Van het bestuur
Zoals u elders in deze nieuwsbrief kunt lezen, heeft het Airborne Museum grootse plannen voor de toekomst. In de toekomende jaren zal het museum worden uitgebreid en zal de expositie ingrijpend worden gemoderniseerd.
Ook de Vereniging Vrienden is bezig met zich te bezinnen op de toekomst. De afgelopen vijfentwintig jaar is erg veel tot stand gebracht en georganiseerd. Maar zoals onze voorzitter Ben Kolster in zijn brief van maart 2005 aan de Nederlandse leden al duidelijk maakte: wanneer we dit in de toekomst willen blijven doen, is daarvoor veel hulp nodig. Een vereniging kan alleen goed draaien wanneer er naast het bestuur voldoende vrijwilligers zijn die mee willen helpen met het organiseren van evenementen, het geven van lezingen, het uitgeven van nieuwsbrieven en publicaties, etc. Zo kunnen we samen met het Airborne Museum de kennis over operatie Market Garden ook in de toekomst blijven uitdragen. De afgelopen jaren heeft internet een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. De hoeveelheid informatie, ook over onderwerpen die gerelateerd zijn aan operatie Market Garden, neemt met de dag toe. Ook wij zullen op termijn veel meer gebruik maken van dit medium. Op dit moment worden daarvoor de plannen uitgewerkt.
Om er achter te komen wat bij onze leden leeft ten aanzien van onze vereniging, hebben alle leden in Nederland, naast de bovengenoemde brief van onze voorzitter, onlangs een enquête formulier ontvangen. Vergeet u dat vooral niet in te vullen en op te sturen. Alvast bedankt!

Opening expositie ‘Operatie Amherst’
Zestig jaar geleden vond de bevrijding van het midden en het noorden van Nederland plaats. Dit gebeurde hoofdzakelijk door Canadese en Britse eenheden, maar minder bekend is dat ook Franse militairen daaraan hebben deelgenomen. In de nacht van 7 op 8 april 1945 werden twee regimenten van in totaal 702 Franse parachutisten in Drenthe en het zuidoosten van Friesland gedropt. Ze waren verdeeld over 47 groepen. Hun opdracht was om belangrijke bruggen veilig te stellen voor de geallieerde opmars, en verwarring te stichten onder de Duitse verdedigers. Daarnaast moesten ze de vliegvelden Steenwijk, Eelde en Leeuwarden veroveren, het plaatselijke verzet helpen, en inlichtingen verzamelen. De codenaam voor deze operatie was Amherst’. Slechts een deel van de doelen werd bereikt. Bij de gevechten kwamen in totaal 33 Fransen om het leven.
Op 8 april jl. werd in het Airborne Museum een expositie geopend over deze laatste luchtlandingsoperatie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De opening gebeurde in aanwezigheid van een aantal Franse veteranen, die in april 1945 aan operatie Amherst hadden deelgenomen. De expositie duurt tot 30 oktober van dit jaar.
Over deze luchtlandingsoperatie verscheen eerder in Nederland het boek ‘Operatie Amherst’, door Roger Flamand. Het werd vanuit het Frans vertaald door J.H. Jansen, en verscheen bij uitgeverij Boom in Amsterdam (ISBN 90 5352 770 2). De uitgave telt 255 pagina’s, en is geïllustreerd met een groot aantal foto’s. Het boek is verkrijgbaar in het Airborne Museum. Prijs € 24,90.

Airborne Museum ’Hartenstein’, 8 april 2005. Nadat hij de officiële opening van de tentoonstelling over operatie Amherst heeft verricht, ontvangt de heer Hipet-Thomé van directeur Wybo Boersma een herinneringsbord, In april 1945 nam de heer lïipet-Thomé als eerste luitenant deel aan de luchtlandingen in Noord-Nederland.

