StuG’s bestoken nu vanuit zuidoostelijke richting de opstellingen van B Company, die zich langs de hoger gelegen houtwal ten westen van het museum hebben ingegraven. Vanuit die hoger gelegen opstellingen hebben de South Staffords zicht op Onderlangs. De Duitse pantservoertuigen proberen via deze weg de Engelsen te omtrekken. Met PIAT’s weten die de aanvallen voorlopig nog af te slaan.
McCardie heeft zijn commandopost inmiddels verder naar voren verplaatst, tegenover het Van Lingen College, 200 meter westelijk van het Gemeentemuseum.
Van daaruit zoekt hij contact met Lea, die zich in de buurt van het Elisabeths Gasthuis bevindt. Lea heeft inmiddels de A Company van Major Gilchrist langs de Utrechtseweg laten bijtrekken tot Villa Rhijnstein.
Zijn B Company bevindt zich iets ten westen van het Elisabeths Gasthuis. McCardie vraagt hem om zijn 11th Battalion op de linkerflank in te zetten langs de Renssenstraat, pal langs het spoor. Lea stemt in met het verzoek van McCardie en gaat terug om zijn ondercommandanten te informeren over de wijze waar

© I N F O G R A P H I C M A R C E L K U S T E R

op 11th Battalion het vervolg van de aanval zal uitvoe-ren. Zover komt het echter niet. Om 09:30u begint de Duitse tegenaanval via de Utrechtseweg. Onder dekking van de Sturmgeschütze neemt Duitse infanterie huis na huis in. Met hun 75mm-kanonnen schieten ze gaten in de muren waardoor de infanterie naar binnen kan dringen. De South Staffords hebben alleen de beschikking over een beperkte hoeveelheid PIAT-antitankgranaten.
Rond dezelfde tijd krijgt Lea via de radio van één bij zijn bataljon ingedeelde artillery liaison officer te horen dat Urquhart de plannen voor zijn geplande aanval ter ondersteuning van de South Staffords heeft overruled.
Het divisiehoofdkwartier geeft hem opdracht zich terug te trekken in de woonwijk in de omgeving van de koepelgevangenis en zich gereed te houden voor een aanval naar het noorden, over het spoor. Dit om het hoger gelegen terrein Heyenoord-Diependaal in te nemen. Urquhart acht deze beweging noodzakelijk om de opmars van de 4th Parachute Brigade te ondersteunen, die dan nog in de richting van de hoger gelegen delen van Arnhem aanvalt. Urquharts bevel is niet langer realistisch. De Duitsers hebben inmiddels langs de spoorlijn een sterke verdedigingslijn ingericht.

GEEN DOORKOMEN MEER AAN
Het brengt 11th Battalion in een onmogelijke situatie. A en B Company bevinden zich ten oosten en noorden van het Elisabeths Gasthuis en maken zich gereed om de vastgelopen South Staffords via de Renssenstraat te ondersteunen. De andere elementen van het bataljon bevinden zich zo’n 800 meter ten westen van deze posities. Terwijl McCardie ervan uitgaat dat het 11th Battalion zijn bij het Gemeentemusuem in het nauw gedreven South Staffords spoedig komt helpen, moet Lea zijn bataljon hergroeperen in de woonwijk bij De Koepel om de nieuwe opdracht van de divisie te gaan uitvoeren. Lea stuurt nog een koerier naar McCardie om hem van de gewijzigde plannen op de hoogte te stellen, maar die komt nooit aan. De Britten raken nu snel het initiatief kwijt.
Als de South Staffords door hun PIAT-granaten heen raken, moeten ze de huizen tegenover het Museum, en vrij snel daarna ook het Museum zelf, prijsgeven. Veel Staffords worden gevangen genomen. De rest trekt in westelijke richting langs de Utrechtseweg terug. Rond 10:00u wordt het laatste verzet van de Staffords gebroken tegenover het Van Lingen College. McCardie wordt daar krijgsgevangen gemaakt.

Een StuG III van de Sturmgeschütz-Brigade 280 op Onderlangs, vlakbij de kruising met de Utrechtseweg.

A-Company van het 11th Battalion is door zijn munitie heen. “I had PIATs but no bombs, as the padre, rest his soul, had ‘borrowed’ my jeep on which we had put the bombs during the night march”, zo beschrijft Major Gilchrist de situatie. De compagnie wordt gedwongen terug te trekken via de noordelijke zijde van het Elisabeths Gasthuis, om zich zo bij de rest van het bataljon te voegen.
De ontwikkelingen volgen elkaar daarna snel op. Lea probeert zijn bataljon te verzamelen in het westelijk deel van Lombok, tussen de Oranjestraat en Den Brink. De vrij inzetbare C Company van de South Staffords, die pas rond 06:30u in het westelijk deel is aangekomen, krijgt van hem opdracht het hoger gelegen terrein van Den Brink in te nemen. Rond 13:00u voeren de Duitsers een tweede aanval uit. Nu vanuit noordelijke richting, waarbij een aantal Sturmgeschütze en ander gemechaniseerd geschut, gesteund door mortieren vanuit het noorden de Oranjebrug in zuidelijke richting passeren en vervolgens in westelijke en zuidelijke richting afbuigen. De zich reorganiserende eenheden van het 11th Battalion zijn niet opgewassen tegen de aanvallen vanaf de Oranjebrug en de Utrechtseweg. Er vallen veel slachtoffers en een groot aantal parachutisten wordt krijgsgevangen gemaakt.
Rond 15:00u zijn de gevechten in het westelijk deel van Arnhem voorbij. Van de vijf Britse bataljons die op zondag en maandag Arnhem zijn binnengetrokken, een strijdmacht van zo’n 3.000 man, hebben 700 de verkeersbrug bereikt. Slechts 500 man slagen erin om op dinsdagmiddag terug te trekken naar Oosterbeek. Rond de 120 man zijn gesneuveld. De rest, al dan niet gewond, is door de Duitsers, gevangen genomen. Drie bataljonscommandanten worden krijgsgevangen gemaakt. Frost volgt als vierde een dag later. De vijfde bataljonscommandant, John Fitch, is eerder die dinsdag gesneuveld. Slechts een klein deel van de Britse eenheden heeft gevangenschap weten te ontlopen door zich schuil te houden bij Nederlandse burgers. – Otto van Wiggen

