FOTO: BERRY DE REUS

Terugblik op de 61ste herdenking van de Slag om Arnhem. Drie veteranen bij de herdenkingsbijeenkomst in de ‘Berenkuil’ in Arnhem op 16 september 2005. Rechts Jim Flavell, die tijdens de slag bij de Arnhemse Rijnbrug vocht.

De Honderdste Nieuwsbrief van ‘De Vrienden’
Bij het verschijnen van deze 100-ste Nieuwsbrief van de Vereniging Vrienden van het Airborne Mu¬seum is het goed te constateren, welke belangrijke plaats ons vier keer per jaar verschijnende tijd¬schriftje bij de leden inneemt. Ik zou bijna willen zeggen dat ons krantje het feitelijke hart van de ver¬eniging is geworden. Sinds het eerste nummer, toen nog een simpel A4tje, in november 1980 verscheen is het uitgegroeid tot het militair historische tijd¬schriftje dat het thans is, compleet met de inmid¬dels beroemde ministory. Toen nog alleen in het Nederlands, verscheen het al snel ook in een Engelse editie voor onze leden in het Verenigd Koninkrijk en de inmiddels 15 andere landen waar de vereniging haar leden telt.
In het eerste nummer van De Nieuwsbrief schreef Robert Voskuil dat het doel van het krantje was; ‘u, de leden, op de hoogte te houden van het wel en wee van onze Vereniging en natuurlijk ook van het Airborne Museum’. Wel dat is de afgelopen 25 jaar meer dan uitvoerig gebeurd! Maar de vraag blijft of in een tijd waarin nieuws en nieuwsverspreiding sneller gaan dan ooit, we op deze wijze verder moe¬ten gaan. Het bestuur is van mening dat de nieuws¬voorziening naar de leden van de vereniging anders, actueler en vooral sneller kan. Op dit moment wordt nagedacht over andere vormen, waarbij uiteraard
het internet een belangrijke plaats zal gaan krijgen. Maar de De Nieuwsbrief zal blijven bestaan, zeker waar het de militair historische kant van de Slag om Arnhem en alles wat daarmee te maken heeft be¬treft. Vooral het initiatief van Chris van Roekel die indertijd meer historische verdieping in De Nieuws¬brief wilde, is een monument op zich geworden. Ik bedoel daarmee de Ministory. Begonnen in Nieuws¬brief nummer 10 van mei 1983, met een eerste achtergrondverhaal van de hand van Van Roekel zelf over de Engelse postduiven tijdens de Slag, is de ministory uitgegroeid tot een bijna wetenschappe¬lijk historisch artikel, compleet met voetnoten. Chris kan tevreden zijn want zijn idee om meer interactie met de leden te krijgen gaat nog steeds door. Het zijn nog altijd leden die veel tijd en moei¬te steken in het schrijven van deze uitstekend gedo-cumenteerde ministory’s.
Nu de honderdste editie van De Nieuwsbrief voor ons ligt, rest mij alleen nog een woord van dank uit te spreken, aan allen die met teksten en fotos, of als vrijwilliger bij de productie en verspreiding de afge¬lopen kwart eeuw hebben bijgedragen aan het suc¬ces en de continuïteit van ons blad. Waarbij ik in het bijzonder Robert Voskuil en Geert Maassen wil be¬danken voor hun inzet en creativiteit. Onze dank gaat natuurlijk ook uit naar Peter Clark die de Nieuwsbrief altijd geheel belangeloos lin het Engels vertaald. Een ding staat wel vast het Airborne nieuws gaat verder en De Nieuwsbrief blijft daar over berichten! (Ben Kolster)

Van de redactie
In deze 100ste uitgave van de Nieuwsbrief kijken we uiteraard terug op de 61£te herdenking van de Slag om Arnhem. Het nummer is iets anders van karak¬ter dan u gewend bent. Het telt meer pagina’s dan gewoonlijk en is het geheel in kleur, maar er zit geen losse ministory bij. In plaats daarvan hebben we deze keer gekozen voor de plaatsing van twee extra lange artikelen in de Nieuwsbrief zelf.
Afscheid Wybo Boersma
Op 23 september heeft Wybo Boersma afscheid genomen als directeur van het Airborne Museum. Ter gelegenheid hiervan werd voor hem op die datum een speciale studiemiddag georganiseerd in het Koetshuis van Huize ‘De Pietersberg’ in Ooster¬beek. Vier directeuren van militaire musea uit Nederland, België, Engeland en Duitsland gaven hier hun visie over het opzetten van een moderne expositie in relatie tot de (veranderende) wensen van het publiek.
Na afloop was er een receptie in het Airborne Museum, waar een groot aantal vrienden en beken¬den de scheidende directeur persoonlijk kwamen bedanken voor alles wat hij sinds 1972 voor het museum heeft gedaan.
Wybo blijft overigens wel bestuurslid van de Stichting Airborne Museum.

FOTO: BERRY DE REUS
Tijdens het symposium dat ter gelegenheid van het afscheid van Wybo Boersma werd georganiseerd in De Pietersberg in Oosterbeek, dankt waarnemend voorzitter Mr. ). van Slooten Wybo voor al het vele werk dat hij sinds 1972 voor het Airborne Museum heeft gedaan.

Wijzigingen in het Stichtingsbestuur
De waarnemend voorzitter van de Stichting Air¬borne Museum, Mr. J van Slooten uit Oosterbeek, is met ingang van 1 oktober teruggetreden uit het bestuur. De heer Van Slooten gaf aan dat hij tot de slotsom was gekomen dat hij het Museum het beste kon dienen door zijn plaats in het bestuur af te staan aan een nieuwe kracht. Zoals hij dat zelf uit¬drukte: ‘voor de sprong naar toekomst heeft het Museum jongere benen nodig dan de mijne’.
De functie van waarnemend voorzitter is tijdelijk overgenomen door de heer W.J.M. Duyts, secretaris van de Stichting Airborne Museum.
Een van de openstaande vacatures in het stichtings-bestuur is inmiddels opgevuld door de heer R.P. Kaarsemaker, accountant, uit Schaarsbergen.

Jaarvergadering 2006
De Jaarvergadering, tevens Algemene Ledenverga¬dering van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum, zal plaats vinden op zaterdag 8 april 2006. Details over de plaats en het programma volgen in het eerstvolgende nummer van de Nieuwsbrief.

Nieuws van Niall

Naar aanleiding van het speciale weekend dat afge-lopen juni werd georganiseerd voor leden uit het Verenigd Koninkrijk, ontvingen we van Niall Cherry het volgende bericht:
‘Graag wil ik alle organisatoren en de leden die deel-namen aan het speciale weekend bedanken en de hoop uitspreken dat iedereen zich heeft geamuseerd. Na mijn terugkeer in het Verenigd Koninkrijk ontving ik een e-mail van een van de deelnemers, die het geheel een tevredenheids-cijfer 11 gaf op een schaal van 1 tot 10!! Het weer was uitstekend en vrijwel alles verliep volgens plan, Het enige kleine probleem werd gevormd door enkele wegen die waren afgesloten toen we op zondag naar het ge¬bied bij Groesbeek reden.
Ik vond het een fantastische tour en ook deze keer heb ik weer een hoop geleerd. Ik hoop dat we in 2007 opnieuw een dergelijk weekend kunnen orga¬niseren. Ik heb daarvoor al acht boekingen binnen! Ik zou graag iedereen willen bedanken die zondag¬avond aanzat aan de ‘Captains Table’ in Schoon¬oord. Het was een mooi einde van een gedenk¬waardig weekend. De vertegenwoordiger uit het Verenigd Koninkrijk verbaasde zelfs een aantal leden door zijn portefeuille tevoorschijn te halen om iedereen een drankje aan te bieden!
Leden die geïnteresseerd zijn in het weekend van 2007, kunnen contact met mij opnemen’.
(Niall Cherry)