Airborne Museum gaat uitbreiden
Op 1 juli 2004 werd Frans Smolders benoemd tot nieuwe adjunct-directeur/conservator van het Airborne Museum. Zijn belangrijkste opdracht was het maken van een plan voor het moderniseren en uit-breiden van het museum. Een van de uitgangspunten is dat het aantal bezoekers dat de Tweede Wereldoorlog zelf heeft meegemaakt gestaag afneemt, en dat het museum dus andere doelgroepen moet trekken. Een ander probleem is dat het museum te klein is om nieuwe initiatieven te kunnen ontplooien ten aanzien van een modernere expositie. Met o.a. deze uitgangspunten als leidraad, is Frans de afgelopen tijd voortvarend aan het werk gegaan, en op 11 april jl. kon hij de eerste versie van zijn plannen presenteren.
Het belangrijkste onderdeel vormt de huisvesting. Huize Hartenstein was oorspronkelijk een woonhuis, later werd het een verzorgingshuis, en nog later een hotel. Omdat het de status van rijksmonument heeft, moet er met grote zorg worden omgegaan met eventuele verbouwingen. Om het museum toch te kunnen vergroten en moderniseren, is gekozen voor het plan dat enige jaren geleden al door onze vorige voorzitter Chris van Roekel werd voorgesteld, namelijk de bouw van een ondergrondse uitbreiding aan de zuidkant van Hartenstein. Er wordt hierbij gedacht aan een ruimte van ca, 800 vierkante meter. Naast tentoonstellingsruimten moet hierin een filmzaal komen. De nieuwe ingang wordt gesitueerd aan de oostzijde. Aan de westzijde moet een buitenlift komen. Het ontwerp voor de uitbreiding is gemaakt door de Oosterbeekse architect Wim Visser. Met nadruk werd er bij de presentatie op gewezen dat het hier gaat om een voorlopig ontwerp, dat door alle betrokkenen nog uitgebreid zal worden bestudeerd. In de volgende nummers van de Nieuwsbrief zullen we ingaan op een aantal details van het plan.

Lezing over Generaal Sosabowski
Op vrijdag 18 maart jl. hield Dr. Michael Hal Sosabowski, de achterkleinzoon van Generaal- Majoor Stanislaw Sosabowski, en lector aan de uni- versiteit van Brighton, een lezing over zijn beroemde overgrootvader. Dit evenement was georganiseerd door het Airborne Museum, in samenwerking met de Vereniging Vrienden en de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Bijna 150 belangstellenden waren die avond naar de Concertzaal in Oosterbeek gekomen. Met behulp van een groot aantal foto’s gaf Michael Sosabowski een overzicht van de geschiedenis van de Eerste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade. Hij vertelde over de oprichting van de brigade in Engeland, de militaire oefeningen, de planning voor Operatie Market Garden, de inzet bij Arnhem, en de lotgeval- en van de Poolse Brigade daarna.
Ook gaf hij zijn persoonlijke commentaar op het leven van de generaal, zowel tijdens de oorlog als daarna. Daarbij werd uiteraard ook ingegaan op de controverse tussen generaal Sosabowski en een aantal Geallieerde commandanten.
Het werd een geanimeerde avond, waarbij na afloop van de lezing ruim de gelegenheid werd geboden om vragen te stellen.
Om deze Poolse avond een extra dimensie te geven, hadden medewerkers van het Airborne Museum in de zaal waar de lezing werd gehouden, materiaal tentoongesteld dat de afgelopen tijd op de Poolse landingsterreinen bij Driel is opgegraven.
18 maart 2005. Dr. Michael Hal Sosabowski houdt in de Concertzaal in Oosterbeek een lezing over zijn overgrootvader, generaal Stanislaw Sosabowski. FOTO: BERRY DE REUS

Wybo Boersma benoemd tot Lid van Verdienste’
Tijdens de afgelopen Algemene Ledenvergadering op 2 april, werd Wybo Boersma benoemd tot ‘Lid van Verdienste’ van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum. Wybo is al een groot aantal jaren als vertegenwoordiger van de Stichting Airborne Museum aanwezig bij de bestuursvergaderingen van de Vereniging Vrienden, en als zodanig fungeert hij als contactpersoon tussen de beide besturen. Desgevraagd adviseert hij het bestuur van de WAM regelmatig over zaken die zowel het museum als de vereniging aangaan.
“Universiteiten eren bij lustra mensen die veel voor de wetenschap hebben betekend, met een eredoctoraat, de Vereniging Vrienden doet dat bij dit 25-jari- ge bestaan met het verlenen van dit ‘Lidmaatschap van Verdienste”’, aldus voorzitter Ben Kolster. Naast een oorkonde ontving Wybo Boersma als waardering voor zijn vele werk een aantal boekenbonnen.