9. SS-PANZER-DIVISION HOHENSTAUFEN 1943-1944
In 1984 verscheen bij de Franse uitgeverij Heimdal een boek over de geschiedenis van de 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen in 1944, geschreven Herbert Furbringer, een veteraan van de 9e.
Onlangs heeft Heimdal een nieuw boek uitgegeven over de Hohenstaufen, waarbij gebruik is gemaakt van Furbringers bronnen. Het beschrijft de gehele bestaansperiode van de divisie vanaf 31 december 1942 tot 8 mei 1945. De 28 bladzijden die zijn gewijd aan ‘De terugtocht naar Nederland en de slag om Arnhem’ zijn de moeite waard. Neem bijvoorbeeld de handige lijst van locaties waar de divisie-eenheden vanaf 6 september rond Arnhem werden gelegerd, en welke eenheden bij de Belgisch-Nederlandse grens achterbleven óf overgingen naar de 10. SS-Panzer-Grenadier-Division ‘Frundsberg’. Daarna volgt per dag een opsomming van de Duitse tegenmaatregelen en het verloop van de gevechten. In de benaming van de plaatsen zijn helaas wat fouten geslopen. Sommige foto’s zijn minder bekend of nieuw. Storend is ook hier dat de onderschriften vaker niet kloppen.
Zo worden Oosterbeek en Arnhem door elkaar gehaald. Ook op de bronvermeldingen is het één en ander aan te merken. Hoe het ook zij, voor de geïnteresseerden in de 9e is het boek een aanrader. Veel nieuwe inzichten zijn er niet, wél staan de Duitse acties nu eens goed bij elkaar. De prijs daarvoor is een kleine aderlating. – Wybo Boersma Charles Trang & Pierre Tiquet, 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen 1943-1944 (Éditions Heimdal, Bayeux, Frankrijk), 415 pagina’s in het Frans, geïllustreerd, ISBN 9782840484721, €79,-

 

 

 

 

 

 

“WAT WE HIER MEDE GEMAAKT HEBBEN, KAN IK JULLIE NIET BESCHRIJVEN”
DE LANDSTORM NEDERLAND IN DE SLAG OM ARNHEM

Een jonge Landstormer op de Utrechtsestraat. Duidelijk zichtbaar is de zwarte kraagspiegel. In de boeken wordt deze jongen nooit herkend als Landstormsoldaat.

In het Noord-Limburgse Ysselsteyn liggen circa 35.000 Duitse militairen begraven die tij-dens de oorlog in Nederland zijn omgekomen. Daaronder bevinden zich ook gesneuvelde Nederlandse vrijwilligers in de Duitse krijgsmacht. De begraafplaats telt (ten minste) 46 graven van zogenaamde Landstormers die tijdens de slag om Arnhem het leven lieten.
In de archieven van de Waffen-SS heb ik lijsten aangetroffen van de 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen waarop ten minste 47 Landstormers voorkomen die voor hun inzet tijdens de slag om Arnhem een IJzeren Kruis 2e klasse (EK II) hebben ontvangen. Deze twee bevindingen staan op gespannen voet met de in de literatuur beschreven inzet van het III/Gren Rgt. I ‘Landstorm Nederland’. In de loop van 2012 ben ik daarom een onderzoek gestart.
Een korte inleiding op de rol van de eenheid tijdens de slag.

ZONDER EEN SCHOT TE LOSSEN?
Om de 1st Airborne Division het hoofd te bieden na de luchtlandingen bij Arnhem in september 1944, dirigeerden de Duitsers alle mogelijke eenheden naar Arnhem. Opleidingsbataljons, marine en luchtmacht; alles wat een geweer kon afschieten werd op weg gestuurd. Ook Hanns Albin Rauter, de Höhere SS- und Polizeiführer in Nederland, deed wat hij kon en alarmeerde de twee bataljons die hem nog ter beschikking stonden: het SS-Wachbataillon 3. in Amersfoort (circa 800 man) en het 3e bataljon van het Grenadier-Regiment 1 ‘Landstorm Nederland’ in Hoogeveen (circa 600 man). Twee bataljons die in velerlei opzicht van elkaar verschilden, maar twee overeenkomsten hadden: Rauter was de uiteindelijke baas en beide bestonden hoofdzakelijk uit Nederlandse vrijwilligers.
Het SSWachbataillon 3 had een beruchte reputatie, omdat de eenheid was belast met de buitenbewaking van de diverse concentratiekampen die Rauter in Nederland had ingericht. Over de inzet van dit onderdeel is in diverse boeken over de slag om Arnhem uitgebreid bericht. Het brondocument is het procesverbaal dat het Bureau Opsporing Oorlogsmisdrijven (BOOM) in 1946 heeft opgemaakt.
Over de rol van het III/Gren Rgt. 1 ‘Landstorm Nederland’ in de slag om Arnhem is veel minder bekend. Alles wat hierover is terug te lezen, kan worden herleid naar één bron: het boek De Landstorm, deel I uit de serie Nederlandse vrijwilligers in Europese krijgsdienst 1940-1945 van Jan Vincx en Viktor Schotanius. Kort en goed wordt vermeld dat het bataljon uit Hoogeveen kwam gefietst en in de nacht van 20 op 21 september in Arnhem arriveerde. Omdat de gevechtskracht van het bataljon gering was, werd het aanvankelijk als reserve voor het Sperrverband Spindler achter de hand gehouden. Het bataljon werd pas ingezet nadat de Polen bij Driel waren geland. Omdat de Polen langs de zuidoever van de Nederrijn naar Arnhem zouden kunnen oprukken, stelden de Duitsers het Sperrverband Harzer op langs de spoorlijn richting Nijmegen. De Landstorm Nederland kreeg een sectie ten noorden van Elst toegewezen. Zoals bekend zijn de Polen niet naar Arnhem opgerukt. Daarmee lijkt het einde van het verhaal te zijn dat de Landstormers zonder een schot te hebben gelost weer terug zijn gefietst naar Hoogeveen.
Maar was dat werkelijk zo?

OP DE PEDALEN NAAR ARNHEM
In de namiddag van 17 september 1944 ging de telefoon bij de staf van het 3e bataljon Landstorm in Hoogeveen. Ook dit bataljon werd op last van Rauter naar Arnhem gecommandeerd. De compagnieën 9, 10 en 11 vertrokken nog diezelfde avond, grotendeels per fiets, in zuidelijke richting. De manschappen was niet verteld wat de eindbestemming van hun tocht zou zijn. Vanuit Beilen vertrok de 12e compagnie, de zware compagnie met onder andere mortieren, zes 3,7cm PAK 36’s en twee stukken veldgeschut: Russische 7,62cm M1927-houwitsers. Dat het transport ‘s nachts plaatshad, was niet vreemd gelet op de geallieerde jachtvliegtuigen die overdag de wegen onveilig maakten. De eenheid bereikte in de ochtend van maandag 18 september Apeldoorn. Daar werd overdag gerust in de gebouwen van het zogenaamde Jodenbosch, het tegenwoordige Groot Schuylenburg. Deze van oorsprong Joodse inrichting voor zwakzinnigen was in 1943 door de Duitsers ontruimd. Dat wil zeggen: de patiënten en verzorgers waren naar de vernietigingskampen in het oosten afgevoerd. Daarna is het complex in gebruik genomen als Erhohlungsheim voor Duitse militairen.
Hier mochten de manschappen van de Landstorm zich ‘erhohlen’ van hun fietstocht. Aan het einde van de middag volgde het sein voor vertrek. Vrijwel iedereen wist inmiddels dat de eindbestemming het front in Arnhem was. Velen keken al uit naar een gelegenheid om onderweg “te drossen” (= deserteren).
Rond 23:00u arriveerden de eerste onderdelen van de Landstorm in Arnhem. Waar precies is niet vast te stellen, maar in getuigenissen wordt het station genoemd.
Bij een kerk kregen de manschappen te eten. Ze zagen dat de binnenstad in brand stond. De tros zou zich installeren aan de Kerkhoflaan nabij begraafplaats Moscowa. De fietsen werden bij het station, maar ook in een bos achtergelaten, mogelijk het Sonsbeekpark.
Obergrenadier Beumer verdiende naar zijn zeggen een EK II toen hij drie ‘Tommies’ ervan trachtte te weerhouden fietsen in te pikken, waarop hij door stengunvuur zwaar gewond raakte. De vrachtwagens met zwaar materieel lijken later te zijn aangekomen. Getuigen spreken van chaotische toestanden op een verzamelplaats waar allerlei Duitse eenheden arriveerden terwijl granaatscherven in het rond vlogen.
De Landstorm had zijn bestemming Arnhem bereikt.
Voordat de inzet van de eenheid wordt besproken, is het nuttig om kennis te nemen van enige achtergronden van de Landstorm.