As van Ted Shaw bijgezet
Op 21 juli jl. overleed op 86-jarige leeftijd in zijn woonplaats Newton Abbot Amhem-veteraan Edward Emest (Ted) Shaw. In september 1944 was Luitenant Shaw commandant van C Troop lst Airlanding Anti Tank Battery, Royal Artillery. Voor zijn dapperheid tij¬dens de Slag om Arnhem kreeg hij later het Military Cross.
Na de oorlog keerde hij regelmatig terug naar Oosterbeek, waar hij meestal logeerde bij de familie Fennema aan de Benedendorpsweg. Jarenlang was Ted de vertegenwoordiger van de WAM in het Verenigd Koninkrijk en contactpersoon tussen de veteranen in Engeland en herdenkingsorganisaties in Nederland. Maar nog bekender werd hij doordat hij vele jaren aan het einde van de officiële krans- legging tijdens de herdenkingsdient op de Airborne Begraafplaats samen met twee scholieren bloemen legde aan de voet van het ‘Cross of Sacrifice’.
Op 16 september jl. werd zijn as bijgezet op de Air¬borne Begraafplaats in aanwezigheid van een groot aantal belangstellenden. The Reverend R.A.W. Boyce leidde de plechtigheid. Het kistje met zijn as werd begraven in een van de looppaden, pal achter de steen bij het graf van Sergeant TB. Rae van het 7th Battalion The King’s Own Scottish Borderers. Ook namens de Vereniging Vrienden werd een krans gelegd.

10 september 2005. De as van Ted Shaw wordt bijgezet op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek.

Nieuwe opzet ‘Social Evenings
De afgelopen jaren was het traditie dat er in febru¬ari en maart door de WAM een ‘Social Evening’ werd georganiseerd in het Airborne Museum. Meestal toonden enkele leden een deel van hun collectie en kon er onder deskundige leiding een kijkje worden genomen in het archief en de restauratieruimte van het museum.
Op initiatief van de nieuwe directeur van het muse¬um, de heer Frans Smolders, wordt het aantal Social Evenings uitgebreid en krijgen zij een wat andere opzet.
Het is de bedoeling dat er in 2006 meerdere avond- bijeenkomsten zullen worden georganiseerd, die zullen plaats vinden in de bovenzaal van Restaurant Klein Hartensteyn in Oosterbeek.
Voor iedere Social Evening zal een gastspreker wor¬den uitgenodigd, van binnen de vereniging of van daarbuiten. De spreker kan dan vertellen over een bepaald onderwerp dat verband houdt met Operatie Market Garden. Dat kan zijn het resultaat van een onderzoek, een bespreking van een publicatie, waar hij mee bezig is of die hij heeft gelezen, een bijzon¬dere bodemvondst, etc, etc. Het is niet de bedoeling dat zo’n avond geheel gevuld wordt met een diep¬gaande voordracht, daar zijn de themamiddagen voor. Het geheel moet een ‘laagdrempelig’ karakter hebben, waardoor in principe iedereen het zou moe¬ten ‘aandurven’ om iets te vertellen. Daarna kan er onder het genot van een drankje worden gediscus¬sieerd, gegevens uitgewisseld en nagepraat.
Het is de bedoeling dat in de toekomst de onder¬werpen die op de Social Evenings zullen worden behandeld op de website van het Airborne Museum worden aangekondigd.
Chris van Roekel, onze vorige voorzitter bijt de spits af. Op 25 januari 2006 zal hij een verhaal houden getiteld ‘Niemand heeft het copyright van het verle¬den’. Hierin zal hij een kritische beschouwing geven over de literatuur over de TWeede Wereldoorlog en de mate waarin deze een gidsfunctie kan vervullen bij de vernieuwing van het Airborne Museum.
Mocht u geïnteresseerd zijn om op een van de toe-komstige avonden iets te vertellen, neemt u dan contact op met onze secretaris, de heer Ivar Goedings, p/a Airborne museum of via de e-mail: goedings@van-lotringen.nl.

Een lang gekoesterde wens vervuld
Eén van de voorwerpen waar het Airborne Museum jaren naar heeft gezocht, is een Eureka baken. Door de 21e Independent Parachute Company werden in september 1944 Eureka-radiobakens gebruikt om de droppings- en landingsterreinen aan te geven. Deze bakens gaven een signaal af naar de vliegtuigen die het signaal op hun ontvangsttoestellen, de Rebecca, ontvingen. Het signaal werd zichtbaar gemaakt op een beeldscherm, een ‘Indicating Unit Type 6E’. Hierdoor was de piloot in staat de juiste locatie van het droppings- en landingsterreinen terreinen te vinden. Het was ook mogelijk om korte berichten te zenden en te ontvangen. Tijdens de Slag om Arnhem waren de ‘Pathfinders’ waarschijnlijk uit¬gerust met 48 Eureka bakens, waarvan er twee verloren zouden zijn gegaan. Het Airborne Forces Museum in Aldershot bezit een incomplete Eureka. Verder is er in Nederland nog één te vinden van het type dat bij Arnhem gebruikt is en die bestaat uit de zend-ontvanger en de voedingseenheid. Het Air¬borne Museum had er geen.
Tijdens mijn afscheid kreeg ik tot mijn grote verras¬sing van de heer Van Riet uit Arnhem een Eureka Mk II Transmitter-Reciever TR 3174 cadeau. Als bezitter van een compleet toestel wist hij van onze wens.
De Eureka is door mij afgestaan aan het Airborne Museum, zodat we nu naast de Amerikaanse Eureka, de ‘AN/PPN 1′ ook de Britse uitvoering bezit¬ten. We missen nog wel enkele onderdelen, maar die zullen ongetwijfeld in de toekomende jaren wel ergens gevonden worden.
(Wybo Boersma)
De Eureka Mk II Transmitter-Reciever TR 3174, die het Airborne Museum onlangs in bezit kreeg.

‘General Service Medal’ voor Don Jacobs
Don Jacobs is bij velen bekend als de man, die sinds 1990 belast is met het beheer van het foto-archief van het Airborne Museum. Minder bekend is dat hij daarvoor al een lange staat van dienst had opge¬bouwd op andere plaatsen in deze wereld. Don dien¬de in het Britse leger bij de REME (Royal Electrical and Mechanical Engineers). Van 1954 tot 1956 was hij gestationeerd in de Suez Kanaal Zone in Egypte. Een halve eeuw na die dienstperiode ontving Don Jacobs onlangs de ‘General Service Medal’ met de ‘Kanaal Zone’ gesp.
Don verliet de REME in 1960. Vervolgens werkte hij voor een Amerikaanse oliemaatschappij o.a. in Libië en Borneo, was hij rij-instructeur in Londen en ver¬kocht hij verzekeringen en boeken. Daarna vertrok hij naar Noorwegen, waar hij werkte als berggids en medewerker van een jeugdherberg. In 1965 ging hij terug naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij in Dover een jeugdherberg leidde en vervolgens werd hij assistent-manager bij een Ford garage.
In 1966 verhuisde hij naar Nederland waar hij ver-schillende functies bekleedde bij ICI (Imperial Chemical Industries) op Rozenburg bij Rotterdam. Hij ging met pensioen in 1990 en werkt zoals gezegd sinds die tijd part-time als vrijwilliger bij het Airborne Museum.

