INHOUDSOPGAVE

3. Huize Hartenstein teruggebracht in oorspronkelijke staat

4. Interview Ben Kolster n.a.v. zijn afscheid als voorzitter van de VVAM

5. Koninklijke Onderscheiding voor onze leden Wil Rieken en Willy Keus

6. Menselijke resten gevonden op ter-rein Dreyeroord, explosievenonder-zoek afgerond

7. Helm van SS-Brigadeführer en Gener-al-Major Heinz Harmel (1906 – 2000)

8. ‘British Empire Medal’ voor Hiltje van Eck

9. Nieuwe Catalogus Airborne Museum

12. Boekenbeurs weer zeer geslaagd

12. Recensie: Gesneuvelde Waarheid

13. Ministory nummer 126: Herinneringen van een achtjarige jongen aan de ‘Slag om Oosterbeek’.

19. Programma 2017

Omslag: De Arnhemse Rijnbrug en omgeving, enkele jaren geleden gefotografeerd vanuit een historische C-47 (Dakota) door Wybo Boersma.

Huize Hartenstein is ‘ingepakt’ in verband met de restauratie van de buitenkant van het gebouw. Op de voorgevel is een grote poster aangebracht met daarop de aankondiging van een tentoonstelling over ‘75 jaar Rode Baret en 25 jaar Luchtmobiele Brigade’, die op 1 september a.s. open gaat .(Foto: Robert Voskuil)

HUIZE HARTENSTEIN TERUGGEBRACHT IN OORSPRONKELIJKE STAAT

Huize Hartenstein staat de toekomende maanden in de steigers. Het gebouw is een rijksmonument en het is een van de weinige buitenplaatsen in Oosterbeek en omgeving die niet zijn verwoest in het laatste oor-logsjaar. In de septemberdagen van 1944 was Villa Hartenstein het hoofdkwartier van de Britten tijdens operatie Market Garden en sinds 1978 herbergt de villa het Airborne Museum. Maar het gebouw heeft een veel langere geschiedenis, en daar zal in de naaste toekomst ook aandacht worden besteed.
De allure en de rijke geschiedenis van Hartenstein als buitenplaats worden met de restauratie in ere her-
steld, met de authentieke kenmerken van vroeger. Als gevolg van de zware gevechten in 1944 zijn die namelijk deels verwoest. Straks vertellen we hier het verhaal van de Slag om Arnhem én de geschiedenis van buitenplaats Hartenstein.
Met de restauratie worden authentieke details teruggebracht, maar wordt ook noodzakelijk onderhoud verricht. Het aanpakken van het schilderwerk en herstellen van (verborgen) houtrot is van essentieel belang. De gevel is op dit moment voorzien van een verflaag op rubber basis. Deze verflaag zorgt ervoor dat de gevel niet kan ‘ademen’ en kan op langere termijn zeer veel schade aan het casco veroor-zaken. Deze verlaag zal in zijn geheel worden verwijderd en het onderliggende stucwerk zal worden hersteld. Hierna zal de gevel worden voorzien van een minerale ‘ademende’ verflaag.
Ook zal het pand op basis van een historisch kleuronderzoek en pigmentanalyse terug wor-den gebracht in zijn historische kleurstelling van voor de oorlog. Als ‘bekroning’ op deze werkzaamheden zal villa Hartenstein weer worden voorzien van zijn originele ‘attiek’, een verhoogde en deels versierde daklijst, die vroeger het gebouw sierde. Met de werkzaamheden krijgt de villa weer het uiterlijk van de periode aan het einde van de 19e eeuw.
Ook wordt er in 2017 in villa Hartenstein in samenwerking met een cateringsbedrijf een be-scheiden museumcafe gerealiseerd, met buiten, aan de zuidzijde, een prachtig terras.
De restauratiewerkzaamheden zullen naar verwachting tot en met oktober/november van dit jaar gaan duren. (Persbericht Airborne Museum)

INTERVIEW BEN KOLSTER N.A.V. ZIJN AFSCHEID ALS VOORZITTER VAN DE VVAM

Tijdens de extra Algemene Ledenvergadering op 19 november van het vorige jaar heeft Ben Kolster afscheid genomen als voorzitter van de Vereniging Vrienden van het Airborne Mu-seum. Een mooi moment om terug te kijken op een enerverende periode in de geschiedenis van onze vereniging. Robert Voskuil sprak met de scheidende voorzitter.

Waarom ben je gestopt als voorzitter?
De VVAM staat op dit moment op een kantel-punt in haar geschiedenis. Niet alleen wat betreft de relatie met het Airborne Museum, maar ook in tijd. We naderen jammer genoeg het moment waarop de generatie die de Slag om Arnhem heeft meegemaakt, zowel militairen als burgers, aan het verdwijnen is. En daarmee verdwijnen de getui-gen die het allemaal hebben meegemaakt. Rond het herdenken en het vertellen van het verhaal van september 1944 gaat dan ook onvermijdelijk de komende jaren een verandering optreden. Kij-kend naar die ontwikkelingen, vond ik dat onze vereniging toe was aan een nieuwe voorzitter. Je moet je als voorzitter van een club immers altijd afvragen wat je nog aan extra’s te bieden hebt.

Voor Ben Kolster was de Algemene Ledenverga-dering van 19 november van het vorige jaar de laatste vergadering, waarin hij als voorzitter op- trad. (Foto: Arjan Vrieze)

Zeker na een periode van 17 jaar. Mijn persoonlijke conclusie was dan ook: het is tijd voor iets nieuws. Daar kwam nog bij dat ik in de persoon van Alex Koning een perfecte opvolger zag. Een man met een grote affiniteit met de Airbornewe-reld, een ervaren bestuurder, maar bovenal een erg leuke man. Iemand die ik in staat achtte om de vastgelopen relatie tussen vereniging en muse-um weer vlot te trekken. Je zult begrijpen wat een grote schok het voor het bestuur en mijzelf was, toen hij begin januari 2017 plotseling overleed.

Hoe kijk je op je bestuursperiode sinds 2000 terug?
Het is een zeer interessante tijd geweest, waarin heel veel is gebeurd. De totale transformatie van het Air-borne-museum zelf is natuurlijk de belangrijkste gebeurtenis geweest. Het was onvermijdelijk dat
er iets diende te gebeuren om het museum ook de komende decennia op een adequate manier het ver-haal van De Slag te laten vertellen. Dat er concessies aan de tijdsgeest moesten worden gedaan, was ook onvermijdelijk, maar het blijft wel jammer dat op sommige punten te ingrijpend met de traditionele waarden, die het museum ook vertegenwoordigt, is omgesprongen. Daarnaast is er soms iets te modieus meegegaan met wat op dat moment en vogue was.
Bepaalde trends veranderen ook in de museumwereld heel snel. Denk maar aan het fenomeen diora-ma. Begin van deze eeuw als ouderwets gezien, ke-ren ze thans in veel moderne museuminrichtingen in heel Europa weer, zij het aan de tijd aangepast, terug. Het kan dus verkeren!  Voor mij persoonlijk zijn de vele ontmoetingen met de mensen die de strijd van september 1944 zelf hebben meegemaakt ervaringen geweest die ik nooit zal vergeten. En bovenal natuurlijk het werken met alle bestuursleden en adviseurs van de VVAM sinds 2000, waarvan ik een groot aantal ook zo gek wist te krijgen, mee te werken aan mijn radio en televisieprogramma’s. Zo sneed het mes aan meerdere kanten en werd het verhaal van De Slag ook aan de rest van Nederland verteld.