WAT WAS DE LANDSTORM NEDERLAND?
Het Grenadier-Regiment 1 ‘Landstorm Nederland’ werd in maart 1943 mede op initiatief van Rauter in het leven geroepen, destijds onder de benaming Landwacht Nederland. De opdracht van dit regiment was het Nederlandse territoir te verdedigen tegen binnen en buitenlandse vijanden. Anton Mussert, leider van de NSB, zag in deze formatie het begin van een nieuw Nederlands leger en riep de weerbare mannen van zijn partij op om dienst te nemen. Met een dreigende invasie op de Nederlandse kust voor ogen, bood de Landstorm voor Rauter een laatste mogelijkheid om zo veel
mogelijk Nederlanders in Duitse dienst te krijgen.
Om vooral de nationaal gezinde NSB-leden in de waan te laten dat zij zichzelf niet uitleverden aan de Waffen-SS, werd de SS-aanduiding in de naam zorgvuldig vermeden en bleven de kraagspiegels zwart, dat wil zeggen, zonder SS-runen. Ook werden Nederlandse officieren aangesteld, maar dat was een kleine minderheid.
Een aanzienlijk deel van de instructeurs waren Nederlanders: oostfront-veteranen of door de Landstorm zelf opgeleide vrijwilligers. De algehele leiding berustte bij officieren van de Waffen-SS en de Ordnungspolizei. De Landstorm werd opgezet als een reservisteneenheid. De leden kregen een opleiding van vier maanden en gingen dan met groot verlof terug naar huis. De leiding van de NSB verwachtte van haar aanhangers offerbereidheid, maar een jarenlange inzet aan het grimmige oostfront was voor velen een brug te ver. Dienstneming bij de Landstorm was een stuk dragelijker en voor mannen tot 30 jaar aantrekkelijk, omdat zij als Landstormer een ontheffing van de verafschuwde arbeidsinzet kregen.
Het zal geen verwondering wekken dat tegen deze achtergrond niet altijd de meest gemotiveerde militairen werden geworven. Ruim 10% van de sterkte is tijdens de slag om Arnhem ‘gedrost’.
Een ander kenmerk van de Landstorm was de relatief lichte bewapening. Nu zou de Wehrmacht ook geen zwaar bewapende Nederlandse eenheid op Nederlands grondgebied hebben geduld, omdat de vrees altijd aanwezig was dat een dergelijke eenheid zich tegen de Duitse krijgsmacht zou keren. Rauter zag voor ‘zijn’ Landstorm een rol om in het binnenland lichtbewapende parachutisten te bestrijden en opstanden onder de Nederlandse bevolking te onderdrukken. Aldus was de inzet van de Landstorm bij de geallieerde luchtlandingen niet onlogisch. Maar op 18 september waren de Duitsers er al achtergekomen dat de vuurkracht van de 1st Airborne Division een stuk groter was dan wat voorheen voor parachutisteneenheden voor mogelijk werd gehouden.

RECONSTRUCTIE VAN DE INZET
Uit de strafdossiers van de na de oorlog veroordeelde Landstormers is op te maken dat de eerste inzet van de Landstorm plaats had rondom de Utrechtse straat en Onderlangs. Landstormers van de 10. Kompanie noemen de Nederrijn, een steenfabriek (Meinerswijk) en de haven van Arnhem als herkenningspunten. Secties betrokken posities waarbij machinegeweren in stelling werden gebracht. De manschappen van de 9. Kompanie trokken vanaf station Arnhem door de Utrechtsestraat en langs het spoor. Grenadier Van Grasstek geeft aan dat ze zich verschansten in diverse huizen tot dicht bij het Elisabeth Gasthuis. Ook secties van de 11. Kompanie moesten de Duitse linie aan de westzijde van het centrum van Arnhem versterken, maar indicaties over de posities ontbreken. Zeker is dat delen van de Landstorm zich in de spits van de Duitse verdediging bevonden. Landstormers werden ook op andere plaatsen ingezet. Grenadier Paasman moest helpen om de gevangen uit het Huis van Bewaring af te voeren. Dat gebeurde allemaal in de nacht van 18 op 19 september.
De posities waren nog maar nauwelijks ingenomen of de Landstormers werden overlopen door de Britten, omsingeld zelfs. Er werd geschoten, er vielen doden en gewonden. Landstormer Stienen en enige kameraden lagen in een leegstaande woning langs het spoor te slapen en werden verrast door een overval van Engelse militairen. De rest van de slag brachten zij in gevangenschap door op de tennisbaan in Oosterbeek. De Landstormers konden hun posities niet houden en trokken zich terug. In sommige strafdossiers wordt geklaagd over een gebrekkige leiding. Dat komt overeen met de ervaringen die de Duitsers in het algemeen ondervonden met de diverse ingevlogen alarmeenheden. Harzer, commandant van de 9. SS-Panzer-Division Hohenstaufen, en belast met het bevel over de Duitse defensie in Arnhem, ging er al snel toe over om deze eenheden onder directe aanvoering van zijn eigen frontervaren officieren te plaatsen.
Het zal het 3rd Parachute Battalion van Lt. Col. Fitch zijn geweest en daarna het 1st Parachute Battalion van Lt. Col. Dobie die de Landstormers uit hun stellingen bij Onderlangs hebben verdreven. Aan de Utrechtsestraat en langs het spoor zullen de Landstormers het South Stafford Battalion op hun dak hebben gekregen.
De Landstormers zagen hun oude stellingen later op de dag weer terug, toen ze achter “pantserspeerwagens” optrokken richting Oosterbeek. Het gaat hier om het rijdende geschut van de 280. SturmgeschützBrigade die in de ochtend van dinsdag 19 september in Arn

Een groepje Landstormers, ook nooit als zodanig aangeduid in de literatuur over de slag, arresteert een aantal Britse militairen op de Utrechtseweg, ter hoogte van het huidige Museum Arnhem.

hem arriveerde en meteen werd ingezet om de Britten uit de westelijke stadswijken van Arnhem te verdrijven.