‘Mary of Arnhem’
Tijdens de afscheidsreceptie op 22 september bood Wybo Boersma als scheidende directeur het Airborne Museum een afscheidscadeau aan. Dat bestond uit een ‘Ausweis no. 2163’, gedateerd October-December 1944 op naam van Helen Sensburg. Deze Britse dame was met een Duitser getrouwd. Zij werkte als typiste bij de ‘Reichs- Rundfunk Gesellschaft’, waar ze deel uitmaakte van de ‘Landergruppe England’. In 1944 werd zij redac¬trice van de ‘Kampfsender Arnheim’.
Na de invasie gaf de Duitse minister van propa¬ganda, Joseph Goebbels bevel om de uitzendingen die waren gericht op de geallieerde strijdkrachten te activeren. Dit gebeurde in Italië, Frankrijk (Calais) en België (Brussel). Nadat die zenders niet meer kon¬den worden gebruikt, werd Hilversum belangrijk. Eén van die zenders was de Engelstalige zender Radio Arnhem.
Helen Sensburg werd daar redactrice. Haar collega en vervangster was Gerda Eschenberg, ook typiste bij de RRG. Naast beide dames was er nog een derde, waarvan de naam niet bekend is. Verder waren er diverse Duitse en Nederlandse medewerkers.
Op 10 oktober 1944 was de zender voor het eerst in de lucht. Niet vanuit Arnhem maar via Lopik. De zender was een groot succes. Met name door het uitzenden van veel populaire liedjes en brieven van krijgsgevangen.
Helen werd bekend als ‘Mary of Arnhem’. In ver-schillende boeken die handelen over de geallieerde eenheden die in 1944-45 in Nederland vochten, wordt de zender aangehaald.
Op woensdag 23 maart 1945 was de laatste uitzen¬ding. Na de oorlog werd naarstig gezocht naar ‘Mary of Arnhem’. We kennen bijvoorbeeld een foto uit 1945 van Engelse militairen in Arnhem, die een eta¬lagepop aangekleed hebben met als onderschrift ‘Mary of Arnhem’. Uiteindelijk werd zij gearresteerd door een Canadese en een Nederlandse officier (Wenkenbach) en opgesloten. Er bleken echter geen officiële stukken van haar te zijn. Toen deze opge¬haald werden, bleek zij inmiddels om onduidelijke redenen weer te zijn vrijgelaten.
In 1948 publiceerde haar collega Gerda Eschenberg een artikel in het blad ‘Hörzu’ met als de titel ‘Ich war Mary von Arnheim’ wat dus niet waar was. Van de werkelijke ‘Mary of Arnhem’ ontbreekt elk spoor. Via contacten bij verzamelaars van militaria is het Wybo gelukt dit Ausweis op te sporen en het maakt nu deel uit van de collectie van het Airborne Museum.

Herbegrafenis van Britse militairen
In een drietal recente nieuwsbrieven heeft mijn zeer gewaardeerde naamgenoot Geert Maassen geschre¬ven over de zijns inziens zeer trage, bureaucratische en weinig sympathieke wijze waarop het Britse Ministry of Defence omgaat met de afwikkeling van
de vondsten van stoffelijke resten van Britse mili¬tairen in de omgeving van Arnhem. Deze kritiek is begrijpelijk en komt ontegenzeglijk voort uit een diepgeworteld gevoel van ‘ereschuld’ aan de gealli¬eerden die tijdens de gevechten hun leven hebben gegeven. Dit siert hem, en ik heb daar veel waarde¬ring voor.
Toch heb ik de overtuiging dat de – goed bedoelde – uitspraken van Geert enige nuancering behoeven.
Er is naar mijn idee een gekleurd beeld ontstaan dat geen recht doet aan de inspanningen van de afde¬ling die verantwoordelijk is voor deze afwikkeling, namelijk MoD-JCCC in Innsurorth. Vandaar deze aan¬vulling.
Het beleid van de Britse overheid
Het Ministry of Defence prefereert grafrust, zelfs in een anoniem veldgraf.
Dit betekent dat zij geen actief opsporingsbeleid heeft (datzelfde geldt overigens voor de Neder¬landse overheid). Wordt echter zo’n veldgraf bij toe¬val aangetroffen (bouwwerkzaamheden, metaaldetectie), dan zullen zij alles in het werk stellen om de resten te identificeren, de nabestaanden te traceren en het slachtoffer op gepaste wijze te herbegraven. In Nederland wordt hiertoe intensief samengewerkt met de Gravendienst van de Koninklijke Landmacht. Hetzelfde geldt voor vliegtuigwrakken waarin zich nog stoffelijke resten bevinden. In principe wil men deze wrakken met rust laten, aangezien men de grafrust van de inzittenden respecteert (een vlieg¬tuigwrak heeft dan immers ook de status van ‘veld¬graf). Vormt een vliegtuigwrak echter een gevaar voor de veiligheid of openbare orde (zoals mogelijk aanwezige instabiele explosieven), of ligt het in de weg bij bouwwerkzaamheden, dan heeft de Britse overheid geen bezwaar tegen berging. Aangetroffen stoffelijke resten van de bemanning worden geza¬menlijk in één kist begraven. Dit om de verbonden¬heid van de aircrew te symboliseren. De Neder¬landse overheid respecteert het beleid van het Ministry of Defence en conformeert zich hieraan.
Het ‘Joint Casualty & Compassionate Centre’
Het afwikkelen van de vondst van stoffelijke resten is een langdurig proces dat zorgvuldig moet worden uitgevoerd en waarin rekening dient te worden gehouden met vele sentimenten. Bijvoorbeeld de impact op de nabestaanden en veteranen, sociaalju- ridische aangelegenheden, betrokkenheid van het betreffende regiment, etc. Het traceren van 60 jaar oude medical records voor bewijsvoering, of het opsporen van nabestaanden kan veel tijd in beslag nemen. Tot afgelopen voorjaar hadden zowel Army, Airforce als Navy een eigen Casualty & Compas¬sionate Cell. Op 11 april 2005 is in Innsworth- Gloucestei het Joint Casualty & Compassionate Centre geopend. Hierin zijn de individuele ‘Cells’ opgegaan. Deze reoiganisatie heeft circa twee jaar geduurd, hetgeen begrijpelijkerwijs bij een aantal onderzoe¬ken tot enige vertraging heeft geleid.
JCCC staat onder leiding van Wing Commander (retired) Hugh Gray-Wallis en heeft als taak om zorg

te dragen voor de behandeling van alle militaire slachtoffers van het Verenigd Koninkrijk, of zijn nu in 1944 in Oosterbeek zijn gesneuveld, of in 2005 in Irak. De samenwerking tussen JCCC en Graven¬dienst mag tot nu toe zeer succesvol worden genoemd en biedt zeer veel perspectief voor de toe¬komst. De JCCC sectie Historie & Deceased Estates, welke verantwoordelijk is voor slachtoffers van het Gemenebest uit de tweede wereldoorlog, gaat zeer grondig te werk en mag uitzonderlijk ‘open’ en benaderbaar genoemd worden. De recente, vrucht¬bare ontwikkelingen tonen aan dat alle verzoeken om informatie of documentatie zeer voortvarend en per omgaande worden opgepakt. Het verhaal dat de ronde doet dat het Ministry of Defence geen kopieën van documenten ter beschikking van de Gravendienst zou willen stellen, berust dan ook op een misverstand. Ook in 2006 zal op de begraaf¬plaats in Oosterbeek weer door zorg van JCCC een Britse Airborne de militaire eer worden betoond die hem toekomt; L/Sgt Edward Hartley van MMG Pin, S-Coy 1 Border. JCCC slaagde er reeds in diens doch¬ter te traceren. Hartley werd al in 1984 aan het Kerkpad gevonden, maar in 1989 als onbekende Royal Engineer begraven, aangezien er een RE cap- badge in het graf was gevonden. In 2004 kon de Gravendienst hem alsnog m.b.v. zijn tandartskaart identificeren.
Ergo
Geduld is een schone zaak. Het uitblijven van be¬richten betekent niet dat er daadwerkelijk niets gebeurt. Identificatieonderzoeken nemen veel tijd in beslag, evenals het zoeken naar nabestaanden en het organiseren van een herbegrafenis. Soms spelen er complexe belangen, die niet op het eerste oog zichtbaar zijn.
Zo kan een stamregiment dat verantwoordelijk is voor de ceremonie, zijn uitgezonden naar een oor¬logsgebied en wordt er gewacht op terugkeer. Het heeft dus absoluut niets te maken met laksheid, onwil, of een te lage prioriteitsstelling. Alle betrok¬ken organisaties doen hun uiterste best, daar kunt u op vertrouwen. Neemt u voor informatie rustig con¬tact op met de Gravendienst of de Britse Ambas¬sade. Voor zover zij kunnen (en mogen) zullen zij u van harte van dienst zijn. Laat u niet verleiden tot inmenging in het proces door bijvoorbeeld zelfstan¬dig op zoek te gaan, en contact te leggen met nabe¬staanden. U loopt het risico om onbedoeld meer schade te veroorzaken dan dat u ‘goed doet’. Laat dit precaire werk over aan de medewerkers van JCCC, die daarvoor zijn getraind. Geef ze daartoe de kans. (Geert Jonker, SMI Gravendienst KL [a.t.p.]).

