MINISTORY
DE ENIGE VROUWELIJKE KRIJGSGEVANGENE UIT DE SLAG OM ARNHEM
door W.H. Tiemens

Bijlage bij Nieuwsbrief No, 51 / augustus 1993
Inleiding
Op zondag 17 september 1944 maakten de Britse luchtlandingstroepen die in de omgeving van Wolf- heze landden, al vrij snel enkele krijgsgevangenen. Eigenlijk niets bijzonders, ware het niet dat een van die krijgsgevangenen een jonge Duitse vrouw was. Een meisje in dienst van de verbindingsdienst van de Luftwaffe, een zogenaamde ‘Luftnachrichtenhelferin’. Ze had zich in gezelschap van een Duitse soldaat opgehouden bij het landingsterrein en ze zou de geschiedenis ingaan als de enige vrouwelijke krijgsge-vangene uit de Slag om Arnhem.
Mr. G.W. Roberts, ex-soldaat van het 7th Battalion, The King’s Own Scottish Borderers (KOSB), herinnert zich nog goed dat het meisje in de bossen bij Wolfheze gevangen genomen werd. Hij zag dat ze door een makker van hem, een zekere Kelly, werd afgevoerd naar de commandopost. Sergeant Walker van de Army Film and Photographic Unit filmde het opbrengen van het meisje in Wolfheze. Deze snelle en onverwachte ‘verovering’ zal in de Britse gelederen ongetwijfeld voor de nodige hilariteit hebben gezorgd.

Het verhaal van Staff Sergeant Joseph (‘Joe’) W. Price
Staff Sergeant Joseph W. Price was ingedeeld bij het ‘E’ Squadron van 13 Flight van het Glider Pilot Regiment. Op zondag 17 september 1944 bestuurde hij het zweef-vliegtuig dat als vierde zou landen op het landingsterrein ‘Z’ bij Wolfheze. Nadat hij het zweefvliegtuig aan

Fotografische afdruk van een filmbeeldje uit september 1944. Britse militairen brengen enkele Duitse krijgsgevangenen, waaronder de Luftnachrichtenhelferin, naar een verzamelpunt in Wolfheze. (Stills-collectie R.Voskuil)

de grond had gezet en geholpen had bij het lossen,begaf Price zich naar het verzamelpunt, dat in de zuidelijke hoek van het bos rond de psychiatrische inrichting te Wolfheze lag. Nadat hij zich aldaar bij het hoofdkwartier van de Britse luchtlandingsdivisie had gemeld, werd hij op verkenning gestuurd richting Wolfhezerweg. Op de terugweg nam hij een vrouwelijke krijgsgevangene over van een paar soldaten. Hij begeleidde haar naar het hoofdkwartier waar hij haar overdroeg aan de Militaire Politie. Joe schat dat het omstreeks 15.30 uur geweest zal zijn. Vervolgens voegde hij zich weer bij zijn eenheid, die opdracht had gekregen zich aan de westzijde van het landingsterrein in te graven ter versterking van de verdedigingslinie die het Ist Battalion van het Border Regiment had gevormd.
Hij bleef er tot het ochtendgloren van de 18e september. Toen verplaatsten ze zich in de richting van het punt waar de Utrechtseweg en de Jagerslaan ter hoogte van Doorwerth samen komen. Terwijl ze zich langs de Utrechtseweg aan het ingraven waren, kregen Price en Sergeant Len Affolter opdracht verslag uit te brengen aan Lt.Col. lan Murray, de commandant van Ist Wing van het Glider Pilot Regiment. Die bevond zich langs dezelfde weg, maar verder in de richting van Arnhem, bij de kruising met de Kerklaan.