BRUSTSCHUSS
De eerste kennismaking met het front is voor de Landstormers heftig verlopen: naast gewonden en vermisten zijn er elf gesneuvelden. Voor de manschappen van de 10. Kompanie braken na 18 september rustigere dagen aan. Zij kregen het bevel zich in te graven langs de spoordijk die van Arnhem naar de spoorbrug over de Nederrijn voert. Unterscharführer Klompers verklaart: “Toen wij in de stellingen in de spoordijk kwamen, waren de eigenlijke gevechten voor ons afgelopen en lagen wij meer voor de Sicherung.” Vanuit hun posities zagen ze op donderdag 21 september de Polen landen boven Driel. Ongevaarlijk was deze plek langs het spoor overigens niet, want ze werden regelmatig door granaatvuur bestookt. Landstormer Miggels raakte zwaar gewond toen hij eten ging halen en bij terugkeer zijn schuttersput door twee Duitsers bezet vond, precies op het moment dat enkele granaten insloegen in de buurt.
Obergrenadier Niezing raakte op woensdag 20 september betrokken bij heftige gevechten in de nabijheid van het station Oosterbeek en werd gewond afgevoerd. Gelet op de situatie in deze fase van de slag, zal de strijd zich rondom het station Oosterbeek Hoog hebben afgespeeld. De 11. Kompanie had, net als de 12. Kompanie die dag drie doden te betreuren. In de Duitse overlijdensformulieren is de doodsoorzaak aangetekend: Brustschuss en Kopfschuss.
Ook op 21 en 22 september hebben de 9., 11. en 12. Kompanien doden te betreuren tijdens de gevechten in Oosterbeek. De slachtoffers bij de 10. Kompanie vielen die dagen door granaatinslagen.

Zegevierende Landstormers aan het einde van de slag (bron: Collectie L. Buist).

De inzet van het bataljon kende een bloedige finale, want tijdens de laatste twee dagen van de slag sneuvelen veertien manschappen in Oosterbeek. De veelvuldig aan te treffen aantekeningen “Brustschuss”, “Kopfschuss” en “Volltreffer” getuigen van directe betrokkenheid bij gevechtshandelingen. Eén van de slachtoffers was de commandant van de 11. Kompanie, Hauptman der Schutzpolizei Berthold Vetter.

”GEVOCHTEN ALS LEEUWEN”
Na de slag om Arnhem keerden de restanten van het III./Gren Rgt. I ‘Landstorm Nederland’ terug naar het Jodenbosch te Apeldoorn. De verliezen aan doden en gewonden, maar ook door desertie, waren enorm. De compagnieën bestonden uit nog maar 30 tot 40 man.
Er was echter ook vreugde, want de slag was gewonnen.
Onderscheidingen werden ruimhartig uitgedeeld. De mannen die aan het front zijn geweest kregen een Infanteriesturmabzeichen. De gewonden, al naar gelang de zwaarte van hun letsel, een Verwundetenabzeichen in Schwarz of Silber en er werden 47 EK’s II uitgereikt. De bataljonschef, SSHauptsturmführer Adelbert Stocker en de commandanten van de 10. en 12. Kompanien, de SS-Obersturmführer Heinz Schröer en Karl Güttgemanns, kregen zelfs het EK I verleend.
In oktober 1944 verhoogde NSB-leider Mussert de feestvreugde door in persoon aanwezig te zijn als een groot aantal Landstormers wordt gedecoreerd. Mussert had ‘zijn jongens’ ook al tijdens de slag om Arnhem bezocht. Bataljonsarts Dr. Frackers getuigt ervan dat Mussert met zijn adjudant Enklaar op 24 september in Arnhem en Oosterbeek op bezoek was.
In de landelijke dagbladen was in oktober 1944 te lezen hoe de Leider terugblikte op de verrichtingen van de Landstorm: “Als de spreker (Mussert) had kunnen doen wat hij wilde, dan was hij de laatste weken steeds bij de Landstorm geweest. Nu was hij slechts één dag bij de jongens geweest, nl tijdens hun strijd in Oosterbeek. Deze dag was voor hem de vreugdevolste geworden van de laatste zes weken, waarin hij vele tochten door Nederland had gemaakt en duizenden kilometers afgelegd. Met voldoening had hij krijgsgevangen Engelsche valschermjagers zien voorbij gaan onder geleide van landstormers.” Grenadier De Vries koos in een brief aan zijn vriendin zijn eigen woorden: “Ja, m’n schat, thans weten we wat oorlog is en wat burgerleven is. Want wat we hier mede gemaakt hebben, kan ik jullie niet beschrijven en we hebben er tegen gevochten als leeuwen en zijn dan ook met vijf man voorgedragen voor het Eka II en nahkampfspanne. (…) dus mocht ik nog eens op Urlaub komen dan kun je stolz wezen op je kerel niet waar.”

Het graf van Hauptman der Schutzpolizei Berthold Vetter, commandant van de 11. Kompanie, die tijdens de slag sneuvelde.

– Arno Maan Met dank aan Nico Heitman

HOE VERDER?
In de reconstructie van de inzet van het III./Gren Rgt. 1 ‘Landstorm Nederland’ zijn nog tal van vragen te beantwoorden. Mijn onderzoek loopt nog door en ik ben daarom eenieder die één of meer stukjes van de puzzel kan bijleggen erg dankbaar. Voor contact: a.maan@planet.nl

ALS KIND TUSSEN DE LINIES TIJDENS DE SLAG
“ZOO WAS HET IN OOSTERBEEK”

Acht jaar oud was Robert (Robbie) Gunter toen Oosterbeek de oorlog in werd gekatapulteerd. Het dorp haalde het tot de canon van de krijgsgeschiedenis. Robbie verhuisde in 1947. Wat bleef waren die negen dagen in september ‘44: geduldig op het papier van de ooggetuige. 75 jaar na de slag hier zijn verhaal. Het integrale verslag is te lezen op de website van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum.

Robbies relaas begint als de introductie van theaterspel: zijn pleegzus Hanneke en hij opgenomen in het pleeggezin van tantes Nel en Miep, in een fors bemeten huis aan de Jonkheer Nedermeijer van Rosenthalweg nr. 25. Vier andere dames, door Robbie haast eufemistisch aangeduid met tante, als ‘troupe de théâtre’: de joodse onderduiksters Jet, Clara, Dinie en Nettie. En een hond genaamd Tobias. Wat zich vervolgens om hen heen ontrolt vanaf de ochtend van zondag 17 september is goeddeels bekend uit de boeken. Waar dié goed gedocumenteerde strijd zich vaak afspeelt boven hoofden van burgers in de tekstmarge, trekt de veldslag in Robbies opgetekende herinneringen als een wervelstorm om hem heen, met het damesrijke gezin in het oog. De scherpe waarnemingen en de sobere, haast nuchtere stijl bieden een unieke inkijk in de slag om Oosterbeek.