Plaquette voor Dreyeroord
Zoals gebruikelijk na de jaarlijkse herdenking op de Airborne Begraafplaats, vond er ook dit jaar een reü¬nie plaats van veteranen van het 7th (Galloway) Battalion the King’s Own Scotish Borderers (Air¬borne). Deze reünie wordt al jaren gehouden in het Oosterbeekse Hotel Dreyeroord aan de Graaf van Rechterenweg. De familie van der Straaten, sinds

Op 18 September 2005 vond de onthulling plaats van een plaquette ter herinnering aan de gevechten die tussen 19 en 22 september 1944 rond Hotel Dreyeroord werden gevoerd door de mannen van het 7th Galloway Battalion The King’s Own Scottish Borderers.
Op de foto in het midden de eigenaar van Hotel Dreyeroord, de heer A. van der Straaten, met achter hem de plaquette. De heer van der Straaten en zijn zoon Jan Willem, de bedrijfsleider, geven al jaren belangeloos hun medewerking aan de jaarlijkse reunie van het 7th KOSB. Rechts Henk Duinhoven.
vele jaren eigenaar van het hotel, ontvangt de vete¬ranen met open armen, de koffie staat klaar en na de gebruikelijke toespraak van Henk Duinhoven volgen er soep en broodjes.
De ‘Borderers’ noemen het hotel het ‘White House’ om de simpele reden dat het voor hen in 1944 onmogelijk was de naam Dreyeroord goed uit te spreken… en dat is nog steeds zo.
Dit jaar werd er na een welkomstwoord een fraaie plaquette onthuld naast de voordeur van het hotel, ter herinnering aan de felle strijd die de Borderers tussen 19 en 22 september 1944 leverden in en rond het gebouw. Tijdens die gevechten werden meer dan dertig van hen gedood en tijdelijk in de tuin begra¬ven. De tekst is van de helaas dit jaar overleden Majoor Michael Forman, destijds commandant van B Compagnie. De plaquette, een initiatief van Robert Sigmond, werd gemaakt door Shuggie Hoskins uit Schotland.
‘The Royal Air Force at Arnhem. Glider and re-supply missions in September 1944’
Er is nog steeds veel te vertellen over de Slag om Arnhem. Dat blijkt uit ‘The Royal Air Force at Arnhem. Glider and re-supply missions in September 1944′, het boek over de rol van de RAF bij de glider- en bevoorradingsvluchten naar Arnhem. Het is in het Engels geschreven door Luuk Buist, Philip Reinders en Geert Maassen, alle drie ‘vrienden van het Airborne Museum’.
Het was een enorm logistiek probleem om in drie dagen de le Britse Airborne Divisie met de le Poolse Parachutisten Brigade, samen zo’n 12.000 man en hun transport, artillerie, verbindingsmiddelen en munitie, voeding en medisch materiaal voor de eer-

Tijdens de presentatie van het nieuwe boek ‘The Royal Airforce at Arnhem’ op 16 september 2005, overhandigt een van de auteurs, Philip Reinders, het eerste exemplaar aan Mrs. Anne Long uit Canada. Zij is de zuster van Warrant Offreer P.B Tonner, die gewond raakte bij de crash van Dakota KG 418 bij de Buunderkamp, ten roes¬ten van Wol/heze. Hij overleed in 1945 in een krijgsge¬vangenkamp in Duitsland.
ste paar dagen, naar Arnhem te transporteren. In totaal vlogen 1.260 transportvliegtuigen en 663 gli- ders om de troepen met hun materiaal naar Nijmegen, het hoofdkwartier van het le Airborne Corps, en Arnhem te brengen. Ze vermeden wan¬neer dat mogelijk was de Duitse luchtafweer en vlo¬gen zoveel mogelijk over bevrijd gebied. Ze werden onderweg door vele squadrons gevechtsvliegtuigen beschermd.
Op 17 september vertrokken eerst de vliegtuigen met ‘Pathfinders’ om de droppings- en landingsvel- den aan te geven en daarna de toestellen die de gli- ders trokken. Persoonlijke verhalen van beman¬ningsleden nemen ons mee aan boord tijdens de vlucht naar Arnhem. We zien van de acht dagen waarop is gevlogen, de weersomstandigheden, de Flak, de verwondingen na beschietingen, de soms kreupele terugtocht of het neerstorten van een kist. Duidelijke tabellen geven van de genoemde squa¬drons de vliegbasis, de eerste piloot, het vliegtuig met nummer, de vertrek- en de terugkomsttijd aan. Alle niet gelukte glider- en bevoorradingsvluchten en crashes worden kort bij de beschrijving van het betreffende vliegtuig toegelicht. Op 22 september werd niet gevlogen, de laatste vluchten vonden op 25 september plaats.
Dagelijks is er een korte schets van de situatie op de grond, het weer, of de noordelijke of zuidelijke route werd gevlogen en het aantal gevechtssquadrons, waardoor een goed beeld ontstaat van de situatie te land en in de lucht. Na de beschrijving van de glider-
en bevoorradingsvluchten vertelt het boek over de Duitse luchtafweer, de Flak, bij Arnhem.
Ook hier geven de persoonlijke verhalen van Duitse luchtafweersoldaten een levend beeld van hun ver-nietigend werk. In een volgend hoofdstuk beschrijft Philip Reinders 58 jaar na de slag een zestal plaat¬sen waar vliegtuigen zijn neergestort en wat hij er aantreft. In het hoofdstuk ‘de vliegtuigen en hun squadrons’ worden alle 16 squadrons met vliegba¬sis, commandant, embleem, nummer en aantal missies beschreven. Een tabel laat zien welke een¬heid welke navigatiemiddelen op de grond gebruik¬te om de inkomende vliegtuigen te begeleiden.
‘Containers, manden en parachutes’ beschrijft deze en de rollerbaan waarmee de manden werden afge¬worpen. Een lijst met gedropte voorraden comple¬teert dit hoofdstuk. Een lijst met vliegtuigen, hun noodlandingen en crashes per vliegtuig met. de namen van de bemanning en hun lot en een ‘Roll of Honour’ gaan vooraf aan het laatste hoofdstuk, waarin de toegekende onderscheidingen voor Arnhem worden genoemd.
De auteurs hebben bewonderenswaardig goed en veel onderzoek gedaan. De persoonlijke verhalen brengen je dichtbij de gebeurtenissen. Dat maakt het boek boeiend en laatje inleven in de grote pres¬taties van de RAF-bemanningen. Het boek leest prettig Het telt 200 pagina’s en is met veel goede illustraties uitgegeven door de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum.
Vergeleken met de boeken met deels een vergelijk¬baar onderwerp ‘Tugs and Gliders to Arnhem’ en ‘Green On’, beide van Arie-Jan van Hees, is dit boek toegankelijker, waar beide genoemde boeken meer als naslagwerk veel dieper op het onderwerp ingaan. De verkoopprijs is € 37,50.
(Okko Luursema)