Irene Reimann, door AFPU-Sergeant Smith gefotografeerd bij het gebouwtje op het sportpark Hartenstein, waarin zij door de Britten gevangen werd gehouden. (Foto: Imperial War Museum, Londen)

Na zich van hun taak te hebben gekweten, kregen bei-den opdracht zich bij een groepje M.P.’s te voegen dat onder bevel stond van een Canadese kapitein. Dit groepje, waaronder zich ook een Nederlandse mari- ne-officier bevond, moest in Arnhem collaborateurs en agenten van de Gestapo arresteren. De lijst met namen en adressen die ze daartoe bij zich hadden, bedroeg zo’n drie kantjes!
Toen het echter duidelijk werd dat ze Arnhem niet meer zouden bereiken, werd het plan voor de arrestaties opgegeven. Affolter en Price werden daarop aangewezen om een aantal gewonde Duitse krijgsgevangenen naar een verbandpost in Wolfheze te brengen. Terug bij het hoofdkwartier van de divisie, vertrokken ze met de laatste groep richting Arnhem. Ze voerden ongeveer 40 krijgsgevangenen met zich mee, onder wie het meisje van de Luftwaffe. Ze arriveerden bij de schoolgebouwen van de J.P.FIeije Stichting bij de Wolterbeekweg aan de westzijde van Oosterbeek. De krijgsgevangenen werden in schoollokalen ondergebracht. Het meisje kreeg een eigen lokaal.
Vroeg in de ochtend van de volgende dag – de 19e sep-tember – werd besloten alle krijgsgevangenen samen te brengen op de tennisbanen van het sportpark achter Hotel Hartenstein, dat sinds de vorige avond onderdak bood aan het hoofdkwartier van de divisie. Price schat het aantal krijgsgevangenen op ongeveer 175, waaronder veel Waffen SS’ers. Bovendien zaten er nog een stuk of tien burgers vast die verdacht werden van collaboratie. De Duitse militairen verbleven binnen het hek rond de tennisbanen, de Nederlandse gevangenen en het Duitse meisje werden ondergebracht in een houten gebouwtje van twee bij vier meter.
Die ochtend was zonnig en warm en de krijgsgevangenen genoten van het zonnetje. Degenen die in het gebouwtje zaten, mochten ook even naar buiten. Bij deze gelegenheid kwamen de Army Film and Photo- graphic Unit sergeanten Smith en Lewis een kijkje nemen bij de bijzondere vangst onder de krijgsgevangenen en werd het Duitse meisje gefotografeerd en gefilmd. De filmbeelden laten zien hoe Staff Sergeant Joe Price de Luftnachrichtenhelferin, staande voor het gebouwtje, hoffelijk een vuurtje aanbiedt. Deze filmbeelden hebben later een zekere bekendheid gekregen, ofschoon in het begin niemand wist wie het meisje en de Staff Sergeant waren. Nadat cameraman Lewis het Duitse meisje had gefilmd, noteerde hij op zijn ‘Dope Sheet’: ‘German Luftwaffe ‘Waaf’ says we are not so bad as she once believed’.
Onder de ‘nieuws’-gierigen die naar het meisje kwamen kijken, bevond zich ook de bekende oorlogscor-respondent Alan Wood. Mede door zijn toedoen werd het nieuws van het krijgsgevangen meisje uiterst snel wereldkundig. Onder de titel ‘De helden van Arnhem’ verscheen zijn verslag van de Slag om Arnhem o.a. in ‘De Vliegende Hollander’ van 26 september 1944. Deze periodiek werd regelmatig door de geallieerde luchtmacht boven het bezette Nederland uitgeworpen. Uit het nummer van 26 september de volgende passage: … Bij het hotel zijn tennisbanen, het net nog gespannen voor een spelletje dat iemand op zondag wilde spelen. Die gebruiken we als kooi voor onze tweehonderd Duitse gevangenen. Hebben zelfs een meisje van de Luftwaffe, half brutaal, half in tranen, uiterst lelijk’.
Het vredige beeld werd een uur later wreed verstoord door de eerste Duitse mortiergranaten die rond Har-tenstein neerkwamen. Aan de krijgsgevangenen werden schoppen verstrekt om schuilgaten voor zichzelf en de bewoners van het houten gebouwtje te graven. In de loop van de dag namen de beschietingen zulke vormen aan dat werd besloten de burgers en het meisje naar een veiliger onderkomen over te brengen. In het begin van de avond werd de groep overgebracht naar een gebouw met een grote kelder, gelegen ten zuiden van de groentetuinen bij de Sandersweg. Deze tuinen lagen op de plaats waar nu tennisbanen liggen. Speciale bewaking was voor deze gevangenen niet nodig, ze waren veel te bang om de kelder uit te komen. Bovendien zaten er in de buurt van het gebouw voldoende Britten ingegraven die een oogje in het zeil hielden.