Hoe zie je de toekomst van het Airbornemuseum en de VVAM?
Wat het museum betreft hoop ik dat men de bezoekerscijfers de komende jaren kan blijven vast-houden en dat het museum nog lang relevant mag blijven. Maar dat betekent voor mij wel dat er
blijvend een goede balans moet worden gevonden, tussen enerzijds de eisen van een modern publiek, voor wie de geschiedenis van de Slag om Arnhem niet meer vanzelf sprekend is en de tradities en de geschiedenis die onlosmakelijk met het gebouw Hartenstein en de septemberdagen van 1944 ver-bonden zijn. Dan zie ik een mooie toekomst voor het Airborne-museum. En verder hoop ik dat er op redelijk korte termijn weer een goede en werk-bare verhouding zal ontstaan tussen museum en vriendenverenging. Want ook die samenwerking, misschien in de toekomst iets meer op afstand, komt het museum alleen maar ten goede. Ook dat hoort bij Oosterbeek en het Verhaal van Arnhem. (Robert Voskuil)

KONINKLIJKE ONDERSCHEIDING VOOR ONZE LEDEN WIL RIEKEN EN WILLY KEUS

Op 26 april jl. ontvingen onze leden Willy Keus en Wil Rieken uit handen van de waar-nemend burgemeester van de gemeente Ren-kum, Mr. Hein Bloemen, de versierselen die behoren bij de koninklijke onderscheiding ‘Lid in de Orde van Oranje Nassau’. Beide vrouwen hebben zich al meer dan twintig jaar ingezet voor verschillende organisaties in de gemeente Renkum, waaronder het Airborne Museum. Willy Keus heeft onlangs afscheid genomen als vrijwilliger, maar Wil Rieken is nog steeds actief bij museumwinkel, die tevens dient als VVV-infocentrum. Wanneer (vooral Britse) bezoekers horen dat Wil Rieken als meisje in september 1944 de slag heeft meege-maakt, krijgt zij allerlei vragen, die ze met veel enthousiasme beantwoordt. Nog altijd heeft zij veel contacten met veteranen en hun families. Wil Rieken is ook al jaren notuliste bij het bestuur van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum. (Persbericht)

Willy Keus (l) en Wil Rieken (r), na afloop van de ceremonie in het Gemeentehuis in Oosterbeek, waar zij beiden werden benoemd tot ‘Lid in de Orde van Oranje Nassau’

BODEMONDERZOEK DREYEROORD AFGEROND

Op het terrein van Hotel Dreyeroord is tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 zwaar gevoch-ten. Vanwege bouwplannen is bodemonderzoek naar niet gesprongen explosieven nodig voordat de aannemer echt aan de gang kan. Er is onder-zoek verricht in het park achter het hotel en direct rondom het hotel. Het onderzoek heeft eind 2016 plaats gevonden. Het officiële onderzoeksrapport is nog niet beschikbaar, maar hieronder volgt een kort overzicht van de belangrijkste vondsten.
Verspreid over het terrein zijn diverse, veelal klei-nere, niet gesprongen en verschoten explosieven gevonden. Vaak waren dit kogels, maar er zijn ook enkele (hand)granaten en twee wapens met muni-tie gevonden. De explosieven zijn geruimd door de Explosieven Opruimingsdienst. Veldgraven zijn er niet gevonden. Wel zijn verspreid over het gebied enkele botten gevonden van waarschijnlijk verschil-lende personen. De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) heeft de botten
meegenomen en onderzoekt deze de komende tijd.
Daarnaast zijn enkele voorwerpen gevonden zoals lege munitiekisten, parachutistenhelmen, onderde-len van dropcontainers en een klein pistool zonder munitie. Deze voorwerpen heeft de gemeente in-middels overgedragen aan het Airborne Museum.
Overgedragen voorwerpen aan het Airborne Mu-seum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek: » 3 x Engelse parachutisten helmen model m42 » 4 x Cradle voor Engelse dropcontainers » 1 x stootkussen dropcontainer CLE.III » 3 x lege munitiekisten Vickers .303 » 1 x houder voor twee Duitse Teller Minen » 2 x metalen plaat met ronde gaten erin (onbekend) » 1 x klaverblad eindstuk van 75mm munitie of 6 ponder granaatverpakking » 1 x meetinstrument Clino mortar mk.IV nr. 5927 » 5 x Engelse spijkerbajonetten » 1 x wapen (pistool) (Persbericht)

Op deze foto, die gemaakt is tijdens Harmel’s bezoek aan Adolf Hitler, waar hem het Ridderkruis bij het IJzeren Kruis verleend werd, is te zien dat het rechteroor van Harmel in verband zit.( foto via Wybo Boersma)

HELM VAN SS-BRIGADEFÜHRER EN GENERAL-MAJOR HEINZ HARMEL

In het verleden heeft de voormalige commandant van de 10e SS Panzerdivisie, SS-Brigade-führer en generaal-majoor Heinz Harmel diver-se malen het Airborne Museum bezocht. Nadat hij in 2000 overleden was, heeft de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum contact gehad met zijn zoon. Onlangs heeft deze zoon het Airborne Museum bezocht. Bij deze gele-genheid hebben we een aantal documenten te leen gekregen om te kopiëren voor het muse-umarchief. Tevens heeft hij aangeboden om de helm van zijn vader in langdurig bruikleen te geven aan het museum. De enige voorwaarde is dat hij dan ook daadwerkelijk tentoongesteld wordt. De helm is door Harmel gedragen tijdens de gevechten in Rusland.
De helm heeft aan de rechterzijde, in de onderrand, een gat ten gevolge van een scherf- of kogelinslag. In maart 1943 werd SS-Ober-sturmbannführer Heinz Harmel bij gevechten bij Losowaja en Bereka, Rusland, gewond aan zijn oor. Hij is dan commandant van het SS-Infanterieregiment “Deutschland”,onderdeel van de SS divisie “Das Reich”. Op een foto die gemaakt is tijdens zijn bezoek aan Adolf Hit-ler, waar hem het Ridderkruis bij het IJzeren Kruis verleend wordt, is te zien dat zijn rechter oor in verband zit.
Generaal-majoor H. Harmel was gedurende de Operatie Market Garden commandant van de 10. SS Panzerdivision “Frundsberg”. Deze divisie had grote verliezen geleden in Rusland en bij de Zak van Falaise in Frankrijk. Voor rust was ze in september 1944 in de Achterhoek gelegerd.
Eenheden van deze divisie vochten in september 1944 bij de Nederlands-Belgische grens, de brug van Nijmegen en de brug bij Arnhem.

