MINI STORY XXIX
Bijlage bij Nieuwsbrief No.41
De Thompson Sub Machine Gun.
samenstelling: C.van Roekel
Degenen die in 1945 terugkeerden naar Oostcrbeck herinneren zich ongetwijfeld do enorme hoe¬veelheid uitrustingsstukken die overal verspreid lag. Je zou in een uur tijds een collectie kunnen vergaren waarop ons Airborne Museum jaloers zou zijn.
Voor ons, jongens, ging het in die dagen om wapens. Alle soorten waren welkom! Wapens kon je vinden, dat leerde de ondervinding ons, waar hard was gevochten, waar paniek had geheerst. Juist op deze plaatsen lag het gevaar op de loer en deden we soms griezelige vondsten.
De weilanden, bezaaid met mijnen, trokken ons als een magneet aan. Maar in het kniehoge gras kon je slecht zien wat er verborgen was.
Op één van onze tochten vond ik een curieus wapen. Ofschoon we van alles in ons arsenaal hadden, had ik het niet eerder gezien. Ik zie het nog liggen, vlak naast de Polderweg ( in 1944 de route van C-compagnie 2e Para Bataljon ). Een stoer, zwaar machinepistool met hand-grepen voor en achter en met een zware houten kolf.
Voorzichtig werd het wapen, dat volledig schietklaar bleek te zijn, via de loopgraven, die als een wegennet het dorp doorkruisten, naar huis gedragen.
Na de eerste poetsbeurt was de naam bekend, want op de zijkant stond: “Thompson Calibre.45 Sub Machine Gun”. Ik was dus de trotse bezitter van eenoiiginele Tommygun.
Het demonteren van het wapen verliep aanvankelijk vlot. Magazijndeksel aan de onderkant losgetikt – zoef, weg veer! Een respectabel aantal dikke korte patro nen rolden er uit. De kolf ging ook gemakkelijk van het wapen, maar toen begon de ellende. De trekkergroep gleed aanvankelijk gewillig naar achteren, maar liep toen muurvast. ( Wij wisten toen nog niet dat de regelpallen op “safe” en automatisch vuren moesten staan ). Een hamer werd erbij gehaald om de boel weer op zijn plaats te krijgen en dit betekende het einde van mijn Tommy¬gun! Niettemin heb ik er nog maanden mee gespeeld, totdat mijn moeder hem “verdonkeremaande”. Einde van de romance!

Later schoot bovenstaand voorval mij weer te binnen en werd opnieuw mijn, interesse gewekt. Mijn probleem was: hoe kwam dit Amerikaanse wapen in de Eerste Britse Airborne Divisie? Al lezend en informerend leerde ik de geschiedenis van dit beroemdste machinepistool aller tijden kennen, en met dit kennen werd mijn spijt steeds groter dat ik destijds dit wapen zo barbaars verminkte.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond er behoefte aan een kort wapen, dat revolver- munitie kon verbruiken en dat zowel van de heup als vanaf de schouder met hoge vuursnelheid kon schieten. De bloedige loopgravenoorlog was de aanleiding voor het ontwerpen van zo’n wapen. Aan de Italianen kwam de eer toe het eerste machinepistool te hebben ontworpen, de “Villar Perosa”, een dubbelloops wapen.
Natuurlijk was er ook interesse aan Duitse zijde en Hugo Schmelsser ontwierp voor de Bergmann fabriek in 1918 het eerste Duitse machinepistool, de MP 18. (Dit was dus nog lang niet de MP 40, die tijdens de Tweede Wereldoorlog de naam “Schmeisser” kreeg).
In de Verenigde Staten verliep de ontwikkeling trager, maar het was Colonel Thompson die in de dertiger jaren de beroemde Tommygun ontwierp.
In 1928 verscheen het door Auto Ordnance vervaardigde wapen op de markt. Het zware wapen verbruikte het zwaarste kaliber munitie, namelijk .45 inch. Het kon, behalve door een staaf- magazijn van 20 schoten, ook voorzien worden van een 50 of 100 schots trommelmagazijn.
Een “Cutts Compensator” aan de monding van de van cirkel vormige koelribben voorziene loop ver hinderde het “omhoog kruipen” bij automatisch vuren. De vertraagde terugloop van de afsluiter volgens een Ingenieus systeem, verhinderde een te hoge vuursnelheid en beschadiging.
De eerste typen hadden een vuursnelheid van 1000 kogels per minuut! Later werd dit terug¬gebracht tot ca. 700.
Het dure wapen (kosten ca.600 gulden) kon aanvankelijk geen genade vinden bij de Amerikaanse legerautoriteiten. De gangsters en de I.R.A. daarentegen zagen de grote mogelijkheden en werden gretige afnemers. Het zou tot het einde van de dertiger jaren duren voordat de legale markt geinteresseerd raakte en wegens de Duitse oorlogsdreiging het Britse War Department overging tot een bestelling van 100.000 stuks.
Het was de bedoeling dat de juist gevormde Commandotroepen het zouden gebruiken.
Bij de eerste raids op de Franse kust in 1940 werd de helft van de op dat moment aanwezige wapens (20 stuks!) beschikbaar gesteld. De “Trench Broom” (loopgraafbezem) voldeed aan de

verwachting en spoedig werd ook no.2 Commando ermee uitgerust. No.2 Commando-11th S.A.S. (Special Air Service) en het Eerste Para Bataljon zijn hetzelfde en waarschijnlijk zijn de bij Arnhem aangetroffen Tommyguns gebruikt door de “Oude Hap” van het Eerste Para Bataljon van Lt.Col.Doble. Dit zou de vindplaats langs de Polderweg kunnen verklaren; leden van het Eerste Para Bataljon maakten namelijk deel uit van de “Lonsdale Force”, die tot het einde van de Slag om Arnhem het gebied rond de Oude Kerk verdedigde.

Oktober 1940. Parachutisten van het eerste uur,uitgerust met de Thompson Sub Machine Gun 1928 op Ringway. De 3e van links is Richard Bingley, tijdens de Slag om Arnhem Pelotonscommandant in het Eerste Para Bataljon (zie Ministory no.9). Richard Bingley is lid voor het leven van onze Vereniging.

 

Behalve de echte oude Tommygun, met zijn twee plompe handgrepen, bestaat er ook een nieuwere versie: de Thompson Sub Machine Gun 1928 Al, kenbaar aan één handgreep en een lade onder de loop.
In 1942 werd een geheel gewijzigde, goedkopere Tominygun organiek opgenomen in het Amerikaamse leger. De “Compensator” en de koelribben verdwenen. Ook de afsluiter is van andere makelij en heeft een vaste slagpin,
Dit is de Thompson Sub Machine Gun Ml. Veel Amerikaanse parachutisten van de 82e en de 101e Airborne divisie waren ermee bewapend tijdens operatie Market Garden.
Tot 1952 zijn de Nederlandse Commando’s met de originele Thompsons uitgerust ge¬weest. Nog steeds is de vaandelwacht voorzien van authentieke Thompsons.
Indien U het Airborne Museum bezoekt, vindt U alle drie versies van de Thompson Sub Machine Gun. De originele 1928 is het moeilijkst te ontdekken; in de commandopost in de kelder is een van de officieren ermee uitgerust.

Download ministory

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Vraag of reactie?
Laat hier uw reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.