Private Arthur Foster begraven
In Nieuwsbrieven nummer 92 van december 2003 en nummer 94 van juni 2004 schreef ik stukjes over de stoffelijke resten van Private Arthur Foster van het Border Regiment, die twee jaar geleden gevonden waren in de tuin van een huis aan de Veerweg te Oosterbeek. Het laatstgenoemde bericht bevatte de constatering dat de identiteit van de bewuste persoon was vrijgegeven, maar dat zijn familieleden in het Verenigd Koninkrijk blijkbaar niet konden worden gelokaliseerd. Mede daarom was hij ruim een jaar na de vondst nog niet herbegraven op het Airborne Kerkhof.
Zeer kort nadien kon ons Britse lid Mike Gallagher uit Heaton al melden dat hij met de hulp van een lokale krant een familielid van Arthur Foster had gevonden. De soldaat werd namelijk geboren in Bolton, en de Bolton Evening News plaatste een relevant artikel in de uitgave van 31 augustus 2004. De desbetreffende familie-informatie werd meteen doorgegeven aan het Britse Ministry of Defence. Wat dat er daarna mee gedaan heeft, is mij onbekend, maar ogenschijnlijk gebeurde niets. Er was nog een heel klein beetje hoop dat Arthur in september jl. tijdens de Airborne herdenkingsperiode zou kunnen worden be-graven bij zijn kameraden. Dat zulks niet lukte gezien de weinige beschikbare tijd is begrijpelijk. Toen we al weer meer dan zes maanden verder waren, was het echter nog steeds ijzingwekkend stil wat dit onderwerp betreft. Het was toch werkelijk niet te geloven wat voor een verbijsterende traagheid de Britse overheid aan de dag legde! In zekere zin moetje daar waarlijk respect voor opbrengen. Het lukte ze eerst in een jaar niet te doen wat Mike Gallagher binnen een dag voor elkaar kreeg. En toen ze alle benodigde gegevens hadden, leken ze weer achter hun bureau in slaap gevallen te zijn. Het is hartverwarmend om te zien hoe de Britse autoriteiten met hun oorlogsdoden omgaan!
Wat dat betreft was het overigens ook verhelderend en ontnuchterend om te lezen wat de Britse ambassadeur in Nederland volgens De Gelderlander van 9 september 2004 liet optekenen. De heer Colin Budd meldde vanuit zijn residentie te Den Haag dat de Britse overheid helemaal niet zit te wachten op vondsten van stoffelijke resten van militairen. “Wij geven er de voorkeur aan de mensen te laten rusten”, zei hij. Hij bedoelde dus: “Gewoon laten liggen waar ze liggen, en dat dat tot gevolg heeft dat de nabestaanden nooit zullen weten waar hun vader of broer ter aarde werd besteld, nemen wij voor lief.” Ik noem die houding ten opzichte van de gesneuvel-den en hun familie schandalig.
Maar goed, eindelijk kwam dan het verlossende bericht dat Arthur Foster begraven zou worden temidden van zijn kameraden op de Arnhem (Oosterbeek) War Cemetery. Op 23 maart jl. was het zover. Met militaire eer en een bijpassende Britse ceremonie, en in het bijzijn van oude kameraden en familieleden, kreeg de soldaat van het Border Regiment zijn laatste rustplaats.
Bovenal was het verheugend te constateren dat zijn grafsteen al klaar stond om geplaatst te worden. Dat is in het verleden wel eens anders geweest; meestal moesten we daar maanden op wachten. Het lijkt erop dat de Commonwealth War Graves Commission zijn beleid ter zake in positieve zin heeft gewijzigd. Er is dan tenminste één betrokken Britse organisatie die efficiënt kan werken, en daar mogen we blij mee zijn!
Inmiddels is het ook al weer tien maanden geleden dat van een ander graf op de militaire begraafplaats in Oosterbeek, dat van een onbekende soldaat,
bekend werd wie er ligt. Nijver speurwerk van de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht bracht onder leiding van Smi Geert Jonker de ware identiteit van de betrokkene aan het licht. Het betreft Lance Sergeant Edward Hartley, net als Foster van het Ist (Airborne) Battalion The Border Regiment. Zijn naam kan van de lijst van vermiste soldaten worden geschrapt.
Tot op heden heeft het Britse Ministry of Defence nog niet het groene licht gegeven om de tekst op Edwards graf te wijzigen. Ik ben benieuwd hoe lang dat dan weer gaat duren!
(Geert Maassen)

23 maart 2005 Soldaat Arthur Foster wordt met militaireeer begraven op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek.
FOTO: BERRY DE REUS