Fotografische afdruk van een filmbeeldje uit september 1944. Stuff Sergeant Joe Price geeft Irene Reimann een vuurtje. (Stills-collectie R.Voskuil)

Een probleem vormde het ontbreken van sanitair. Daarover weet Major T.I.J. Toler DFC mee te praten. Hij voerde het bevel over een groep glider pilots die in de buurt van de tennisbanen waren ingegraven. Met nauwelijks verholen plezier dist hij het volgende (on-) smakelijke verhaal op: ‘Mijn hoofdkwartier was ondergebracht in het paviljoen, om precies te zijn in de kelder eronder. Ik herinner me nog heel goed dat een soldaat (het kan een Pool geweest zijn) met een Duitse vrouw in uniform kwam aanzetten en vroeg of ze mijn kelder als toilet mocht gebruiken.
Een ietwat ongebruikelijk verzoek terwijl een veldslag volop woedt!! Met tegenzin verliet ik samen met mijn co-piloot Staff Sergeant Shackleton de betrekkelijke veiligheid van de kelder ten gerieve van de dame. Ze bleef een hele tijd weg en moet in hoge nood hebben gezeten, want toen we de kelder weer ingingen leek die wel helemaal overstroomd te zijn door urine. Hij was onbewoonbaar geworden. Dientengevolge moesten we, met zwaar de pest erin, in een ander deel van de tuin een loopgraaf maken. En daar werden we door een granaat uitgeblazen. Maar dat is een ander verhaal’.
Het meisje moet tot dinsdag 26 september vast hebben gezeten, zo valt uit een aantekening in het oorlogsdag-boek van SS Panzer Grenadier Ausbildungs- und Ersatz Batallion 16 (‘Bataljon Krafft’) af te leiden. Op 26 september 1944 vermeldt het Kriegstagebuch: ‘Omstreeks 04.00 uur komt de rechterflank van de gevechtsgroep onder een zwaar bombardement te liggen dat de vijand uitvoert om de terugtocht over de rivier te dekken. We hebben dit op tijd in de gaten en de goed voorbereide rechterflank gaat tot actie over. Onder het hevige vuur van zijn zware wapens halen slechts twee of drie volle boten de overkant. Degenen die achter blijven (15 officieren en 580 overigen) worden na een uitgerekende aanval overmeesterd. Meer dan 150 Duitse soldaten en een vrouwelijke verbindingsdienst-militair worden tegelijkertijd bevrijd.’.

Na de oorlog duikt het mysterieuze meisje nog enkele malen in de literatuur op. Voor het eerst wordt ze genoemd in 1945 in het boekje ‘With the Red Devils at Arnhem’ (Nederlandse uitgave: ‘Met de Roode Duivels in Arnhem’) van de Poolse verslaggever Marek Swiecicki. Ook hij was er op 19 september 1944 achter Hartenstein bij.
Wie was het Duitse meisje? We kennen inmiddels de Staff Sergeant die samen met het Duitse meisje voor de Britse cameramannen achter Hartenstein poseerde. Maar wie was de onfortuinlijke Helferin? Antwoord op die vraag verschafte geheel onverwacht een Oostenrijker Günter Krumschmid, met wie de auteur min of meer bij toeval en via-via in kontakt kwam. Hij was hoofd geweest van de telefooncentrale in het hoofdkwartier van 3. Jagddivision van de Luftwaffe die in de bunker ‘Diogenes’ in Schaarsbergen was gevestigd. Deze bunker lag op slechts een kilometer of zes afstand van de landings- en droppingsterreinen van 17 september 1944. Het hoofdkwartier van 3. Jagddivision heeft een wezenlijk aandeel gehad in het mislukken van het Arnhemse deel van operatie Market-Garden, maar dat is een geheel ander verhaal dat elders uit de doeken is gedaan. 1) Krumschmid vertelde de auteur dat een van ‘zijn’ Helferinnen op 17 september 1944 in Wolfheze krijgsgevangen was genomen. Irene Reimann, zoals het meisje heette, was juist van verlof teruggekeerd uit Oost-Pruisen. Zij was met een groep collega’s ondergebracht in een van de gebouwen van de psychiatrische inrichting in Wolfheze, de kliniek ‘Neder Veluwe’. (Andere groepen verbleven in Arnhem in ‘Vreeden- hoff’ en ‘Sacre Coeur’). Volgens de lezing van Krumschmid werd ze gevangen genomen toen ze haar onderkomen wilde betreden. Ze werd slechts kort gevangen gehouden, want de Britten lieten haar na drie dagen weer los, herinnert haar Oostenrijkse chef zich na zo’n 40 jaar. Hij weet ook nog dat de Britten haar voorkomend hebben behandeld. Alleen was er geen water, maar dit probleem was opgelost met wijn en sekt. Intussen (op de namiddag van 17 september 1944) had het hoofdkwartier van 3. Jagddivision opdracht gekregen zich naar Duisburg/Kaiserberg te verplaatsen, waar een al in gereedheid gebrachte reserve commandopost betrokken werd. Nadat ze was losgelaten, reisde Irene Reimann naar Duisburg/Kaiserberg om haar werk in het divisie-hoofdkwartier weer op te pakken. Ofschoon er geen twijfel bestond of het Luftwaffe meisje op de film dezelfde was als Krumschmids Helferin, confronteerde de auteur hem toch voor alle zekerheid met haar afbeelding. Krumschmid bevestigde dat het meisje op de foto Irene Reimann was.