‘All Men are Brothers’
Dat is de titel van een onlangs verschenen ‘Roll of Honour’ voor de 93 bij Arnhem omgekomen para-chutisten van de Eerste Poolse Parachutisten Brigade en drie omgekomen piloten. Deze werd samenge¬steld door de Arnhemmer Andries Hoekstra, die daarmee een bijdrage wil leveren aan het eerherstel van de brigade en haar commandant, Generaal- Majoor Stanislaw Sosabowski.
Voor het veroveren van de brug bij Arnhem was de Britse le Airborne Divisie in september 1944 ver¬sterkt met de le Poolse Onafhankelijke Parachu¬tisten Brigade onder bevel van generaal-majoor S. Sosabowski. De brigade zou met 1500 man op 19 september 1944 landen ten zuiden van de Rijnbrug bij Arnhem. Door slechte weersomstandigheden werd slechts een deel van de brigade gedropt. Echter niet bij de Rijnbrug maar bij Driel. Het eerder met zweefvliegtuigen ingevlogen materiaal ging bij de landing op ‘Johannahoeve’ bijna geheel verloren. De Polen hadden nauwelijks middelen om de Rijn over te steken. Ongeveer 350 manschappen bereikten de noordelijke Rijnoever. De rest van de brigade vocht bij Driel en hield zo de weg open waarlang de 2000 Britten na de verloren slag op 25 september de eigen linies konden bereiken. De Britse legerleiding stelde later, ten onrechte, de Polen voor een groot deel ver-antwoordelijk voor het mislukken van de Slag om Arnhem.
Het in september verschenen boek is tweetalig uit-gevoerd in het Pools en in het Engels. Het begint met een hoofdstuk over de geschiedenis van de brigade en haar commandant, Generaal Stanislaw Sosabowski. Dan volgt de eigenlijke ‘Roll of Honour’. Op de linkerpagina zijn van iedere omgekomen militair de persoonlijke gegevens en een portretfoto opgenomen en op de rechterpagina staat een grote kleurenfoto van het graf. De titel van het boek is ontleend aan een dramatisch moment tijdens de Slag om Arnhem, waarbij een Poolse soldaat over¬lijdt in de armen van een Rode Kruissoldaat. Zijn laatste woorden waren ‘Why all this misery, all men are brothers’.
Het boek werd op vrijdagmiddag 16 september ten doop gehouden op een open plek in het bos, vlak naast restaurant De Westerbouwing, vanwaar men een prachtig overzicht heeft op het voormalige gevechtsterrein bij Driel. In aanwezigheid van een aantal Poolse veteranen en van de Poolse ambassa¬deur in Nederland, werd het eerste exemplaar aan¬geboden aan de kleinzoon van Generaal Sosabowski, Michael Sosabowski. All Men are Brothers’ kan wor¬den besteld via de website www.maketgarden.com en bij een aantal boekhandels in de regio. De prijs bedraagt € 22,50.

De samensteller van het boek ‘All Men are Brothers’,Andries Hoekstra (midden), overhandigt de eerste exemplaren aan veteranen van de eerste Onafhankelijke Poolse Parachutisten Brigade en aan de ambassadeur van Polen. Hij wordt daarbij geassisteerd door Frans Ammerlaan (links).

Vaandel Poolse parachutisten over-gedragen aan het Airborne Museum
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog keerde het merendeel van de Poolse parachutisten, die hadden deelgenomen aan de Slag om Arnhem, niet terug naar Polen maar bleef in Engeland. Op 25 februari 1948 richtten zij in Engeland de Polish Airborne Forces Association’ op metWalny Zjazd als de eerst president. Pas na het einde van de Koude Oorlog konden ook parachutisten die in Polen woonden lid worden.
Op 14 september 1959 kreeg de Vereniging in Driel een vaandel aangeboden. Het geld hiervoor was bijeengebracht door inwoners van de plaatsen waar de Polen gevochten hadden. Met het verstrijken van de jaren is het aantal leden zozeer geslonken dat de Vereniging dit jaar besloot zichzelf op te heffen en hun vaandel in het Airborne Museum ‘Hartenstein’ onder te brengen, De overdracht geschiedde op zon¬dagmiddag 18 september op het bordes van het museum door de huidige president Majoor (Retd) T.J.Herman en de General Secretary Mevrouw Luitenant (Retd) I Hrynkiewicz in aanwezigheid van de Poolse veteranen, die dat weekend de 61e her¬denking bijwoonden. Namens de Stichting Airborne Museum nam Wybo Boersma het vaandel in ont¬vangst. Het zal permanent in het museum worden tentoongesteld als een herinnering aan de inzet van de le Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade in september 1944.

18 September 2005. Op het bordes ucm het Airborne Museum ontvangt Wybo Boersma uit handen van Majoor Tj.Herman (retd.) en General Secretary Mevrouw Luitenant (Retd.) I Hrynkietvicz het vaandel van de Polish Airborne Forces Association. Het vaandel zal permanent in het museum worden tentoongesteld ter herinnering aan de rol van de lst Polish Parachute Brigade bij de Slag om Arnhem.

Het Luger pistool van Captain Killick
Een van de beroemde foto’s die fotograaf Sem Presser op 18 september 1944 maakte van een Britse patrou¬ille in de Weerdjesstraat in Amhem, staat Captain John Killick, die, duidelijk zichbaar, een Duits Luger pistool draagt. Niall Cherry schreef hem in 2003 een brief, waarin hij Killick o.a. vroeg hoe hij in het bezit was gekomen van dit Duitse wapen.
Sir John Killick schreef terug: ‘Ik bezat zeker geen Luger voordat ik naar Amhem vertrok. Toen ik na de landing op 17 september op weg was naar Arnhem, kwam ik langs een verlaten Duits hoofdkwartier, dat was gevestigd in Hotel de Tafelberg in Oosterbeek. Pas veel later kwam ik er achter dat dit het hoofd¬kwartier was van Leger Groep BI Model en zijn man¬nen waren kennelijk in grote haast vertrokken, omdat hun maaltijd nog op de tafel stond. Nadat ik snel had rondgekeken voelde ik mij nogal eenzaam en daarom ging ik weer op weg op mijn Duitse motorfiets, die ik ergens had ingepikt, en sloot mij weer aan bij het hoofdkwartier van lst Parachute Brigade. Nadat ik toestemming had gekregen, ging ik met een van mijn mannen terug naar het Duitse hoofdkwartier, om dat aan een nader onderzoek te onderwerpen. Indien we meer tijd hadden gehad om grondig te speuren, dan zou de plaats zeker een goudmijn aan informatie hebben opgeleverd! We namen een aantal Lugers mee en ik verving mijn .38 Smith and Wesson door één daarvan. De Smith and Wesson legde ik op de motorfiets, die ik uiteindelijk moest achterlaten, vlak voordat ik de Rijnbrug in Arnhem bereikte en daarna nooit meer terug heb teruggezien’.

Mini-stories op CD-Rom
Er is nog steeds regelmatig vraag naar oude mini- stories. Helaas zijn lang niet alle afleveringen meer leverbaar. Om toch in de vraag te voorzien, heeft onze vorige voorzitter Chris van Roekel alle ministeries t/m nummer 88 gescanned en op CD- Rom gezet. Deze CD-Rom, die zowel de Nederlandse als de Engelse edities bevat, kan worden besteld door overmaking van € 20,- op postgironummer 4403641 ten name van de WAM in Oosterbeek, onder vermelding van CD-Rom Ministeries’. Hij wordt u dan toegestuurd.

‘Ede in Wapenrok’ herdrukt
In mei 2004 verscheen het boek ‘Ede in Wapenrok’, dat werd geschreven door ons lid Evert van de Weerd in samenwerking met Gerjan Crebolder. Deze studie handelt over twee eeuwen militaire geschie¬denis in de gemeente Ede, waarbij ook de Slag om Arnhem ruim aan bod komt. In Nieuwsbrief no. 94 maakten wij melding van deze publicatie.
Het boek was snel uitverkocht, maar kortgeleden verscheen er een gewijzigde en aangevulde her¬druk. Daarbij is een DVD toegevoegd met de titel ‘De Bevrijding van de Veluwe 1945’, met onder meer beelden van de luchtlandingen in 1944, de bevrij¬ding van Arnhem, Ede-De Klomp, Lunteren, Barneveld, Nunspeet, Harderwijk en Apeldoorn en de Duitse capitulatie in Wageningen. Ook zijn er amateurbeelden opgenomen van het bevrijdingsde- file uit 1985. Deze 40 minuten durende DVD is ook los verkrijgbaar en kost € 5,50. Bestellingen via de boekhandel of rechtstreeks via www.bduboeken.nl.