De helm van generaal-majoor Heinz Harmel. In maart 1943 werd SS-Obersturmbannführer Heinz Harmel bij gevechten in Rusland, gewond aan zijn oor. Duidelijk is te zien dat bij de helm aan de rech-terzijde in de onderrand een gat zit, ten gevolge van een scherf- of kogelinslag, die ook de verwonding veroorzaakte. (foto Wybo Boersma)

De helm is van het model ’35. Aan de rechterzijde is het SS embleem aangebracht, het embleem aan de linkerzijde is tijdens de oorlog verwij-derd. Het fabrikaat is Quist. De maat is 55.

Mits aan de bruikleenvoorwaarden wordt voldaan wordt door bemiddeling van het Bestuur van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum deze helm in langdurig bruikleen gegeven aan het Airborne Museum Hartenstein. Hij zal dan eerst in de aanwinstenvitrine tentoongesteld worden.
Het museum bezit dan als enige in Nederland een uniek uitrustingsstuk van een van de meest gede-coreerde SS generaals, die ook nog bij de operatie Market Garden een grote rol gespeeld heeft. (Wybo Boersma)

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw bracht de gepensioneerde generaal-majoor Harmel verschil-lende keren een bezoek aan het Airborne Muse-um. Wybo Boersma, hier gekleed in een opvallen-de trui, leidde hem meestal rond. Geheel links de heer Ben de Vries, die toen voorzitter was van de Stichting Airborne Museum. (foto via Wybo Boersma)

‘BRITISH EMPIRE MEDAL’ VOOR HILTJE VAN ECK

Op 17 maart jl. werd ons lid Hiltje van Eck uit Ede onderscheiden met de ‘British Empire Me-dal’. Zij ontving deze hoge Britse onderscheiding uit handen van de Britse ambassadeur, Sir Ge-offrey Adams, tijdens een speciale ceremonie op de Britse residentiele villa aan Plein 1813 in Den Haag. Hiltje (75) groeide op in een huis aan de Lunterseweg in Ede. Tijdens de oorlog hadden haar ouders Joodse onderduikers en na de Slag om Arnhem verborgen naaste buren Britse para-chutisten die niet in Duitse krijgsgevangenschap wilde vallen. Een van de die Britse parachutisten was Major Tony Hibbert, die in oktober 1944 een belangrijke rol speelde bij het organiseren van ‘Operatie Pegasus I’, waarbij met hulp van het Nederlandse Verzet meer dan honderd geal-lieererde militairen over de Rijn naar bevrijd ge-bied konden ontsnappen. Verschillende van die Britse militairen keerden na de oorlog regelmatig terug naar Nederland en er ontstond een nauwe vriendschap tussen de familie van Eck en de ve-teranen. In 1984 vroeg Tony Hibbert aan Hiltje van Eck om een reunie te organiseren voor iedereen, militairen en burgers, die betrokken waren geweest bij Operatie Pegasus. Deze reunie werd vervolgens iedere vijf jaar herhaald, waarbij Hiltje altijd als organisator fungeerde. Daarnaast heeft Hiltje zich de afgelopen 30 jaar met hart en ziel ingezet voor de veteranen, vooral tijdens de jaar-lijkse herdenking van de Slag om Arnhem. Zij is nog steeds contactpersoon voor de leden van de Arnhem 1944 Veterans Club, die tegenwoordig qua organisatie valt onder het Britse Parachute Regiment. In die hoedanigheid heeft zij ook zitting in de Stichting Airborne Herdenkingen en in de Arnhem 1944 Fellowship.

NIEUWE CATALOGUS AIRBORNE MUSEUM
‘HET MERCKWAERDIGSTE MEYN BEKENT’ (‘HET MERKWAARDIGSTE MIJ BEKEND’)

Onder deze oud-Nederlandse titel verscheen in de jaren ’50 van de vorige eeuw in de Volkskrant een bundel verhalen van Jan Bouman over merkwaardi-ge en raadselachtige zaken in steden in Nederland.
De onlangs door het Airborne Museum Hartenstein uitgegeven museumgids zou in deze serie passen.
Volgens het voorwoord biedt deze gids verdie-pende informatie bij authentieke objecten in het museum. Deze objecten zijn met zorg gekozen en beschreven door een groep specialisten. Het doel van de museumgids is de bezoeker meer te leren over een aantal (33) objecten uit de collectie.  Hierin wordt de lezer niet teleurgesteld. Maar hij verneemt helaas ook bijzonderheden waarvan de juistheid in twijfel kan worden getrokken.We zullen er enkele voorbeelden uitlichten.

DE SMOCK VAN GENERAAL-MAJOOR R.E.URQUHART
De smock werd ook gedragen door andere eenheden dan Airborne eenheden zoals commando´s en scherpschutters. In de gids staat:“De ‘staart’ de flap die tussen de benen zat, zorgde ervoor dat de jas niet over het hoofd van de parachutist kwam tijdens de sprong en landing”. Onzin. Dat kon nooit, want er werd een oversmock overheen gedragen en ook het parachute harnas hield de smock op zijn plaats. Even ver-der lezen we: “Ook tijdens operaties tegen de Duit-sers kwamen de staarten naar voren. Ditmaal met de naam rode duivels. Dit had natuurlijk betrekking op de rode baretten maar ook op de staart van het uniform”. Een merkwaardige zin. Wat hiermee bedoeld wordt, moet de lezer maar raden. En als laatste over de smock van generaal Urquhart: “Of hij precies deze smock droeg tijdens de Slag om Arnhem is onbekend omdat hij meerdere smocks bezat”. Dit is in tegenspraak met de verklaring die de dochter van generaal Urquhart gaf, toen deze smock tevoorschijn kwam bij het ontruimen van het huis van haar vader. Hebben de deskundigen misschien een andere bron van informatie?

HET PEGASUS EMBLEEM
De wimpel met het Pegasus embleem zou de persoonlijke wimpel van generaal-majoor Urquhart zijn geweest. Neen, het is een divisiewimpel, die zijn oppasser na de Slag om Arnhem aan Generaal Urquhart heeft gegeven. “Er zijn tijdens de Slag om Arnhem diverse fo-to´s gemaakt waarop Urquhart hiermee te zien is”. Behalve de bekende foto die bij Harten-stein is gemaakt, zijn er ook na ruim 70 jaar nooit andere afbeeldingen hiervan gevonden.  We wachten dus maar af.
Overigens toont de foto waarop zogenaamd het gevleugelde paard Pegasus staat een beeld uit Parijs, dat staat op de Place de la Concorde. Deze gevleugelde paarden, cheveaux ailés, staan bij de toegang tot de tuinen van de Tuilerieën en zijn afkomstig van het kasteel van Marly. Op de foto staat een vrouwenfiguur (‘Faam’) op een gevleugeld paard niet Bellerophon, die op het embleem van de Britse Airborne troepen staat!