‘No Surrender at Arnhem’
In februari 1989 schreef Amhem-veteraan Robert Peatling in Nieuwsbrief no. 33 (Ministory XXII) een kort verslag over zijn belevenissen tijdens en na de Slag om Arnhem. Dit verhaal was gebaseerd op een dagboek dat hij in die periode had bijgehouden. Afgelopen september verscheen het complete, uitgewerkte verhaal in boekvorm onder de titel ‘No Surrender at Arnhem’.
Soldaat Peatling behoorde tot de HQ Company, 2nd Parachute Battalion. Met deze eenheid arriveert hij zondagavond 17 september 1944 bij de Arnhemse verkeersbrug. Hij krijgt de opdracht om met majoor Wallis (plaatsvervangend commandant van het bataljon), naar boten te gaan zoeken, waarmee de Britten naar de zuidoever van de Rijn zouden kunnen oversteken. Tijdens deze tocht raakt hij in de duisternis zijn metgezel kwijt. Op de terugweg naar de brug komt hij een sectie van de Militaire Politie tegen, die Duitse krijgsgevangenen begeleiden naar het politiebureau in de Boven-Beekstraat. Zij vragen hem mee te gaan, en aangekomen op het bureau, krijgt hij het bevel bij de sectie van de Militaire Politie te blijven. Dan vallen de Duitsers aan, en na een hevig vuurgevecht geven de Britten zich over. Robert Peatling besluit zich niet over te geven, en vlucht naar de zolder van het politiebureau om daar te wachten tot het Tweede Britse Leger Arnhem zal bereiken. Op die zolder weet hij zich zes weken schuil te houden. De burgerbevolking wordt na de Slag om Arnhem gedwongen de stad te verlaten, en in lege huizen en gebouwen in de omgeving van de Boven-Beekstraat zoekt Peatling iedere dag naar water en voedsel om in leven te blijven.
Op 31 oktober wordt hij ontdekt door Nederlanders, die de Arnhemse Ondergrondse inlichten. Hij wordt opgehaald door de bekende Arnhemse verzetsstrijder Johannes Penseel, die hem verbergt in zijn huis aan het Velperplein. Van daaruit opereert de verzetsgroep van Penseel, waarvan de leden zich in de lege stad bewegen in gestolen politieuniformen.
Eind december 1944 wordt het voor Peatling te gevaarlijk in Arnhem. Via een aantal onderduikadressen op de Veluwe komt hij terecht in Achterveld, waar hij ook weer de nodige avonturen beleeft. Op 16 april 1945 komt een eind aan zijn omzwervingen, wanneer hij wordt bevrijd door Canadese troepen.
Peatling beschrijft deze bizarre periode in zijn leven op een boeiende wijze, waarbij hij getuigt van zijn grote bewondering voor het Nederlandse verzet.
No Surrender at Arnhem’ (ISBN 0-9522992-1-6) werd uitgegeven in eigen beheer. Het boek telt 144 pagina’s, is geïllustreerd met foto’s en kaarten, en kost € 22,50. Het is verkrijgbaar in het Airborne Museum en bij de boekhandelaren in Oosterbeek. Het kan ook worden besteld door de overmaking van € 25,- op RABO rekening 3040.43.842 t.n.v. het ‘Peatling Fund’ te Geldermalsen. Het wordt u dan toegezonden.
In het Verenigd Koninkrijk kan het boek worden besteld bij de auteur, 36 Park Lane, Wimborne, BH21 1LD, telefoon 01202 889645. De prijs bedraagt daar £ 16.95, inclusief verzendkosten.