WILHELMUS
We pikken het ooggetuigenverslag op in de aanloop naar die zondag die alles veranderde: “Zo kwamen er de laatste tijd veel transporten van het Duitse leger door Oosterbeek en die werden soms aangevallen door Engelse vliegtuigen; daarom hoefden we niet naar school. Het was prachtig zomerweer. Met mijn vriendjes ging ik iedere dag naar het zwembad in de
Rijn. Op de weg erheen waren Duitse soldaten bezig om een luchtafweerkanon op te stellen.” “Zondag 17 september werden wij vroeger wakker dan normaal door het geschiet van Engelse vliegtuigen en de luchtafweer van de Duitsers. We overlegden of we wel of niet naar de kerk en zondagsschool zouden gaan. Toen het buiten wat rustiger werd, besloten we toch te gaan. De vier tantes en Tobias bleven zoals gebruikelijk thuis. Tijdens de kerkdienst blééf het onrustig in de lucht. Toen gebeurde er iets uitzonderlijks: wij kinderen werden gevraagd in de kerk te komen. Dominee Kievid zei dat wij het Wilhelmus zouden zingen. Voor het eerst in jaren klonk ons volkslied.”

Robbie Gunter op achtjarige leeftijd.

BEVRIJD
De onderduiktantes in paniek: “Het bombardement dat wij in de kerk hadden gehoord, had zich vlak bij ons huis afgespeeld. Het duurde even voor Nel iedereen weer rustig kreeg. Véél erger dan het oorlogslawaai vond ik het geluid van de gewonde koeien in de weilanden bij de rivier; dat ging door merg en been.” “Wat later zagen we uit het zuidwesten allemaal vliegtuigen aankomen, maar het was voor ons gevoel ver weg. Totdat Hanneke ineens riep: “Parachutes!” Toen we goed keken, zagen we dat er mannetjes aan hingen.
Weer later kwamen er in de verte vliegtuigen voorbij, die grote vliegtuigen voorttrokken. Het was een indrukwekkend spektakel, maar we hadden geen idee dat we er iets mee te maken zouden krijgen. Totdat iemand van ons zei dat de tram, die langs on huis reed, niet was teruggekomen uit Doorwerth.” Het feestje voor tante Nels verjaardag ging gewoon door. Na afloop stond Robbie nog even op het balkon waar ze taart hadden gegeten: “Opeens kwam er met een enorme vaart een Duitse open auto uit de richting van Arnhem rijden. Er zat een soldaatchauffeur in en een officier. Op de hoek van de Vogelweg begon de officier te schreeuwen tegen zijn chauffeur. Die remde abrupt en keerde de wagen om. De officier pakte zijn verrekijker en tuurde minutenlang de Grindweg af naar de kruising met de Benedendorpsweg. Daarna reden ze met hoge snelheid terug richting Arnhem.
Toen ik ook nog in de Acacialaan mensen naar de Benedendorpsweg zag lopen, wist ik genoeg. Ik stormde naar beneden en riep “de Tommies zijn er!”.
Hoewel Robbie aanvankelijk niet werd geloofd, liep de buurt al snel uit om de ‘bevrijders’ te verwelkomen. Zijn eigenhandig geplukte bloemen hoefden de Britten niet. “De mannen waren duidelijk vermoeid en het verwonderde mij dat ze zo klein waren, in vergelijking met de Duitse reuzen. Toen er verderop bij het viaduct onder de spoorlijn werd geschoten, kwam de colonne even tot stilstand. Later klonken twee keiharde, metaalachtige knallen, gevolgd door het snel omhoog komen van de achterste overspanning van de spoorbrug, die daarna heel langzaam inzakte.”

BUITEN
Met het aanhoudende schieten zochten de dames, Robbie en Tobias hun toevlucht in de kelder. Voor even, was de gedachte. De Duitsers zouden wel snel verslagen worden. “Op maandag waren er overal Tommies rondom ons huis. Op het Stenenkruis reed een motorfietsje. Er was een officier die regelmatig bij ons binnenkwam voor een praatje. Ik denk dat de
militaire situatie op dinsdag verslechterde. Er werd intens gevochten in onze buurt. Door het keldergat hoorden we die middag een angstaanjagend geluid: een tank. Later begrepen we van de officier dat ze niet opgewassen waren tegen deze voertuigen; de Britten zouden zich gaan terugtrekken. Ik meen naar de Acacialaan. Hij adviseerde ons om naar het westelijk deel van het dorp te gaan. Wat later kwam hij zeggen dat het even rustig was en dat we konden vertrekken. We pakten allemaal onze vluchtkoffer en liepen de weg af. Via het pad onderaan de Vogelweg liepen we naar Hogerheide 3, waar de ouders van Nel woonden. We vluchtten niet zo zeer voor het oorlogsgeweld, maar om onze onderduikers niet in Duitse handen te laten vallen.” Het was voor het eerst sinds twee jaar dat de onderduiksters weer buiten kwamen.

Jonkheer Nedermeijer van Rosenthalweg (Grindweg) nr. 25.

LAWAAI
”Oom Adriaan en tante Bets waren verbaasd ons te zien. We waren toch bevrijd?” Dat dát niet geval was bleek wel uit een granaat die vlakbij het huis ontplofte en Jet die gewond raakte aan haar arm door een granaatscherf of kogel.” Al ras werd ook hier de, wat krapper bemeten, kelder opgezocht. Haasje, de knuffel van Robbie ontbrak: “Ik was een tijdje ontroostbaar. Pas toen beloofd was dat we het snel zouden gaan halen, was ik gerust.” “De stroom viel uit, het avondeten bestond uit wat koude aardappels en in de kelder was het passen en meten om iedereen een plek te geven. De strijd kwam langzaam dichterbij. “’s Nachts durfden we geen licht te maken, de wc functioneerde al snel niet meer, wassen deden we ons nauwelijks en uitkleden al helemaal niet.” “Op een middag gebeurde het: vliegtuigen kwamen heel laag over. En toen opeens een vreselijke klap. Een bom dachten we. Tante Nel ging als eerste de keldertrap op, deed de deur open en de rest van het gezelschap volgde. Toen we boven waren zagen we wat er was gebeurd: een enorme rieten mand aan een parachute was op de dakgoot gevallen en had de regenton verpletterd. Dat liep dus goed af… Of niet: de ton bevatte onze watervoorraad. Toen die op was besloten Nel en Miep water te gaan halen uit de beek in het Zweiersdal. Het was al tegen de avond dat ze met twee emmers op pad gingen, allebei een witte theedoek om het hoofd om goed op te vallen.
Ze kwamen veilig terug, Met water! Voedsel was natuurlijk ook een probleem, maar niet het belangrijkste. Dat was het lawaai! Dat was zo oorverdovend, dat ik vaak dacht: “Als ze nu maar vijf minuten stoppen met schieten, dan mogen ze daarna weer doorgaan.”