REBECCA/EUREKA ZENDER RADAR
Wat moet de lezer zich voorstellen bij de volgende informatie: “Het bestaat uit twee delen: Het Rebecca luchtzender antennesysteem en de Eureka grondont-vanger. De Rebecca berekent, met behulp van een zeer directionele antenne het bereik en de relatieve positie van de Eureka, gebaseerd op de timing van de terugkeer van de signalen”. Dit is niet verhelderend.
Zelfs een technisch geschoolde lezer zal hier moeite mee hebben. Het volgende gegeven is niet juist: “Het systeem werd gebruikt om aan ver-zetsstrijders in bezet Europa de plaats van de luchtdroppingen aan te geven”. Neen, de mensen op de grond konden o.a. met dit systeem de positie van de dropping aangeven, niet omgekeerd!
De informatie dat de Pathfinders met een tweetal zweefvliegtuigen richting dropzones gestuurd werden met het Eureka systeem is echt onzin. Eveneens dat bij de vliegtuigen waarmee de parachutisten vervoerd werden het Rebecca systeem aan de buitenkant van het toestel hing. Dan was het voor de piloot wel erg lastig om het scherm af te lezen. “Het museum heeft 2 sets in de collectie”. Dit zijn zowel de Amerikaanse (AN/PPN 1) als de Engel-se (Eureka Mk II Transmitter-Reciever TR 3174).
De eerstgenoemde is alleen door de Amerikanen gebruikt en was een cadeau van een radioamateur.
De Britse Eureka is nog niet compleet. De voeding daarvan is enige tijd geleden door de Vereniging Vrienden aangekocht. Op de bijgaande foto in de gids is het Eureka baken te zien niet de Rebecca zoals het onderschrift vermeld. De afgebeelde a-tenne is van de Amerikaanse AN/PPN 1

RUPERT
“Dit project kreeg de codenaam ‘Rupert”. Neen, Rupert was de codenaam van het figuurtje. De poppen waren niet opgevuld met hout, explosieven en papier, maar alleen met zand en ze werden natgemaakt, waardoor het jute veelal is vergaan. De explosieven zaten op een speciaal houten frame. Zie daarvoor het boekje “Bruintje beer bij Arnhem”.

HANDGRANATEN
Volgens dit hoofdstuk is de Gammon bom uitgevonden om een einde te maken aan de veelheid van soorten handgranaten. Dit terwijl de Gammon bom alleen als een explosief gebruikt kon worden, niet als rook of brandgranaat. Hij zou dan eerste scherpgesteld moeten worden voor hij geworpen kon worden. In werkelijkheid werd hij tijden de vlucht naar het doel scherpgesteld, doordat de veiligheidspin er dan uitvloog. De ontsteker was dezelfde als die van de aanvals-handgranaat.
Waar de informatie opgebaseerd is dat de parachutisten geen handgranaten bij zich hadden, maar deze uit de containers moesten halen is onduidelijk.

WAFFEN SS UNIFORM
Een onduidelijk verhaal over de fabriek die deze uniformen gemaakt heeft, maar verder geen uitleg. Of zou iedere bezoeker weten wat een M44 of M43 wollen uniform is? Hier ontbreekt een goede kleurenfoto.

FAIRBAIRN-SYKES GEVECHTSMES
Het Nederlandse Korps Commandotroepen is niet in Groot Brittannië opgericht. Wel werd daar No 2 (Dutch) Troop van No 10 (Inter Allied) Commando opgericht, die de voorloper is van het huidige Korps Commandotroepen.

TYPE G APPARATUS FOLDING BICYCLE
Dat de fiets aan een koord zat “waardoor de parachu-tist kon merken dat hij de grond raakte” is een Utopie. Tussen het moment dat de fiets de grond raakte en dat de parachutist landde lag maar een fractie van een seconde. Dat had dus geen meerwaarde. Voorop de fiets kon een draagrek bevestigd worden dat normaal op de rug gebruikt wordt. Dat was geen standaard bagagerek. Van alle vouwfietsen die het museum bezit is er geen enkele afkomstig van de Grote Markt in Groningen. Wel heeft het muse-um in de jaren ’80 een ongerestaureerde fiets van het Friese Verzetsmuseum gekregen.

CLARKAIR BULLDOZER
“Hij was zo ontworpen dat hij in een zweefvlieg-tuig kon worden vervoerd”. Hier wordt de sugges-tie gewekt dat de Clarkair speciaal voor vervoer met zweefvliegtuigen was ontworpen. Dat is on-juist.”De bulldozer in het museum werd ontdekt in een papierfabriek”. Dat is onjuiste informatie. De Clarkair werd gebruikt door een tuiniersbedrijf in België. Hij is aangekocht door de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum, gerestaureerd door vrijwilligers van de Vereniging en vervolgens aan het Airborne Museum geschonken. Deze in-formatie wordt gemist in het huidige geschrift.

DE VAANDELS VAN HET 10E  PARACHUTISTEN BATALJON
De vaandels zijn niet “neergelegd” maar ‘opgelegd’ in het Airborne Museum. Ze worden dus bewaard in het Airborne Museum. Mocht het bataljon ooit weer in dienst gesteld worden, dan gaan deze vaandels terug naar de eenheid.
Dit zijn slechts enkele correcties. We hebben het dan nog niet over het onjuiste gebruik van hoofdletters bij de rangen in het Nederlands, de verschillende benamingen van hetzelfde onder-deel en andere grammaticale fouten. Hoewel er veelal gekozen lijkt te zijn om één voorwerp per pagina te behandelen, is dit niet altijd doorgezet, zodat sommige voorwerpen meer dan een pagina lang zijn en anderen weer een halve pagina. Mede daardoor is de lay-out rommelig.
De plattegrond op de achterflap met de lokaties van de voorwerpen in het Airborne Museum was kennelijk niet goed. Daarom is hij dichtgeplakt, waarna een aangepaste plattegrond is bijgevoegd.
Als we deze museumgids vergelijken met de gid-sen van gerenommeerde musea zoals het Imperial War Museum in Londen en Duxford, het National Army Museum in Londen, het Musée de l’Armée in Parijs, het Mémorial du Caen in Caen, het Musee de la Resistance in Saint-Marcel of het Bevrijdingsmu-seum 1944-1945 in Groesbeek, dan zien we dat voor dezelfde prijs ook een aantrekkelijk kleuren product gemaakt kan worden. Deze museumgids is het Airborne Museum onwaardig en het is dan ook geen aanrader. Beter is het te wachten tot er een nieuwe, betere editie uitkomt.
Airborne Museum ‘Hartenstein’ Museumgids, Uitgave in het kader van het vrijwilligersbeleid van het Airborne Museum, 2017, 42 pag, geill, zwart/wit deels bruin; prijs € 7,95. (Wybo Boersma)

‘Een boek over het gemarkeerde nieuws van kranten en verzetsbladen tijdens de septemberdagen van 1944.’