Oproep uit Down Ampney
Down Ampney is een klein dorpje in het Engelse graafschap Gloucestershire. Het telt 230 huizen en een prachtig oud kerkje, dat dateert uit 1263. Naast het dorpje werd in 1943 een vliegveld aangelegd voor No. 46 Group RAF Transport Command. Vanaf 17 tot en met 23 september 1944 werd vanaf dit vliegveld door Dakota squadrons een groot aantal vluchten naar Arnhem uitgevoerd. Op 17 en 18 september trokken ze Horsa gliders, en de dagen daarop ging het om bevoorradingsvluchten.
Vanaf Down Ampney vertrok ook Flight Lieutenant David Lord op 19 september naar Arnhem voor zijn uiteindelijk zo dramatisch geëindigde bevoorradingsvlucht. In april 1946 werd het vliegveld buiten gebruik gesteld, en in de daarop volgende jaren werd het grootste deel van de start- en landingsbanen opgebroken.
Heden ten dage herinneren in het kerkje verschillende afbeeldingen en voorwerpen aan de oorlogsjaren, maar het meest indrukwekkende gedenkteken is ongetwijfeld het prachtige glas-in-loodraam met de afbeelding van het wapen van 271 Squadron en de Dakota van David Lord. Helaas is de afgelopen tijd gebleken dat het dak van de kerk, dat 140 jaar geleden voor het laatst grondig werd gerestaureerd, in een zeer slechte staat is, waardoor zich ernstige lekkages voordoen. Uit bouwkundig onderzoek is gebleken dat het huidige dak niet meer kan worden hersteld, maar geheel zal moeten worden vervangen. De kleine dorpsgemeenschap van Down Ampney kan het benodigde bedrag voor de restauratie (£ 120.000) nooit alleen bij elkaar krijgen. Daarom is een actie gestart om dit prachtige kerkje te redden. Wanneer u een bijdrage wilt geven voor het restauratiefonds, neemt u dan contact op met Mrs. Sheila Burgess 44 Riverway, South Cerney, Cirencester, Gloucestershire GL7 6HZ, United Kingdom, telefoon 01285 860796, e-mail sheila@smburgess.fsnet.co.uk.

20 augustus 2004. Drie vrijwilligers: Henk van de Brand, Cees Wichhart en Oost Rodermond, poseren bij de door hen opgeknapte Sherman tank naast het Airborne Museum.

Opknapbeurt voor de Sherman tank en 17-ponder kanonnen
Wanneer je er langs loopt, valt het onmiddellijk op: de Sherman tank en de Britse 17-ponder anti-tank- kanonnen bij het Airborne Museum zitten weer goed in de verf. Dit is te danken aan drie vrijwilligers van onze vereniging: Cees Wichhart, Oost Rodermond en Henk van de Brand, die vorig jaar augustus dagenlang bezig zijn geweest met het aanbrengen van een nieuwe verflaag op deze museumstukken. Op de tank zijn de emblemen en de registratienummers opnieuw aangebracht. Deze Sherman behoorde tot de Lord Strathcona’s Horse, die deelnam aan de bevrijding van de Veluwe in april 1945. In Ministory XIX (de bijlage van Nieuwsbrief nummer 30) wordt de geschiedenis hiervan beschreven. De anti-tankkanonnen zijn voorzien van een Pegasus-embleem.

Duitse veldgraven in Oosterbeek
In Ministory No, 84, ‘Duitse veldgraven in Oosterbeek’ (bijlage bij Nieuwsbrief No. 96), zijn in het deel over Oberleutnant ArturWossowsky twee storende fouten geslopen. Op bladzijde 6 in de linkerkolom (17e regel van onder) is ‘Wossowky’ te lezen, in de rechterkolom (4e regel van onder) ‘Wossoswky’. In beide gevallen moet dit natuurlijk Wossowsky zijn.
Ook in de Engelse versie heeft de redactie onvolko-menheden niet weten te voorkomen. Op bladzijde 6 in de rechterkolom staat op de tweede regel van onderen ‘Wossoswky’, en op regel 2 van boven van de linkerkolom op pagina 7 treffen we dezelfde naam aan. Ook hier moet dit Wossowsky zijn. Excuses voor de verwarring!
(Hans Timmerman, Geert Maassen)

COLOFON
De Nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek (Utrechtseweg 232,6862 AZ Oosterbeek) en verschijnt vier keer per jaar. Het doel is bekendheid te geven aan het Airborne Museum, de Vereniging Vrienden en de geschiedenis van de Slag om Arnhem.
Telefoon museum: (026) 333 77 10
Redactie: drs. R.P.G.A. Voskuil en G.H. Maassen jr.
Redactieadres: Jan van Riebeeckweg 39, 6861 BD Oosterbeek, e-mail: vvamredactie@planet.nl Penningmeester/ledenadministratie: Frits Miedema, telefoon (026) 333 64 76, e-mail: fymiedema@planet.nl Coördinatie verzending, archivering & distributie losse nummers: Chris van Roekel, Oosterbeek.
Vormgeving: Hildebrand DTP, Wageningen. Druk: Drukkerij Verweij Wageningen B.V.

Download

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.