MOFFEN
De aanhoudende beschietingen zetten een buurwoning in lichterlaaie, waarop de groep genoodzaakt was wederom zijn toevlucht elders te zoeken: Hogerheide 9. De kelder daar bleek bomvol met schuilende Oosterbekers te zitten. “Terug durfden we niet en dus zijn we maar in de lege woonkamer gaan zitten, met de handen voor het gezicht als enige bescherming. Die nacht heb ik ervaren wat doodsangst betekent. Toen het licht werd is Nel gaan kijken hoe het met het huis van Adriaan en Bets was gesteld. Het bleek niet afgebrand, waarschijnlijk door de kletsnatte kastanjeboom ernaast.” En dus terug naar de kleine kelder. “Tijdens één van die laatste dagen klonk buiten opeens muziek. Toen ik ook nog een Engelse stem hoorde, concludeerde ik dat het gevecht voorbij was en dat de Tommies gewonnen hadden. Maar later ging het schieten weer ‘gewoon’ verder. Op een nacht werd dat bombardement nog eens opgevoerd, en waarschijnlijk abrupt gestopt.” De volgende ochtend kwamen de Duitsers. “Ze sloegen met hun geweerkolven op de deuren en schreeuwden dat we naar buiten moest komen. Vooral onze vier Joodse tantes moeten op dat moment gedacht hebben dat dit het einde was. Ze bevalen ons in oostelijke richting te gaan. En zo liep onze haveloze groep even later de bult af, de Weverstraat in.”

EVACUATIE
”Ik denk niet dat iemand van ons toen wist welke dag het was. Nú weet ik dat het dinsdag 26 september is geweest. Negen etmalen waren verstreken sinds die zonnige Bevrijdingsdag. We liepen door verwoeste straten. De weg was bezaaid met rommel, een tank, containers en parachutes. We hoorden weer vogels fluiten. We probeerden terug te gaan naar ons huis, maar bij de Emmastraat werden we tegengehouden door Duitse soldaten. Uiteindelijk vonden we een verlaten huis waar in trokken Molenweg 12, een zadelmakerij / leerbewerker.” Oosterbeek werd geëva
cueerd, of beter: tot Sperrgebiet verklaard. “Hoe en waarom we uit het dorp weg moesten, weet ik niet.
Er was een gerucht dat het dorp om twee uur ‘s middags gebombardeerd zou worden, en dat we vóór die tijd zouden moeten evacueren.” Via de druk belopen Utrechtseweg, Noorderweg en Parallelweg ging het langs het spoor richting Wolfheze. In de chaos ging het mis. “Ik merkte dat drie van onze vier Joodse tantes niet meer achter ons liepen. Even verder konden oom Adriaan en tante Bets meerijden op een paard en wagen en verdwenen ook uit ons zicht. Met deze voettocht wandelden Robbie, Hanneke, Nel, Miep, Jet en Tobias het strijdtoneel af, Oosterbeek voorgoed achterlatend.


– Robert Gunter (bewerking: Alexander Heusschen) – Foto’s: Robert Gunter
Naschrift Via wat omzwervingen belandden ze in een boerderij bij De Glind, waar ze de bevrijding meemaakten. Clara, Dinie en Nettie overleefden de oorlog op een veilig adres in Apeldoorn. Rond 18 april 1945 werden ze bevrijd door Canadese troepen. In juni keerden Robbie en zijn gezin terug naar huis. Met kerst kregen alle Oosterbeekse kinderen cadeautjes uit Engeland: Robbie een doos met plakkaatverf en penselen. Het denkbeeldige huis dat hij met deze spullen schilderde kreeg als titel mee ‘Zoo was het in Oosterbeek’. Robert Gunter woont tegenwoordig in Roosendaal (NoordBrabant).

HISTORISCH PERSPECTIEF
DOOD AAN DE DREIJENSEWEG

(Bron: Bundesarchiv, Bild 101II-M2KBK-771-36 HQ / fotograaf: PK-Kriegsberichter Höppner).

Deze foto is de meest schokkende afbeelding die ik ken van de Slag om Arnhem. Naast de gruwelijke details, komt dat ook door de afwezige blik in de ogen: zo ziet “dood” er dus uit. Ook is het één van de minder bekende foto’s van de slag; op een enkele uitzondering na is deze niet gepubliceerd of anderszins te zien geweest. Het Duitse Bundesarchiv is de eigenaar ervan en op hun website wordt deze als enige uit de serie van PK-Kriegsberichter Höppner niet weergeven ‘om juridische of andere redenen’. Mogelijk komt deze terughoudendheid voort uit piëteit met familie van het slachtoffer of om jonge generaties te behoeden voor schokkende beelden. Oorlog is inderdaad verschrikkelijk in zijn gruwelijkheid en willekeur. Maar als we willen lezen en leren over deze oorlog dan horen dit soort beelden daar ook bij.

De foto van de dode para met een granaat in zijn linkerhand is gemaakt op 20 september 1944 in de buurt van de Dreijenseweg in Oosterbeek. De dag ervoor was er langs die weg hard gevochten bij de pogingen van de 4th Parachute Brigade om de hoger geleden grond van Lichtenbeek te veroveren en zo een betere positie tot de westelijke toegangswegen naar Arnhem in handen te krijgen. De pogingen mislukten jammerlijk, met grote verliezen voor de Britten, en op de 20e was de weg stevig in handen van de Duitsers.
De granaat die de dode para in zijn hand heeft is een Gammon bomb (afbeelding 2), een vooral bij Airborneeenheden populair wapen voor close combat tegen gepantserde voertuigen. De granaat werd uit de hand gegooid en detoneerde bij impact. De ontsteker werd scherp gesteld doordat de gooier een lint vasthield dat de pin eruit trok. Het lint werd beschermd door een schroefkap die voor het gooien moest worden verwijderd. Op de foto van de para zit de schroefkop nog op de granaat. De uitvinder van de ‘bomb’ was Luitenant Bob Gammon, één van de eerste officieren van het 1st Battalion The Parachute Regiment. Gammon raakte gewond tijdens de invasie van Sicilië en werd vanwege schade aan zijn gehoor tot zijn ontsteltenis afgekeurd voor verdere dienst bij het Parachute Regiment en was er in Arnhem dus ook niet meer bij.

Afbeelding 2: een Gammon bomb.

FLAKPANZERS
De foto van het slachtoffer komt uit één van de twee filmpjes van Höppner die hij gemaakt heeft op en bij de Dreijenseweg. De twee foto’s direct ervóór, beeld 34 en 35 van het rolletje, zijn wél zeer bekend en laten twee elkaar passerende ‘Möbelwagen’ (Flakpanzers) van de 9e Waffen-SS-divisie zien (afbeelding 3). Deze foto’s van de slag zijn van grote historische waarde omdat ze een overtuigend beeldbewijs vormen van het soort materiaal waartegen de Airbornes het moesten opnemen. Misschien is één van deze Flakpanzers het doel geweest van de afgebeelde gesneuvelde Airborne, de dag ervoor. De locatie van de foto’s van de
Flakpanzers is ongeveer halverwege de Dreijenseweg, tussen station OosterbeekHoog en de Amsterdamseweg.
In het boek ‘From Delhi to Arnhem’ over het 156th Battalion van John O’Reilly komt de volgende passage voor over de gevechten aan de Dreijenseweg (p166): “Turning to the soldier on his right, Waddy told him to toss a grenade at the flak gun. As the man prepared to throw a grenade, a bullet smacked into his forehead, killing him instantly.” Het zal toch niet dat…. ?