Welke informatie kregen de Nederlanders in een tijd zonder radio, televisie en sociale me-dia? Men was in 1944 aangewezen op een beperkt aantal dagbladen die onder Duit-se censuur stonden, of op geheel pro-Duitse dag- en weekbladen. Verder was er een keur aan ondergrondse bladen en een beperkt aan-tal, veelal Duitstalige, bladen. In diverse ar-chieven en historische collecties kunnen we deze raadplegen. Tegenwoordig zijn veel van die collecties digitaal ontsloten, wat een in-teressante bron van informatie oplevert, waar eigenlijk nog te weinig gebruik van gemaakt wordt. Ons lid Wim van Zanten heeft veel van deze archieven doorgespit en is nagegaan wat er tijdens de Slag om Arnhem en kort daarna over de operatie Market Garden en gevechten bij Arnhem geschreven is. Het geheel is aan-gevuld met delen uit dagboeken of andere pu-blicaties. Duitse en Engelse publicaties zijn in
hun eigen taal weergegeven. Het boek maakt geen aanspraak op compleetheid. Dit zou ook onmogelijk zijn. Zo zien we in de bronvermel-ding weinig uit het archief van het NIOD in Amsterdam of, dichterbij, uit het archief van het Airborne Museum. Maar deze archieven zullen waarschijnlijk nog niet geheel digitaal toegankelijk zijn. Wel worden de Ministories van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum met regelmaat aangehaald. Ook het Gelders Archief was een bron van informatie.
De verschillende publicaties zijn zo veel moge-lijk op datum gerangschikt. Soms is het lastig, vooral voor de minder goed ingevoerde lezer, om te zien wie de uitgave verzorgde. De diver-se gescande krantenkoppen geven niet altijd voldoende informatie. Bij de illegale bladen zou een verwijzing naar de catalogus ‘De on-dergrondse pers’ van Lydia E. Winkel nuttig geweest zijn. Ook bij de dag- en weekbladen zou iets meer achtergrond informatie met een aanduiding of het een neutrale krant of een pro Duitse krant is, voor de hedendaagse lezer misschien nodig geweest zijn.
Met de kennis van nu is het opmerkelijk te lezen hoe de verschillende publicaties met de waar-heid omgingen. Ieder gaf er zijn eigen draai aan, maar dat is heden ten dage nog steeds zo. Het is niet een boek om achter elkaar uit te lezen, meer om door te bladeren en zo te lezen hoe fictie en werkelijkheid uit die dagen verweven is. Een boek dat niet mag ontbreken in elke bibliotheek over de Slag om Arnhem. (Wybo Boersma)

Gesneuvelde Waarheid
Geschreven door: Wim van Zanten; ISBN: 978-90-825790-2-4;
Uitgaver: Doorweerdje, Doorwerth 2017; Formaat: 284 pag; Nederlandse tekst; Prijs: € 18,50

BOEKENBEURS WEER ZEER GESLAAGD

Op zaterdag 17 juni vond de 26e Boekenbeurs plaats, dit keer in de Concertzaal in Oosterbeek.
Er was weer een ruim aanbod van publicaties op het gebied van de Tweede Wereldoorlog, maar ook over andere onderwerpen op het gebied van mili-taire historie was er ruime keuze. Het bezoekers-aantal was iets lager dan in de vorige jaren, maar er werd toch goed verkocht. Nu de beurs niet meer bij het Airborne Museum kan worden gehouden, is de Concertzaal een zeer goed alternatief geble-ken. Er wordt inmiddels onderzocht of bij de volgende beurs ook een aantal stands buiten kunnen worden geplaatst, als het weer dat toelaat.

Een overzicht van de grote zaal tijdens de boekenbeurs op 17 juni. (Foto Wybo Boersma)

MINISTORY NUMMER 126
HERINNERINGEN VAN EEN ACHTJARIGE JONGEN AAN DE ‘SLAG OM OOSTERBEEK’

Wij, mijn ouders Berend van Zanten en Cornelia Wilhelmina Zoetekouw, mijn broer Berend (roep-naam Ben) en ik, woonden aan de Cornelis Koning-straat 20, hoek Johanna weg in Oosterbeek. Mijn ouders hadden daar een kruidenierszaak (een buurt-winkel). In september 1944 was ik acht jaar oud.
Zondag 17 september 1944 was een dag om nooit te vergeten. Het was stralend mooi weer. Met mijn moeder ging ik naar onze kerk, de Hervormde Kerk, aan de Benedendorpsweg. Via de Weverstraat was het zo’n kilometer lopen van ons huis. Wij gingen zoals altijd naar binnen via de achteringang van de kerk die zich bevond in de zuidelijke zijbeuk.
Voorganger op die gedenkwaardige zondag was ds. J.G.L. (Jaap) Brouwer. De organist was Henk Meijer, de schoenmaker. De koster was Haksteen sr., die tevens begrafenisondernemer was. Voor de aanvang van de dienst kwamen in optocht de dominee, de ouderlingen en diake-nen binnen, in die tijd nog stemmig zwart ge-kleed. De kerkdienst begon om elf uur.
Tijdens kerkdienst begon het Duitse luchtdoel-geschut, dat zo’n 50 meter achter de kerk in de uiterwaarden was opgesteld, onverwachts hevig te schieten op Engelse vliegtuigen. Een oorver-dovend geluid, dat nog werd overtroffen door het donderend lawaai van ontploffende bommen. De kerk schudde op haar grondvesten en de kroon-luchters zwaaiden angstig heen en weer.
Ik kan me niet herinneren of ik bang was, maar tijdens de preek moest ik nodig naar het toilet.
Dat bevond zich in de consistorie, pal naast de buitendeur. Via de deur naast de preekstoel kon je in de consistorie komen. De buitendeur van de consistorie stond die ochtend, gelet op het mooie weer, open. Nieuwsgierig als ik was, keek ik naar buiten en juist op dat moment kwam een Engels vliegtuig (een Spitfire of Typhoon?) langs scheren, al vurend op het Duitse luchtdoelgeschut uit zijn boordwapens. Daarna bleef dat geschut stil.
Wij zongen o.a. “Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de zijnen” en “Wat de toekomst brenge moge, mij geleidt des Herenhand”. Bij het einde van de dienst zongen we uit volle borst het eerste en het zesde couplet van Het Wilhelmus.
Na de kerkdienst haastten wij ons via de Weverstraat terug naar huis. Af en toe moesten we schui-len voor het gevaar van beschietingen uit de lucht.
Zo schuilden we bij ‘de Klompenschool’ – dat was de openbare lagere school waar veel kinderen op klompen liepen, vandaar de naam – en bij een aantal huizen. Ik weet nog precies bij welke, o.a. bij onze huisarts dokter Brevée, wiens huis stond tussen de Weverstraat en de Fangmanweg.
Toen we thuiskwamen, zat Ben op het dak van ons huis te kijken naar de in de verte neerdalende para-
chutisten. Er waren tot onze grote verassing lucht-landingen begonnen westelijk van Oosterbeek!
Vanaf de straat keken we mee. Zoiets hadden we nog nooit gezien. De witte parachutes maakten een enorme indruk op ons en maakten veel emo-ties los. We zagen ook veel vliegtuigen die andere vliegtuigen sleepten. Dat bleken zweefvliegtui-gen te zijn, die daalden op de bouwlanden bij Wolfheze. Zouden we nu dan eindelijk bevrijd worden van die rotmoffen? De in het gebouw De Vereniging gelegerde Duitsers waren plotseling in geen velden of wegen meer te bekennen.
Vader vond het verstandig om de nacht van zon-dag op maandag in de schuilkelder door te bren-gen. Die had hij al in 1943 in onze achtertuin gegraven. Het was een langwerpige schuilkelder, zo’n 2,5 meter breed en 4 meter lang, met daar-in langs de wanden banken, waarop wij met z’n vieren, vader, moeder, Ben en ik, konden slapen.
De zijkanten met houten planken voldoende geschraagd en op het houten dak de uitgegraven grond, zo’n kleine meter dik. Met een door mijn vader zelf gemaakte houten nogal steile ladder, kon je in de schuilkelder komen. Op de grond op het dak had mijn vader tabaksplanten gepoot (‘tabak van eigen teelt’).
Die nacht werd ons huis getroffen door een gra-naat. Een deel van het dak werd vernield, juist op de plaats waar mijn slaapkamer was. Mij is altijd bijgebleven dat mijn boekenkast, vol met boeken, niet was beschadigd!
In de ochtend van maandag 18 september vonden we een briefje op de toonbank van de winkel waarop de woorden: ‘Tante Kee, ik heb een flesje Maggi gepakt, hierbij het geld’. Ik weet niet meer wie dat is geweest, maar het tekende de gemoedelijkheid die Maandag was traditioneel ‘wasdag’. Voor Opoe Zoetekouw,