Military Library Research Service Ltd
Graag willen wij u attent maken op een bijzondere uitgeverij met bovengenoemde naam, die sinds anderhalf jaar bestaat. De Military Library Research Service (MLRS) is gespecialiseerd in het uitgeven van origineel bronnenmateriaal over verschillende mili¬taire onderwerpen, waaronder de IV/eede Wereld¬oorlog. Het gaat hierbij om rapporten, die oorspron¬kelijk in een kleine oplage werden vervaardigd en die in de meeste gevallen berusten in officiële Britse, Canadese en Amerikaanse archieven. Zo heeft MLRS een overeenkomst met o.a. de National Archives in Londen (het vroegere Public Record Office) en met de Canadian National Archives om bepaalde documen¬ten uit hun collectie te fotokopiëren, te vermenig¬vuldigen en uit te geven. Een van de directeuren van MLRS is de militair historicus David Westwood, die van 1962 tot 1966 diende in het Parachute Regiment
en mede daardoor veel belangstelling heeft voor de geschiedenis van de Airborne Forces.
Een belangrijk project waar men op dit moment mee bezig is, is het uitgeven van een serie ‘Cabinet Papers’. Dit zijn officiële rapporten, in dit geval over militaire operaties, die kort na de oorlog door staf¬officieren werden samengesteld uit de ‘War Diaries’ van de eenheden die hadden deelgenomen. Deze rapporten moesten dienen als basis voor de nog uit te geven ‘Official Histories’ Het interessante van deze Cabinet Papers is, dat het gaat om documen¬ten, waarin de gebeurtenissen zo feitelijk mogelijk zijn weergegeven. Ze geven een zo compleet moge- lijk beeld en zijn nog niet zijn ‘bijgekleurd’ door latere politieke meningen.
Een van de recent verschenen delen uit deze serie is ‘Operation MARKET GARDEN and the Battle of Arnhem’ (CAB 44/252 & CAB 44/254). Dit rapport is onderverdeeld in drie delen hoofdstukken, getiteld ‘HQ 21 Army Group’, ‘21 Army Group Operations 29 Aug. to 30 Sep. 44, excluding operation ‘MARKET GARDEN’ and Second Army operations 27 to 30 Sep. 44’ en ‘Operation ‘MARKET GARDEN’ and Second Army operations Tl to 30 Sep. 44′. Alle mogelijke aspecten van de planning en de uitviering van de verschillende operaties worden uitgebreid beschre¬ven. Het voert te ver om in detail in te gaan op de inhoud, maar er kan gerust gesteld worden dat het hier gaat om een bijna onuitputtelijke bron van informatie. Achterin zitten verkleinde kaarten in kleur en luchtfoto’s, waarop allerlei informatie is ingetekend.
Dit 322 pagina’s tellende rapport mag niet ontbre¬ken in de bibliotheek van iedere serieuze geïnteres¬seerde in operatie ‘Market Garden’! Prijs: £ 49,-.
MLRS heeft een website waarop alle inmiddels uit-gegeven rapporten staan: www.mlrsbooks.co.uk. Wekelijks worden er op deze site nieuwe titels toe-gevoegd. Via deze website kunnen ook alle uitgaven worden besteld. Het is een goed initiatief van een paar enthousiaste mensen om bronnenmateriaal uit archieven voor iedereen toegankelijk te maken en de (amateur)historici zullen er ongetwijfeld veel nut van hebben. Van harte aanbevolen!
(Robert Voskuil)

Boekje ‘Airborne Battle Wheels’
Dit jaar bestaat de stichting ‘Airborne Battle Wheels Oosterbeek’ (ABWO) tien jaar. Ter gelegenheid van dit feit verscheen in september een jubileumboekje, waarin door middel van een groot aantal foto’s een overzicht wordt gegeven van de re-enactment acti¬viteiten van de ABWO in de afgelopen jaren.
De ABWO bestaat hoofdzakelijk uit Nederlandse, Britse en Poolse leden, die zijn uitgerust met origi¬nele voertuigen, uniformen, uitrustingsstukken en (onklare) wapens, zoals die in 1944 werden gebruikt door de Britse luchtlandingstroepen. Ieder jaar tij¬dens de herdenkingen van de Slag om Arnhem wordt er een groot legerkamp opgebouwd. Dit jaar gebeurde dat op het terrein van de J.P. Heije Stichting in Oosterbeek. De ABWO organiseert tij¬dens die herdenkingsdagen o.a. de ‘Race to the Bridge’, reconstrueert een opstelling van een ‘Troop’ 75mm Pack Houwitsers en rijdt veteranen rond in de oude legervoertuigen.
Van al deze activiteiten staan foto’s in het boek en hoewel het in de eerste plaats is bestemd voor de leden, is dit fotoboek ook interessant voor anderen, die belangstelling hebben voor re-enactment. Het geeft een uitstekend beeld van de sfeer in de club en van de uitgebreide collectie voertuigen en materiaal waarover men kan beschikken.
De teksten in ‘Airborne Battle Wheels Oosterbeek, lOth anniversary’ zijn in het Nederlands en in het Engels, maar de onderschriften alleen in het Engels. Het is een keurig verzorgde publicatie, die werd samengesteld door Ramon Berlauwt en werd uitge¬geven bij R.N. Sigmond Publishing in Renkum. Deze uitgave is verkrijgbaar in het Airborne Museum en bij de Oosterbeekse boekhandels. De prijs bedraagt € 13,50.

Herdenkings-enveloppe 2005
Op 17 september 2005 heeft het Airborne Museum haar jaarlijkse herdenkings-enveloppe uitgegeven. Deze uitgave is de tiende in de serie herdenkings- enveloppen met als onderwerp: ‘Monumenten van de Slag om Arnhem’.
De enveloppe toont het monument voor de burgers van Gelderland ter herinnering aan hun steun aan de le Britse en Poolse militairen van de le Britse Airborne divisie tijdens de Slag om Arnhem in sep¬tember 1944. Dit monument, dat staat in Park Hartenstein in Oosterbeek, is in september 1994 tij¬dens de 50e herdenking van de Slag om Arnhem ont¬hult door generaal Sir John Hackett. Generaal Hackett was in 1944 commandant van de 4e Para¬chutistenbrigade.
De oplage van deze enveloppe is 250 genummerde exemplaren. Ze zijn op 17 september 2005 afge-stempeld op het postkantoor in Oosterbeek.
Het eerste exemplaar werd aangeboden aan de ‘Leader of the Pilgrimage’ 2005, Colonel John Waddy. De herdenkingsenveloppe is voor € 3,50 te koop in het Airborne museum in Oosterbeek. Na overmaking van € 4,50 op giro 4184300 t.n.v. Airborne Museum, Oosterbeek onder vermelding van “Enveloppe 2005” wordt deze toegestuurd.
Met de uitgave van deze enveloppe wordt de serie “Monumenten van de Slag om Arnhem” afgesloten. Om de serie compleet te maken zijn enveloppen van de voorgaande jaren nog in beperkte mate ver¬krijgbaar in het museum.
Zie ook de website: tuiviv.airbornemuseum.com.

‘Batenburg van den rampspoed gered!’
Guur waait een natte en koude najaarswind over het Zuid-Engelse landschap. Het is nog vroeg in de morgen van donderdag 21 september 1944, de 5e dag van de ‘Slag om Arnhem’, als het personeel van het Engelse vliegveld Fairford in Gloucestershire, de thuisbasis van 190 en 620 Squadron Transport Command, RAF aan het werk gaat. De eerste voor¬bereidingen worden getroffen om de transportvlieg¬tuigen in gereedheid te brengen die inzetbaar moe¬ten zijn om voorraden te bezorgen voor de Britse militairen van de ‘lst British Airborne Division’ nabij Hotel Hartenstein in Oosterbeek, ongeveer 8 kilo¬meter verwijderd van Arnhem.
Vanuit verschillende Engelse vliegvelden zullen die dag in totaal 117 Britse transportvliegtuigen voor deze bevoorradingsmissie worden ingezet, waaron¬der 21 Short Stirling transportvliegtuigen van de

FOTO: COLLECTIE J. ARTS/BHIC-D. SCHOLTEN
ln juni 1946 woeden wrakstukken van de Stirling LJ833 uit de Maas gehaald en op de oever opgestapeld.