SCHERMUTSELING
De bron van dit verhaal is John Waddy zelf, hij was tijdens de slag compagniescommandant in het 156th Battalion en raakte gewond bij de pogingen de Dreijenseweg te veroveren. In Ministory 105 uit 2010 beschrijft hij het voorval zelf: “Toen zag ik opeens het kanon, aan het einde van de weg. Het was een dubbelloops 20mm-Flak-kanon op een halfrupsvoertuig. Omdat het in mijn opmarsroute stond, besloot ik voorwaarts te gaan en te proberen het stuk buiten gevecht te stellen in samenwerking met een paar van mijn soldaten. We rukten op door de struiken, totdat we het kanon op vijftien meter waren genaderd. De Duitsers schreeuwden naar elkaar en ik kon de lege granaathulzen ratelend op de vloer van het half rupsvoertuig horen vallen. Juist op dat moment kreeg de soldaat rechts van mij een kogel in zijn voorhoofd. Ik zag dat er een Duitse sluipschutter in de boom boven het kanon zat. Ik had alleen mijn Colt .45-pistool bij mij en vuurde vijf schoten op hem af en op dat moment schoot hij of een andere Duitser mij in mijn onderbuik.” Tijdens een battlefield tour in Oosterbeek in 2012 kreeg ik de mogelijkheid om de foto voor te leggen aan John Waddy zelf. Het voorval herinnerde hij zich nog, maar hij kon noch bevestigen noch ontkennen dat de foto erbij hoorde. Hij vertelde wel dat hij na de oorlog op dezelfde plek zijn rugzak nog heeft teruggevonden.
De plek van deze schermutseling van Waddy is exact bekend, namelijk waar het bospad vanaf de toenmalige watertoren, nu een grafmonument van missiehuis Vrijland, uit het bosperceel Oostelijk van de Johannahoeve haaks uitkomst op de Dreijenseweg (zie O’Reilly, p160). Deze watertoren was min of meer de basis van waaruit het 156th Battalion die ochtend zijn diverse aanvallen uitvoerde op deze weg. Waar het pad uitkomt op de Dreijenseweg is ongeveer dezelfde plek waar de foto’s van de Flakpanzers door Höppner zijn gemaakt op de dag erna. Als we aannemen dat de foto van de gesneuvelde Brit ook daar in de buurt is gemaakt, dan is hij naar alle waarschijnlijkheid de door Waddy beschreven gesneuvelde soldaat naast hem.
Daarmee is het ook waarschijnlijk dat hij behoorde tot het 156th Battalion en kunnen we proberen de ongelukkige Brit een naam te geven.

Afbeelding 3: Twee Flakpanzers op de Dreijensweweg, een dag na de dood van de para (bron: Bundesarchiv, Bild 101II-M2KBK-771-34 HQ / fotograaf: PK-Kriegsberichter Höppner / beeld 34. Beeld 35 was bij publicatie van dit artikel niet beschikbaar via het Bundesarchiv).

CASUALTY DETAILS
De best beschikbare bron voor de locatie van veldgraven is de door Jan Hey samengestelde Roll of Honour.
Hierbij moeten we wat ruimer zoeken dan alleen op de bij ons bekende overlijdensdatum van 19 september; helaas zijn deze data vaak niet of niet correct geregistreerd in de officiële brongegevens. Ook de eenheid
kan een aanwijzing geven, de strijd op deze exacte plek werd vooral gevoerd door 4th en 5th Platoon van A Company (3rd Platoon was nog op de Ginkelse Heide) en Waddy’s B Company van het 156st Battalion.
Naast een aantal slachtoffers op de 19e met een ‘No Known Grave’, zijn er een paar kandidaten waarvan het veldgraf zich bevond in de omgeving van deze plek. Het meest in de buurt komt de beschrijving van Private Layton, wiens veldgraf “in a wood west of Dreijenseweg” lag. Hij behoorde tot het 5th Platoon van A Company, het peloton van Lieutenant Delacour die zelf een kleine 100 meter verder westwaarts langs het bewuste pad in het bos sneuvelde. Er wordt ook beschreven dat elementen van A Company opgeslokt werden door Waddy’s B Company als deze als tweede aanvalt. A Company’s commandant, Major Pott, was met het restant van zijn 4th Platoon erin geslaagd de Dreijenseweg over te steken en Lichtenbeek te bereiken. Dat Waddy samen met Layton het Duitse pantervoertuig aanviel aan de westelijke kant van de Dreijenseweg is dus zeer goed mogelijk.

Pte George William Layton.

Van Layton blijkt een foto te zijn gepubliceerd in een lokale Britse Roll of Honour vlak na de oorlog. Er zijn een aantal details die erg overeenkomen met de gesneuvelde Brit op de Höppnerfoto: het kapsel en de haarlijn, het linker nogal uitstaande oor, de kin en kaaklijn en de scheve voortand. Genoeg aanwijzingen om een poging te doen om een positieve identificatie te verkrijgen via mogelijk nog levende familieleden, áls deze te vinden zijn. Naast het gruwelijke beeld biedt de foto hopelijk ook troost; deze soldaat heeft in ieder geval niet geleden. Bovendien getuigt de foto ook van zijn moed: het vraagt heel wat om op een paar meter afstand een vijandelijk gepantserd voertuig aan te vallen met niks anders dan een uit de hand te gooien granaat.
Vanuit zijn casualty details weten we dat het gaat om George William Layton, 25 jaar in september 1944, echtgenoot van Marjorie Mary Layton uit Balsall Heath, Birmingham. Er zijn tegenwoordig verschillende genealogische internetsites, en vooral Britse data zijn goed toegankelijk. Via de site “Find my past” heb ik de volgende gegevens achterhaald: George is geboren in jul-aug-sept 1919 in Auckland, Durham. Opvallend is de vermelde “Mother’s maiden name”, die gegeven wordt als Layton. Je zou dat verwachten als zijn vaders naam. Marjorie is geboren in janfeb-mar 1925 in Uppingham, Rutlandshire.