Wim van Zanten bij het door hem geadopteerde graf van Corporal William Leslie George Simpson (Joe) op de Airborne Begraafplaats in Ooster- beek. (Foto collectie Wim van Zanten)

die naast ons woonde, veranderde het oorlogs-geweld daar niets aan. Ze trok zich niets aan van het hevige schieten en deed buiten, onder het afdak de was en hing de schone was aan de waslijn in de achtertuin, die gedeeltelijk grens-de aan onze schuilkelder. Ondanks waarschuwingen weigerde ze naar binnen te gaan. “Mij raken ze niet”, zei ze.
Aan de Utrechtseweg aan de rand van het naar beneden lopende pad tussen het pand van bloemisterij Houthuyzen en Villa Maria, stond een enorme beuk. (Ter verduidelijking: er is een behoorlijk hoogteverschil tussen de Utrechtseweg en de daaraan parallel lopende Cornelis Koningstraat). In die beuk had zich een Duitse sluipschutter verborgen en wij wisten dat. Engelse soldaten waren naar hem op zoek maar zij konden hem kennelijk niet traceren. Op de hoek van de Cornelis Koningstraat en de Weverstraat, verscheen een jeep met vier Engelse soldaten. Zij zochten de sluipschutter. Ben, die een paar woordjes Engels sprak, liep gebukt achter de gedeeltelijk nog aanwezige muur, die oorspronkelijk het gebied afscherm-de, onzichtbaar voor de Duitser, naar de En-gelsen. Hij maakte hen al gesticulerend duide-lijk waar de sluipschutter zich bevond, waarop zij met hem meeliepen de Cornelis Konings-traat op. Gebruikmakend van de schuilloopgraaf, omsingelden zij de boom en vroegen de Duitser zich over te geven. Hij brulde: “Nein” en vuurde met zijn geweer. Vervolgens werd hij door de Engelse soldaat met een waaier van vuur uit een automatisch wapen uit de boom geschoten. Dood. Wij hebben staan kijken toen zich dit allemaal afspeelde en het “Nein”, het geweerschot, het geluid van het automati-sche wapen, het breken van de takken en het neerkomen van de Duitser hoor ik nog altijd als ik er aan denk of er over vertel en dan zie ik de beelden weer voor me.

NOOT

Na de herdenking van de Slag om Arnhem in 2003, namen o.a. wij (mijn echtgenote Else en ik) op maandag 22 september op het Raadhuis-plein in Oosterbeek afscheid van onze vriend en veteraan van de Slag om Arnhem, Harold Pad-field, en van andere veteranen. Één van de vete-ranen ging niet met de anderen mee naar Schip-hol. Tanno Pieterse van de Stichting Lest We Forget, zou hem wegbrengen. Ik raakte met de man aan de praat. Zoals altijd als ik met Britse veteranen in gesprek kom, gaat het over septem-ber 1944, ook deze keer. Hij vroeg me ook of ik de Slag om Arnhem had meegemaakt, wat ik toen deed, waar ik toen woonde enz. Ik vertelde hem dat ik de 17e september met mijn moeder in ‘the Old Church’ was en legde hem uit dat ons huis zich bijna pal zuidelijk, op hemelsbreed ongeveer 50 meter had bevonden van de plaats waar we stonden. Ik wilde hem het verhaal vertellen van
de Duitse sluipschutter en zei tegen hem: “Over there (wijzend naar de plaats waar de beuk had gestaan) stood a very big beech” waarop hij mij onmiddellijk in de rede viel met de woorden: “With a German sniper.” Ik stond perplex en kon even geen woorden vinden. Toen vroeg ik hem of hij zich nog kon herinneren dat ze met z’n vieren in een jeep hadden gezeten, dat iemand naar hen was toegekomen en had gezegd dat hij wel wist waar de sluipschutter zat. Ik vertelde hem dat die iemand mijn broer was geweest.
Hij kon zich alles herinneren, evenals mijn ver-haal over het “Nein”, het geweerschot van de Duitser en dat deze na een waaier van vuur uit een automatisch wapen dood uit de boom viel.
Daarop zei hij: “I did it, it was my job and I was paid for”. De veteraan met wie ik heb staan praten, was Bob Laing.