Het monument op de dijk in Batenburg, dat herinnert aan de omgekomen bemanning uan Stirling LJ833, die daar op 21 september 1944 werd neergeschoten. Het gedenkteken bestaat uit een deel van het landingsgestel, dat zestig jaar na de crash als toegangspoort voor een varkensweide werd teruggevonden in Dieden, niet ver van Batenburg.

vliegbasis Fairford. Géén plezierreisje, dat weten de vliegeniers van de R.A.F. maar al te goed. De beman-ningen weten dat de collega’s in de voorgaande mis¬sies het zwaar te verduren hebben gehad met grote personele verliezen. De Britse grondtroepen bij Oosterbeek zijn al een paar dagen verwikkeld in een zware strijd en ze zijn door de Duitsers in het nauw gedreven. Er is gebrek aan zware wapens, munitie, voedsel en andere benodigdheden en de R.A.F. bemanningen weten dat de grondtroepen afhanke¬lijk zijn van hun aanvoer door de lucht. Nadat de toestellen voorzien zijn van de nodige brandstof en munitie, worden de te droppen voorraden met uiter¬ste precisie ingeladen. Terwijl de toestellen aan een laatste controle onderworpen worden, is men in het hoofdkwartier druk bezig om de vliegeniers de laat¬ste gegevens te verstrekken die nodig zijn voor een succesvolle vlucht. De weersvoorspellingen zijn die dag niet bepaald gunstig te noemen. In de middag verwacht men opklaringen en men besluit de mis¬sie rond het middaguur van start te laten gaan.
Gezien het grote aantal vliegtuigen dat aan deze mis¬sie meedoet, heeft men besloten om in vier golven te gaan vliegen. Vijftien van de 21 Fairford toestellen stijgen op als 3e golf, tussen 12:10 en 12:20 uur Engel¬se tijd. In Nederland is het dan een uur later. Eén toe¬stel, dat meevliegt op deze missie, is de Short Stirling, rompcode LJ833, van Flight Lieutenant Anderson en zijn bemanning. Wanneer de vliegtui¬gen rond het middaguur hun startpermissie krijgen, kiezen de toestellen van Fairford het luchtruim. Het toestel van Flight Lieutenant Anderson vliegt naar het afgesproken verzamelpunt, op zoek naar de rest van de formatie. Even later vliegen de toestellen gezamenlijk naar de droppingzones bij Oosterbeek.
Gedurende de vlucht verloopt alles rustig en is er géén oponthoud in de vorm van luchtafweer of vij¬andelijke vliegtuigen. Tot ieders verbazing komen tijdens de vlucht boven Nederland de beloofde beschermende Amerikaanse jagers niet opdagen, wel duiken even later een groot aantal Duitse jagers op en bij het naderen van de dropzones komen de transporttoestellen in een netwerk van luchtafweer terecht. De toestellen krijgen het dan ook zwaar te verduren waardoor het droppen van de voorraden wordt bemoeilijkt. Nadat de goederen zijn afgewor¬pen wil men direct de gevaarlijke dropzone verlaten en wordt meteen de retourvlucht naar het veilige zuiden ingezet. Plotseling wordt het toestel van Flight Lieutenant Anderson aan alle kanten aange¬vallen door luchtafweer en snel naderende Duitse jagers. Het toestel krijgt direct een voltreffer te ver¬duren. Eén motor wordt getroffen en raakt buiten werking en even later vliegt een vleugel in brand. In het toestel breekt enige paniek uit en de bemanning van de LJ833 heeft de handen vol om het in nood zijnde toestel in de lucht te houden. Men krijgt de venijnige vijandige Duitse jagers niet van zich afge¬schud. De brand aan de vleugel krijgt men niet onder controle en de situatie is verder hopeloos. Het bevel -‘bail out – wordt gegeven om het snel hoogte verliezende toestel direct per parachute te verlaten. Het vliegtuig vliegt op zo’n 500 voet hoogte als de bemanning nog moet springen. Wanneer de Stirling, zwaar gehavend over de Waal is gekomen, verlaten in allerijl twee bemanningsleden met hun parachu¬te het toestel. Ondertussen blijven de Duitse jagers het toestel hardnekkig achtervolgen om uiteindelijk de genadeslag te kunnen geven. Flight Lieutenant Anderson neemt het besluit de moeilijk bestuurba¬re en brandende Stirling aan de grond te zetten en gaat op zoek naar een geschikte locatie. Tot grote schrik, als uit het niets, herrijst recht voor hen het stadje Batenburg. De burgers van Batenburg vrezen het ergste als ze het jankende en brandende vlieg¬tuig recht op zich af zien komen. Bij neerstorting tussen hun dicht opeen staande huizen is de ramp niet te overzien, want Batenburg staat vol boerderij¬en met rieten daken. Als door een wonder weet Flight Lieutenant Anderson zijn Stirling rakelings langs Batenburg te krijgen om even later met een daverende klap op het water van de Maas het toestel tot stilstand te brengen. Bij de aanraking met het water breekt het toestel direct in stukken en zinkt het vrij snel. Drie bemanningsleden weten met de hulp van toesnellende burgers van Batenburg hun leven te redden. Voor de andere bemanningsleden komt de redding helaas te laat; het water van de Maas is te koud en de stroming te gevaarlijk. Drie ontzielde lichamen spoelen een paar dagen later tus¬sen Batenburg en Appeltern aan. Ook de twee be¬manningsleden die het toestel eerder per parachute hebben verlaten, hebben het niet gered. Eén R.A.F. vliegenier wordt opgegeven als zijnde vermist. Medio juni 1946 wordt het wrak van de LJ833 geborgen uit de Maas en tijdens deze berging wordt het lichaam aangetroffen van de navigator, Flying Officer Adamson. Van de 21 vliegtuigen die op 21 september 1944 vanuit Fairford zijn vertrokken, zijn 9 toestel-len bij deze bevoorradingsmissie verloren gegaan Zestig jaar na dato wordt bij toeval in Dieden, een dorpje, gelegen in Brabant tegenover Batenburg, een gedeelte van een vliegtuig gevonden verwerkt in een toegangspoort naar een varkensweide. Histo-risch onderzoek door J. Arts -amateur historicus bij de Heemkundekring Megen, Haren en Macharen- geeft al snel te kennen dat het hier een onderdeel van het landingsgestel betreft van de “Short Stirling LJ833” van Batenburg. Samen met de stichting ‘Het Batenburgs Erfgoed’ en de eigenaar van de toe¬gangspoort weet J. Arts uiteindelijk een passende eindbestemming te vinden voor het vliegtuigonder-deel. Een monument! Ja, een passend monument moest er komen ter ere van de gesneuvelde militai-ren die Batenburg van de rampspoed hebben gered Op 21 september 2004, zestig jaar na de tragische gebeurtenis werd aan de Ringdijk bij Batenburg een monument in de directe nabijheid van de toenmalige crashlocatie onthuld. Door alle drukte rondom de 60e herdenking van de Slag om Amhem kreeg het monu¬ment niet de volledige aandacht die het verdient. Daarom werden op woensdag 21 september 2005 als¬nog de gesneuvelde militairen van de Short Stirling LJ833 van Batenburg herdacht. Deze keer werd het een bijzondere herdenking. Naast afgevaardigden van de Britse -en Nederlandse luchtmacht, werd aan het geheel extra en uitzonderlijk gewicht gegeven met een “fly-past” van een Brits historisch vliegtuig. Na de kranslegging bij het monument vloog een Dakota van de ‘Battle of Britain Memorial Flight’ bij het monument een aantal malen laag over om daarmee op gepaste wijze eerbetoon te geven aan de jonge, gesneuvelde militairen.
De gesneuvelde militairen van 190 squadron:
Flight Lieutenant A. Anderson (RAF)
Flying Officer A. Adamson (RAF)
Flight Sergeant W. Tolley (RAF)
Flight Sergeant A. Bellamy (RAF)
Flight Sergeant G.F. Conry Candler (RAF)
en
Driver A. Abbott (Air Despatcher) (RASC)
hebben eenenzestig jaar geleden op Nederland¬se bodem hun jonge levens gegeven voor de ons aller zo dierbare vrijheid.
(Jac. Arts, Groote Woordstraat 5, 5368AH Haren tel. 0412-462592, e-mail: s.arts@planet.nl)