BETEKENIS
De volgende stap is een trouwdatum proberen te achterhalen om het zoeken naar eventuele kinderen gemakkelijker te maken. Het opgevraagde Marriage Certificate geeft als datum 19 February 1944. George was toen 24 en Marjorie 18. Zeven maanden later zou
George sneuvelen. Als getuigen zijn vermeld Albert Edward Corrall, de vader van de bruid, en van de kant van de bruidegom R.G. Coates en J. Coates. Als vader van hem wordt genoemd met opvallende dubbele achternaam: Percy Coates Layton. Het ook opgevraagde geboortecertificaat van George Layton geeft uitsluitsel hierover: bij de naam van zijn moeder staat Elizabeth Ann Layton en bij zijn vader staat “ “. De vader van George was er dus niet meer toen hij werd geboren, en zijn moeder wilde blijkbaar ook niet zijn naam vermeld hebben. Vandaar dat zijn achternaam de naam van zijn moeder is.
Verder zoeken levert dat zijn moeder Elisabeth geboren is in oct-nov-dec 1901, zij was dus pas net 17 toen zij zwanger werd van George. Een ander vermoeden wordt ook bevestigd: in 1922 trouwt Elisabeth Ann Layton met Percy Coates, George is dan twee jaar.
Ook hier kunnen we alleen gissen naar het ware verhaal, maar het lijkt dapper dat Percy Coates in die tijd een ongehuwde moeder en haar kind onder zijn hoede neemt. Het stel krijgt nog twee zoons, halfbroers van George dus en beide ook geboren in Auckland, Durham: John Coates in 1923 en Reginald G. Coates in 1925. Daarmee is de cirkel rond, want dat zijn de twee vermelde getuigen tijdens het huwelijk van George en Marjorie.
Op basis van deze informatie is grondig gezocht naar contactgegevens van eventueel nog levende familieleden. Helaas heeft deze zoektocht geen concrete resultaten opgeleverd. Zijn vrouw is waarschijnlijk niet meer in leven, van zijn halfbroers is geen adres te achterhalen; de naam Coates komt veel voor. Ook een poging met het achterlaten van een oproep bij het graf van Layton op de Airborne Cemetery rond de 70e herdenking heeft niets opgeleverd. Met zekerheid kunnen we de gesneuvelde soldaat dus helaas niet identificeren. Maar als we aannemen dat de moedige man op de foto Layton is, dan zit er nu wat meer betekenis achter graf 32.B.6. op de Begraafplaats in Oosterbeek dan alleen de graftekst “Thank you God, for the memory of a man so very fine. Life is Eternal, he has not died.”
– Paul Meiboom – Reacties: pemeiboom@gmail.com

PROGRAMMA 2019

Annulering battlefield tour Arnhem De jaarlijkse battlefield tour in september over de slag om Arnhem zal dit jaar niet plaatsvinden. De VVAM-gidsen zijn helaas al bezet.
Battlefield Tours Groningen verzorgt op za. 14 en op zo. 15 september soortgelijke rondleidingen, onder leiding van VVAM-gidsen en de International Guild of Battlefield Guides. Inschrijven via www.battlefieldtours.nu. Het startpunt is steeds in Oosterbeek.
Zaterdag 21 september: Airborne Markt+ op de Ginkelse Heide Zoals ieder jaar heeft de VVAM weer een PR-stand op de Ginkelse Heide tijdens de parachutistendropping en herdenking. Dit jaar worden meer bezoekers verwacht dan anders; voor de VVAM een unieke kans om nog bekender te worden. We zoeken leden die bereid zijn om enige tijd de stand mee te bemannen. Als we genoeg mensen hebben, dan houd je voldoende tijd over om de markt, de demonstraties en de dropping te zien. Inlichtingen en opgave bij Wybo Boersma: 0318-639 633 / w.boersma@wxs.nl Maandag 7 t/m vrijdag 11 oktober: battlefield tour Ardennen Dit jaar organiseert de VVAM geen meerdaagse battlefield tour naar de Ardennen. Deze tour, met nagenoeg hetzelfde programma, wordt wel gedaan door Dalstra Reizen uit Surhuisterveen. Gids is Wybo Boersma. Meer informatie en inschrijven: www.dalstra.nl (home/België/ WO II ‘The battle of the Bulge’. Er zijn meerdere mogelijkheden om op te stappen.
Zaterdag 16 november: Airborne Day De derde editie van dit evenement van en voor VVAM-leden met de slag om Arnhem en Market Garden als leidend thema. Het is dé dag bij uitstek om in een ongedwongen sfeer elkaar te ontmoeten, ervaringen en specifieke (onderzoeks)kennis uit te wisselen, materiaal/documenten uit privécollecties te delen of bijvoorbeeld een doorlopende presentatie te geven over de 75e herdenking. Er zullen ook weer diverse stands zijn, waaronder de VVAM-boekenstand. Leden die een bijdrage willen leven aan deze dag kunnen contact opnemen met Wybo Boersma: 0318-639 633 / w.boersma@wxs.nl of Erik Jellema: jellema104@hotmail.com

VERSCHIJNING AIRBORNE MAGAZINE
NUMMER 16 – DECEMBER 2019
NUMMER 17 – MAART 2020
NUMMER 18 – JULI 2020

De GPS-coördinaten bij de 75 markante plekken op pagina’s 8 t/m 13. Zie ook de kaart op de achterkant.

1 51.976773, 5.912996
2 51.976859, 5.915077
3 51.980893, 5.915831
4 51.979072, 5.913669
5 51.980946, 5.909962
6 51.979917, 5.908068
7 51.996118, 5.947019
8 51.960141, 5.883701
9 51.968598, 5.906762
10 51.983579, 5.903326
11 51.98382, 5.89671
12 51.98317, 5.89716
13 51.98445, 5.89455
14 51.98520, 5.89300
15 51.98542, 5.89245
16 51.98476, 5.88810
17 51.995400, 5.912636
18 52.00199, 5.92438
19 52.00146, 5.90786
20 51.987080, 5.890621
21 51.983606, 5.877466
22 51.981058, 5.870214
23 52.00603, 5.89286
24 52.033252, 5.865027
25 52.002272, 5.856160
26 51.98016, 5.86101
27 51.988827, 5.861942
28 51.979199, 5.860346
29 51.979725, 5.840265
30 51.978370, 5.837341
31 51.979470, 5.838190
32 51.979198, 5.838160
33 51.980339, 5.834410
34 51.980321, 5.833101
35 51.978790, 5.830450
36 51.977481, 5.829617
37 51.977478, 5.826933
38 51.977643, 5.834590
39 51.97420, 5.83667
40 51.981918, 5.823608
41 51.987719, 5.832690
42 51.98746, 5.82918
43 51.988621, 5.815256
44 51.987922, 5.813114
45 51.985804, 5.837386
46 51.990264, 5.836667
47 51.991390, 5.834304
48 51.995316, 5.802741
49 51.989612, 5.813446
50 51.995513, 5.802705
51 51.95948, 5.78919
52 51.97229,5.73880
53 52.036910, 5.670948
54 52.055367, 5.649778
55 51.846011, 5.873032
56 51.848073, 5.870433
57 51.842738, 5.869012
58 51.85722, 5.86740
59 51.86368, 5.84714
60 51.876264, 5.822857
61 51.891476, 5.792436
62 51.835950, 5.868930
63 51.814719, 5.798897
64 51.815374, 5.877598
65 51.767026, 5.827104
66 51.766521, 5.863183
67 51.778077, 5.893265
68 51.764555, 5.918816
69 51.774655, 5.928863
70 51.821436, 5.908623
71 51.837989, 5.960686
72 51.90878, 5.90095
73 51.936806, 5.581643
74 51.884919, 5.438232
75 51.944930, 4.861197

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.