Verschillen in details
Het verhaal van Joe Price werd bevestigd door Mr. E. Jones uit Clanfield (Hants) die zich herinnert Irene Reimann op dinsdag 19 september 1944 achter Hartenstein te hebben gezien. Wat er daarna met haar is gebeurd, weet hij niet omdat hij de volgende morgen vroeg gewond raakte en naar het noodhospitaal werd gebracht dat in hotel De Tafelberg was ingericht. Er zijn enkele verschillen aan te wijzen tussen de Britse lezing en die van Krumschmid. Blijkbaar heeft Irene haar chef niet verteld dat ze zich ten tijde van haar gevangenneming bij het begin van de luchtlanding in gezelschap van een Duitse soldaat in de buurt van het landingsterrein had opgehouden. Voorts zit Krumschmid ernaast wat de duur van haar gevangenschap betreft, maar dat is niet zo verwonderlijk na 40 jaar. Beide lezingen laten er geen twijfel over bestaan dat ze goed behandeld werd.

Tot slot
Wat er van Irene Reimann is geworden en of ze nog in leven is, weet de auteur niet. Ondanks vele pogingen die zijn ondernomen, is zij niet opgespoord. Het is waarschijnlijk dat zij en haar familie, zoals vrijwel alle Duitsers die daar verbleven, na de oorlog uit Oost- Pruisen zijn gezet. Misschien is ze in dat deel van Duitsland terecht gekomen dat DDR werd, misschien in de Bondsrepubliek. Wie weet lukt het ooit nog eens om met haar in contact te komen. Het zou immers aardig zijn om ook haar versie van het verhaal te kennen.
1) Zie het boek ‘TEEROSEN OP DE VELUWE’ vanaf bladzijde 76, en het boek ‘FACETTEN VAN DE SLAG OM ARNHEM’, vanaf bladzijde 100. Beide boeken werden geschreven door de auteur van dit artikel.

Verantwoording
Voor de hulp bij de uitvoering van het onderzoek en de totstandkoming van dit artikel ben ik bijzondere dank verschuldigd aan:
Major T.I.J. Toler DFC, Major O.P. Haig T.D., Mr. W. Bell, Mrs. F. Gumm-van Schaik, Mr. E. Jones, Mr. J.W. Price, Mr. G.W. Roberts en Major G. Norton (voormalig editor van PEGASUS journal), allen uit Groot- Brit- tannië.
Voorts aan Herrn G. Krumschmid in Oostenrijk en de heren J. Bouman (Uitgeverij Lunet) te Naarden, drs. P.R.A. van Iddekinge te Eist (Gld.), G.H. Maassen jr., drs. R.P.G.A. Voskuil te Oosterbeek en K.A. Hulstein te Veenendaal.

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.