Verzetsmonument voor Arnhem
Zestig jaar na het einde van de TWeede Wereldoorlog heeft de stad Amhem nu een monument ter herin¬nering aan het georganiseerd burgerverzet tegen de Duitse bezetter in de periode 1940-1945, Het gedenk¬teken is aangebracht op de achtergevel van het gebouw Musis Sacrum en het werd op 17 september jl. onthuld door de burgemeester van de stad, mevrouw Pauline Krikke. Het initiatief voor het oprichten van het monument kwam van de Amhem- veteraan Bob Peatling, die na de Slag om Arnhem gedurende de winter van 1944/1945 werd geholpen door het Verzet om uit de handen van de Duitsers te blijven. Het gedenkteken bestaat uit een grote foto

17 september 2005. Na afloop van de onthulling uan het monument uoor het Arnhems Verzet op de achtergevel van het gebouw Musis Sacrum, wordt de Amhem-vete- raan Bob Peatling door een televisieploeg geïnterviewd.
van een wilde wolkenlucht, die in zeefdruktechniek is afgebeeld op 128 aluminiumplaten van een meter bij een meter, met de tekst ‘De meeste mensen zwij¬gen, een enkeling stelt een daad’, (zie ook het artikel van Bob Peatling)
Het Verzet hielp 186 man terug over de Rijn!
In het Verenigd Koninkrijk is weinig bekend over het werk van de Verzetsbeweging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het organiseren van de ontsnappingsoperatie Pegasus I in oktober 1944 kostte een maand en resulteerde in een succesvolle ontsnapping over de Rijn van 138 officieren en man¬schappen, die na de Slag om Amhem in het gebied waren achter gebleven.
Het verhaal hierover is uitstekend beschreven door Majoor Digby Tatham Warter, commandant van A Company, 2nd Parachute Battalion. Het is getiteld ‘Dutch Courage and Pegasus’ en is in zijn geheel overgenomen in mijn boek ‘Without Tradition 2 Para 1941- 45’. Hierin wordt alle eer gegeven aan de Verzetsbeweging voor het organiseren van dit plan en voor het verkennen van de route gedurende de nachtelijke ‘spertijd’. Daarnaast waren er nog 48 andere mensen op de vlucht. Zij werden bijeenge¬bracht door mensen van het Verzet die hen bege-leidden op hun 50 km lange reis naar Sliedrecht, waar ze via het door rivieren doorsneden moerasge¬bied ‘De Biesbosch’ het bevrijdde gebied konden bereiken. Dit gebeurde in februari en maart 1945 tij¬dens twee tot vier uur durende tochten per kano gedurende ijskoude nachten. Sommige mensen van het Verzet maakten dit soort tochten iedere nacht. Zij waren echte helden!
Ik ben dit verhaal nooit tegengekomen in het Engels, maar iedereen die hieraan heeft deelgenomen, wordt, met de datum en het uur waarop ze aan de overkant arriveerden, genoemd in een Nederlandse publicatie uit 1998, getiteld ‘Gevangen op de Veluwe’, door W. Noordman.
Mijn eigen belangstelling gaat vooral uit naar de Arnhemse afdeling van het Verzet, omdat ik van 31 oktober tot en met 31 december 1944 bij hen door-bracht in het centrum van de stad. Nadat ik over hen had geschreven in mijn in 2004 verschenen boek ‘No Surrender at Arnhem’, nam ik kontakt op met de hoofdredacteur van de krant ‘De Gelder¬lander’ met de vraag: waarom is er in deze stad, waar zoveel monumenten zijn, geen gedenkteken voor de mensen die onder zulke gevaarlijke om¬standigheden zoveel risico’s voor ons namen?
Mijn ideeën werden serieus genomen. De Gelder¬lander maakte zijn lezers attent op het idee, er kwa¬men voorstellen en er werd geld ingezameld. Op 17 september van dit jaar werd het monument onthuld op de zuidmuur van Musis Sacrum in Arnhem.
Het Verzet was op de meeste plaatsen goed georga-niseerd. Voor mij vonden ze goede onderduikadres¬sen bij boeren, voor wie niets te veel was om mij te helpen. Op de laatste boerderij waar ik verbleef, had ik het geluk dat er acht kinderen verbleven, die mij oom Karei of oom Kees noemden! Ik zag hoe deze mensen werkten en zorgden. Ze vervalsten identi¬teitspapieren voor mensen die deze nodig hadden. Voor mij maakten ze een ‘Ausweis’ met foto, die zijn dienst bewees toen ik Arnhem wilde verlaten en ik werd aangehouden bij een controlepost. Ze vonden onderduikadressen en regelden voedsel voor wie dat nodig had. Toen een Joodse familie door de Duitsers werd ontdekt, werd hun dochtertje liefde¬vol in een gezin opgenomen. Iedere dag werd er naar de BBC geluisterd. Het nieuws werd uitgetypt, vermenigvuldigd en rondgebracht naar mensen op het platte land. Alles werd gedaan om de vijand tegen te werken. Op de verjaardag van koningin Wilhelmina in 1943 klom een man in een hoge fabrieksschoorsteen en schilderde ‘Lang Leve de Koningin’ van boven naar beneden. Het volgende jaar werd er een spandoek bevestigd aan de Arnhemse Rijnbrug met dezelfde tekst. De bezetter ergerde zich ongetwijfeld aan dit soort acties, maar de boodschap was duidelijk.
Het Ondergrondse Verzet betaalde een hoge prijs. Nadat ik eind december 1944 Arnhem had verlaten, werden vijf mannen uit mijn omgeving opgepakt door de ‘Sicherheitsdienst’. Slechts twee daarvan keerden in mei 1945 levend uit het kamp terug.
Wanneer u de volgende keer in Arnhem bent, be¬zoekt u dan vooral het monument voor het Verzet!
(Bob Peatling)

Bevoorradingsmand geschonken
Het Airborne Museum kreeg onlangs een Britse bevoorradingsmand. Het gaat hierbij om de zgn. buitenmand, die over een binnenmand werd heen- geschoven. Deze mand kwam op 21 september 1944 neer bij het huis Jacobaweg 9 in Oosterbeek en draagt aan de buitenkant de letter ‘T’. Volgens een ooggetuige hing hij aan een blauwe parachute. De inhoud bestond uit twee kisten met 6-ponder anti- tank munitie.
Na de oorlog is de mand jarenlang in gebruik geweest als wieg. Helaas zijn daar in dit geval geen foto’s van bewaard gebleven. Mocht u toevallig in het bezit zijn van foto’s waarop een dergelijke drop- pingsmand staat, die in gebruik is als wieg of reis¬mand, neemt u dan even contact op met het Airborne Museum. Daar wil men graag een kopie van zo’n foto in de collectie opnemen.

De bevoorradingsmand met daarop de letter T die tijdens de Slag om Arnhem voor het droppen van munitie werd gebruikt en die na de oorlog diende als wieg.
(Roland Boekhorst, behoudsmedewerker)

Rectificatie
Op pagina 3 van Ministory 87 (Nieuwsbrief no. 99) staat in het onderschrift de naam Miep Mekkink- Verdoorn, Mevrouw E. Staf uit Leidschendam liet ons via de auteur van de ministory weten dat dit moet zijn Miep Verdoorn-Van de Brink.

COLOFON

De Nieuwsbrief is een uitgave van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek (Utrechtseweg 232, 6862 AZ Oosterbeek) en verschijnt vier keer per jaar. Het doel is bekendheid te geven aan het Airborne Museum, de Vereniging Vrienden en de geschiedenis van de Slag om Arnhem.
Telefoon museum: (026) 333 77 10 Redactie: drs. R.P.G.A. Voskuil.
Redactieadres: Utrechteseweg 232, 6862 AZ Oosterbeek, e-mail: wamredactie@planet.nl Penningmeester/ledenadministratie: Frits Miedema, telefoon (026) 333 64 76, e-mail: fymiedema@planet.nl Coördinatie verzending, archivering & distributie losse nummers: Chris van Roekel, Oosterbeek.
Vormgeving: Hildebrand DTP, Wageningen. Druk: Drukkerij Verweij Wageningen B.V.

Download nieuwsbrief

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.