In en rondom de schuilloopgraaf hebben in de volgende dagen nog hevige gevechten plaatsgevonden. Na de oorlog bleken in de omgeving daarvan nogal wat soldaten begraven te zijn.
Dinsdag de 19e september mocht ik met vader mee om via het Lukassenpad naar de Utrechtseweg te gaan om Engelse militaiten te zien.
Onderweg zag ik gesneuvelde soldaten. Mijn vader zei me niet te kijken, maar ik keek natuurlijk toch en zie nog de dode Engelse soldaat liggen met z’n hoofd op de grote kei die boven aan onze straat lag ter bescherming van de hoek van een werkplaats. Hij had geprobeerd naar het in zuidelijke richting gelegen postkantoor te kijken. In het Lukassenpad zag ik meer gesneuvelde soldaten. Op de hoek van het Lukassen-pad en de Utrechtsweg, bij het café van Wiep de Vries en het distributiekantoor, hebben we met meer nieuwsgierige en blije Oosterbekers een ontmoeting gehad met Engelse soldaten en sommigen praatten met hen. Mijn vader kreeg van een Engelse soldaat sigaretten. Zij hadden enkele Duitsers krijgsgevangen genomen.
Woensdag de 20e september ging mijn broer in zijn blauwe overall en om zijn arm de badge van de luchtbeschermingsdienst naar oom Wim in de Weverstraat om naar Radio Oranje te luisteren en ook om te zien of bakker Koning brood had. Toen hij vlak bij de zaak van mijn oom was, zag hij Duitse soldaten en vlucht-te hij bij oom Wim naar binnen. Helaas voor hem waren daar ook Duitse soldaten en tante Alie fluisterde hem toe: “Zeg dat je op zoek
bent naar brood.” Dat werd kennelijk door de Duitsers voor waar aangenomen. Zij brachten hem vervolgens met het geweer in zijn rug naar huis. Toen mijn broer thuiskwam en het ge-beurde vertelde, kreeg hij van vader een schop onder z’n achterste en een verbod om nogmaals naar Radio Oranje te gaan luisteren.
Toen we in de schuilkelder verbleven, ging mijn vader of mijn broer regelmatig naar huis om wat te eten te halen. Het was maar een meter of tien lopen. Hoewel we met ons vieren op de banken zouden kunnen slapen, waren op een gegeven moment, wanneer precies weet ik niet meer, ook Opoe, tante Bet, oom Ger-rit, Dinie en Bertus erbij gekomen, zodat we rechtop zittend moesten slapen.
Intussen golfde de strijd op en neer. Het ene moment hoorden we Engels praten en het volgende moment Duits. Het gebeurde dat de Duitsers aan de voorkant van onze huizen waren en de Engelsen aan de achterkant of an-dersom. Ik zie nog een Duitse soldaat achter z’n mitrailleur in de bijkeuken van de familie Marks liggen, klaar om te schieten.
Op een van de dagen stond een Duitse soldaat voor de ingang van de schuilkelder met zijn automatische wapen naar beneden gericht en schreeuwde: “Sind hier Tommies?” Mijn moe-der, die niet onder de indruk was, riep hem toe: “Sodemieter op, hier zijn geen Engelsen.” De man vuurde vervolgens een salvo door de tabaksplanten en verdween.
Donderdag de 21e september werd ons huis opnieuw getroffen door een granaat, nu aan de achterkant, waarop mijn vader het raad-zaam vond naar Oom Wim in de Weverstraat te gaan. Hij dacht dat het in het souterrain van oom Wim veiliger zou zijn. Het kostte ons zo’n

Een detail van een luchtfoto van Oosterbeek, die op 6 september 1944 werd gemaakt door een verkenningsvliegtuig van de RAF. Boven in de foto loopt de Utrechtseweg en parallel daar-aan de Cornelis Koningstraat. In het midden van de foto loopt de Johannaweg vanaf de Cornelis Koningstraat in zuidelijke richting en eindigt in een een cirkelvormige wijkje. Op de linkerhoek (westhoek) van de Cornelis Koningstraat en de Johannaweg bevond zich het huis/winkel van de familie Van Zanten. Op het open terrein noorde-lijk van de Cornelis Koningstraat was tegenover dat huis al in het begin van de oorlog een zig-zag-loopgraaf gegraven, waarin kon worden ge-schuild bij beschietingen vanuit de lucht. Deze schuilloopgraaf is op de foto zichtbaar als een donkere zigzag-lijn. In de linkerbenedenhoek van de foto is met enige moeite een deel van het Lukassenpad zichtbaar en links daarvan een klein stukje van de Annastraat. In de rechterbe-nedenhoek is een deel van de Weverstraat te zien. (Foto: Royal Air Force, Collectie Gelders Archief)

tien minuten om er te komen en gelukkig raakte niemand gewond. Ik mocht mijn autoped meenemen. Mijn opoe, tante Bet, Oom Gerrit en de kinderen gingen niet mee. Wat moeder meenam waren de rantsoenbonnen, de al ge-deeltelijk volgeplakte en lege groothandelsvel-len en uiteraard het ontvangen geld. Ik zie haar nog de tas dragen waarin alles was opgeborgen.
Ik herinner mij ook dat op het dak van slager Aarts, op de hoek van de Weverstraat en het Meester Meijers paadje en tegenover de winkel van oom Wim, een groene parachute met daar-aan een bevoorradingsmand lag.
We waren niet de enigen die bij oom Wim vei-lig dachten te zijn. Behalve oom Wim, tante Alie, Willy, Judith en Hans, hadden ook de heer en mevrouw Vreem (hij werkte op het dis-tributiekantoor en woonde in de Bernulphus-straat), de heer en mevrouw Köhler met hun dochter (de heer Köhler was poelier met een zaak op de Annastraat ter hoogte van kruising met de Weverstraat), de heer en mevrouw Roza en de moeder van tante Alie met haar tweede echtgenoot de heer Versteegh in het souterrain een veilig onderkomen gezocht. Mij en de an-dere kinderen werd ondubbelzinnig te verstaan gegeven absoluut niet naar buiten te gaan.
Het zal zaterdag de 23e september zijn geweest dat mijn vader en mijn broer terug gingen naar ons huis. Zij brachten de vorraad volle weck-potten naar de schuilkelder, dekten deze af met vloerkleden en gooiden daar de voorraad winter-aardappels op. (Na de oorlog waren de aardap-pels verrot maar aan de weck mankeerde niets!) De berichten werden steeds somberder naarmate de tijd verstreek. Op een dag, het moet de 24e september zijn geweest, brak voor ons geheel onverwachts een oorverdovend lawaai van ka-nongebulder en van inslaande granaten los. Telkens als we uit de richting van de Betuwe het kanongebulder hoorden, waren we even angstig stil en als we het fluitend geluid van overkomen-de granaten hoorden, wisten we dat we veilig waren. Het pand van oom Wim kreeg een voltreffer juist toen mijn vader boven in de keuken aan het koken was; koken deed hij altijd graag en veel. Wij zaten in het souterrain te wachten op het resultaat van de kookkunst van mijn vader. Mijn moeder schreeuwde na de granaatin-slag met haar door angst schor geworden stem: “Berend!”. Door de stuk geschoten schoorsteen riep mijn vader naar beneden: “Niets aan de hand, met mij is alles goed.” Op maandag 25 september kregen de inwo-ners van Oosterbeek van de Duitsers het bevel Oosterbeek te verlaten. Ik wilde mijn autoped meenemen, maar dan moest er een nieuw ven-tiel in de achterband. Tante Alie vond het niet goed dat uit haar (verborgen) nieuwe fiets een ventiel werd gehaald, dus mijn autoped kon ik niet meenemen. Later zijn de fiets van mijn tante en mijn autoped met het pand waarin ze stonden, verbrand.
Wij verlieten het pand van oom Wim via het souterrain in het Zweiersdal, kwamen op de Vredeberg en liepen door de Jacobaweg, de Wilhelminastraat, waar we nog even dek-king zochten in het pand van Teesink, over de Utrechtseweg, over de Schelmseweg en langs de spoorlijn Utrecht-Arnhem naar de poort van Mariëndaal, het viaduct onder de spoorlijn.
In de laan die vanaf de Utrechtseweg naar de poort van Mariendaal loopt, stond Duits lucht-doelgeschut opgesteld. We schuilden onder die poort toen dat geschut hevig begon te vuren op overvliegende Engelse vliegtuigen. We zagen tot onze ontzetting hoe een vliegtuig werd getroffen, in brand vloog en neerstortte. Ik zie nog hoe de Duitse soldaten elkaar gelukwensten! Via Mari-endaal en het Arnhemse gedeelte van de Schelm-seweg bereikten we vervolgens de Apeldoornse-weg. Op de oostelijke hoek van dat kruispunt was een Duits tentenkamp. Van de daarin gelegerde oudere Oostenrijkse soldaten kregen we brood.
Sommigen van hen hadden tranen in hun ogen.
In een stroom van evacués uit Arnhem en Oosterbeek liepen we verder in de richting Apeldoorn.
Later die dag werden we bij ‘De Groenendaal’ opgehaald met gevorderde door paarden ge-trokken boerenwagens en naar Apeldoorn ge-bracht. Zo begon voor ons de evacuatieperiode, die duurde tot mei 1945. Apeldoorn werd op 17 april 1945 bevrijd door de Canadezen. Om-dat we een kruidenierswinkel hadden, mochten we al in mei 1945 terug naar Oosterbeek. Freek Gerritsen bracht ons met paard en wagen. Aan-gekomen in ons dorp schrokken we van wat we zagen. Huizen en winkels waren veranderd in puinhopen. Oosterbeek was nagenoeg onher-kenbaar. Overal lag puin, vooral aan weerszijden van de wegen, ook in onze straat.
Ons winkel/woonhuis was geplunderd en veel huisraad was er niet meer. De kerstversiering was van de zolder (vliering) naar beneden ge-gooid en lag in gruzelementen op de overloop.
Als we naar de slaapkamers gingen, liepen we in het trappengat in de openlucht, een gevolg van de granaatinslag. Daarom moesten we wanneer het regende in huis een paraplu gebruiken. Mijn slaapkamer was onbruikbaar door de voltreffer van 17/18 september 1944. De winkelruiten la-gen uiteraard in diggelen. Van het glazen Dros-te reclamebord werd alle verf afgekrabd, om als een kleine winkelruit te kunnen dienen. De rest van de etalages en de winkeldeur werden dichtgetimmerd met donkerbruine planken uit de loopgraven. Met planken van verschillende kleuren, her en der vandaan gehaald, werd het dak van ons huis gerepareerd.
De kinderen konden nog niet naar school en daarom speelde ik iedere dag met mijn vriend-jes in het verwoeste dorp. Wat we daarbij alle-maal mee maakten, is een apart verhaal. (Wim van Zanten)

PROGRAMMA 2017

9 SEPTEMBER
Battlefield tour Arnhem “Negen dagen strijd bij Ede, Arnhem en Oosterbeek, september 1944. Een tocht over het slagveld“
Startplaats: Talsmalaan naast het Airborne Mu-seum Hartenstein Tijd: 09.30 – 17.00 uur Kosten: Leden VVAM € 37,50; niet leden € 45,00 De tour staat onder leiding van Wybo Boersma, gids van de International Guild of Battlefield Gui-des. De tour is inclusief busvervoer en lunch. Ie-dere deelnemers ontvangt een gids van deze tour.

14 OKTOBER
Battlefield tour: “Operatie Pegasus 1“ Battlefield tour in samenwerking met het Platform Militaire Historie Ede
Start: Infocentrum P.M.H.E., Voormalige Prins Mauritskazerne, Nieuwe Kazernelaan 2, Ede Tijd: 09.30 – 17.00 uur Kosten: Leden VVAM € 37,50, niet leden € 45,00 De tour staat onder leiding van gidsen van het Plat-form Militaire Historie Ede. De tour is inclusief busvervoer en veld lunch.
De verplaatsingen zullen te voet, maar zo mogelijk ook met oude militaire voertuigen plaatsvinden. In verband met de reservering van deze voertuigen is het nodig vroegtijdig het aantal deelnemers te weten.
De opgave voor deze Battlefield tour sluit dan ook
op 25 september 2017. Opgave door overmaking van € 37,50 (€45,00) op rekening: IBAN: NL33 INGB 0005 113 751 t.n.v. Vrienden vh Airbor-nemuseum te Oosterbeek, onder vermelding van: Battlefield Tour Pegasus en naam en adres. U krijgt alleen bericht als de tour volgeboekt is. Voor infor-matie: e-mail: w.boersma@wxs.nl;

4 NOVEMBER
Airborne Day
Uitstalling en uitleg van Airborne materiaal en documenten door leden van de VVAM Mogelijkheid tot ruiling, boekendienst en andere activiteiten. Tafels kunnen hiervoor worden ge-reserveerd. Voor een bijdrage (een lezing of een andere activiteit) kan men zich opgeven, hetgeen enkele leden al hebben gedaan.
Plaats: Concertzaal, Rozensteeg 3, Oosterbeek Tijd: 10.00 – 15.30 uur Kosten: Leden VVAM € 5,00, niet leden € 10,00 Verdere details volgen via de website en/of een News Flash Voor aanvullende informatie over de verschillende activiteiten, opgave van deelneming en eventuele wijzigingen zie de website www.vriendenairborne-museum.nl of mail naar w.boersma@wxs.nl Infor-matie kunt u ook vinden op de sites van www.batt-lefieldtours.nu en www.documentatiegroep40-45.nl

MEDEDELING VAN DE VVAM
De Vereniging Vrienden van het Airborne Museum heeft enige tijd geleden een aantal postzegel albums met postzegels van Indonesië gekregen van een Amerikaanse gepensioneerde kolonel.
Deze kunnen wij ten behoeve van de Vereniging verkopen. Tijdens een bijeenkomst in Ooster-beek heeft een van de leden deze albums meegekregen om te laten taxeren. Tot op heden hebben we hier nog geen bericht van ontvangen. Wil degene die ze meegekregen heeft contact opnemen met W. Boersma; e-mail: w.boersma@wxs.nl of tel 0318-639633.

Colofon

Het Airborne Magazine is een uitgave van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum, Oosterbeek en verschijnt drie keer per jaar. Het doel is bekendheid te geven aan het Airborne Mu-seum, de activiteiten van de Vereniging Vrien-den en de geschiedenis van de Slag om Arnhem.
Redactie: Wybo Boersma MBE, Jasper Oorthuys (+ vacature)
Archivering & distributie losse nummers van het Magazine: Wybo Boersma, Ede.
Ontwerp en lay-out: Christy Beall
Druk: Grafi Advies, Zwolle
E-mail adres VVAM: info@vriendenairbornemuseum.nl Telefoonnummer VVAM: (0318) 639633.
Postadres: VVAM, t.a.v. Wybo Boersma, Binnenhof 38, 6715 DP, Ede.
Website:www.vriendenairbornemuseum.nl
Coördinator Airborne News Flash: Vincent Luiten
Vertegenwoordiger van de VVAM in het Verenigd Koninkrijk: Niall Cherry, email adres:Niall.Cherry@baesystems.com

DOWNLOAD een PDF versie

Luchtfoto van de Arnhemse Rijnbrug, gemaakt op 4 november 1944 door een Brits verkenningsvliegtuig. De door de Duitsers opgeblazen verkeersbrug ligt ‘geknakt’ in het water. De omgeving van de brug is totaal verwoest als gevolg van de gevechten in september 1944 en de daarop volgende bombardementen door de Amerikaanse luchtmacht. (Foto: Collectie Gelders Archief)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.